Archive for the ‘Uncategorized’ Category

‘Test dreumesen al op stress’

maandag, november 19th, 2018

Het centrum wil het stresshormoon opsporen bij kinderen onder de drie jaar om eerder te kunnen ingrijpen. ,,Je kunt cortisol meten, een stresshormoon, bijvoorbeeld via het haar. Dat zouden we bij kleine kinderen naast het meten van de lengte en het gewicht moeten gaan doen’’, aldus NCJ-adviseur Frans Pijpers. Ook in de beginnende pubertijd zou een meetmoment moeten komen. Pijpers: ,,Soms weet je niet dat je stress hebt. Als we dat via een meting weten, kunnen we eerder kijken hoe we dat kunnen oplossen.’’

Studenten gaan gebukt onder burn-outs en ook kinderen ervaren vaker hoge druk. Volgens het NCJ zijn veel van die klachten terug te leiden naar de eerste duizend dagen van hun jonge leven, ze rekent daarbij vanaf het begin van de zwangerschap. Als kinderen in die periode, waarin de hersenen zich snel ontwikkelen, te veel stress ervaren, zijn ze ook op latere leeftijd vatbaarder voor stressgerelateerde klachten zoals een burn-out, depressie en hart- en vaatziekten.

Armoede
Voor het NCJ reden om ‘Early Life Stress’ hoog op de agenda te plaatsen. ,,Het probleem is veel groter dan we dachten. Chronische stress in cruciale fases van het jonge leven werkt door tot op volwassen leeftijd”, weet adviseur Pijpers. Stress bij zulke jonge kinderen kan allerlei oorzaken hebben: van armoede tot een drukke thuissituatie met werkende ouders.

Het NCJ onderzocht de afgelopen maanden wat er al bekend is over chronische stress bij kinderen. Daaruit blijkt dat naast de eerste duizend dagen ook de adolescentie cruciaal is. Het zijn allemaal fases waarin de hersenen zich ontwikkelen en stress een blijvende impact kan hebben.

Prestatiedruk
Volgens het NCJ worstelen ook kinderen in andere leeftijdscategorieën met chronische stress, met name nu de maatschappelijke prestatiedruk groot is en kinderen veel prikkels binnenkrijgen door de digitale ontwikkelingen. ,,We zijn geneigd kinderen te veel te beschermen, maar daardoor worden ze minder weerbaar. Het idee dat we de weg helemaal glad moeten strijken laten we los”, zegt adviseur Yvonne Vanneste.

Bron : ad.nl

Stoppen van schreeuwen tegen baby verdient meer aandacht

maandag, november 19th, 2018

Een moeder die tegen haar baby van drie maanden schreeuwt, is dat erg? Ze slaat het kind niet, ze schudt het niet door elkaar. Nee, ze schreeuwt alleen maar, met een boos gezicht. Ophouden! En nou ben je stil! Ik word gek van je! “Ja”, zegt kinder- en jeugdpsychiater Laetitia Smarius in een interview in het NRC. “Dat kán erg zijn. We hebben aanwijzingen gevonden dat het mogelijk negatieve gevolgen heeft.”

Laetitia Smarius is psychiater, tot voor kort bij De Bascule, het academische centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie van Amsterdam. Ze heeft in Amsterdam UMC onderzoek gedaan naar stress bij moeders en baby’s, stress die zich uit in verbale agressie van de moeder en excessief huilen van de baby. Vorige maand is ze erop gepromoveerd.

Autoritaire opvoedstijl
Uit haar onderzoek blijkt dat de bloeddruk maar iets is verhoogd, één tot vijf millimeter kwik. Toch is dit volgens haar een probleem. “Ook een iets verhoogde bloeddruk heeft invloed op de gezondheid, zeker als die al op zo jonge leeftijd begint. Het is op den duur een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten.” Uit het onderzoek blijkt ook dat verbaal agressieve moeders vaker fysiek agressief zijn. “Ze hebben vaker een autoritaire opvoedstijl en ervaren meer stress door het moederschap dan moeders die niet verbaal agressief zijn. Ze hebben ook vaker depressieve klachten. Voor al deze factoren hebben we gecorrigeerd, maar er kan zeker meer aan de hand zijn.”

Angstaanjagend
Op de vraag waarom dat schreeuwen zo naar is, antwoordt Smarius als volgt: “Ik stel me zo voor dat een baby van drie maanden het niet begrijpt en er niets mee kan. Bij een peuter kan het zinvol zijn om je stem te verheffen, zo kun je als moeder je punt maken. Voor een baby is het enkel angstaanjagend. Baby’s leren gezichtsuitdrukkingen herkennen en begrijpen, heel belangrijk voor de hechting. De band tussen moeder en kind is essentieel voor de ontwikkeling van de zelfregulatie en de emotieregulatie.”

Genetische aanleg
Uit het onderzoek blijkt dat het ene kind genetisch gevoeliger voor verbale agressie is dan het andere. “Ja, dat is onze observatie, het was nooit eerder onderzocht. Bij baby’s die door hun genetische aanleg beter zijn in het herkennen van emoties zie je een sterkere verhoging van de bloeddruk: drie tot vijf millimeter kwik in plaats van één millimeter. Je zou kunnen zeggen dat sociale gevoeligheid een prijs heeft. En het zijn niet de uitzonderingen, deze baby’s. Het gaat om een genetische variant die veel voorkomt.”

Veel huilen
Verder toont het onderzoek aan dat veel huilen niet samenhangt met een verhoogde bloeddruk. “Bij baby’s die excessief huilen, drie uur per dag, zie je later wel meer gedrags- en stemmingsproblemen en hyperactiviteit. Dat lijkt deels te komen door hoe zwaar de moeder de zorg voor de baby ervaart. Het is zeer belastend om een huilbaby te hebben, blijf maar eens rustig. Maar het excessieve huilen alleen was inderdaad niet gerelateerd aan een hogere bloeddruk of andere cardiovasculaire problemen.” Uit het onderzoek blijkt dat 10 procent van de moeders hun baby twee keer of vaker boos heeft toegesproken. “In werkelijkheid zal het eerder vaker gebeuren dan minder vaak”, aldus Smarius.

Taak voor consultatiebureau
Haar promotor Theo Doreleijers, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, vindt dat hier een taak ligt voor de consultatiebureaus. “De verpleegkundige zou kunnen achterhalen of dit soort dingen gebeuren door simpele screenende vragen te stellen. Gewoon: schreeuw je wel eens tegen je baby om het huilen te stoppen, of als je het even niet meer ziet zitten?” Blijkt dit het geval, dan adviseert Dorelijers uit te leggen waarom dat niet helpt en ook te vragen hoe anderen hen kunnen helpen om dat schreeuwen te voorkomen. “Er zijn ook goede programma’s, ‘Stevig Ouderschap’ bijvoorbeeld, van het Nederlands Jeugdinstituut.”

Laetitia Smarius zegt dat mensen in de omgeving van moeders ook veel goeds kunnen doen. De baby even van haar overnemen. Zorgen dat ze even naar buiten kan. Zo jammer, zegt ze, dat moeders soms zo geïsoleerd zijn en alles in hun eentje moeten opknappen. Niet iets dat je zomaar oplost, zegt ze, maar het kan al enorm helpen als moeders op het consultatiebureau horen dat er oplossingen zijn. Of als ze erover kunnen praten met andere moeders.

Bron: nrc.nl

SCP-rapport ‘Kijk op de kinderopvang’

maandag, november 12th, 2018

Ook bekijkt het SCP of deze percepties samenhangen met het gebruik van formele kinderopvang, de arbeidsparticipatie en de kwaliteit van leven van ouders. Staatssecretaris van Ark onderzoekt met veldpartijen hoe de lessen uit het rapport in de praktijk gebracht kunnen worden. In een brief gaat ze in op specifieke punten uit het rapport.

 

 

Het onderzoek “Kijk op kinderopvang” brengt in kaart hoe ouders van nu over de kinderopvang denken, wat hun ervaringen zijn en welke keuzes zij maken. Hoe denken zij over de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van kinderopvang? En hoe hangen hun denkbeelden en ervaringen samen met de manier waarop zij arbeid en zorg combineren?
Het rapport baseert zich op informatie over recente ontwikkelingen in de kinderopvang en een vragenlijstonderzoek onder ruim 1.800 ouders van baby’s en kleuters.

 

 

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft dit onderzoek verricht op verzoek van de directie Kinderopvang van het ministerie van SZW. De dataverzameling is gefinancierd door de directie kinderopvang.

 

 

Bekijk hier het rapport ‘Kijk op de kinderopvang’

1 maand bureaukosten van €35,- gratis! Doe nu mee aan de “Nieuwsjaars Voordeelactie”

maandag, november 5th, 2018

Het jaar gaat in op 01-01-2019 en eindigt op 31-12-2019. De bureaukosten van de maand december 2019 ontvangt u vervolgens gratis waarna de bureaukosten vanaf januari 2020 zoals gewoonlijk weer maandelijks in rekening worden gebracht.

 

 

Wilt u €35,- besparen? Laat ons dan per e-mail weten dat u wil deelnemen. Wij sturen u vervolgens het deelnameformulier ter digitale ondertekening toe.

 

 

 

Met vriendelijke groeten,

Team Krokodilletje

Aanmeldactie! Ontvang €35,- voor ieder nieuw gezin dat u aanmeld!

maandag, november 5th, 2018

Dus pak snel uw voordeel en meld de nieuwe gezinnen simpelweg per e-mail bij ons aan in november en december van dit jaar! Het maakt niet uit als de opvang later van start gaat!

 

 

Met vriendelijke groeten,

Team Krokodilletje

 

 

Actievoorwaarden :

*Deze actie is enkel geldig wanneer nieuwe gezinnen worden aangemeld tussen 1-11-2018 en 31-12-2018, het maakt niet uit wanneer de opvang van start gaat.
*U ontvangt het bedrag van €35,- per aangemeld gezin op uw rekening als de eerste maand opvang met het betreffende gezin heeft plaatsgevonden en de factuur volledig door ouders is voldaan.
*De vraagouders dienen nog niet bekend te zijn bij Gastouderbureau Krokodilletje.

GASTOUDER UITGELICHT : gastouder Geriene uit Zwolle

maandag, november 5th, 2018

Praten met peuter versterkt intelligentie

donderdag, november 1st, 2018

Jongeren met wie als peuter al veel gesprekken gevoerd werden, presteerden beter op IQ-testen tijdens hun middelbare schoolperiode. Onderzoeker Jill Gilkerson, in Pediatrics: ‘Ouders moeten het belang weten van communiceren met kinderen die erg jong zijn en nog niet kunnen praten. Hoe meer interactie, hoe beter.’ Dat geldt ook voor professionele opvoeders. Daarbij maakt het dus niet uit of het kind reageert met echte woorden, maar dat ze de kans krijgen óm te reageren.

 

 

 

Onderzoek

Voor het onderzoek werden 150 Amerikaanse families gevolgd met kinderen tussen de 2 en 36 maanden oud. Zes maanden lang werden een dag in de maand twaalf uur lang de gesprekken opgenomen. Toen de kinderen tussen de negen en veertien jaar oud waren, werden de taal- en denkvaardigheden van de kinderen gemeten. Zij presteerden beter op testen waarbij het IQ, taal- en denkvaardigheden gemeten werden.

 

 

 

Peuter

Vooral de resultaten die werden gemeten van kinderen die 18 tot 24 maanden oud waren tijdens het onderzoek, waren de resultaten voor de lange termijn het beste te voorspellen. ‘Dat is een belangrijke ontwikkelperiode voor een peuter’, zegt de onderzoeker. Kinderen starten dan met hun taalontwikkeling. ‘Ze voegen veel woorden toe aan hun vocabulaire en zetten deze om in zinnen.’

Kind volgen

Gilkerson benadrukt om als (professionele) opvoeder het kind te volgen. ‘Let op waarin ze geïnteresseerd zijn en ga daarin mee. Op een vanzelfsprekende manier zal het hun taalontwikkeling aanspreken.’

 

 

 

Bron: HealthDay

‘Zorg voor diversiteit’

donderdag, november 1st, 2018

Dat kinderen al op jonge leeftijd te maken krijgen met vooroordelen illustreert Slot, onderzoeker bij het departement Educatie en Pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, aan de hand van een Amerikaans onderzoek. In dit onderzoek werd aan kleuterleerkrachten gevraagd om de eerste signalen van probleemgedrag te herkennen.

 

 

 

Filmfragment

Ze kregen filmfragmenten te zien van vier kinderen in een spelsituatie: een blank meisje, een blank jongetje, een zwart meisje en een zwart jongetje. Er werd gezegd dat sommige fragmenten eerste tekenen van probleemgedrag lieten zien, maar andere fragmenten niet. Maar in werkelijkheid was er geen probleemgedrag. Achteraf moesten de leerkrachten aangeven welk kind naar hun mening de meeste aandacht vroeg. Tijdens het kijken van de fragmenten werd met een eye-tracker vastgelegd waar de leerkracht naar keek en hoe lang. De uitslag legde een vooroordeel bloot. De leerkrachten bleken namelijk het meest naar de zwarte kinderen en vooral naar het zwarte jongetje. En ze gaven ook aan dat deze kinderen de meeste aandacht vroegen.

 

 

 

Zelfbeeld

Dat deze voordelen grote gevolgen kunnen hebben voor het zelfbeeld van kinderen, laat Slot zien met de Poppen-test. Dit Amerikaanse onderzoek, dat al is gedaan in de jaren veertig van de vorige eeuw, liet zien hoe kinderen al op jonge leeftijd een beeld van wie er ‘succesvol en geliefd’ is in de samenleving en hoe zeer dit kinderen ‘raakt’.

 

 

 

Erbij horen

‘Hoe kunnen we alle kinderen het gevoel geven dat ze de moeite waard zijn en erbij horen?’ vraagt Slot zich vervolgens af. Ze raadt aan om aandacht te besteden aan verschillen, mits het niet alleen gaat over verschillen in uiterlijk of etnische achtergrond, maar ook over verschillen in interesses.  Tegelijkertijd is het belangrijk om de overeenkomsten te benadrukken.

 

 

 

Diversiteit

Kijk verder of er voldoende diversiteit te zien is in spelmaterialen en boeken. Veel van deze materialen hebben een eenzijdige westerse uitstraling. Denk aan boeken met alleen blanke kinderen met westerse namen. Dat kan het voor jonge kinderen van verschillende achtergronden moeilijker maken om zich hiermee te identificeren. Let tegelijkertijd op dat het niet stereotyperend is. Denk aan een plaatje van een blanke dokter en een zwarte vuilnisman.

 

 

 

Bron: EarlyYearsBlog

Tips: Hoe ga je om met schermtijd?

donderdag, november 1st, 2018

Steeds vaker en steeds langer zitten kinderen achter een beeldscherm, zoals een telefoon en tablet. Uit onderzoek door cyberbeveiliger Norton, onder 7.000 mensen in tien verschillende landen, blijkt dat kinderen gemiddeld ruim twee en een half uur per dag doorbrengen achter een scherm, terwijl ze net geen twee uur per dag buitenspelen.

 

 

 

Buitenspelen

Terwijl dat buitenspelen juist zo belangrijk is, benadrukt pedagoog Krista Okma. ‘Het klopt dat de schermtijd steeds verder toe neemt en je kunt je tijd maar een keer besteden, dit gaat dus automatisch af van andere activiteiten. Vooral jonge kinderen leren nog maar weinig van een scherm en vooral van dingen in de buitenwereld: hoe dingen ruiken, voelen, bewegen. Bovendien is het ook belangrijk dat ze genoeg slapen om alle indrukken van een dag te verwerken. Het is dus belangrijk dat de tijd op een scherm goed in balans is met de tijd dat kinderen in de ‘echte wereld’ spelen en ontdekken.’

 

 

 

Vaardigheden

Juist in de ‘echte wereld’ leren kinderen essentiële vaardigheden. ‘Hoe je dingen kunt delen, samen kunt spelen, ruzie maakt, het ook weer oplost, hoe het eruit ziet als iemand boos kijkt of verdrietig, dat je elkaar dan kunt troosten. Allemaal heel belangrijke vaardigheden waar kinderen nu en straks niet zonder kunnen. Van het maken van een echte puzzel of spelen met een blokkendoos ontwikkelen kinderen hun motoriek, en dat is anders dan het klikken op een schermpje. Van klimmen in het rek leer je hoe je lijf werkt en wat je ermee kunt (grove motoriek). Et cetera.’

 

 

 

Leren

Er wordt nog vaak gedacht dat kinderen leren van een scherm. Onterecht, vindt Okma. ‘Het spelen op een scherm is leuk en zorgt voor vermaak, maar jonge kinderen leren hier niet of nauwelijks iets van. Het leren gebeurt daarbuiten. Uit onderzoek blijkt dat ouders soms overschatten wat jonge kinderen leren van een scherm. Ze denken bijvoorbeeld dat jonge kinderen dingen leren van het zelfstandig naar YouTube-filmpjes kijken, terwijl dit niet zo is.’

 

 

 

Eerste telefoon

Nederlandse kinderen zijn gemiddeld tien jaar oud wanneer ze hun eerste telefoon of tablet krijgen. Maar van de vijf- tot tienjarigen heeft de helft al een eigen smartphone, blijkt uit het onderzoek. Het moeilijke is dat ouders van nu zelf vaak niet zijn opgegroeid met schermen en moeten daarom zelf de regels bepalen voor het gebruik ervan. Meer dan de helft van de ondervraagde ouders geeft toe zelf ook te veel online te zijn.

 

 

 

Mediaopvoeding

Hoe geef je als professional toch het goede voorbeeld? Mediawijzer.net ontwikkelde de MediaDiamant, een soort schijf van vijf voor mediaopvoeding. Okma ligt de vijf pijlers toe.

  1. Plezier – ‘Genieten van media is leuk. Kijk ook naar dingen die kinderen met media kunnen maken, zoals een tekenfilmpje van een poppetje dat je eerst zelf hebt getekend met een app als StopMotion. Of apps die de wereld op het scherm met die daarbuiten met elkaar verbinden: een speurtocht buiten met een app; de voortgang van je moestuintje bijhouden met een app of een eigen kookboekje maken, het kan allemaal. Onder andere op de website mediasmarties vind je tips voor allerlei leuke en creatieve apps voor kinderen.’
  2. Veilig – ‘Zorg ervoor dat kinderen veilig gebruik maken van media. Bij jonge kinderen kan filtersoftware helpen. Stel bijvoorbeeld de veilige modus van YouTube in. Of maak een mapje met daarin filmpjes en apps die je met zorg hebt uitgezocht en waarvan je weet dat ze leuk en veilig zijn voor kinderen. Als kinderen alleen toegang hebben tot dit mapje, weet je dat de media die ze zien geschikt zijn.’
  3. Samen – ‘Kijk regelmatig mee op het scherm en laat kinderen vertellen wat ze aan het doen of maken zijn. Je kunt ook vragen stellen om bijvoorbeeld het inlevingsvermogen van kinderen te trainen. Hoe kijkt Pietje hier? Blij of boos? Wat denk je dat Marietje nu gaat doen?’
  4. Inhoud – ‘Bij het kiezen van leuke apps, games en filmpjes kan het goed zijn om ervaringen van andere ouders en professionals na te lezen. Bijvoorbeeld door reviews op te zoeken of via een website als nl. Jonge kinderen leren veel van herhaling en vinden dit ook leuk: ze leren de structuur van een verhaal herkennen en ontdekken zo steeds weer nieuwe dingen. De voorspelbaarheid geeft ook een gevoel van controle: ik weet hoe het verhaaltje nu verder gaat. Dat vinden jonge kinderen fijn.’
  5. Balans – ‘Ouders en professionals zijn vaak op zoek naar richtlijnen voor het aantal minuten dat kinderen per leeftijd per dag op een scherm mogen. Alleen laat onderzoek dus zien dat de praktijk vaak heel anders is. In plaats van een kwartiertje tot half uur, besteden ook jonge kinderen al snel twee uur per dag op een scherm. Beter is het te focussen op een goede balans: dat er naast schermtijd nog genoeg tijd overblijft voor andere dingen en om indrukken te verwerken (slapen). Vaak weet je zelf eigenlijk wel wanneer de balans zoek is, als opvoeder. Kinderen zijn dan teveel gefocust op het scherm of gaan na een tijdje onderuit zakken of veel ruzie maken over wie er op het scherm mag of over wat er op het scherm gebeurt. Dan weet je dat het tijd is om iets anders te gaan doen. Voor kinderen is het wel fijn als ze even af kunnen maken waar ze mee bezig zijn en van tevoren een seintje krijgen. Dat maakt het makkelijker om te stoppen en zo is er minder strijd.’

Rechter beslist: Stint mag de weg niet op

donderdag, november 1st, 2018

Dat werd donderdagmiddag 1 november bekend tijdens de uitspraak in het kort geding dat Michelle van Zundert van kinderopvang Het Kinderstraatje in Almere aanspande tegen minister Van Nieuwenhuizen vanwege het verbod op de Stint. De uitspraak was live te volgen. De voorzieningenrechter stelt dat het besluit van Van Nieuwenhuizen is genomen met oog op de verkeersveiligheid; een belang dat alle andere belangen in deze zaak aan de kant zet.

 

 

 

Onderzoek

De rechtbank wijst erop dat de eerste bevindingen van het onderzoek, waarbij zes Stints zijn bekeken, en eerdere meldingen over incidenten eenzelfde beeld geven over problemen met de snelheid en de rem van het voertuig. Zo blijkt de handrem niet krachtig genoeg om de Stint te laten stoppen. Ingrijpen door de contactsleutel om te draaien, is ‘geen natuurlijke handeling’. Ook de bekabeling kan voor problemen zorgen en losraken.

 

 

 

Schorsing

Daarom heeft de minister tot schorsing over mogen gaan. Dit betekent dat de Stints voorlopig niet de weg op mogen, totdat het technisch onderzoek van TNO afgerond is. Brancheorganisatie Kinderopvang dringt in een brandbrief erop aan daar vaart mee te maken. Ook de rechter benadrukt dat: ‘De minister zal voortvarend te werk moeten gaan wat betreft het onderzoek, zodat alle betrokken niet onnodig lang in onzekerheid blijven.’

 

 

 

Brancheorganisatie

De Brancheorganisatie Kinderopvang reageert op de uitspraak: ‘De Brancheorganisatie Kinderopvang begrijpt dat de “oude Stint” voorlopig geschorst blijft, doch heeft grote moeite met het lange wachten op de onderzoeksuitkomsten van het ministerie. Dit duurt te lang en staat een verbeterplan in de weg. In een brandbrief hebben we gepleit voor versnelling van het TNO-onderzoek en het meenemen van het verbeterplan van technisch experts van o.a. de TU Eindhoven. Vanavond tijdens het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer – van 18:00 tot 22:00 uur – zullen de praktische, logistieke en financiële problemen als gevolg van de lange onderzoeksperiode zeker aan bod komen. De brede oproep vanuit de branche is om in het belang van veiliger vervoer van kinderen zo spoedig mogelijk – samen met experts en TNO – te komen tot een verbeterde versie van de Stint, zodat het schorsingsbesluit op verantwoorde wijze is op te heffen.’

‘Twee kindjes pakken alles af van de anderen. Wat kan ik doen?’

donderdag, november 1st, 2018

Vraag van gastouder Lian

‘Ik ben gastouder en heb twee jongetjes van 2,5 die alles afpakken van de andere kinderen. Ik leer ze te vragen: “Als jij klaar bent mag ik het dan?” Of ik leid ze af met ander speelgoed of door iets met hun apart te doen. Want andere kinderen worden er bang van en vertellen thuis dat ze deze twee kinderen niet lief vinden. Ik weet niet wat ik nog meer kan doen.’

 

 

 

Antwoord Annemiek Waage

‘Ik snap dat je het even niet meer weet. Je hebt al een aantal goede strategieën toegepast. Gelukkig is er nog wel wat te bedenken en uit te proberen. Het lastige is dat een kind van 2,5 jaar nog niet het verstandelijke vermogen heeft om echt te snappen wat jij bedoelt. Kinderen leven letterlijk in het nu, dus nu is nu. En samenspel is op deze leeftijd ook nog niet aan de orde.

 

 

 

Het zou al kunnen schelen als je meer van hetzelfde materiaal hebt, in plaats van één stuk van alles. Kinderen kunnen dan naast elkaar spelen. Een andere optie is gewenst gedrag belonen: dus prijzen als ze niets afpakken, netjes ergens om vragen of erop wachten. Dit voelt soms wat tegenstrijdig, iets belonen wat wij normaal vinden. Maar het werkt beter op het brein van het jonge kind dan straffen of ongewenst gedrag belonen door het negatieve aandacht te geven.

 

 

 

EEN GEWETENSVRAAG: HEB JIJ HET IDEE DAT ER VOOR DEZE JONGENS GENOEG UITDAGING IS?

 

 

Benoem wat je wél van de jongens wilt en niet wat je niet wilt. Zeg dus niet: “Jullie mogen niets afpakken”. Dat brengt juist de focus op het afpakken. Benoem wat je wel van ze verwacht: “Ik wil dat je het vraagt als je ergens mee wilt spelen.”

 

 

 

Wat ook kan helpen, is werken met meerdere speelhoekjes. Dat geeft een hogere spelbetrokkenheid, draagt bij aan het gevoel van veiligheid en geborgenheid én het maakt de omgeving meer voorspelbaar en gestructureerd. En: ga veel naar buiten, er op uit!

 

 

 

En dan nog een gewetensvraag: heb jij het idee dat er voor deze jongens genoeg uitdaging is? Is er werkelijk materiaal dat bij ze aansluit? En als dat er is, heb je er dan genoeg van? Want samen spelen, samen delen is voor deze leeftijd echt nog een brug te ver!’

Beter/Leven: Hoe (on)gezond is het voor kinderen om lekker op trampolines te springen?

maandag, oktober 29th, 2018

Kinderen stuiteren wat af op trampolines tegenwoordig, zowel thuis als in trampolineparken. In 2011 werd de eerste Nederlandse springhal geopend in Amsterdam, in 2016 waren er volgens een brancheonderzoek al 32. Kinderen kunnen trampolinespringen urenlang volhouden, maar er zijn mensen die er snel misselijk van worden of hoofdpijn krijgen. Is dat iets om ons zorgen over te maken? Wat doet al dat heen en weer schudden tijdens springen met de hersenen?

 

 

 

 

Het verbaast de Amerikaanse neuroradioloog Michael Lipton (Albert Einstein College of Medicine) niet dat sommigen hoofdpijn krijgen van trampolinespringen, al is het de vraag of het kwaad kan. Hij onderzoekt breinschade door herhaaldelijke sportbewegingen, zoals koppen bij voetbal. In Amerika is koppen voor kinderen tot 11 jaar sinds 2015 verboden, vanwege het risico op hersenschuddingen. En in Engeland loopt onderzoek onder oud-profvoetballers naar een mogelijke link tussen koppen en dementie. Maar ook zonder bal kan het brein een klap krijgen. ‘Hersenschade is het resultaat van beweging, een versnelling of draaiing, van het brein in de schedel. Impact is niet noodzakelijk’, mailt Lipton. ‘Herhaaldelijke krachtige versnellingen door springen of vallen kunnen verwonding veroorzaken.’ Maar hoeveel snelle bewegingen te veel zijn, en waarom dat per persoon verschilt, zijn nog onbeantwoorde vragen.

Inspanningshoofdpijn

En specifiek het hoofdschudden tijdens trampolinespringen? ‘Er is geen bewijs voor het krijgen van hersenschade door alleen het springen’, zegt kinderneuroloog Zwany Metting (UMC Groningen). Bij hoofdpijnklachten kan het soms ook gaan om inspanningshoofdpijn, zoals sommigen bij fanatiek sporten krijgen. ‘Dat heeft niets met hersenletsel te maken.’

Ook traumachirurg Michael Edwards van het RadboudUMC denkt dat het wel losloopt, zolang een kind niet valt. ‘We krijgen bij veel bewegingen klachten, zonder blijvende schade.’ In een achtbaan bijvoorbeeld. En beweeg je hoofd maar eens snel van links naar rechts, de schouders stilhoudend. Ook dan botsen de hersenen een beetje in de schedel. Daarnaast hebben je evenwichtsorgaan en ogen tijd nodig om te heroriënteren. ‘Doe je dat langere tijd, dan wordt je duizelig.’ Iets soortgelijks gebeurt misschien tijdens trampolinespringen. Dan is het een kwestie van stoppen en uitrusten.

Trampolinespringen brengt wel andere risico’s met zich mee. In 2017 was 1 op de 84 bezoeken aan de spoedeisende hulp – 8.000 in totaal – naar aanleiding van een trampoline-ongeluk, blijkt uit cijfers van VeiligheidNL. In 88 procent van de gevallen ging het om kinderen tot 15 jaar. Die cijfers waren de afgelopen tien jaar ongeveer gelijk.

Het leeuwendeel van de ongevallen betreft botbreuken en verstuikingen, concludeerden onderzoekers van de Universiteit van Adelaide onlangs. Ingraven of een vangnet helpen lang niet altijd: zo’n 30 procent van de thuisongelukjes kwam door een ongelukkige landing óp de trampoline. In trampolineparken was dat zelfs meer dan de helft.

Geen gekke stunts

Ook Edwards ziet redelijk wat botbreuken door valpartijen op trampolines en springkussens, vooral aan ellebogen en onderbenen. Dat kunnen lelijke breuken zijn, met blijvende schade. ‘Op een trampoline zijn het breekmoment en de kracht van de val anders dan op de grond. Als je van een skateboard valt, vang je jezelf meestal op. Dan breek je misschien een arm, maar je hebt de valbeweging wel gestopt. Op trampolines wordt je weggeslingerd.’

De trampoline bij het grof vuil zetten vanwege valgevaar is misschien wat drastisch. Maar laat kinderen geen al te gekke stunts uithalen, adviseert VeiligheidNL. Zéker niet als ze met meerderen tegelijk springen. En leer oudere kinderen dat ze rustig moeten springen als er kleintjes bij zijn. Voor je het weet hebben ze hun jongere broertje of zusje gelanceerd.

Bron : Volkskrant

Kunstbaarmoeder moet overlevingskansen extreem prematuur geboren baby’s vergroten

maandag, oktober 29th, 2018

Het ziet er nu nog uit als een tros hangende bollen, met slangen en infuusdraden verbonden aan meetapparatuur, maar die installatie zou weleens kunnen uitgroeien tot de kraamkamer van de toekomst. Artsen uit het Máxima Medisch Centrum presenteren tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven, die zaterdag aanvangt, een eerste symbolisch ontwerp voor een kunstmatige baarmoeder. Hun doel is om met zo’n baarmoeder buiten het lichaam in de toekomst de overlevingskansen van veel te vroeg geboren kinderen te vergroten.

 

 

 

In Nederland komen jaarlijks bijna 1.700 kinderen extreem te vroeg ter wereld, na minder dan 32 weken zwangerschap. Lang niet altijd biedt de couveuse dan uitkomst. Van de baby’s die al na 24 weken zwangerschap worden geboren, overlijdt meer dan de helft. De kinderen die overleven, hebben vaak schade aan longen en hersenen, die bij de geboorte nog lang niet rijp zijn en de vele noodzakelijke medische behandelingen slecht verdragen. Vooral de druk waarmee zuurstof naar binnen wordt gepompt, kan schade opleveren.

‘Met elke week dat een kind in een baarmoeder kan doorgroeien, stijgen de kansen’, zegt gynaecoloog Guid Oei, een van de initiatiefnemers. In een kunstmatige baarmoeder ligt een foetus in een steriel reservoir gevuld met een vloeistof die lijkt op vruchtwater. De navelstreng is gekoppeld aan een machine die fungeert als een placenta, dus zuurstof en voedingsstoffen aanvoert en koolzuur afvoert.

Lammetjes

De afgelopen vijftig jaar hebben artsen over de hele wereld geprobeerd om een werkende kunstbaarmoeder te ontwerpen, zonder succes. Vorig jaar slaagden Amerikaanse kinderartsen er voor het eerst in om acht te vroeg geboren lammetjes twee tot vier weken in een kunstbaarmoeder in leven te houden.

De dieren ontwikkelden zich goed. In alle eerdere experimenten was de externe krachtbron, die het bloed van de foetus moest laten circuleren, te krachtig, waardoor schade ontstond. Maar het lukte de Amerikanen om het systeem zo te bouwen dat het hart van de foetus op eigen kracht de bloedsomloop op gang kon houden. Dat succes maakte de kunstbaarmoeder opeens ook voor de mens haalbaar, zegt gynaecoloog Oei.

Het Máxima Medisch Centrum wil voortborduren op die Amerikaanse ervaringen en gaat de komende jaren de technische mogelijkheden verkennen. Het ziekenhuis begint samen met de Technische Universiteit Eindhoven en een aantal Europese ziekenhuizen met wetenschappelijk onderzoek dat moet uitmonden in een eerste werkend prototype. Dat kan binnen vijf jaar gereed zijn, denkt Oei. Hij sluit niet uit dat hij de samenwerking zal zoeken met de Amerikaanse kinderartsen.

Cruciale overbrugging

Anton van Kaam, hoogleraar neonatologie in het Amsterdam UMC, noemt de kunstbaarmoeder ‘een heel aantrekkelijk idee’. Voor kinderen die extreem te vroeg worden geboren, kan zo’n baarmoeder een cruciale overbrugging betekenen in de meest kritische periode van hun leven, zegt hij. ‘Ik verwacht dat de risico’s op langdurige schade daarmee behoorlijk zullen afnemen.’ Maar de vertaling van lam naar mens is niet zomaar geregeld, vreest hij.

Een te vroeg geboren lam weegt een paar kilo en heeft een veel sterker hart dan een kindje van 700 gram, benadrukt hij. Kan zo’n klein hartje de hele bloedsomloop op gang houden? En hoe breng je de baby vanuit de moederschoot over naar het apparaat? ‘Om de longen van de foetus verder te laten rijpen, moeten ze met vocht gevuld zijn, maar een kind begint na de geboorte te huilen en zuigt zuurstof naar binnen. Dat moment moet je voor zijn.’

Gynaecoloog Oei kan zich voorstellen dat daarvoor een slurf wordt ontwikkeld of dat de bevalling onder water plaatsvindt en het kind meteen naar de kunstbaarmoeder wordt overgebracht. Andere optie, zegt Van Kaam: een baby na een keizersnede aan navelstreng en placenta laten zitten, het onmiddellijk in slaap brengen en in de kunstbaarmoeder leggen.

Ethische kwesties

De installatie op de Dutch Design Week is een verbeelding van hoe de baarmoeder eruit zou kunnen zien, zegt Hendrik-Jan Grievink van designbureau Next Nature Network, dat het project vormgaf. Doel is om het publiek ‘te prikkelen’, zegt ook Oei: ‘We willen kijken hoe de reacties zijn, of het idee wordt geaccepteerd. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat het voor ouders afschrikwekkend is om hun pasgeboren kind in een reservoir met vloeistof te zien drijven, zonder dat ze het kunnen aanraken. Mogelijk raakt de binding tussen ouder en kind erdoor verstoord. Over dat soort zaken moeten we nadenken.’

Ethische kwesties zijn er ook. Hoewel de betrokken artsen daar niet naar streven, kan met de kunstbaarmoeder de grens van levensvatbaarheid worden opgerekt. Nu worden kinderen vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken behandeld, maar straks kunnen mogelijk nóg kleinere kinderen in leven worden gehouden, terwijl onduidelijk is welke gevolgen dat voor hun gezondheid zal hebben.

‘Dat zal een discussie oproepen’, denkt ook hoogleraar Van Kaam, ‘maar de afgelopen decennia is niet anders gebeurd. Toen ik begon als arts, lag de behandelgrens op 28 weken. De technologie is zo verbeterd dat we nu gezakt zijn naar 24 weken. Als de kunstbaarmoeder goed genoeg is, kan die grens mogelijk naar beneden. Maar dan moet de techniek wel heel geavanceerd zijn, want een nog kleiner kind heeft een nog kleiner hartje, en dat moet wel in staat zijn om het bloed zelf rond te pompen.’

‘Die kunstbaarmoeder komt er’

Welk kind gaat over een paar jaar als eerste de kunstbaarmoeder in? Dat is een vraag die Van Kaam veel ingewikkelder vindt. ‘Nieuwe technieken gebruiken we vaak als er voor een patiënt geen alternatief is, behalve de dood. Maar voor te vroeg geboren kinderen is er een alternatief, ze kunnen buiten de baarmoeder in een couveuse worden behandeld, met een redelijke overleving. Zolang we niet weten welke complicaties de kunstbaarmoeder oplevert, is het dan ethisch wel mogelijk om kinderen daaraan bloot te stellen?’

Grievink voorspelt dat de kunstmatige baarmoeder er zal komen. ‘De ivf-behandeling begon tientallen jaren geleden ook als experiment. Er waren felle reacties, er werd smalend gesproken over reageerbuisbaby’s. Inmiddels is de behandeling volkomen geaccepteerd.’

Van Kaam: ‘Misschien zeggen we over dertig jaar wel: wat een gedoe, zo’n zwangerschap, en komen kinderen op de wereld met behulp van ivf en een kunstbaarmoeder.’

Bron : Volkskrant

HET CORTISOLNIVEAU IN DE HERSENEN

maandag, oktober 29th, 2018

Waarbij een lage kwaliteit van de opvang leidt tot een verhoogd cortisolniveau wat vervolgens weer negatief is voor de ontwikkeling van de hersenen. Cortisol is een stresshormoon dat bij hoog of heel laag niveau invloed heeft op de ontwikkeling van de hersenen van baby’s.

 

Baby’s en dreumessen hebben heel andere behoeften dan peuters en kleuters. Deze allerkleinsten hebben veel persoonlijke aandacht nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Dat maakt de opvang van deze doelgroep tot een speciale uitdaging.

 

 

 

STRESS

Feiten uit onderzoek die van invloed zijn op de stress:

→ Baby’s die verzorgd worden door professionals die sensitief responsief hoog scoren zijn minder gevoelig voor het aanmaken van cortisol in situaties die stressvol zijn.

→ Veilig gehechte baby’s zijn minder gevoelig voor het aanmaken van cortisol in situaties die stressvol zijn.

→ Vermindering van het stressniveau van de baby heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen.

→ Opgroeien in een prikkelarme omgeving in de eerste kritische ontwikkelperiode van het jonge kind zorgt voor een achterstand in de breinontwikkeling die doorwerkt voor toekomstige ontwikkelkansen van een kind.

 

 

 

ERVARINGEN

Om de kwaliteit van de opvang rond de baby optimaal te maken kijken we naar welke ervaringen direct invloed hebben op de ontwikkeling:

→ Interacties met volwassenen.

→ De binnen-en buitenruimte van de opvang.

→ De dagindeling.

→ De beschikbare materialen en activiteiten die de interacties ondersteunen. De kwaliteit rond de dagelijkse ervaringen wordt ook wel de ‘proceskwaliteit’ genoemd.

 

 

 

ONTWIKKELKANSEN

Omdat de invloed van de ervaringen van 0-jarigen dusdanig groot is voor toekomstige ontwikkelkansen is binnen de nieuwe Wet IKK besloten dat pedagogisch

medewerkers tot het jaar 2023 de tijd gekregen om hun kennis en hun vaardigheden voor het werken met 0-jarigen op een goed niveau te krijgen. Er worden veel baby’s

opgevangen in de gastouderopvang. Om die reden is het belangrijk dat gastouders zich ook ontplooien tot professionele babyopvang. •

Eerste aankondigingen verhoging legesheffing 2019 binnen.

maandag, oktober 15th, 2018

De bedragen die door gemeenten worden gevraagd lopen vaak nog steeds op en lopen ook nog steeds sterk uiteen. KNGO is van mening dat de de hoge legekosten startende gastouders weerhouden om als gastouders aan de slag te gaan. Er is veel vraag van ouders naar een plek bij een gastouder, maar er is een duidelijk tekort in bepaalde regio’s.

Gemeentefonds
Als gastouder krijg je met leges te maken als je je in wil laten schrijven in het Landelijk register Kinderopvang (LRK). Ook voor een wijziging, bijvoorbeeld na een verhuizing of het aantal kindplaatsen moet je soms hoge kosten betalen. Gemeenten krijgen vanuit het Gemeentefonds geld voor toezicht en handhaving op de kwaliteit van kinderopvang. Het bijhouden van het Landelijk register maakt hier ook deel van uit. Toch zeggen sommige gemeenten het daarmee niet te redden. Het is frappant dat het verschil tussen gemeenten zo groot kan zijn. Er zijn ook veel gemeenten die helemaal géén leges heffen. Gemeenten krijgen dus jaarlijks een bijdrage van de overheid (het Gemeentefonds) voor de kosten die zij maken voor handhaving en toezicht kinderopvang. Deze bijdrage zou in principe al kostendekkend moeten zijn. Echter is deze bijdrage niet geoormerkt, wat betekent dat gemeenten geld dat eigenlijk bedoeld is voor de kinderopvang, ook aan andere zaken mogen uitgeven.

Bezwaar maken
KennisNetwerk GastouderOpvang is van mening dat deze leges tot het minimum beperkt zouden moeten zijn. Maar ook dat gemeenten moeten kunnen aantonen dat de hoogte van het bedrag dat zij heffen gerechtvaardigd is. Toch blijft het probleem van grote verschillen hiertussen bestaan.

Gastouders en gastouderbureaus kunnen ook zelfstandig bezwaar maken tegen deze hoge heffingen. In de het ledengedeelte van KNGO vind je in het dossier Branche een voorbeeldbrief waarmee je bezwaar kunt maken tegen de hoge heffingen in jouw gemeente. Door samen een vuist te maken kunnen we gemeentes bewust maken van de consequenties van het heffen van hoge leges, en wellicht zelfs overtuigen om deze zelfs af te schaffen! Log in om de bewaarbrief te bekijken en aan te passen.

Bron : kngo

‘NIEUWE STINT GASTOUDEROPVANG VOOR INTREKKEN KORT GEDING’

maandag, oktober 15th, 2018

In ruil zou de eigenaresse van opvang het Kinderstraatje een kort geding tegen minister Cora van Nieuwenhuizen moeten intrekken. “Moreel verwerpelijk” en “het lijkt op omkoping”, zegt juridisch adviseur Werner van Bentem van de gastouderopvang na een bericht in De Telegraaf. Het Kinderstraatje heeft het aanbod van Renzen afgewezen. Renzen was niet bereikbaar voor commentaar.

Volgens Van Bentem probeert Renzen in overleg met het ministerie een compromis te vinden en wilde hij daarom een kort geding voorkomen. ‘Renzen heeft het plan uitgelegd. Hij zou tegenover het ministerie een mea culpa doen, er zou een noodknop op de stints komen en dan zouden ze weer de weg op mogen. Iedereen tevreden.” Maar voor opvangorganisaties en pakketbezorgers die de stint gebruiken, wordt er volgens Van Bentem niets gedaan.

Bron: ANP en NOG

Kindermishandeling werkt door in DNA van vaders

maandag, oktober 15th, 2018

Dat blijkt uit onderzoek door een team wetenschappers van de Universiteit van British Colombia en Harvard Universiteit naar het DNA van 34 volwassen mannen. Het onderzoek is gepubliceerd in het tijdschrift Translational Psychiatry. Een deel van hen is als kind mishandeld.

DNA
Op twaalf verschillende plekken op het DNA bevonden zich meer methylgroepen bij de vroeger mishandelde deelnemers dan bij de vrijwilligers zonder trauma. Methylgroepen zijn moleculen die ervoor zorgen dat onderliggende genen niet meer, of in mindere mate, tot expressie kunnen komen. De methylering van het DNA valt onder de term epigenetica: het vakgebied dat de invloed van de omgeving op de expressie van genen bestudeert. We weten al langer dat dit soms gebeurt.

Sperma
Bekend is dat kinderen van ouders die zelf in hun jeugd zijn mishandeld zijn een grotere kans hebben op afwijkingen in neurologische ontwikkeling of fysieke gezondheid. En bepaalde stressoren bij dieren kunnen voor veranderingen in DNA-methylering en genexpressie bij de nakomelingen zorgen. Reden om in deze studie specifiek naar het sperma van de mannen te kijken.

Hoewel het DNA van de vroeger mishandelende mannen op een aantal plaatsen meer methylgroepen had dan dat van de proefpersonen met een jeugd zonder mishandeling, is het onduidelijk of het de gezondheid van de mannen aantast. De methylgroepen betekenen niet dat de mannen levenslang last hebben van wat ze in hun kinderjaren meemaakten, waarschuwen de onderzoekers. Bovendien is het nog altijd onduidelijk of de methylering de bevruchting wel overleeft en dus een effect heeft op hun kinderen. Genoeg reden voor vervolgonderzoek.

Exposure to childhood abuse is associated with human sperm DNA methylation >

Bron: vroeg.nl en eoswetenschap.eu

Meer kinderen naar de opvang

woensdag, oktober 10th, 2018

In het tweede kwartaal van dit jaar waren er 796.000 kinderen wiens ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dat zijn 17.000 kinderen meer dan het eerste kwartaal van dit jaar. 330.000 kinderen zitten op de dagopvang, 371.000 kinderen gaan naar de buitenschoolse opvang en 118.000 kinderen zijn regelmatig opgevangen bij gastouders.

De groei in het gebruik van de kinderopvang valt samen met de toename in de arbeidsparticipatie van vrouwen. Waar in het tweede kwartaal van 2017 nog 61,7% van de vrouwen tussen de 15 en 74 werkten, zijn dat een jaar later 63%. Het gemiddeld aantal gewerkte uren van vrouwen is in het tweede kwartaal van 2018 ten opzichte van het eerste kwartaal ongewijzigd en bij moeders licht afgenomen met 0.2 uur.

Bij de dagopvang en gastouderopvang liggen de tarieven onder de maximum uurprijs. Dat is het maximumtarief waarover de overheid een inkomensafhankelijke vergoeding betaalt. Het gemiddelde uurtarief van de buitenschoolse opvang (€ 7,12) komt met € 0,17 (2,4%) boven de maximum uurprijs uit.

bron : rijksoverheid

Kinderen ontwikkelen zich beter bij weinig schermtijd

maandag, oktober 1st, 2018

Tech-ceo’s leggen de schermtijd van hun kinderen vaak aan banden. Zo zaten de kinderen van wijlen Steve Jobs eigenlijk nooit op hun iPad of computer, zo constateerde Jobs-biograaf Walter Isaacson. De Apple-oprichter had dan ook strenge regels opgesteld voor gadget-gebruik.

 

 

Dergelijke beperkingen zijn helemaal geen gek idee, zo valt te concluderen uit onderzoek dat deze week werd gepubliceerd in Lancet Child & Adolescent Health. Daaruit blijkt dat kinderen die voldoende slapen en niet te veel gebruikmaken van schermen, zich beter ontwikkelen dan kinderen voor wie dat niet geldt.

 

 

Richtlijnen

Voor het onderzoek werd gebruikgemaakt van de gegevens van 4524 Amerikaanse kinderen tussen de acht en elf jaar oud. De onderzoekers vergeleken hun activiteiten met de richtlijnen voor een gezonde ontwikkeling.

 

 

Volgens deze richtlijnen mogen kinderen in deze leeftijdscategorie niet meer dan twee uur per dag achter een scherm zitten, moeten ze ten minste een uur per dag fysiek bezig zijn en moeten ze tussen de negen en elf uur per nacht slapen.

 

 

Slechts 5 procent van de onderzochte kinderen voldoen aan deze drie richtlijnen, schrijft de Washington Post. Minder schermtijd is volgens de onderzoekers duidelijk positief gecorreleerd met betere geestelijke prestaties.

 

 

iOS-kinderslot

Het afgelopen jaar is er in de tech-wereld meer aandacht voor de nadelige gevolgen van overmatig gebruik van technologie. Zo voegde Apple in iOS 12 nieuwe opties toe waarmee ouders en verzorgers controle kunnen houden over het app-gebruik van hun kroost.

 

 

Ironisch genoeg bevorderen die beperkende maatregelen wel de creativiteit bij kinderen. Uit berichten van ouders deze week op Reddit blijkt dat kinderen druk op zoek gaan naar trucs om het iOS-kinderslot te omzeilen.

Mondeling taalvaardige kleuter ligt beter in de groep

maandag, oktober 1st, 2018

Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Femke van der Wilt aan de VU. Hoewel haar onderzoek geen uitspraken kan doen over de relatie tussen oorzaak en gevolg, laten de resultaten wel zien dat mondelinge vaardigheden een rol spelen in de mate waarin kinderen worden afgewezen door hun klasgenoten.

 

 

Sociale, cognitieve en emotionele factoren

Als vierjarigen voor het eerst de drempel van de school over stappen, gaat er een wereld voor hen open. Vanaf dat moment zullen ze meer en meer tijd doorbrengen met hun klasgenoten. Het aangaan van betekenisvolle interacties met klasgenoten is belangrijk voor de verdere sociaal-cognitieve ontwikkeling van kleuters. Kinderen die worden afgewezen door hun klasgenoten worden echter meestal uitgesloten van dergelijke interacties. Dat kan dramatische gevolgen hebben. Uit het onderzoek blijkt dat er niet één factor bepalend is voor de mate waarin kinderen worden afgewezen door klasgenoten, maar dat hierbij een netwerk van sociale, cognitieve en emotionele factoren betrokken is.

 

 

Betrek de hele klas bij taalvaardigheid

Leerkrachten willen sociale afwijzing in hun klas voorkomen en als dat niet lukt de mate waarin het voorkomt verminderen. Interventies die alleen gericht zijn op kinderen die worden afgewezen door hun klasgenoten moeten zich niet alleen richten op individuele kinderen, maar op hert betrekken van de hele groep. Het bevorderen van communicatieve taalvaardigheid door groepsactiviteiten zou daarom geschikt kunnen zijn in het voorkomen en terugdringen van sociale afwijzing in de kleuterklas. Van der Wilt adviseert leerkrachten dan ook om meer aandacht te besteden aan het bevorderen van de communicatieve taalvaardigheid van hun leerlingen.

 

 

Bron: VU.nl

‘Laat baby eerste half jaar op kamer van de ouders slapen’

maandag, oktober 1st, 2018

Komt er nu dan eindelijk een einde aan de discussie of het gezond is om je baby bij jou op de slaapkamer te laten slapen? Voor Roseriet Beijers, ontwikkelingspsycholoog aan de Radboud Universiteit, vormde precies deze discussie de aanleiding voor haar onderzoek naar de slaapplaats van baby’s tijdens de eerste zes maanden van hun leven.

 

Behulpzamere kinderen

Beijers: “Wij hebben bijna 200 baby’s en hun ouders langdurig onderzocht en gevolgd tot de kinderen 6 tot 8 jaar oud waren. De resultaten tonen aan dat ‘room-sharing’ niet leidt tot slaap- of gedragsproblemen als de kinderen zes tot acht jaar oud zijn. Wij zagen zelfs positieve effecten als betere slaapkwaliteit en meer ‘pro-sociaal gedrag’. Zo waren kinderen bijvoorbeeld behulpzamer: laat iemand wat vallen, dan rapen zij het op.”

 

Hoewel Beijers van mening is dat er eerst nog meer onderzoek moet worden gedaan naar dit zogenoemde ‘room-sharing’ voor zij ‘nog stevigere uitspraken kan doen’, zou deze uitkomst ouders wel enigszins meer duidelijkheid kunnen geven. “Nu kiezen nog veel ouders er voor om de baby op een eigen kamer te laten slapen. Ze zijn bang dat de de baby dan afhankelijker wordt en dat zou later kunnen leiden tot ontwikkelingsproblemen.”

 

Heftige discussies

Uit cijfers van VeiligheidNL blijkt inderdaad dat bijna de helft van de ouders, 46 procent, hun kindje op een eigen slaapkamer laat slapen. Hilde Tholen, hoofdredacteur van Ouders van Nu, erkent de onduidelijkheid over het onderwerp. “Wij krijgen er altijd veel vragen over. Het zorgt voor veel heftige discussies. Dus het is fijn als er een duidelijke richtlijn voor komt.”

 

Het advies dat Ouders van Nu nu geeft is: doe waar je je goed bij voelt. Het ligt aan jou als persoon en aan je kindje. “Je baby op jouw slaapkamer laten slapen kan wel als heftig worden ervaren. Sommige moeders worden van elk zuchtje wakker bijvoorbeeld. Bovendien is het voor je relatie niet heel goed”, zegt Tholen.

BRON : EditieNL

10 miljoen extra voor toezicht kinderopvang

dinsdag, september 25th, 2018

Het tekort voor gemeenten in 2019 is geraamd op 11,6 miljoen euro. Daarvan is nu 10 miljoen euro structureel toegekend door het ministerie van Sociale Zaken. Die berekening is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

 

*Een uurtarief voor toezicht van € 101,22. (Het originele tarief van € 89,88 waar gemeenten in het verleden mee rekenden en al hanteerden vanaf 2012 is met 6 jaar geïndexeerd.)

*Een urenverdeling over de risicoprofielen conform advies van GGD GHOR Nederland van 2015.

*De verdeling van de risicoprofielen over de locaties zoals die in 2018 is.

*De verdeling budget tussen toezicht en handhaving van 65-35.

 

Advies

 

 

De VNG vermeldt daarbij dat de berekeningen lokaal kunnen afwijken en dus leiden tot meer of minder extra gelden. Zo kan er bijvoorbeeld een lager uurtarief voor toezicht gelden. De VNG geeft het advies aan gemeenten die straks extra geld te besteden hebben om bijvoorbeeld meer gastouderinspecties uit te voeren of een aantal incidentele thema-inspecties te laten uitvoeren.

 

 

Met de extra 10 miljoen euro is er nu in totaal 43.399.000 euro beschikbaar voor toezicht en handhaving in de kinderopvang.

 

 

Bron: vng.nl

Brandwond? ‘Verwijder direct kleding én luier!’

dinsdag, september 25th, 2018

‘Waar het vaak fout gaat is dat ouders of verzorgers na een brandwondenongeval met bijvoorbeeld hete thee wél direct koelen, maar de kleding en luier niét verwijderen. Doordat de hete vloeistof in contact blijft met de huid zorgt dit voor ernstigere brandwonden’, vertelt brandwondenarts dr. Sonja Scholten van Brandwondencentrum Groningen.

 

 

Hoofdregel

Dat was voor Brandwondenzorg Nederland reden om de vastgestelde Eerste Hulp-regels aan te passen en te verduidelijken, met als hoofdregel: Doe direct na een brandwondenongeval de kleding uit en doe bij kinderen ook direct de luier uit. Zo haal je de inwerking van hitte die de brandwonden veroorzaakt weg én kan je goed zien waar je moet koelen.

 

 

De vernieuwde Eerste Hulp-regels, te gebruiken bij brandwonden:

 

*Koel de brandwond 10 minuten met lauw zacht stromend leidingwater en verwijder zo snel mogelijk kleding, sieraden en de luier

*Voorkom dat het lichaam teveel afkoelt. Koel alleen de wond!

*Bedek na het koelen de wond met plastic huishoudfolie, steriel verbrand of een schone doek.

*Smeer niets op de brandwond.

*Houd het slachtoffer warm met een deken

*Waarschuw een arts bij blaren, een open wond en bij elektrisch/chemisch letsel

*Vervoer het brandwondenslachtoffer, indien mogelijk, zittend.

 

 

 

Huishoudfolie

Scholten: ‘Op het terrein van wondbedekking adviseren we de brandwond af te dekken met plastic huishoudfolie, steriel verband of een schone doek. De reden om juist plastic huishoudfolie te benoemen is dat het makkelijk beschikbaar is, niet aan de wond plakt en het de pijn enigszins verlicht. Ook is het belangrijk om het slachtoffer warm te houden met een deken, want onderkoeling heeft een negatieve invloed op de wondgenezing.’

 

 

Bekijk dit filmpje over wat te doen bij brandwonden >>

 

 

Vuurverbranding

Ook bij vuurverbranding wordt geadviseerd kleding te verwijderen. ‘Alleen indien de kleding écht vast gesmolten is (wat in de Nederlandse brandwondencentra vrijwel nooit gezien wordt) en niet makkelijk los te krijgen is, moet je het laten zitten en de kleding er omheen wegknippen. Maar heel belangrijk: bij twijfel altijd de kleding verwijderen. De brandwondencentra zien vele malen meer onterecht niet verwijderde kleding, dan onterecht wél verwijderde kleding. Daarom is door de brandwondenprofessionals gekozen voor de meest voorkomende éénduidige regel van kleding en luier verwijderen’, meldt Brandwondenzorg in een factsheet.

 

 

 

Bron: Brandwondenzorg.nl

Kinderdagverblijven honderden euro’s duurder dan Gastouderopvang

dinsdag, september 25th, 2018

Om de kwaliteit in de kinderopvang te verhogen, komen vanaf 1 januari strengere eisen voor baby’s. Pedagogisch medewerkers mogen niet langer voor vier 0-jarigen tegelijkertijd zorgen, maar voor maximaal drie. ,,Het klinkt onschuldig en sympathiek, maar we moeten aan een kaartenhuis van rekenformules voldoen qua ruimte voor de kinderen en aantal kinderen per pedagogisch medewerker. Trek er één kaart uit en het huis zakt in elkaar’’, verklaart Erik Vlutters, directeur van De Kleine Wereld.

 

 

Uit een rapport van kinderopvangonderzoeker Ed Buitenhek blijkt dat de kosten voor dagverblijven met ruim 7 procent stijgen. Met name de kleine locaties voelen de veranderingen in de portemonnee. Via een verhoging van de kinderopvangtoeslag krijgen ouders een deel van die rekening terug. Maar de brancheorganisatie verwacht dat de prijzen harder zullen stijgen dan de verhoging van de toeslagen.

 

 

Dat betekent dat ouders wel degelijk meer kwijt zijn aan kinderopvang. Als de berekeningen van de kinderdagverblijven bewaarheid worden, gaat een gezin met een laag inkomen, dat twee kinderen drie dagen naar de opvang stuurt, er minimaal 800 euro per jaar op achteruit. Voor eenzelfde gezin met een modaal inkomen stijgen de kosten met ruim 900 euro per jaar. ,,Terwijl het ministerie bij de invoering van deze maatregelen altijd heeft gezegd dat ouders niet meer gaan betalen’’, zegt voorzitter Felix Rottenberg van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

 

 

Kostenpost
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SWZ) gaat echter uit van een minder hoge kostenpost voor ouders. Uit berekeningen van het ministerie blijkt namelijk dat de kinderdagverblijven minder extra kosten maken door de veranderingen (namelijk 4,6 procent extra) en dat de verhoging van de toeslagen die extra kosten wél dekt.

 

 

Ook ouderorganisatie Boink wil nog niet zo pessimistisch zijn. ,,We denken dat het effect op de laagste inkomens het grootst is. Dat is ongunstig, want die zijn al ondervertegenwoordigd in de kinderopvang. Maar we weten pas wat ouders gaan betalen als ze in het eerste kwartaal van 2019 de rekening krijgen’’, zegt voorzitter Gjalt Jellesma. Want ondanks de financiële keerzijde vindt Boink de maatregel ‘fantastisch’. ,,Iedere moeder vindt het beter als pedagogisch medewerkers voor drie in plaats van vier baby’s hoeven te zorgen.’’

 

 

Het maakt baby’s echter wel duurder voor de kinderopvangorganisaties. Zij moeten op zoek naar meer leidsters in een tijd dat er al te weinig mensen zijn te vinden. De Kleine Wereld verwacht het uurtarief met zo’n 10 procent te moeten verhogen. ,,Het ministerie gaat er vanuit dat we de extra kosten opvangen door meer peuters aan te trekken of met de buitenschoolse opvang”, verklaart Vlutters. ,,Maar zo werkt dat niet. Het gros van de kinderen komt als baby en groeit door naar de peutergroep. Je hebt niet ineens een lading extra peuters. En niet alle kinderdagverblijven hebben een bso.’’ Het ministerie gaat er vanuit dat we de extra kosten opvangen door meer peuters aan te trekken of met de buiten­school­se opvang. Maar zo werkt dat niet

 

 

Wachtlijsten
Daarbij komt dat de meeste gebouwen niet geschikt zijn om veel extra kinderen op te vangen. Ook verwachten kinderdagverblijven langere wachtlijsten voor baby’s, omdat er minder plekken komen.

 

 

Verantwoordelijk staatssecretaris Tamara van Ark belooft een vinger aan de pols te houden en de kosten te monitoren. Want ook uit een controle van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek dat de babymaatregel zo’n 4 procent extra kost.

 

 

Volgens onderzoeker Ed Buitenhek gaat ze echter te veel uit van gemiddelden en is de praktijk weerbarstig. ,,Het CBS heeft slechts geteld hoeveel baby’s er in Nederland zijn en daar heeft Van Ark vervolgens een wiskundige formule op losgelaten. Die houdt geen rekening met groepsindelingen, de regel om vaste gezichten op een groep te hebben en het aantal leidsters dat er nu al is. Ik heb geen behoefte aan onenigheid maar als het niet klopt, klopt het niet”, verklaart hij.

GASTOUDER UITGELICHT : Gastouder Jannie uit Elst

dinsdag, september 25th, 2018

Wij hebben twee kinderen die allebei op zichzelf wonen…. Klik HIER om mijn hele profiel te bekijken

Luizenmoeders vinden ‘verbazingwekkend’ weinig hoofdluis

donderdag, september 20th, 2018

De zomervakantie is voorbij en dat betekent dat veel kinderen weer een grondige controle op hoofdluizen krijgen door luizenmoeders en –vaders. Uit gegevens van Luizenradar.nl blijkt dat er, in vergelijking met vorig jaar, ruim achthonderd minder meldingen van hoofdluisbesmetting werden gedaan.

Controles
Ouders enzo sprak met verschillende directeuren van basisscholen. Moniek van Aarssen, directeur van basisschool De Diamant in Baarlo gaf aan dat luizenmoeders verbazingwekkend weinig hoofdluis hebben gevonden op de eerste maandag na de zomervakantie, waarop altijd de hoofdluiscontroles uitgevoerd worden. Dat het aantal hoofdluizen dit jaar is afgenomen, neemt niet weg dat het kammen en het regelmatig uitvoeren van hoofdluiscontroles van groot belang blijft.

Landelijk Steunpunt
Als er dan toch hoofdluis gevonden wordt bij een kind, is dat geen reden om het kind thuis te laten blijven van de kinderopvang nadat hij of zij tegen de hoofdluis behandeld is. Dat meldt het Landelijk Steunpunt Hoofdluis op haar website. ‘Wel is het belangrijk om het te melden op het kinderopvangcentrum. Ook moeten kinderen zo veel mogelijk direct hoofd-tot-hoofd contact met vriendjes en vriendinnetjes vermijden tijdens het hebben van hoofdluis en vlak na een antihoofdluisbehandeling.’

Tips
Het steunpunt geeft ook de tip dat het voor kinderopvangcentra en scholen belangrijk is een Coördinator Hoofdluis aan te stellen, die het aanspreekpunt wordt voor de medewerkers van de kinderopvanglocatie of school en ouders en die ervoor zorgt dat het protocol nageleefd wordt.

‘Laat kinderen twee keer per dag een half uur bewegen’

donderdag, september 20th, 2018

Daarom pleiten de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ervoor om kinderen minimaal twee keer per dag een half uur te laten bewegen. Gezamenlijk overhandigen zij dit advies aan minister-president Mark Rutte.

De argumenten daarvoor beschrijven de raden in het gezamenlijk advies Plezier in bewegen, dat de drie voorzitters van de raden dinsdag 10 september aanbieden aan minister-president Mark Rutte.

Vanzelfsprekend
De raden richten zich in hun advies tot scholen, maar ook tot kinderopvangorganisaties. “Sport en beweging hoort een vanzelfsprekend en integraal onderdeel te zijn van het onderwijs dat erop gericht is leerlingen te kwalificeren (voorbereiden op werk of een vervolgopleiding), te socialiseren (leren omgaan met elkaar) en te vormen (persoonsvorming)’’, stellen de raden in hun advies. Daarbij is een of twee uur bewegingsonderwijs per week niet voldoende.

Drie adviezen
Daarom geven de raden de volgende drie adviezen:

Verscherp de wettelijke opdracht aan scholen en houd toezicht op deze opdracht
Om kansenongelijkheid tegen te gaan vinden de raden dat op iedere school een minimale basis aan sporten en bewegen moet worden geboden. De raden adviseren om kinderen minimaal twee keer per dag een half uur matig intensief te laten sporten en bewegen.

Verruim de mogelijkheden voor de inzet van personeel en benut inspirerende praktijkvoorbeelden
De raden stellen dat het van belang is dat het bewegingsonderwijs altijd onder verantwoordelijkheid van een bevoegde vak- of groepsleerkracht wordt gegeven. Zij bevelen aan om vakleerkrachten te “delen” tussen kinderopvangcentra, scholen en binnen gemeenten.

Geef lokale samenwerking vorm en borg dit onder gemeentelijke regie
Het derde advies van de raden: richt beweegteams op. Zij roepen op dat de kinderopvang, scholen, bedrijven en maatschappelijke organisaties structurele samenwerking met elkaar aangaan, om het beweegonderwijs te bevorderen.

Samenwerking
Er ligt ook een advies bij gemeenten om de samenwerking met onder andere de kinderopvang te zoeken: “Gemeenten zullen actief de samenwerking met andere partijen moeten opzoeken. Denk aan overleg met de kinderopvang en de peuterspeelzaal of overleg tussen schoolbesturen onderling omwille van doorlopende leerlijnen.’’

Kansenongelijkheid
De onderwijsinspectie is bang dat de grote verschillen tussen scholen en kinderopvang in de aandacht die zij geven aan sporten en bewegen, zullen leiden tot kansenongelijkheid. “Sport en beweging hoort een vanzelfsprekend en integraal onderdeel te zijn van het onderwijs dat erop gericht is leerlingen te kwalificeren (voorbereiden op werk of een vervolgopleiding), te socialiseren (leren omgaan met elkaar) en te vormen (persoonsvorming).’’

Hoorzitting
Dinsdagmiddag 10 september is er een hoorzitting over het advies. Dan zal er mogelijk meer informatie beschikbaar zijn over hoe de politiek het onderwerp oppakt en welke vervolgstappen genomen worden.

70 procent ouders stimuleert buitenspelen

donderdag, september 20th, 2018

Dat kinderen gek zijn op (beeld)schermen en het belang van buitenspelen steeds vaker benadrukt wordt, weten we. Maar wat vinden ouders belangrijk als het om buitenspelen gaat? En spelen zij ook samen met hun kinderen buiten? Jantje Beton liet onderzoek uitvoeren onder ruim duizend ouders.

Schermtijd
Zo stimuleert bijna 70 procent van de ouders hun kinderen om buiten te spelen. Dat doen ze door de schermtijd te beperken, samen buiten te gaan spelen of hun kinderen letterlijk de deur uit te sturen. Zo’n 30 procent van de kinderen gaat uit zichzelf voldoende naar buiten.

Belang
‘Naar het belang van buitenspelen is internationaal onderzoek gedaan’, vertelt Peter Nikken, Lector Jeugd en Media aan de hogeschool Windesheim. ‘Het staat vast dat het belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Zelf contacten leggen, op je beurt wachten, problemen oplossen, spelen volgens bepaalde regels en omgaan met verlies. Dat zijn allemaal basisvaardigheden die kinderen vooral leren door buiten te spelen. Grapjes gaan begrijpen lukt niet met enkel emoji’s op het scherm, daar heb je echt contact voor nodig.’

Samen spelen
Ruim de helft van de ondervraagde ouders gaat in de zomer regelmatig tot bijna dagelijks mee met de kinderen naar buiten. Een kwart van de ouders geeft de voorkeur aan de achtertuin om samen buiten te spelen, 16 procent verkiest de speeltuin. Je krijgt er veel voor terug, zeggen de ouders. Van een grote glimlach (61 procent) tot een stuk positiviteit (55 procent). Maar ook een fijne sfeer (54 procent) en veel energie (45 procent). 55 procent van de ouders ervaart een ontspannen gevoel tijdens het buitenspelen.

Afleiding
Maar ook ouders ervaren afleiding door “schermen’’ tijdens het buiten zijn. 34 procent pakt geregeld zijn/haar telefoon erbij als ze met hun kroost zijn. Vaders zijn sneller geneigd op hun telefoon te kijken dan moeders (39 procent vs. 28 procent). Moeders zijn daarentegen vaker afgeleid doordat ze foto’s aan het maken zijn van hun kind(eren).

De ouders geven een top 8 van meest gespeelde spellen van vroeger:

Verstoppertje (72%)
Tikkertje (61%)
Touwtjespringen (32%)
Flessenvoetbal (29%)
Knikkeren (25%)
Hinkelen (24%)
Stoepranden (21%)
Handje-klap (13%)

Tips voor mediaondersteuning van ouders

donderdag, september 20th, 2018

Het Nederlands Jeugdinstituut komt met een interessante factsheet over hoe je de mediaopvoeding van al die individuen kunt ondersteunen. Want bij ouders leven er ook veel vragen over mediaopvoeding en waarom zou jij daar als pm’er niet de aangewezen hulp bij kunnen zijn?

In sommige gezinnen is het heel gebruikelijk om de hele dag de tv op de achtergrond aan te hebben staan. In andere gezinnen zijn alle media bij voorbaat een taboe. Je krijgt in de kinderopvang met alle type gezinnen te maken. Als je een beeld wilt krijgen van hoe er in een gezin om wordt gegaan met media, stel dan bijvoorbeeld deze open vragen aan ouders:

Mediagebruik in het gezin
1.Welke apparaten en apps hebben jullie?
2.Hoe lang mag jouw kind op een dag televisie kijken/internetten/computerspelletjes spelen?
3.Vanaf welke leeftijd mag je kind media gebruiken?
4.Heeft je kind al eigen media-apparaten? Heeft je kind een eigen televisie of spelcomputer op de slaapkamer?
5.Kijkt jouw kind vaak samen televisie en zo ja, met wie dan?
6.Heb je thuis regels voor wat je kind op televisie mag zien?
7.Waar ben je bang voor als je kind verkeerde dingen op de computer ziet?
8.Ben jij handig met de computer / telefoon?
9.Praat je wel eens met je kind over internet? Waarom is dat lastig of juist makkelijk?
10.Wat vind je van leerzame computerspelletjes?
11.Hoe lang media gebruiken?

Het NJi deelt ook tipsheets voor kinderen van verschillende leeftijden, speciaal voor professionals. Hierin staan per leeftijdsgroep veelgestelde vragen van ouders en antwoorden die je daarop als professional kunt geven. In de leeftijdsgroep 0-2 jaar staat ‘Hoeveel tijd mag een jong kind aan media besteden en hoe reguleer ik dat?’. Het antwoord in het kort: ‘Een precies aantal aan te bevelen minuten mediagebruik per dag is moeilijk te geven. Elk gezin wil hierin zijn eigen keuzes maken en kinderen verschillen ook onderling. (…) Maar jonge kinderen leren gemakkelijker en beter van ervaringen die zij in het echte leven opdoen dan via het gebruik van beeldschermen. Media is niet de hoofdactiviteit, maar één van de mogelijke activiteiten.

Wat zijn geschikte media
In de overige categorieën staan dezelfde vragen, komen de antwoorden soms overeen, maar niet altijd. Bij 3-5 jaar staat bijvoorbeeld: ‘Hoe weet ik als ouder wat geschikte media zijn?’. Het antwoord in een samenvatting: ‘Kies voor mediaproducties die aansluiten op de ontwikkelingsfase en interesse van het kind’ en ‘Voorkom dat kinderen in aanraking komen met media die voor oudere kinderen of volwassenen bedoeld zijn’. De overige tipsheets zijn geschreven voor de leeftijdscategorieën 6-8 jaar, 9-12 jaar en 13-18 jaar.

Zonder oefenen verleert jonge kind zwemmen snel

maandag, september 3rd, 2018

Gevaren slecht ingeschat

Voor het onderzoek moesten ouders een enquête invullen en beantwoordden kinderen vragen over hun zwemvaardigheid. Daaruit blijkt ook dat kinderen het lastiger vinden om in natuurwater te zwemmen dan in het zwembad waar ze hebben afgezwommen.

 

 

De ouders denken daarentegen dat hun kroost goed kan zwemmen in natuurwater. “En dat is gevaarlijk”, zegt Van der Weijden. Ze adviseert de ouders om bij hun kinderen te blijven als er wordt gezwommen in natuurwater.

 

 

Verder wordt zwemmen met kleding nog vaak lastig gevonden en schatten kinderen de gevaren in het water niet goed in. “Ze hebben het niet over stroming of onderstroming. Het gaat wel over kwallen en haaien. Als je de gevaren wil inschatten, heb je kennis over de context nodig.”

 

 

Blijf zwemmen

Om te voorkomen dat kinderen hun zwemvaardigheid verliezen, adviseert Van der Weijden om ze in ieder geval een C-diploma te laten halen. “En vooral blijven zwemmen.”

 

 

Bron: nos.nl

BIED LASTIGE PEUTERS EN KLEUTERS HELPENDE HAND

maandag, september 3rd, 2018

Waar uit lastig gedrag bij peuters en kleuters zich in?
“Bij peuters met lastig gedrag zie je vaak dat ze de groep verstoren. Maar andere kinderen pijn doen komt ook voor. Dit laatste zie je ook bij kleuters, denk aan slaan en schoppen. Of gooien met speelgoed. Ook kan lastig gedrag bij kleuters zich uiten in weigeren naar school te gaan. Overigens is lastig gedrag subjectief, want wat voor de een als lastig wordt ervaren is voor de ander normaal gedrag. Maar als het kind er zelf last van heeft, dan is het in ieder geval raadzaam om passende ondersteuning te bieden. Ook dient te worden ingegrepen als de pedagogisch medewerkers of de andere kinderen op de groep hinder van het gedrag ondervinden.”

 

Wat betekent dit voor het kind zelf en voor de groep?
“Het kind kan een negatief zelfbeeld ontwikkelen, omdat het bijvoorbeeld ervaart dat de juf vaak boos wordt. Of dat andere kinderen hem of haar gaan mijden.”

 

 

Wat gaat in de kinderopvang regelmatig mis in het omgaan met deze kinderen?
“De groepsgrootte kan een probleem zijn, maar ook de combinatie tussen kinderen, de dagindeling, de duur van de dag en het invoelingsvermogen van de pedagogisch medewerkers. De inrichting van het lokaal kan eveneens het gedrag in negatieve zin beïnvloeden. Het goede nieuws is dat dit concrete factoren zijn die stuk voor stuk aangrijpingspunten bieden tot een betere begeleiding van een peuter of kleuter. Aanvullend kun je ook denken aan training en coaching van de pedagogisch medewerkers, bijvoorbeeld met behulp van video-interactiebegeleiding of, bij de buitenschoolse opvang. Waar het om gaat, is het gedrag van deze kinderen beter te begrijpen. Dat biedt de basis om hen de juiste ondersteuning te geven.”

 

 

Bron vakblad vroeg

GGD inspectie 2018 Gastouderbureau Krokodilletje wederom uitmuntend!

maandag, juli 9th, 2018

GASTOUDER UITGELICHT : Matty uit Arnhem schuytgraaf

maandag, juli 9th, 2018

Recordaantal kinderen met kinderopvangtoeslag

woensdag, juli 4th, 2018
Kinderopvangtoeslag wordt uitgekeerd voor het gebruik van formele opvang in een kindercentrum of via een geregistreerd gastouderbureau. Ten opzichte van 2016 steeg het aantal kinderen met deze toeslag met 64 duizend. De groei had uitsluitend betrekking op dagopvang en buitenschoolse opvang (bso) in kindercentra. Het aantal kinderen dat door erkende gastouders werd opgevangen, bleef nagenoeg gelijk.

 

 

 

De groei in de dagopvang is mede het gevolg van de omvorming van peuterspeelzalen tot kinderopvanglocaties. Hierdoor ontvangen ouders die voldoen aan de criteria ook toeslag wanneer zij gebruik maken van peuteropvang in voormalige peuterspeelzalen.

 

 

 

1) Een kind dat gebruik maakt van meerdere soorten opvang is in het totaal slechts één keer meegeteld. Bij de uitsplitsing naar soort opvang wordt het kind bij elke soort opvang geteld. Het totaal is daarom niet gelijk aan de som van de categorieën.

Toeslag grotendeels naar hoogste inkomensgroepen

Het merendeel van de huishoudens die kinderopvangtoeslag kregen, heeft een relatief hoog besteedbaar inkomen. In 2017 behoorde ruim 62 procent van de huishoudens met kinderopvangtoeslag tot de 30 procent hoogste inkomens. Het gaat hier vooral om tweeverdieners. Immers, om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet zowel de hoofdkostwinner als de (eventuele) partner werken, of een traject naar werk, opleiding of een inburgeringscursus volgen.

 

 

 

* voorlopige cijfers

Toeslag gemiddeld 4 duizend euro per huishouden

De Belastingdienst keerde in 2017 ruim 2,3 miljard euro aan kinderopvangtoeslag uit. Met dit bedrag werd 69 procent van de totale declarabele opvangkosten vergoed. Bijna 583 duizend huishoudens ontvingen kinderopvangtoeslag, gemiddeld 4 duizend euro.

Huishoudens in de hoogste inkomensgroep declareerden gemiddeld ruim 7 duizend euroaan opvangkosten, ruim duizend euro meer dan huishoudens in lagere inkomensgroepen. Dat komt vooral omdat de hoogste inkomens gemiddeld de meeste opvanguren declareerden.

De bijdrage die huishoudens zelf voor kinderopvang betalen, loopt op met het besteedbaar inkomen. De hoogte van de eigen bijdrage (exclusief de eventuele niet declarabele kosten) varieerde van gemiddeld 550 euro in de lagere inkomensgroepen tot gemiddeld 3 500 euro in de hoogste inkomensgroep. Huishoudens in de lagere inkomensgroepen betaalden zelf 10 procent van de gedeclareerde opvangkosten. Voor huishoudens in de hoogste inkomensgroep kwam de helft van de kosten voor eigen rekening.

 

 

 

* voorlopige cijfers

Bronnen

62.000 meer kinderen naar de opvang

maandag, juli 2nd, 2018

 

 

 

Het percentage werkende vrouwen is toegenomen (van 61,2% naar 62,1%), maar niet bij moeders. In het eerste kwartaal van 2017 werkten nog 77,5% van de moeders met jonge kinderen tot en met 11 jaar. Dat was een jaar later 76,9%. Hoewel de arbeidsparticipatie van moeders dus niet is toegenomen, zijn zij wel meer uren per week gaan werken. Zij werken gemiddeld bijna 27 uur per week, bijna een uur meer dan het gemiddelde aantal gewerkte uren van alle werkende vrouwen. Een jaar geleden werkten moeders met jonge kinderen nog gemiddeld ruim 26 uur per week.

 

 

 

Er zijn ook meer mannen aan de slag. In het eerste kwartaal van 2018 had 71,9% van de Nederlandse mannen tussen de 15 en 75 jaar werk. Dat was een jaar geleden 70,8% . Die trend geldt ook voor vaders. Zo heeft 93,6% van de vaders met jonge kinderen betaald werk. Dat is een stijging van 1,6 procentpunt ten opzichte van vorig jaar.

 

 

 

Daarnaast laten de cijfers zien dat kinderen meer tijd doorbrengen op de opvang. Zij zijn nu gemiddeld bijna 58 uur per maand op de opvang. Dat is een stijging van een halfuur ten opzichte van een jaar geleden.

 

 

 

Het aantal kinderopvanglocaties is vrijwel stabiel. Wel zet de dalende trend in het aantal gastouders door. In april 2018 waren er ruim 30.500 gastouders. Een jaar geleden waren dat er bijna 3.000 meer.

GGD: ’Schrap exploitatievergunningen van aankopen Lavide gastouderbureaus Mijngastouderopvang en MIAvoorgezinnen ’

donderdag, juni 28th, 2018

 

 

 

De bureaus MIAvoorgezinnen en MijnGastouderopvang zijn volgens de GGD-rapporten sinds februari samengevoegd in Lavide’s bv MijnGastouderopvangMIAvoorgezinnen. Dit dochterbedrijf zou al hun opvangcontracten hebben overgenomen, maar staat niet ingeschreven bij het Landelijk Register Kinderopvang. Daardoor zou de opvang van ongeveer 250 kinderen door circa 70 gastouders zonder al de benodigde vergunningen gebeuren.

 

Lavide is de voortzetting van de lege beurshuls van Qurius. Na een mislukte omgekeerde overname van een factoringbedrijf van Dirk Scheringa stapte het vorig jaar juli in de kinderopvang. In januari van dit jaar maakte het de overnames van MIAvoorgezinnen en MijnGastouderopvang bekend. Die zouden in februari plaatsvinden, waarna de integratie een maand later zou worden afgerond. Vorige week kondigde het bedrijf echter opeens aan dat de overdracht nog steeds niet was voltooid.

 

 

 

’Onverwijld uitschrijven’

Het inspectierapport werpt nieuw licht op de plotselinge mededeling van vorig week. De vertraging zou vergunningstechnisch goed uitkomen, omdat in dat geval de gastouderopvang nog onder de oude vergunningen zou plaatsvinden. Een aandeelhouder van beide overgenomen bureaus, die inmiddels tijdelijk bestuurder is van Lavide, houdt in verweerschriften bij de rapporten dan ook vol dat de organisaties nog steeds actief zijn.

De GGD is het daar niet mee eens. De toezichthouder constateert in zijn rapporten dat de oude gastouderbureaus niet meer worden geëxploiteerd en activiteiten en contracten zijn overgenomen door het dochterbedrijf van Lavide. ’Gelet op de ernst van de situatie’, adviseert de toezichthouder de overgenomen gastouderbureaus ’onverwijld uit te schrijven’.

 

 

 

Jaarverslag ongelukkig geformuleerd

Lavide-ceo Vincent Poorter zegt ’verbaasd’ te zijn over het oordeel van de GGD. „Er is geen enkele klant van die bureaus die via een van onze werkmaatschappijen wordt bediend”, zegt hij. Hij ontkent dat Lavide al eigenaar is van de bureaus, ook al staat dit wel zo te lezen in Lavides jaarverslag over 2017. „Dat staat daar ongelukkig geformuleerd”, zegt Poorter over de passage in het jaarverslag. De vertraging wijt hij onder andere aan slepende ontslagzaken rond twee bestuurders van Lavide en problemen met het jaarverslag. „De overdracht kan pas plaatsvinden als ook de overdracht van de vergunningen geregeld is. Anders zouden we opvang bieden zonder vergunning.”

De inspecteurs wijzen in hun rapport onder andere op een contract waarmee MIAvoorgezinnen voor de GGD wilde aantonen dat het nog steeds actief is en gebruik kan maken van het geregistreerde adres. Hoewel er een datum in februari boven stond, zou uit digitale kenmerken van het document blijken dat het contract pas begin juni is opgesteld en ondertekend. Dat kan erop wijzen dat met de datum is geknoeid.

 

 

 

Gevolgen voor ouders

De gemeentes nemen de zaak hoog op en zetten samen momenteel de juridische aspecten op een rij. Amsterdam zegt op zeer korte termijn in gesprek te gaan met MijnGastouderopvang om vast te stellen of het bedrijf nog actief is. Mocht dat de gemeente het met de GGD eens zijn, dan hebben ouders en gastouders volgens een woordvoerder van de stad vier maanden om een nieuw gastouderbureau te regelen. Het is volgens de woordvoerder aan het openbaar ministerie om te bepalen of Lavide in dat geval zal worden vervolgd voor het exploiteren van een gastouderopvangbureau zonder vergunning.

 

 

Bron: De telegraaf

Maximum-uurtarieven 2019 op een rij

maandag, juni 25th, 2018

 

 

 

De maximum uurtarieven waarover ouders kinderopvangtoeslag ontvangen in 2019 zijn:

  • Dagopvang: € 8,02
  • Buitenschoolse opvang: € 6,89
  • Gastouderopvang: € 6,15

Dagopvang

Over het maximum uurtarief voor de dagopvang is al veel gesproken. Vanwege de maatregel dat er vanaf 1 januari 2019 meer pedagogisch medewerkers voor baby’s moeten zorgen, is het tarief voor de dagopvang met € 0,27 verhoogd. Dit is niet alleen een compensatie voor de extra kosten vanwege de brk-maatregel, maar de verhoging bestaat ook uit de reguliere jaarlijkse indexatie. Volgens staatssecretaris Van Ark is een verhoging van € 0,27 voldoende voor ondernemers om de bijkomende bkr-kosten te kunnen compenseren, maar de sector denkt hier anders over.

Bso en gastouderopvang

Het maximum uurtarief voor de bso wordt vanaf 2019 juist met € 0,34 verlaagd. Dit komt, legt de staatssecretaris uit, ook door een aangepaste bkr-regel die vanaf 2019 ingaat. Twee pedagogisch medewerkers mogen straks 24 in plaats van 20 kinderen opvangen op de bso. ‘Hierdoor dalen de kosten voor de buitenschoolse opvang en zullen ouders met kinderen op de bso een lagere rekening krijgen’, aldus  Van Ark. Het uurtarief voor de gastouderopvang wordt voor volgend jaar alleen geïndexeerd.

Kinderopvangtoeslag

In dezelfde brief kondigde Van Ark aan dat ze 248 miljoen euro extra investeert in de kinderopvangtoeslag. Zowel ouders met een hoger als een lager inkomen krijgen meer kinderopvangtoeslag vanaf 2019. Of dat er ook voor gaat zorgen dat kinderopvang goedkoper wordt, is nog maar de vraag. Veel kinderopvangaanbieders zien zich genoodzaakt om de bijkomende (personeels)kosten door te berekenen in hogere uurtarieven. Lees meer

‘SUIKERVRIJE OPVOEDING ZOU KUNNEN LEIDEN TOT BUITENSLUITING IN DE KLAS’

maandag, juni 25th, 2018

 

 

 

Suiker zit tegenwoordig in heel veel producten en daarom is het moeilijk om deze helemaal uit het voedingspatroon te weren. Toch kiezen steeds meer ouders er voor om hun kind op te voeden zonder suiker. “Vooral in Amsterdam zie ik meer dan regelmatig dat ouders hun kinderen bijna niets meer geven waar suiker in zit”, aldus diëtiste Esther van Etten. Ze heeft haar bedenkingen over deze keuze. “Kinderen mogen best wat suiker eten. Als kinderen helemaal geen suiker eten, ook geen natuurlijke suikers, kan dat juist tot gebrek aan energie leiden.”

 

 

 

Ook opvoedkundige Marina van der Wal ziet mogelijke problemen voor kinderen die geen suiker eten. “Kinderen komen uiteindelijk in een maatschappij terecht waar ze al die zaken tegenkomen.” Zij denkt dat het daarom verstandiger is om kinderen te leren om met suiker om te gaan. Ook moet er gezorgd worden voor een alternatief, bijvoorbeeld als er in de klas getrakteerd wordt. “Het is niet de bedoeling dat het kind om zich heen gaat zitten kijken naar kauwende kinderen en denkt: ‘ik mag niets’. Of erger nog, dat het uiteindelijk wordt buitengesloten.”

 

 

 

Door: Redactie Nationale Onderwijsgids

GEWICHT BABY’S EN PEUTERS HEEFT EFFECT OP COGNITIEVE VAARDIGHEDEN

zondag, juni 17th, 2018

Dat blijkt uit onderzoek van een groep epidemiologen aan de Amerikaanse Brown University in California gepubliceerd in Obesity en waarover voedingnu.nl bericht. Voor het onderzoek, getiteld ‘Impact of Early‐Life Weight Status on Cognitive Abilities in Children’, zijn gegevens gebruikt uit de Health Outcomes and Measures of the Environment (HOME) studie. Dit is een langlopend onderzoek waarvoor zwangere vrouwen zich tussen 2003 en 2006 aanmeldden waarna hun kinderen structureel gevolgd werden. De kinderen werden bezocht door getrainde professionals waardoor zij in ieder geval tot hun achtste levensjaar werden gewogen, gemeten en ook cognitieve testen uitvoerden.

Groeicurve WHO
De gewichtsstatus van de kinderen werd gemeten aan de hand van de gewicht-tot-lengte-groeicurve van de World Health Organization (WHO). Volgens Nan Li, hoofdauteur van het onderzoek, is dit een betrouwbare manier om kinderen met overgewicht te onderscheiden van kinderen zonder overgewicht. De kinderen werden op hun vijfde of achtste jaar getest op verschillende cognitieve vaardigheden waaronder algemeen IQ, geheugen, aandacht en impulsiviteit.

Kinderen met overgewicht
Aan de hand van de groeicurve verdeelden de onderzoekers 233 kinderen in twee groepen: kinderen met overgewicht/obesitas en kinderen zonder overgewicht/obesitas. Kinderen met overgewicht bleken significant slechter te scoren op perceptueel redeneren, ook wel probleemoplossend vermogen genoemd, en werkgeheugen. Werkgeheugen valt volgens de onderzoekers onder een groep executieve functies van het brein, een groep zelf regulerende processen die zorgen voor het managen van gedachten, emoties en doel gerichte gedragingen.

Mogelijke oorzaken
De onderzoekers schrijven dat er verschillende biologische processen oorzaak kunnen zijn van de verslechterde cognitieve vaardigheden. Zo zou overtollig vetweefsel zorgen voor systematische ontstekingsreacties in het lichaam, die vervolgens invloed zouden uitoefenen op gebieden in de hersenen die gerelateerd zijn aan cognitieve vaardigheden. Maar ook een zou overtollig vetweefsel zorgen voor een hormoondisbalans in het lichaam, wat ook invloed uitoefent op de hersenen.

Verder schrijven de onderzoekers dat meer onderzoek nodig is om hun bevindingen te bevestigen.

Impact of Early‐Life Weight Status on Cognitive Abilities in Children

Bron: voedingnu.nl

Half miljoen verlies voor Lavide

zaterdag, juni 9th, 2018

De beurshuls Lavide beleefde een hectisch 2017, waarin gastouderbureaus werden overgenomen, een conflict ontstond met de twee oud-bestuurders van het overgenomen bureau GastVrij en leningafspraken werden gemaakt. Ook kwam een commissaris in opspraak, omdat deze meerdere petten op had in strijd met de eigen regels van de onderneming. Mede daardoor werd de controle op de jaarrekening niet tijdig afgerond. Daar stond een deadline op van 30 april.

Concreet kwam de min voor Lavide vorig jaar uit op 540.000 euro, aldus de onderneming vrijdag na het sluiten van de beurs. In 2016 bedroeg het negatieve resultaat nog 216.000 euro. De strubbelingen bij Lavide, vooral aan het einde van het jaar, zorgden ,,voor veel hogere kosten dan was voorzien”.

De omzetbijdrage vorig jaar van Lavide was 183.000 euro. Het jaar werd afgesloten met een eigen vermogen van 728.000 euro positief. Lavide was in 2017 in totaal 279.000 euro kwijt aan personeelskosten.

In een verklaring zegt Lavide dat de werkmaatschappij GastVrij dit jaar netto break even zal draaien. Als de kosten van de beurshuls meegenomen worden zal Lavide dit jaar een verlies schrijven van 250.000 euro, zo is de verwachting. Daarbij is overigens geen rekening gehouden met extra kosten voor ,,een fusie, overname, omgekeerde overname of eventuele liquidatiekosten”.

BRON : (ANP Redactie AFN/Economie, email economie(at)anp.nl, +31 20 560 6070)

Check hier of kinderopvang voor jou goedkoper wordt in 2019

zaterdag, juni 9th, 2018

Tegemoetgekomen
‘Hierdoor zijn zij per saldo minder kwijt aan kinderopvang. Het kabinet verhoogt ook de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Gezinnen met kinderen en werkende ouders worden financieel tegemoetgekomen’, aldus het ministerie.

Meer geld overhouden
Wie gaat werken of meer gaat werken, moet ook meer geld overhouden. Het kabinet verhoogt daarom het budget voor de kinderopvangtoeslag met 248 miljoen euro per jaar, zo schrijft staatssecretaris Van Ark van SZW aan de Tweede en Eerste Kamer.

Maximum uurprijzen dagopvang
De maximum uurprijzen voor de dagopvang die de overheid vergoedt gaan omhoog van €7,45 per uur naar €8,02 per uur. Kinderopvang moet van goede kwaliteit zijn. Daarom gaan er per 1 januari 2019 nieuwe kwaliteitsmaatregelen in. Een hogere kwaliteit leidt tot hogere kosten voor de opvanglocaties. Daarom verhoogt het kabinet de vergoeding per uur. Hiervoor is vooruitlopend al in 2017 geld gereserveerd.

‘Compensatie toereikend’
Door de verhoging van de maximum uurprijs worden ondernemers gecompenseerd voor de hogere kosten en kunnen ouders een hogere uurprijs vergoed krijgen via de kinderopvangtoeslag. Ondanks het feit dat de kosten van de kwaliteitsverhogende maatregelen kunnen verschillen per organisatie, is de staatssecretaris van mening dat de compensatie gemiddeld genomen toereikend is.

Alle inkomens profiteren
Ouders met een verzamelinkomen van 50.000 euro (circa anderhalf keer modaal) en met één kind op de dagopvang krijgen straks ruim 80% van de maximum uurprijs vergoed, in plaats van de huidige 77%. Voor ouders met de laagste inkomens is het van belang dat het voor hen nog meer loont om te gaan werken vanuit een bijstandsuitkering. Daarom gaan de toeslagpercentages voor hen ook omhoog en wordt het voor hen nog aantrekkelijker om aan de slag te gaan en de kinderen naar
de kinderopvang te brengen.

96 procent vergoed
Ouders met een verzamelinkomen van 23.000 euro krijgen in plaats van de huidige 94% straks 96% van de maximum uurprijs vergoed voor het eerste kind op de dagopvang. Het toetsingsinkomen waarvoor de minimale vergoeding van 33,3% geldt, is verhoogd van ruim 101.000 euro naar bijna 124.000 euro. Dat betekent dat de mensen met een inkomen daartussen een hoger toeslagpercentage krijgen.

Investeren
De investeringen in de kinderopvang zijn onderdeel van een breder pakket aan maatregelen dat dit kabinet neemt om gezinnen met kinderen te ondersteunen. Vanaf 1 januari 2019 wordt ook het budget voor de kinderbijslag structureel verhoogd met circa 250 miljoen euro. De internetconsultatie hierover gaat vandaag van start. Daarnaast wordt vanaf 2020 het kindgebonden budget voor ouders met middeninkomens geïntensiveerd met bijna 500 miljoen euro.

MEER FOCUS NODIG OP ONTWIKKELING IN EERSTE LEVENSMAANDEN

zaterdag, juni 9th, 2018

Het onderzoek in het kader van Generation R vindt plaats onder maar liefst 10.000 Rotterdamse kinderen. “Vanaf de zwangerschap wordt de groei, ontwikkeling en gezondheid nauwlettend gevolgd”, vertelt Jaddoe. “We doen onderzoek naar het ontstaan van ziekten, gedragsproblemen en nog veel meer.”

Vergroten kennis

Inmiddels is duidelijk geworden dat de eerste maanden na de geboorte in belangrijke mate de latere gezondheid kunnen bepalen. “Juist deze periode biedt daarom een belangrijke kans om te investeren in kinderen met een hoog risico. Door deze kinderen te identificeren en gericht beleid te voeren, kan de gezondheid jaren later verbeteren.” Maar de betekenis van het onderzoek reikt veel verder. “Generation R is heel belangrijk voor het vergroten van de kennis over de vroege ontwikkeling van baby’s, benadrukt Jaddoe. “Bij deze kinderen, van veel verschillende etnische en sociale achtergronden, worden zeer gedetailleerde gegevens verzameld. Zo kan onderzoek worden gedaan naar bijvoorbeeld sociaal-demografische en etnische factoren die de groei, ontwikkeling en gezondheid op langere termijn beinvloeden. Hetzelfde geldt voor onderzoek naar de invloed van meer leefstijlgerelateerde omstandigheden en de wijze van opvoeding. Een goede start zorgt voor grote winst op het gebied van ontwikkeling en gezondheid later in het leven.”

Van onderzoek naar praktijk

De afgelopen jaren is al een schat aan gegevens verzameld. Meerdere keer per jaar komen onderzoeksbevindingen naar buiten. Recent nog over de relatie tussen hersenontwikkeling en slaap, het belang van gezonde voeding in het vroege leven en over de groei en ontwikkeling van het kinderoog.
Vinden deze uitkomsten ook hun weg naar de praktijk? “Jazeker”, antwoordt Jaddoe. “De resultaten van Generation R worden verwerkt in richtlijnen en nieuwe programma’s. Daarnaast is samen met de gemeente het Rotterdams Centrum voor Zwangerschap & Kind opgezet. Onderzoekers, beleidsmakers en zorgverleners bundelen binnen dit centrum hun krachten om de zorg aan de hand van de onderzoeksresultaten daadwerkelijk te verbeteren.

”Congres Vroegsignalering bij baby’s

Tijdens het Congres Vroegsignalering bij baby’s op 28 november verzorgt Jaddoe een lezing. “Ik geef dan een overzicht van de opzet en belangrijkste resultaten van Generation R. Ook zal ik ingaan op de vertaling naar de praktijk en welke resultaten er tot dusver zijn geboekt. Verder licht ik een tipje van de sluier van wat het team gaat onderzoeken in het nieuwe programma Generation R Next dat vorig jaar van start is gegaan.Binnen deze groep willen we nog vroeger starten en begint ons onderzoek bij vrouwen met een kinderwens en vervolgens wanneer ze zwanger raken.”

bron: Vakblad vroeg

STEEDS MEER BABY’S EN PEUTERS LOPEN BRANDWONDEN OP

zaterdag, juni 9th, 2018

Per duizend ingeschreven patiënten steeg het aantal 0 tot 4 jarigen in verband met brandwonden van 8 tot 11,7. Dat is een stijging van 46 procent over een periode van vijf jaar. De onderzoekers hebben nog geen duidelijke oorzaak gevonden voor de stijging. Het is volgens hen de eerste keer dat deze cijfers bij huisartsenpraktijken zijn verzameld.

Sommige bevolkingsgroepen lopen meer risico op brandwonden. Zo hebben kinderen tussen 0 en 4 jaar hebben bijna drie keer zoveel kans om met een brandwond naar de huisarts te komen.

Dit zijn voornamelijk jongens. Er zijn pieken in de zomermaanden en rond de jaarwisseling. Daarnaast lijkt sociaaleconomische status een rol te spelen. In postcodegebieden met lagere inkomens, een hoger percentage mensen met een migratie-achtergrond en in gebieden met een hogere stedelijkheidsgraad, gaan meer mensen met brandwonden naar de huisarts dan in andere gebieden.

Aandacht voor preventieEva van Zoonen, onderzoeker bij de Nederlandse Brandwonden Stichting: “De uitkomsten van dit onderzoek onderschrijven de noodzaak van de huidige preventiecampagnes die de Nederlandse Brandwonden Stichting voert. De meeste risicomomenten en risicogroepen die in dit onderzoek naar voren komen, zien we ook terug in de drie Nederlandse Brandwonden Centra. Ook daar zijn bijvoorbeeld jonge kinderen van 0 tot en met 4 jaar oververtegenwoordigd. Doordat we met dit onderzoek nog meer gegevens over het voorkomen van brandwonden in handen hebben, kunnen we data gaan combineren en zijn we in staat nóg gerichtere preventiecampagnes te voeren.“

Huisarts

Robert Verheij, onderzoeker van het Nivel, denkt dat ook de huisarts een rol kan spelen bij preventie, aangezien deze relatief veel brandwonden ziet. “De studie laat ook zien dat gegevens uit huisartsenpraktijken kunnen worden gebruikt voor het monitoren van het vóórkomen van brandwonden en de behandeling ervan.“

Hete thee en koffie

Het blijkt dat de meeste ongelukken gebeuren in de aanwezigheid van ouders. In ruim 90% procent van de ongevallen bij jonge kinderen is de oorzaak hete thee of koffie. Zij zien zelf geen gevaar en zijn daardoor eerder betrokken bij (brandwonden)ongevallen. De gevolgen van brandwonden door hete vloeistoffen bij jonge kinderen zijn heftig. Kinderen hebben een veel dunnere huid en het verbrande lichaamsoppervlak is veel sneller groot dan bij volwassenen. Kinderen moeten soms nog vele jaren operaties ondergaan. Daarnaast is ook de psychische impact voor deze kinderen en hun ouders erg groot.

Op de website van www.brandwondenzorg.nl staan tips op brandwonden bij jonge kinderen te voorkomen.

Bronnen Vakblad vroeg en NOS.nl

KINDEREN KUNNEN ZICH VERSLIKKEN IN STUKJES HOUTEN SPEELGOEDKUBUS

zaterdag, juni 2nd, 2018

 

 

 

Kinderen kunnen deze stukjes in hun mond steken en het gevaar bestaat dat ze zich hierin verslikken of kunnen stikken.

 

 

 

Klanten kunnen de activiteitenkubus terugbrengen naar de winkel en krijgen het aankoopbedrag terug. De kubus was tussen oktober vorig jaar en mei te koop in de winkels. Dit artikel is verkocht bij filialen van Intertoys van oktober 2017 tot en met  mei 2018.

 

 

 

Naam: Activiteitenkubus EduFun

Art.nummer: 1485571

EAN nummer: 8714205118683

Leverancier: SHANGHAI EDUFUN TOYS CO LTD

 

 

 

Intertoys verzoekt je de kubus niet meer te gebruiken en te retourneren bij een filiaal van Intertoys. Hier wordt het aankoopbedrag aan je terugbetaald.

KIEKEBOE.TV STIMULEERT ONTWIKKELKANSEN JONGE KINDEREN

zaterdag, juni 2nd, 2018

 

 

 

Kinderen hebben een stimulerende omgeving nodig om zich optimaal te ontwikkelen en ouders spelen hierbij een sleutelpositie. Recent hersenonderzoek laat zien dat een slechte hechting, gebrek aan positieve interactie en stress, negatieve gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van het jonge kind. Dit heeft extra veel impact bij ouders in een kwetsbare positie: jonge, alleenstaande, ouders in sociaal isolement, met schulden, verslaving of psychische problemen.

 

 

 

 

Kiekeboe.tv

Naar aanleiding van gesprekken met ouders en diverse gemeenten die actief zijn met Voor- en Vroegschoolse Educatie, heeft JSO het initiatief genomen een interactieve applicatie en website te ontwikkelen voor ouders van kinderen van 9 tot 24 maanden. Kiekeboe.tv is vergelijkbaar met de Amerikaanse App Vroom, waar ouders toegankelijke informatie kunnen vinden over hoe kinderen zich ontwikkelen en hoe ouders hun kinderen kunnen stimuleren. Bij dit programma zijn tot nu toe JSO, ouders, gemeenten en Beeldcompagnons betrokken.

 

 

 

De preview www.kiekeboe.tv laat in hoofdlijnen zien wat ouders ervaren wanneer ze de website en applicatie gebruiken. Via een computer, tablet of smartphone zien ze filmpjes en interactieve animaties. In de filmpjes laten ouders (rolmodellen) zien hoe je het jonge kind in het dagelijks leven kunt stimuleren. Ook zijn er applicaties die ouders uitdagen om samen met hun kind te werken aan taal- en begripsvorming. Om het voor zo veel mogelijk mensen toegankelijk te maken wordt er geen tekst gebruikt.

 

 

 

Investeren in ontwikkelkansen jonge kinderen

“Tot nu toe investeren gemeenten in Nederland vooral in educatieve programma’s om onderwijsachterstanden tegen te gaan bij kinderen van drie jaar en ouder, zegt Marlies de Kok van JSO. “Maar we weten ondertussen uit nationaal en internationaal onderzoek dat juist investeren in de vroege ontwikkeling van hele jonge kinderen essentieel is.”

 

 

 

 

Zij benadrukt dat Kiekeboe.tv een breed gedragen programma is, waar zowel ouders, organisaties en gemeenten bij betrokken zijn. “We zijn nog op zoek naar gemeenten en organisaties die willen deelnemen en die willen investeren in ouders en ontwikkelkansen van kinderen. De eerste duizend dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede ontwikkeling en bepalend voor de kansen in het latere leven. Investeren in een goede start van jonge kinderen loont.”

 

 

bron: vakblad vroeg

Praten met ouders maakt hulpverlening effectiever

donderdag, mei 31st, 2018

 

 

 

Het Vroeg Erbij Team is een multidisciplinair expertiseteam voor Integrale Vroeghulp (IVH) voor kinderen van 0 tot 12 jaar met een vermoedelijke ontwikkelingsachterstand en/of gedragsproblemen. Doel is zo vroeg mogelijk zicht krijgen op de ontwikkeling en/of het gedrag van deze kinderen. Plus, in het verlengde daarvan, zo snel en efficiënt mogelijk advies geven aan ouders/verzorgers en als dat gewenst is doorverwijzen naar de juiste hulp. De ervaring leert dat, doordat je alles met ouders samen bespreekt, je veel sneller bij de kern komt van wat er nodig is.

 

 

 

Meenemen in proces

De nadruk ligt op integraal werken en samen met ouders na te denken wat voor dit kind de beste oplossing is. Ouders zijn belangrijke en vanzelfsprekende gesprekspartners. Als je hen niet in alle stappen meeneemt in het proces, merk je al gauw dat sommige stappen te snel gaan. Door hen onderdeel te laten zijn van het kernteam ontstaat ook voor het vervolg meer draagvlak bij ouders. Dat geeft het traject meer kans van slagen.

Het Vroeg Erbij Team levert altijd direct een contactpersoon aan ouders die het hele traject blijft, de casemanager. Zij of hij is ook eerste aanspreekpunt voor het team en legt makkelijk verbindingen met andere disciplines. Die constante factor heeft grote meerwaarde voor ouders.

 

 

 

Samenwerkingsrelatie

Het Vroeg Erbij team zorgt voor maatwerk. Er wordt altijd gewerkt vanuit de vraag: wat is er nodig om deze hulpvraag goed te beantwoorden voor dit kind in deze context. Aan collega-professionals wil het team het volgende meegeven:

 

 

 

Belangrijk in het hele Vroeg Erbij traject is de samenwerkingsrelatie die je met ouders hebt. Niet alleen als casemanager maar ook vanuit het hele team. De ouders zijn een wezenlijk onderdeel van dat team. Voor het Vroeg Erbij team is dat inmiddels vanzelfsprekend, maar elders, bijvoorbeeld in het onderwijs, is dat  niet altijd zo. Bij die samenwerking met ouders is transparantie nadrukkelijk een belangrijk onderdeel. Met ouders praten in plaats van over ouders. Je merkt weleens dat men denkt dat je eigenlijk dingen moet voor-bespreken voordat je ze met ouders bespreekt. Dat is onterecht.’

 

 

 

bron vakblad vroeg

Moestuinieren 2.0 in de kinderopvang

donderdag, mei 31st, 2018

 

 

 

‘Er is altijd leven in de moestuin. Is het niet met de planten, dan krioelen er wel beestjes door de tuin heen. Daar kun je schuilplaatsen voor creëren. Of je gaat aan de slag met een wormenhotel.’ Overgaauw wil pedagogisch medewerkers, gastouders en andere professionals meegeven dat de meerwaarde van moestuinieren hem juist zit in de hele kringloop: van seizoen naar seizoen en van het planten tot aan het oogsten en eten.

 

 

 

Overgaauw noemt zichzelf een moestuin-hobbyist. Maar ze deelt een moestuin met  ‘een zeer ervaren moestuinier’. Van hem leert ze de fijne kneepjes van het vak en heeft ze de afgelopen jaren een echte passie gekregen voor de moestuin. ‘Als je kijkt wat wetenschappelijke onderzoeken zeggen over het positieve effect dat de natuur op kinderen heeft, dan weet je dat het niet alleen leuk is, maar ook goed om met kinderen buiten bezig te zijn. Een moestuin is daarvoor heel geschikt. Natuur maakt kinderen socialer en zo’n moestuin stimuleert het verantwoordelijkheidsgevoel. Als kinderen niet goed voor de planten zorgen, drogen ze uit en kan er niet geoogst worden. Daar leren kinderen heel veel van.’

 

 

 

Zelf werkt Overgaauw ook in de kinderopvang, vooral met kinderen van 6-10 jaar oud. Als NatuurWijzer begeleidde ze eerder schoolkinderen bij projecten in de natuur. ‘Dan was ik uren met de kinderen in de natuur. Ik heb daar goed gezien wat natuur met kinderen doet.’ Nadat haar passie voor moestuinieren werd aangewakkerd, besloot ze een online cursus aan te bieden via http://oudersvannature.nl aan professionals die met kinderen werken. ‘Want er is ontzettend veel aanbod voor moestuinieren, maar hoe je dat aanpakt met kinderen, is weer een ander verhaal. Daarop speelt mijn cursus in en daarvan hoop ik een gedeelte mee te geven tijdens mijn workshop op de Dag van de Gezonde Kinderopvang.’

 

 

 

Ëén ding kunnen deelnemers verwachten: het wordt geen zitworkshop. ‘Ik wil nog niet te veel in detail treden, maar wil deelnemers tips geven die ze bij wijze van spreken de dag daarop al met de kinderen uit kunnen voeren.’ Wel heeft ze nog een tip aan kinderopvangorganisaties die meer met moestuinieren willen doen. ‘Je kunt niet zomaar beginnen. Een basisvoorraad met kindergereedschap (ligt lekker in de hand), een beetje kalk, rundmestkorrels en natuurlijk kleding die lekker vies mag worden, is wel handig.’ Ook raadt ze aan om een mini-kasje aan te schaffen zodat siezoensgroente langer kan groeien en bloeien.

 

 

 

Wil ze nog meer tips delen? ‘Begin met zoete groente, zoals mais, bietjes en sperziebonen. De kans dat kinderen dat eten, is groter. De rucola en radijsjes is een stap verder. En werk altijd in de volle grond. Dat heeft zoveel voordelen ten opzichte van werken met potten.

Bewegen is effectiever dan minder zitten

donderdag, mei 31st, 2018

De twee wetenschappers, Mai Chin A Paw en Teatske Altenburg onderzochten de gezondheidseffecten van beweeg- en zitgedrag bij ruim 450 Deense kinderen. Zij volgden de kinderen een jaar. Gemiddeld waren de kinderen per dag 60 minuten matig intensief actief en zij zaten 7 uur. Het effect van het bewegen en het zitten op kinderen werd bijgehouden door te kijken naar hun middelomtrek, de bloeddruk en de vet- en suikerspiegels in het bloed.

 

 

 

Af en toe bewegen

Zitten bleek in dit onderzoek geen effect te hebben op deze waarden. Of kinderen nou veel of weinig zaten, het was niet terug te zien bij het meetmoment. Maar bij activiteit was er wel verschil te zien. Kinderen die actief waren, hadden een kleinere middelomtrek en gunstigere bloedsuiker- en vetwaarden. Het maakte daarbij niets uit of kinderen af en toe bewogen of in periodes van tenminste 10 minuten achter elkaar.

 

 

 

De resultaten zijn gepubliceerd in het International Jourrnal of Obesity.

 

 

Bron: Vakblad Vroeg

Wat doe je met bijtende dreumesen en peuters?

donderdag, mei 31st, 2018

DO’s als een kind gebeten wordt:

 

 

 

  • Geef het kind dat bijt zo min mogelijk aandacht. Zeg duidelijk: ‘Bijten mag niet!’ en zet het kind een paar minuutjes apart in de groep.
  • Richt je op het kind dat gebeten is. Troost het kind en verzorg de beet volgens de geldende instructies.
  • Richt je daarna tot het kind dat gebeten heeft. Leg rustig uit dat bijten niet mag en dat bijten pijn doet. Verwoord ook de gevoelens en intenties die je waarneemt bij het kind.
  • Help de kinderen om na dit incident weer verder te gaan. Herhaal wat er is gebeurd en benoem gewenst gedrag: ‘Je kan zeggen: ‘…….’ , maar je mag niet bijten.’ Benadruk dat ‘alles weer goed is’, dat geeft rust bij de kinderen.

 

 

 

DONT’s als een kind gebeten wordt:

  • Reageer niet emotioneel of boos, maar blijf rustig.
  • Vraag niet: ‘Waarom deed jij dat?’ Een jong kind begrijpt dit niet, het denkt nog niet na over zijn gedrag en over oorzaak – gevolg. Vaak is het zelf ook geschrokken.
  • Het heeft geen zin om het kind te dwingen ‘sorry’ te zeggen tegen het gebeten kind of het slachtoffer een kusje te geven. Je legt hiermee enorm veel druk op de kinderen, in plaats van ze een veilig gevoel te bieden.
  • ‘Jij bent niet lief’ zeggen tegen een kind werkt averechts. Een kind laten ‘beloven het nooit meer te doen’ versterkt het gevoel van verwarring bij de kinderen.

GASTOUDER UITGELICHT : Ilja uit Epe

donderdag, mei 31st, 2018

BEGRENS MEDIAGEBRUIK KINDEREN

zaterdag, mei 19th, 2018

 

 

 

Dat schrijft Steven Pont in de Volkskrant. Het is volgens de ontwikkelingspsycholoog en gezinstherapeut.een achterhoedegevecht – en zelfs onwenselijk – om te proberen de digitale wereld terug in de fles te krijgen. Maar omdat de volwassenen van nu in hun jeugd niet zijn grootgebracht in de digitale wereld, voelen ze zich op dat gebied onthand, met als gevolg dat ze er massaal voor kiezen dan maar niets te doen. Ze gaan daarbij uit van enige zelfregulatie, maar het is alsof ze de snoeppot gewoon op tafel zetten in de veronderstelling dat kinderen zelf verstandige keuzes maken.

 

 

 

Tienduizenden extra blinden
Dat laatste blijkt apekool. Zo’n 6 procent van onze kinderen is inmiddels gameverslaafd. Medici maken zich verder zorgen over het aantal ­‘gameruggetjes’: nog nooit werden zo veel jonge mensen aan een hernia geopereerd. Ook neemt het overgewicht onder jonge kinderen toe. Vorige maand lazen we uitgebreid in de media dat de motorische fitheid van onze kinderen sterk is afgenomen: het vangen van een bal moet tegenwoordig bij gym worden aangeleerd. En ook de ogen hebben het zwaar: de bijziendheid neemt toe. In Oost- Azië, waar gaming nog meer is ingeburgerd dan bij ons, is ruim 90 procent van de twintigers bijziend, wat de kans op latere blindheid sterk vergroot. Volgens oogheelkundige Caroline Klaver – oogarts en wetenschappelijk onderzoeker – komen er de volgende decennia om die reden in Nederland dan ook tienduizenden extra blinden bij. Het netvlies trekt bij de schermpjesstarende jeugd naar een ovale in plaats van naar een ronde vorm en blijft daarin op den duur als het ware steken.

 

 

 

Meer buitenspelen
Nogmaals, computergebruik zelf is het probleem niet, net zo min als het bestaan van snoep als een groot probleem hoeft te worden gezien. Maar we moeten het als ouders niet laten lopen, om de eenvoudige reden dat we zelf geen ervaring hebben hoe wij als kind daarin werden begrensd. Vooral in de basisschoolperiode zouden kinderen minstens twee uur per dag buiten moeten spelen om zowel hun lichamelijke (rug, ogen en gewicht) als hun sociaal-emotionele ontwikkeling een beetje op orde te houden. Zelfregulatie werkt helaas niet, dus ferm ouderschap is gewenst.

 

 

 

Bronnen: Vakbladvroeg en volkskrant

Huisartsen bieden genetische test voor de zwangerschap aan

zaterdag, mei 19th, 2018

Pindapoli helpt pinda-allergie voorkomen

maandag, mei 14th, 2018

 

 

Baby’s worden niet allergisch voor pinda’s door ze te eten, maar door pindaresten die op de gevoelige eczeemhuid terecht komen. Dat stelt kinderarts-allergoloog Dirk Verhoeven, werkzaam in de nieuwe Pindapoli in het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft. Drie theelepels pindakaas per week gedurende een half jaar zou kunnen voorkomen dat baby’s met een gevoeligheid voor pinda-allergie, die ook ontwikkelen.

 

 

 

Eczeem

‘Tussen de 10 en 15 procent van de zuigelingen heeft eczeem’, vertelt Verhoeven aan het AD. ‘Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met ernstig eczeem vaak een allergie voor pinda’s ontwikkelen omdat ze via de kapotte huid voor het eerst in hun leven in aanraking komen met pinda, in plaats van via de normale weg. Bijvoorbeeld door het eten van een stukje brood met pindakaas.’

 

 

 

Veilig

Met hulp van diëtisten en kinderverpleegkundigen wordt in de poli bekeken of het veilig is om baby’s vanaf vier maanden die serieuze eczeem hebben pindakaas te laten eten. De kapot gehakte pinda’s of pindakaas kunnen door het fruithapje worden geroerd of op een boterham worden gesmeerd. ‘Het moet vervolgens een half jaar lang wekelijks worden gegeven en dan kun je wel stellen dat een pinda-allergie is voorkomen.’

 

 

 

Bijvoeding

Verhoeven: ‘We denken dat de meeste pinda-allergieën zich ontwikkelen bij baby’s in de leeftijd van vier tot tien maanden.’ Als je de beste resultaten wilt bereiken moet je zo snel mogelijk, op het moment dat het kind bijvoeding krijgt, starten met het geven van de gehakte pinda of pindakaas. ‘Bij kinderen met ernstig eczeem het liefst voor de leeftijd van zes maanden, voor kinderen met weinig eczeem het liefst voor acht maanden.’ Een baby zónder eczeem heeft maar 0,5 procent kans op een pinda- en/of notenallergie.

 

 

Bron: AD.nl

Onderzoek naar stress bij jonge kinderen

maandag, mei 14th, 2018

 

 

 

Dat stress een negatieve invloed op de gezondheid heeft, was al langer bekend. Maar steeds meer kinderen ervaren langdurige stress. Armoede, schoolverzuim en kindermishandeling zijn anno 2018 belangrijke factoren die stress veroorzaken. Maar Frans Pijpers, adjunct-directeur van het NCJ, vangt steeds vaker signalen op dat het aantal kinderen met stress ook toeneemt door prestatiedruk en een overvloed aan prikkels, vertelt hij aan Vakblad Vroeg.

 

 

 

Chronisch

Pijpers: ‘Stress is heel normaal, zolang het zich niet opstapelt of chronisch wordt.’ De eerste duizend dagen vanaf de conceptie en de pubertijd zijn belangrijke fases voor de ontwikkeling van stress in de hersenen. ‘Wanneer stress chronisch wordt als kind loop je als volwassene de kans op het krijgen van ziektes en aandoeningen, als verslaving, obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten en darmproblemen. Het stressnetwerk helpt een organisme zich aan te passen aan uitdagingen en een veranderende omgeving. Het staat daarom in verbinding met het gehele lichaam.’

 

 

 

Overvloed aan informatie

Frans Feron, professor aan de Universiteit Maastricht: ‘Kinderen en jongeren ervaren in deze generatie vooral stress door de overvloed aan informatie. Op jonge leeftijd hebben ze al een mobiel en toegang tot internet en willen ze niets liever dan bijblijven. Ze moeten hetzelfde YouTube-filmpje bekijken dat hun vriendjes hebben gezien en zijn constant bezig op digitale media. Hierdoor ontstaat een soort prestatiedruk: kinderen moeten constant bijblijven, op platforms waar ongeveer iedere minuut wel weer iets nieuws op wordt geplaatst. Ze moeten dus niet meer alleen buiten spelen en kind zijn, maar bijhouden wat er allemaal op internet gebeurt én aan een bepaald ideaalplaatje voldoen.’

 

 

 

Onderzoek

In Nederland is tot nu toe niet voldoende nagedacht of onderzocht hoe stress zich ontwikkelt, en daarom zijn Pijpers en Feron zelf een onderzoek gestart naar stress bij kinderen. Volgens Pijpers volgt Early life stress een maatschappelijk probleem. ‘Ik hoop met ons onderzoek dat stress onder kinderen meer op de agenda komt te staan, ook bij politici. We mogen met elkaar gaan kijken hoe we dit op een goede manier preventief kunnen aanpakken. Stress hoort bij het leven, maar we moeten voorkomen dat het niet te veel wordt.’

 

 

 

Naar verwachting wordt er na de zomer een eerste rapport over Early Life Stress gepubliceerd.

 

 

 

Bron: Vakblad Vroeg

Extra aandacht voor gezonde voeding kinderopvang

maandag, mei 14th, 2018

 

 

Op de website van de Dag van de Groene Kinderopvang staan tal van ‘’groene’’ activiteiten, zoals buitenspelen, kleine beestjes vangen en bekijken, afval verzamelen, scheiden en ermee knutselen en natuurtochten. ‘Een groene kinderopvang heeft aandacht voor zorgen voor jezelf en zorgen voor je omgeving – van je directe omgeving tot ‘de planeet’. Vertrouwd daarmee worden is dan in de hele kinderopvang doorgevoerd’, vertelt Annette de Vries, makelaar bij Jong Leren Eten.

 

 

 

Voeding

‘Waar je nog weinig aandacht voor ziet, en wat wij juist willen stimuleren, is het thema ‘Voeding’. Daarin kun je bij uitstek goed zorgen voor jezelf en voor je omgeving. Wij pleiten erover dat kinderopvangorganisaties daar ook bewust met de kinderen mee bezig gaan.’

 

 

 

Tips

Om aan de slag te gaan met voeding in de kinderopvang, geeft Annette de volgende activiteitentips bij voedingsthema’s:

 

 

 

Gezond eten

  • Bewust beleid op voeding in de kinderopvang, waaronder ook traktatiebeleid
  • Actief met de kinderen bezig zijn met gezond eten, smaken leren kennen, laten zien en leren hoe je eten kunt klaarmaken, van verse ingrediënten tot iets lekkers
  • Workshops verzorgen voor ouders over gezonde voeding in samenwerking met GGD of diëtisten. Voor jonge kinderen is het wennen aan smaken heel belangrijk voor later

 

 

 

Herkomst voeding

  • Een moestuin inrichten en samen met de kinderen onderhouden, oogsten en opeten. Kinderen leren wat planten nodig hebben om te groeien, dat eten waardevol is, want het kost moeite dus gooi je het niet zomaar weg. Daarnaast: wat je zelf gekweekt hebt is lekkerder en ben je makkelijker bereid om te proeven.  Hierop speelt Jong Leren Eten met het programma Smakelijke Moestuinen, in samenwerking met Buurtlab en Jongeren Op Gezond Gewicht
  • Denk ook aan een bezoek aan een kinderboerderij waar informatie is over landbouwdieren, of aan een echte boerderij, daar kun je vaak én spelen én nog iets opsteken. Of een bezoekje aan een Hortus: landelijk is het thema van botanische tuinen nu ook voedsel, met leuke speurtochten

 

 

 

Jong Leren Eten

Voor al deze activiteiten verzamelen de makelaars van Jong Leren Eten het aanbod en informeren daar kinderopvangorganisaties- en locaties graag over. De makelaars werken samen met adviseurs en organisaties op het terrein van gezondheid, natuur & milieu en voeding. Zie ook www.jonglereneten.nl

 

 

Wil je meer inspiratie opdoen voor groene activiteiten? Of wil je een activiteit aanmelden? Klik hier

Voorleestips voor baby’s

maandag, mei 14th, 2018
  1. Kies een vast voorleesmoment, bijvoorbeeld voor het slapengaan of als rustpunt in de dag.
  2. Ga op een rustig plekje zitten. je kunt ook een speciaal voorleeshoekje maken, met een bankje, zachte matten of kleine poefjes. En natuurlijk een rek vol leuke boekjes.
  3. Houd de baby zo vast, dat je oogcontact kunt maken. Laat afbeeldingen in het boekje goed zien. vaak is een paar tekeningen laten zien genoeg.
  4. benoem wat er te zien is, maak bijpassende geluidjes of zing een liedje.
  5. het beste kun je kiezen voor dikke stoffen of plastic babyboekjes of boekjes met dikke kartonnen bladzijden. Ook knisperboeken zijn vaak favoriet.

Tips van Sieneke

Orthopedagoog Sieneke Goorhuis deed onderzoek naar de taalontwikkeling van baby’s, peuters en kleuters en schreef daar een boek over. Ze deelt ook nog drie tips voor stimuleren van de taal bij baby’s:

 

 

  1. Praat rustig, niet te snel. De verwerkingssnelheid is bij baby’s nog langzaam.
  2. Voer gesprekjes met een baby, door te reageren op de brabbels van een kind. Kijk eens hoe een baby reageert als je verschillende intonaties gebruikt, of als je iets harder praat, of juist fluistert. Je zult zien dat een baby hierop reageert en het zelf ook gaat uitproberen. Zo leert een baby te spelen met klankpatronen.
  3. Laat baby’s kennismaken met verschillende soorten geluiden. Een fluit klinkt anders dan een piano, een rammelaar anders dan een muziekdoosje en een hond maakt een ander geluid dan een poes.

 

 

 


Deze tips zijn afkomstig uit een artikel over taalontwikkeling bij baby’s uit het aprilnummer van tijdschrift Kinderopvang. In dit artikel staan meer tips over hoe je dit doet, maar ook vertelt Sieneke Goorhuis waarom het zo belangrijk is om de taal al van jongs af aan te stimuleren. Abonnees van tijdschrift Kinderopvang kunnen het volledige artikel hier lezen

Lage inkomens niet vaker naar slechte kinderopvang

maandag, mei 14th, 2018

 

 

Het onderzoek was uitgevoerd na berichtgeving en onderzoek van de Volkskrant in 2016. Het artikel leidde tot Kamervragen. De Volkskrant baseerde het stempel “minder kwaliteit” op de kleur van het risicoprofiel van de GGD. Voormalig minister Lodewijk Asscher gaf toen al aan dat dat geen goede indicatie was. Risicoprofielen zeggen wel iets over hoeveel toezichtcapaciteit een locatie nodig heeft, maar niets over de actuele kwaliteit. Asscher gaf wel aan dat het zorgelijk zou zijn als de uitspraken van de Volkskrant wel zouden kloppen en vroeg de Onderwijsinspectie om nader onderzoek te doen.

 

Tekortkomingen vastgesteld

Dat gebeurde. De Inspectie bekeek of er een relatie was tussen het inkomen van ouders en de kwaliteit van een kinderdagverblijf. Zij keek of een locatie tekortkomingen had (die tijdens een inspectie zijn vastgesteld) en of er vervolgens een handhavingsadvies is gegeven. Ook bekeek de Inspectie of er een relatie was met de grootte van de opvanglocatie en de omvang van de organisatie waartoe het kinderdagverblijf behoort.

 

 

 

Kleine verschillen

Het percentage kinderen van ouders met een lager inkomen dat naar een kinderdagverblijf gaat met een lagere kwaliteit is ietsjes hoger. Maar die verschillen zijn zo klein dat de Onderwijsinspectie geen reden tot zorg ziet. Ze gaan iets vaker naar een locatie met een handhavingsadvies (3-5 procent) en ook iets vaker naar een opvanglocatie met relevante tekortkomingen (2-5 procent). Maar dat noemt de Inspectie niet significant.

 

 

 

Groot doet het beter dan klein

Wel valt op dat grote houders en grote locaties de wet- en regelgeving beter naleven dan kleine houders en kleine kinderdagverblijven. Dit komt overeen met de resultaten uit de Landelijke Rapportage Toezicht en Handhaving Kinderopvang 2016. Staatssecretaris van Sociale Zaken Tamara van Ark zegt in een Kamerbrief blij te zijn met de uitkomsten van het onderzoek. ‘Het laat zien dat kinderen van ouders met lagere en hogere inkomens naar kinderdagverblijven van vergelijkbare kwaliteit gaan (naar opvanglocaties met vergelijkbare percentages tekortkomingen en handhavingsadviezen). Dat is goed nieuws. Ik zie daarom geen reden voor aanvullende maatregelen.’

‘Eerste duizend dagen zijn levensbepalend’

maandag, mei 14th, 2018

 

 

In de loop der jaren is er veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van baby’s. Het blijkt dat de eerste duizend dagen, vanaf de conceptie, bepalend zijn voor de rest van een mensenleven. Een verkeerde start kan veel gevolgen hebben op latere leeftijd, mentaal én lichamelijk.

 

 

Onderzoek

Tessa Roseboom, hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam, doet al twintig jaar lang onderzoek naar vroegontwikkeling. ‘Ik begon met onderzoek naar baby’s die geboren zijn in de hongerwinter. Lessen die we daaruit geleerd hebben, heb ik vertaald naar allerlei studies naar het leven nu.’

 

 

Boek

‘Er komt zoveel bewijs, niet alleen uit biomedisch gebied, maar ook uit andere vakgebieden, die laten zien hoe belangrijk die eerste duizend dagen zijn voor de ontwikkeling van een kind. In geen enkele andere periode worden er zoveel mijlpalen bereikt als in die eerste jaren. Als daar iets niet goed gaat, heb je daar een leven lang last van.’ Roseboom vond het jammer om informatie over dit onderwerp, dat van maatschappelijk belang is, alleen in wetenschappelijke artikelen te publiceren en besloot de kennis uit al die verschillende vakgebieden te bundelen in een laagdrempelig boek.

 

Kinderopvang

Naar kinderopvang heeft Roseboom zelf geen onderzoek gedaan, maar wel veel wetenschappelijk onderzoek over gelezen. ‘Goede kwaliteit kinderopvang is ontzettend belangrijk. De hersenontwikkeling gaat in die eerste jaren ontzettend snel. Hoe meer je een baby stimuleert, hoe meer die hersenen zich ontwikkelen. Dat verbetert de vaardigheden, waardoor kinderen beter gebruik kunnen maken van onderwijs, betere schoolprestaties hebben en uiteindelijk heeft dat gevolgen op het vinden van een baan.’

 

Rol pm’er

Roseboom benadrukt de belangrijke rol van de pedagogisch medewerker in een babygroep. ‘Het werk dat zij doen is ontzettend belangrijk. De zorg, aandacht en stimulatie die zij aan de kleintjes geven is bepalend. Tegelijk is het flink aanpoten op een groep. Het is belangrijk dat zij ook aandacht hebben voor de rustige kinderen, die soms minder veel aandacht vragen.’

 

Tips

Roseboom geeft daarom enkele tips. ‘Verdeel je aandacht over alle kinderen in de groep, ook de baby’s die rustig zijn en weinig aandacht vragen. Stimuleer de kinderen, praat tegen ze, speel spelletjes met baby’s en lees voor. Weet dat het werk dat je doet ontzettend waardevol is en dat je bijdraagt aan de ontwikkeling van een klein mensje.’

 

Hugo de Jonge

Tessa Roseboom overhandigde haar boek De eerste 1000 dagen onlangs aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Hij vertelde bij het in ontvangst nemen van het boek dat er in de zomer een landelijk programma gelanceerd wordt om kinderen een goede start te geven, waarin wetenschappelijke kennis vertaald wordt naar de praktijk. Ik mag meedenken over hoe we dat programma vorm gaan geven. Als de overheid investeert in de vroege ontwikkeling, levert dat over een aantal jaar op veel vlakken winst op.’

VROEG BEGINNEN MET VOORLEZEN GOED VOOR TAALONTWIKKELING EN CONCENTRATIE

zaterdag, april 28th, 2018

 

 

BoekStart ontwikkelde samen met de GroeiGids twee nieuwe mijlpaalkaarten. Ouders in heel Nederland krijgen dit jaar deze kaarten cadeau bij de GroeiGids 0-4 jaar, die zij na de geboorte van hun kind van het consultatiebureau ontvangen.

 

 

Ook voor baby’s

De twee mijlpaalkaarten met Gonnie en Gijsje, bekend van de voorleesboekjes, zijn speciaal ontworpen en hebben afgeronde hoeken voor optimale veiligheid. Achterop de mijlpaalkaarten staat meer informatie over BoekStart en de GroeiApp. Anneke Kesler, hoofdredacteur GroeiGids: “Met de actie hopen we ouders nog bekender te maken met het BoekStartprogramma en ze bewust te maken van hoe leuk en belangrijk voorlezen is, ook voor baby’s”.

 

 

Bibliotheek, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen

BoekStart wordt gecoördineerd door Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek en gesubsidieerd door het Ministerie van OCW. Het programma wordt uitgevoerd in de Bibliotheek, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Bijna 90% van de ouders ontvangt drie maanden na de geboorte van hun kind een waardebon voor een koffertje met een boekje en een gratis babylidmaatschap van de bibliotheek. Per jaar worden nu al 55.000 koffertjes uitgedeeld aan ouders.

 

 

GGD Amsterdam

De GroeiApp is onderdeel van de GroeiGids en wordt uitgegeven door de GGD Amsterdam. GroeiGids werkt samen met StichtingOpvoeden.nl om ouders te voorzien van betrouwbare informatie over opvoeden en opgroeien. De gratis GroeiGidsen worden aan ouders aangeboden door professionals. Meer dan 90% van de ouders die het consultatiebureau bezoeken, ontvangt de GroeiGids 0-4 jaar.

 

 

Met de GroeiApp houden al meer dan 170.000 ouders alle mijlpalen in de groei en (taal)ontwikkeling van hun kind bij en ontvangen zo betrouwbare informatie passend bij de leeftijd van hun kind.

 

 

Over Mijlpaalkaarten

Bij alle GroeiGidsen 0-4 jaar  die dit jaar uitgegeven worden ontvangen ouders een setje van 3 mijlpaalkaarten:
– ‘Vandaag was mijn eerste lachje’
– Hoera ik ben 1 jaar’
– ‘Vandaag zette ik mijn eerste stapje’

 

 

De twee mijlpaalkaarten met Gonnie en Gijsje, bekend van de voorleesboekjes, zijn speciaal ontworpen en hebben afgeronde hoeken voor optimale veiligheid. Achterop de mijlpaalkaarten staat meer informatie over BoekStart en de GroeiApp.

 

Meer weten?

Kijk voor meer informatie over het belang van lezen en/of informatie op BoekStart en GroeiGids

 

DE ZES INTERACTIEVAARDIGHEDEN

De manier waarop je contact (=interactie) hebt met baby’s, kinderen (maar ook met volwassenen) zijn je interactievaardigheden. “Interactie” heb je non-verbaal via de signalen die je afgeeft zonder daar taal bij te gebruiken. En verbaal via taal, WAT je zegt, maar ook HOE je iets zegt.

De professional-kind-interactie is één van de vijf vormen van pedagogische inzet die je gebruikt om de vier pedagogische basisdoelen uit de Wet Kinderopvang te kunnen behalen.  Uit onderzoek is gebleken dat de kwaliteit van kinderopvang voor een overgroot deel bepaald wordt door de kwaliteit van interactie van de professional. Daarentegen is uit onderzoek ook gebleken dat er nog veel winst te behalen valt op de kwaliteit van deze interactievaardigheden.

KINDEREN VERLEREN GOED BEWEGEN

zaterdag, april 28th, 2018

 

 

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Onderwijsinspectie waarover de Volkskrant bericht. De bewegingsvaardigheid in 2016 van ruim 2.500 kinderen op 89 scholen werd daarvoor vergeleken met onderzoek uit 2006.

 

 

Mindere score

Op vijf van de acht onderdelen die in beide jaren zijn getest, scoorden de leerlingen in 2016 minder goed. Het gaat om balanceren op een instabiel vlak, touwzwaaien, mikken op een basket, gooien en vangen van een kleine bal via de muur en tennissen via de muur. Bijna eenderde van de leerlingen in het speciaal basisonderwijs en zo’n 20 procent van de basisschoolleerlingen konden geen bal vangen. Alleen bij de onderdelen wendsprong over de kast, rollen over een verhoogd vlak en de shuttleruntest (piepjestest) blijven de prestaties gelijk.

 

 

Uit het onderzoek blijkt dat bijna 60 procent van de kinderen per dag 1 à 2 uur tv-kijkt en 1 à 2 uur computert. Het aantal kinderen met overgewicht is gestegen van 11 procent in 2006 naar 17 procent in 2016. Tegelijkertijd zijn kinderen wel actiever bezig met buitenschoolse activiteiten. Opvallend genoeg sport ruim 60 procent van de ondervraagde leerlingen drie of meer keer per week bij een club. Maar er is ook een deel dat nooit sport in clubverband: 17 procent.

 

 

Op de helft van de scholen geeft een gymleraar de bewegingslessen. Andere scholen zetten ook groepsdocenten in. Dat maakt verschil, zo valt te lezen in het rapport. De kinderen met een aparte gymleraar scoren op drie van de veertien onderdelen beter.

 

 

Zorgelijk

De PO-Raad noemt de ontwikkelingen zorgelijk. ‘Van jongs af aan op een speelse manier leren bewegen is belangrijk voor de gezondheid en prestaties van kinderen. Als ze er jong mee beginnen, profiteren ze daar hun hele leven van’, aldus een woordvoerder.

 

 

Er zijn ook hoopvolle signalen. ‘We zien al een aantal jaren dat de focus verschuift van bewegen tijdens bewegingsonderwijs naar bewegen op andere manieren’, zegt de woordvoerder. Niet alleen sporten tijdens de gymles dus, maar ook tijdens taal en rekenen. ‘Scholen maken het schoolplein daarnaast uitdagender. Geen kale tegels meer, maar attributen zoals klimrekken waardoor kinderen wel willen bewegen.’

 

 

bron: Vakblad Vroeg

Kabinet gaat dienstverlening kinderopvangtoeslag verbeteren

vrijdag, april 27th, 2018

 

 

De huidige wijze van voorschieten van de kinderopvangtoeslag leidt bij een deel van ouders tot financiële problemen. Met name bij ouders met lage inkomens en een wisselend inkomen. Dat was voor het kabinet aanleiding om een andere manier van financieren van de kinderopvang te onderzoeken.

 

 

Van Ark: ‘’Na een zorgvuldige afweging heeft het kabinet besloten dat we ouders met hoge terugvorderingen ook kunnen helpen via meer en beter maatwerk in de dienstverlening van de Belastingdienst.”

 

 

Bij deze afweging is gekeken naar de mogelijkheden voor verbeteringen, afgezet tegen risico’s. Zowel binnen het huidige stelsel als in een nieuw stelsel. De afgelopen jaren heeft de Belastingdienst meer grip gekregen op de processen en is er meer stabiliteit in de uitvoering van de kinderopvangtoeslag gekomen. Het kabinet kiest daarom voor het doorvoeren van verbeteringen en veranderingen bij de Belastingdienst in plaats van een nieuw systeem.

 

 

De ervaringen met de verbeteringen rond de kinderopvangtoeslag kunnen ook helpen bij het verbeteren van het systeem rond andere toeslagen.

 

 

Van Ark: ‘’De Belastingdienst heeft al veel stappen vooruit gezet rond de uitvoering van de kinderopvangtoeslag. Ze gaan daar de komende periode mee door.’’

 

 

Het kabinet geeft hoge prioriteit aan het terugdringen van schulden van mensen. Daarom zal een deel van de verbeteringen al dit jaar in gang worden gezet. De vertegenwoordigers van ouders en ondernemers in de kinderopvang worden betrokken bij de verdere uitwerking van de voorgenomen verbeteringen.

 

 

In opdracht van het vorige kabinet was DUO begonnen met de ontwikkeling van een nieuw systeem. De kosten die daarmee tot nu toe gepaard zijn gegaan, bedragen circa 20 miljoen euro. Er wordt gekeken hoe de tot nu toe ontwikkelde oplossingen gebruikt kunnen worden voor andere trajecten.

Week van het Jonge Kind

maandag, april 23rd, 2018

 

The National Association for the Education of Young Children (NAEYC) brengt de Week van het Jonge Kind internationaal onder de aandacht. De NAEYC heeft iedere dag in de Week een ander subthema gegeven. Deelnemers aan de Week van het Jonge Kind kunnen ervoor kiezen om bij het Nederlandse thema ‘Gezond opvoeden’ te blijven of één of meerdere van de dagthema’s te gebruiken.

 

 

Maandag :Music Monday staat in het teken van zingen, muziek maken, ritmes, spelletjes, enz. Kinderen kunnen spelenderwijs muziek maken en leren door bijvoorbeeld telliedjes, zelf een liedtekst verzinnen of eigen dansmoves bedenken.

Dinsdag : Op Tasty Tuesday staat gezonde voeding centraal. Door regelmatig afwisselende soorten fruit, groenten, beleg of drinken aan te bieden, geef je jonge kidneren de kans om hun smaak te ontwikkelen en verschillende substanties en texturen te ontdekken. Zo leren kinderen ook andere smaken dan zoet te waarderen. Door met kinderen mee te eten en dezelfde gezonde voeding te eten krijgen ze een goed voorbeeld.

Woensdag : Work together Wednesday laat het nut van samenwerken zien. Samenwerken helpt kinderen bij hun ontwikkeling.

Donderdag : Op Artsy Thursday kunnen kinderen knutselen, schilderen en tekenen met allerlei materialen. Dit stimuleert de motorische ontwikkeling van kinderen en ontwikkelt hun fantasie.

Vrijdag : Family Friday gaat om het gezin. Kinderen mogen vertellen over hun eigen gezin en familie en krijgen door de verschillende verhalen een positief beeld van diversiteit.

 

bron nationale onderwijs gids

Kinkhoestvaccinatie voor alle zwangeren nieuwe tak van sport

maandag, april 23rd, 2018

Kinkhoest is een erg besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie. Vaccinatie tegen kinkhoest wordt aan alle kinderen in Nederland aangeboden in het Rijksvaccinatieprogramma. Hierdoor is het aantal kinderen dat overlijdt aan kinkhoest al sterk afgenomen. Vaccinatie tijdens de zwangerschap beschermt kinderen vanaf de geboorte tegen kinkhoest. Voor de zomer neemt de staatssecretaris hierover een definitief besluit.

Nieuwe tak van sport
Blokhuis: “Het Rijksvaccinatieprogramma uitbreiden naar alle zwangere vrouwen heeft een hoop voeten in de aarde. Het hele programma richt zich nu op kinderen en wordt uitgevoerd door vooral consultatiebureaus. Het aanbieden van een vaccinatie aan zwangere vrouwen is daarom echt een nieuwe tak van sport. Bijvoorbeeld verloskundigen zullen daarin een belangrijke rol moeten spelen. Hoe we dat het best kunnen regelen en wat dat gaat kosten, vergt nog een hoop uitzoekwerk. Daar zijn we nog een paar maanden druk mee bezig, in de volle overtuiging dat het de gezondheid van juist onze kleinste kinderen ten goede komt.”

Nu voor eigen rekening
Zwangere vrouwen kunnen zich nu al laten vaccineren tegen kinkhoest, voor eigen rekening, via de huisarts of GGD. Het RIVM heeft aangegeven dat het vaccin momenteel in voldoende mate beschikbaar is. De kosten van het vaccin zijn zo’n 25 euro; bovenop.

Voorlichting aan professionals
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gaat op verzoek van staatssecretaris Blokhuis hierover extra voorlichting geven aan professionals als verloskundigen, huisartsen en GGD medewerkers. Onder andere via flyers en posters voor wachtkamers. Tevens is er een lespakket ontwikkeld voor nascholing van huisartsen en apothekers, waarin kinkhoestvaccinatie voor zwangere vrouwen aan de orde komt.

bron: vakbladvroeg

GASTOUDER UITGELICHT : Gastouder Antje uit Apeldoorn

maandag, april 23rd, 2018

Eenderde ouders deelt geen kinderfoto’s op social media

maandag, april 23rd, 2018

 

 

De antwoorden zijn door 327 ouders gegeven in een privacy onderzoek, dat is uitgevoerd onder het Landelijk Ouderpanel. Het ouderpanel is een initiatief van Stichting Opvoeden.nl en Ouders & Onderwijs, in samenwerking met Ouders Online. Het gaat in dit onderzoek over schoolgaande kinderen (4-18 jaar).

 

 

Foto’s delen

Bijna alle ouders zijn voorzichtig met het plaatsen van foto’s op sociale media. 33 procent  van de ouders plaatst helemaal geen foto’s van hun kinderen op sociale media. Meer dan 50 procent doet dit wel, maar denkt hierbij wel na over het soort foto of het soort pagina waar het op geplaatst wordt. Over hoe anderen met foto’s van hun kind omgaan, zijn ouders verdeeld. Zo vindt een ouder: ‘Als mijn kind op een plaatje van school staat omdat de school wil laten zien wat ze met leerlingen doen, prima.’ Terwijl een ander zegt: ‘Ik vind het niet nodig om kinderen op social media te zetten, ook al ben je een school. Je kunt leuke plaatjes maken zonder kinderen te zien door bijvoorbeeld emoticons op hun gezichten doen.’

 

 

Wachtwoorden delen

Ruim de helft van de ouders wil de wachtwoorden van hun kind weten. Ouders geven aan dit gemiddeld tot en met hun 15e jaar te willen weten. 66 procent van de ouders bekijkt de websites die hun kind bezoekt en ruim 50 procent van de ouders met kinderen boven de 12 bekijkt (wel eens) de WhatsApp-gesprekken van hun kind. ‘Ik ben bang dat er op internet een digitaal spoor van mijn kinderen ontstaat en dat ze dat nooit meer kunnen aanpassen’, geeft een ouder aan.

 

 

Privacy kinderen

Ruim 10 procent van de ouders gebruikt een tracking-apparaatje om hun kind te volgen. Veel ouders geven echter aan dat het pubers beperkt in hun privacy en dat je als ouder alleen maar angstiger worden van een dergelijk apparaatje. Vooral ouders van oudere kinderen (+12 jaar) denken een goede balans te kunnen vinden tussen de veiligheid en de privacy van hun kind. ‘Toen ze jonger waren, keken we samen welke websites ze bezochten. Nu vertrouw ik erop dat ze verstandig omgaan met internet’, zegt een ouder. Ouders met jongere kinderen hebben hier vaak nog niet over nagedacht.

 

 

Privacygegevens met school

Het onderzoek gaat ook voor een deel over het delen van privacygegevens met school. 25 procent van de ouders weet niet welke gegevens de school verzamelt en bewaart van hun kind. De helft van de ouders is hier slechts gedeeltelijk van op de hoogte. Nog eens de helft van de ouders heeft er bovendien geen vertrouwen in dat de school van hun kind de leerlinggegevens goed beveiligt. Ouders zijn onvoldoende op de hoogte van hun rechten op het leerlingdossier dat school bijhoudt. Vooral niet van het feit dat de gegevens door hen aangevuld, gewijzigd en verwijderd kunnen worden.

‘Hoe helpen we eenkennige baby wennen?’

maandag, april 23rd, 2018

Vraag van Lotte: ‘Binnenkort komt op onze babygroep een nieuwe baby van 5 maanden. Volgens de moeder is ze erg alert en nieuwsgierig maar daardoor ook snel overprikkeld. En daarnaast is ze al eenkennig vanaf 2,5 maand. Hoe kunnen we het wennen op de groep voor haar zo gemakkelijk mogelijk maken?’

 

 

Antwoord Marieke Grijpink

‘Wat goed dat je deze vraag stelt voordat de wenperiode begint. Ik ga je een aantal tips geven’:

  • 1. Hoe vaker ze komt hoe gemakkelijker het wenproces zal verlopen Dus misschien kun je haar vijf (korte) dagen achter elkaar laten komen voordat haar ouders echt aan het werk gaan.

 

  • 2. In Duitsland mag een van de ouders het kind vergezellen tijdens de wenperiode. De aanwezigheid van de ouder wordt afgebouwd op basis van het welbevinden van de baby. De baby is hierin dus leidend.

 

  • 3. Probeer haar te koppelen aan een vaste medewerker, nadat er een heel zorgvuldige intake is geweest (hoe houden de ouders de baby vast? Welk ritme heeft de baby? Vraag naar rituelen, hoe wordt de baby te slapen gelegd?). Zo kun je het voor haar zo voorspelbaar mogelijk maken.

 

  • 4. Misschien heeft de moeder of vader een t-shirt waar haar of zijn geur in zit. Ook dat kan helpen.

 

  • 5. Blijf zelf zo rustig mogelijk. Baby’s voelen jou naadloos aan, dus ook als je gespannen bent of het niet meer weet.

 

  • 6. Hanteer vaste voorspelbare patronen voor haar, gebruik bijvoorbeeld steeds dezelfde woorden wanneer je haar, op een vaste plek,  neerlegt om te gaan spelen. Zo gaat ze langzaam maar zeker ook de patronen herkennen en voelt zij zich steeds vertrouwder.

 

  • 7. En……neem de buitenruimte mee in je aanpak, lekker in de wandelwagen naar buiten. Het ontspant haar en jou!

 

 

‘Elke kind is er één, met een eigen karakter. Ze bepaalt zelf wanneer ze gewend is. Dat is nog eens autonomie! Jullie  scheppen de voorwaarden en ondersteunen haar bij dit proces. En… betrek de ouders intensief: bied vertrouwen zodat zij ook naar de baby toe dit vertrouwen kunnen uitstralen. En als zij gewend is, dan kunnen jullie daar trots op zijn!’

Inspectie: ‘Toezicht en handhaving kinderopvang verbeterd’

maandag, april 23rd, 2018

 

 

Uit de nieuwe jaarlijkse Landelijke Rapportage Toezicht en Handhaving Kinderopvang (over 2016) door de Onderwijsinspectie blijkt dat gemeenten de uitvoering van de wettelijke taken steeds beter onder controle hebben. Nieuwe aanvragen worden tijdig afgehandeld, de verplichte inspecties worden uitgevoerd en gemeenten handhaven wanneer er tekortkomingen vastgesteld worden in de kinderopvang.

 

 

Vertrouwen

,,Dit is goed nieuws en geeft mij veel vertrouwen dat we er in slagen om de uitvoering van het toezicht en de handhaving in de kinderopvang ook de komende jaren verder te verbeteren.’’ Dat schrijft Tamara van Ark, staatssecretaris van SZW, in haar brief aan de Tweede Kamer.

 

 

Kwaliteit

Ieder jaar voldoen weer meer kinderopvangvoorzieningen aan de wettelijke kwaliteitseisen. In 2016 kregen gemeenten van de GGD-toezichthouder een handhavingsadvies voor 24 procent van de kinderopvanglocaties. In 2014 gold dat nog voor 37 procent van de kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang, en voor 32 procent van de gastouderbureaus. 87 procent van de tekortkomingen waarvoor in 2015 handhavingstrajecten zijn gestart, wordt tussen twee jaarlijkse onderzoeken in door de houders hersteld.

 

 

Tekortkomingen

Hoewel het over het algemeen ‘beter’ gaat, worden er toch nog steeds relatief veel tekortkomingen vastgesteld, vindt de Onderwijsinspectie. Zoals het aanwezig zijn van een (juiste) verklaring omtrent gedrag (VOG), de aanwezigheid van voldoende beroepskrachten (beroepskracht-kindratio) en de grootte van de opvanggroepen (maximale groepsgrootte).

 

 

VVE

Bij tekortkomingen in de kwaliteitseisen kinderopvang wordt door gemeenten vaker gehandhaafd dan bij tekortkomingen in de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie. ‘Op het moment dat de gemeente subsidie toekent aan een kinderopvangvoorziening, voldoet ruim een kwart van de kinderopvangvoorzieningen niet aan de kwaliteitseisen kinderopvang en/of de basisvoorwaarden voorschoolse educatie. De inspectie vindt dat gemeenten hiermee een verkeerd signaal afgeven aan ouders en houders. Ouders mogen ervan uitgaan dat een kinderopvangorganisatie die is erkend door de gemeente als aanbieder van voorschoolse educatie, voldoet aan alle kwaliteitseisen’, staat er in de rapportage. Een groot deel van de tekortkomingen betreft vaak de scholing van de VVE-medewerkers. Daarover was de afgelopen jaren veel onduidelijkheid. Dat moet ‘verleden tijd’ zijn met het Besluit basisvoorwaarden, stelt Tamara van Ark.

 

 

Signalering

De inspectie wijst op het belang van goede signalering. ,,Ik ben het met de inspectie eens dat dit belangrijk is en ga met GGD GHOR Nederland in gesprek of en zo ja, welke acties nodig zijn om hier verdere verbeteringen te realiseren. Bij dit gesprek betrek ik ook de aanbeveling van de inspectie om het huidige risicomodel te herijken en waar nodig aan te passen”, schrijft Van Ark. ,,Het is van groot belang dat kinderopvang veilig en kwalitatief goed is, zodat ouders met een gerust hart kunnen deelnemen aan het arbeidsproces in de wetenschap dat hun kind(eren) de zorg en aandacht krijgen die zij verdienen. Toezicht en handhaving spelen een belangrijke rol bij het realiseren van deze doelstelling.’’

 

 


De Onderwijsinspectie moet toezien op de uitvoering van de taken van gemeenten en de GGD wat betreft het toezicht en handhaving in de kinderopvang. De inspectie rapporteert jaarlijks over de uitkomsten in zijn Landelijke Rapportage Toezicht en Handhaving Kinderopvang. Bekijk hier de rapportage


Uit het rapport van 2014 blijkt dat cijfers van het toezicht op de kinderopvang per regio verschillen. De inspectie liet kwalitatief onderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in de verschillen in de uitvoering van het toezicht op de kinderopvang door GGD’en en mogelijke verklaringen voor deze verschillen. Bekijk hier het onderzoek

Meer havo- en vwo-meisjes kiezen voor techniek

maandag, april 23rd, 2018

 

 

Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tien jaar geleden koos 2 procent van de havo-meisjes en 6 procent van de vwo-meisjes voor het profiel Natuur en Techniek. In dit profiel zijn de vakken wiskunde B, en natuur- en scheikunde verplicht. Het aantal meisjes dat nu kiest voor deze richting is op de havo 10 procent en op het vwo 28 procent.

 

 

Vmbo

Nog altijd worden deze profielen vooral gevolgd door jongens: 26 procent van de havo-jongens kiest ervoor en 28 procent van de vwo-jongens. Opvallend is dat de stijging van het vak techniek onder mesjes op het vmbo veel minder hard stijgt. Daar kiest 4 procent van de meisjes voor techniek.

 

 

Nieuwe tweede fase

Volgens het CBS is de stijging voor techniekprofielen op de havo en het vwo vooral te verklaren door de invoering van de nieuwe tweede fase. Kinderen kunnen daardoor gemakkelijker profielen combineren, zoals Natuur en Techniek en Natuur en Gezondheid. Deze dubbelprofielen zijn vooral populair bij meisjes op het vwo.

 

 

Hoger onderwijs

De stijging in het middelbaar onderwijs is nog niet terug te zien in het hoger onderwijs. Daar is het aandeel vrouwen dat een diploma haalt in techniek gestegen van 2 naar 3 procent, maar dat is nog steeds marginaal.

Multicultureel opvoeden: hoe doe je dat?

maandag, april 23rd, 2018

In Nederland heeft bijna een vijfde (22,6 procent) van het aantal inwoners een migratieachtergrond. Voor jongeren tot 25 jaar heeft zelfs 25 procent een migratieachtergrond, blijkt uit deze cijfers. Stichting Opvoeden liet een diversiteitsonderzoek uitvoeren door dr. Christa Nieuwboer met de vraag: hoe kan de opvoedinformatie die wij met deskundigen ontwikkelen nog beter aansluiten op ouders met een niet-westerse migratieachtergrond?

 

 

82 ouders gingen in gesprek met Nieuwboer. De deelnemende ouders hadden verschillende achtergronden, waaronder Marokkaans, Somalisch, Antilliaans, Surinaams en Iraans. Verschillende thema’s werden besproken, waaronder sociale media, ontwikkeling en seksualiteit.

 

 

Het onderzoek laat zien dat opvoeden in twee (of meer) culturen een grote uitdaging kan zijn. Het helpt als ouders en kinderen dan niet geforceerd hoeven te kiezen tussen de ene óf de andere cultuur, maar zich verbonden voelen met beide of meerdere culturen.

 

 

Waar kun je rekening mee houden bij het ontwikkelen van opvoedinformatie? Nieuwboer geeft de volgende tips:

 

 

  • 1. Maak een filmpje of beeldverhaal over de ontwikkelingsfases van kinderen en de termen (peuter/puber etc.) die daarbij gebruikelijk zijn. Op die manier wordt impliciete kennis, die in veel teksten een rol speelt, expliciet gemaakt;

 

  • 2. Vermijd exclusie-woorden zoals ‘anders’ (bijv.: “andere culturen”), waarderingswoorden zoals ‘zelfs’ (bijv.: “sommige gezinnen hadden zelfs meer dan tien kinderen”) en wees alert op het neerzetten van een norm waarvan andere vormen van opvoeden afwijken (bijv.: door steeds het gesprek met het individuele kind centraal te stellen). Vermijd polarisering, zoek juist de nuancering;

 

  • 3. Gebruik bronnen van informatie uit verschillende wetenschappelijke stromingen en disciplines en vermijd een eenzijdig ontwikkelingspsychologisch perspectief;

 

  • 4. Bij het maken van basismateriaal is het te overwegen om dit beeldend en in diverse talen aan te bieden. Dit dient dan ook ter introductie voor nieuwkomers en anderstaligen.

 

 

Het onderzoek is gedaan in opdracht van Stichting Opvoeden. Klik hier voor het bijbehorende rapport >>

GEZOCHT: Enthousiaste leden voor de oudercommissie!

dinsdag, april 10th, 2018

De Wet Kinderopvang verplicht het gastouderbureau een oudercommissie in te stellen. Deze wet geeft oudercommissies adviesrechten over bijvoorbeeld onderwerpen als kwaliteit van de opvang, openingstijden en prijs van de opvang.

 

 

Onze oudercommissie vergadert 2 keer per jaar met en 1 keer per jaar zonder de directie van Gastouderbureau Krokodilletje. Deze data liggen vast in de agenda. Het zijn altijd leuke en gezellige bijeenkomsten die doorgaans een uurtje in beslag nemen. Tijdens deze bijeenkomsten staan verschillende punten op de agenda, bijvoorbeeld: Tevredenheid, Pedagogisch beleid en Veiligheid en gezondheid.

 

 

Wij vernemen het graag van u wanneer u meer informatie wil ontvangen of wanneer u in de oudercommissie plaats wil nemen.

Gastouderbureau Krokodilletje in 2017 wederom klachtenvrij!

dinsdag, april 3rd, 2018

NIEUW : Voeg zelf als gastouder uw huisgenoten en/of structurele bezoekers toe in uw account bij: Mijn gegevens>mijn structureel aanwezigen

dinsdag, april 3rd, 2018

NIEUW : Upload zelf als gastouder uw documenten bij : mijn gegevens>mijn scans!

dinsdag, april 3rd, 2018

ONDERZOEK WIJST UIT: BADEENDJES ZIJN ÉCHT VIES

zaterdag, maart 31st, 2018

In vier van de vijf badeendjes die onderzoekers onder de loep namen, werden ‘potentieel ziekteverwekkende bacteriën’ gevonden, met name in het viezige water dat uit de eendjes kan worden gespoten. Onder die bacteriën bevonden zich vervelende varianten als Legionella en Pseudomonas aeruginosa, een bacterie die vaak de oorzaak is van infecties die in het ziekenhuis worden opgelopen.

 

 

 

Bacteriën en schimmels

De wetenschappers van onder meer de Universiteit van Illinois en de Technische Hogeschool van Zürich vonden een opvallend hoog en gevarieerd aantal bacteriën en schimmels in de eendjes: tot wel 75 miljoen per vierkante centimeter. In bepaalde hoeveelheid kunnen bacteriën helpen om het immuunsysteem van een kind te versterken, maar in de verkeerde hoeveelheden kunnen ze ook infecties veroorzaken aan de ogen, oren en ingewanden.

Om te voorkomen dat er zoveel bacteriën en schimmels in het badspeelgoed komen, moeten polymeren van hogere kwaliteit worden gebruikt, zeggen de onderzoekers. Hun onderzoek is het eerste diepgaande naar dit onderwerp en werd deels gefinancierd door de Zwitserse overheid.

 

Niet direct in de prullenbak

Het onderzoeksresultaat is volgens Nederlandse wetenschappers geen reden om direct alle badeendjes in de prullenbak te gooien. “Overal zitten bacteriën. Op je handen, mond en ook bij het badputje”, vertelt Marcel Zwietering, microbioloog aan de Wageningen Universiteit.

“Mensen worden daar over het algemeen niet ziek van, behalve als je een lage weerstand hebt of als je bejaard bent.”

 

Waterdruppeltjes inademen

Volgens Paul van der Wielen, senior onderzoeker microbioloog bij KWR Watercycle Research Institute, kan de legionella pneumophila bij mensen met een verzwakt immuunsysteem een risico vormen voor de luchtwegen. “Als je kleine waterdruppeltjes met de bacteriën inademt, is er kans op een luchtweginfectie. Als je het opdrinkt, word je er in principe niet ziek van.”

De pseudomonas aeruginosa bacterie die in de badeendjes werd aangetroffen, is volgens Van der Wielen zorgelijker dan legionella. “Die kan namelijk ook oorinfecties veroorzaken en kinderen zijn gevoeliger voor dit organisme dan legionella pneumophila.”

 

Omspoelen met heet water

Dat de bacteriën juist veel op en in de badeendjes werden gevonden, is volgens Van der Wielen niet gek. Ze kunnen zich namelijk prima voeden met stoffen uit het plastic van de eendjes.

Toch denken de microbiologen dat ouders zich niet al te druk hoeven te maken als ze hun kinderen met speelgoed in bad laten spelen. “Spoel de badeendjes gewoon regelmatig om met heet water van 50 tot 60 graden, daarmee dood je namelijk de bacteriën”, zegt Van der Wielen. Ook Zwietering vindt het niet nodig om groot alarm te slaan. “Ik wil niet zeggen dat het hier om een storm in een glas water gaat, maar het komt wel in de buurt.”

 

 

 

bron: RTLnieuws.nl

GASTOUDER UITGELICHT: Gastouder Vera uit Arnhem

dinsdag, maart 27th, 2018

Kwaliteit gastouderopvang: interactie met gastouders is goed

dinsdag, maart 27th, 2018

 

 

De emotionele proceskwaliteit is over het geheel genomen goed bij gastouders. Deze is voor zowel baby’s, peuters als schoolgaande kinderen ‘gemiddeld’. Wat opvalt is dat er voor peuters meer emotionele kwaliteit werd gemeten tijdens educatieve en creatieve activiteiten dan bij vrij spel. Bij baby’s en schoolgaande kinderen was dit verschil minder groot.

Educatieve kwaliteit

De educatieve proceskwaliteit is bij gastouders laag tot middelmatig. Geen enkele gastouder scoort hoog op dit onderdeel. De helft scoort een onvoldoende. Er werd natuurlijk gekeken naar de zes interactievaardigheden. Daarbij valt op dat het sensitief handelen, respect tonen voor de autonomie en grenzen stellen het beste scoren (voldoende tot goed). Ontwikkelingsstimulering en begeleiden van interacties scoort onvoldoende en praten en uitleggen zit daar tussenin. De verschillen tussen gastouders zijn groot. Bij het begeleiden van interacties scoort bijvoorbeeld ruim 56 procent van de gastouders een onvoldoende en ruim 15 procent voldoende/goed.

Proceskwaliteit

Er is ook gekeken naar de globale proceskwaliteit van gastouderopvang. Hieronder valt onder andere het activiteitenaanbod, ruimte en meubilering, taal en het dagprogramma. Gemiddeld gezien kan van 5 procent van de onderzochte gastouders worden gezegd dat zij een slechte proceskwaliteit hebben. Gemiddeld genomen scoren gastouders ‘matig’ op dit onderdeel, maar de verschillen zijn ook hier weer erg groot.

Interacties

De onderzoekers bekeken de kwaliteit ook vanuit de kinderen. Daarbij valt op dat de kwaliteit van interacties met gastouders gemiddeld hoger is dan de kwaliteit van de interacties met andere kinderen in het gezin. De kwaliteit van interacties met gastouders valt in de middenrange. Die met andere kinderen in de lage range. Kinderen worden gemiddeld betrokken bij spel en activiteiten, maar de mate van zelfstandigheid is laag. De zelfregulatie van kinderen scoort dan weer hoog en er zijn weinig conflicten tussen kinderen en de gastouder en kinderen onderling.

Welbevinden

Het gemiddelde welbevinden van kinderen in de gastouderopvang is hoog. Dit welbevinden is zichtbaar bij alle verschillende activiteiten. Ook belangrijk: alle leeftijdsgroepen ervaren welbevinden: baby’s, peuters en schoolgaande kinderen. De betrokkenheid van kinderen is hoger bij spel, binnen en buiten en educatieve activiteiten en lager bij eet- en drinkmomenten en bijvoorbeeld bij verschonen of transitiemomenten.

Representatief

Er zijn in totaal 57 gastoudergezinnen bezocht waar observaties zijn uitgevoerd met de verschillende instrumenten. De gastouders werden ook geïnterviewd. Dat aantal is echter niet genoeg om representatief te kunnen zijn, oordelen de onderzoekers. Om gastouders bereid te vinden mee te werken, werden gastouderbureaus ingeschakeld. Het ligt voor de hand, denken de onderzoekers, dat zij de best presterende gastouders naar voren hebben geschoven. De onderzoekers concluderen dat de bevindingen daarom niet zonder meer naar de hele sector gastouderopvang gegeneraliseerd kunnen worden.

Opleidingsniveau

De gemiddelde leeftijd van de onderzochte gastouders is bijna 46 jaar. Zij hebben een gemiddeld vooropleidingsniveau tussen MBO2 en HAVO/MBO3-4. Wat betreft de vooropleiding, zijn er zowel lager opgeleiden (VMBO of MBO2 niveau) als hoger opgeleiden (WO). Het merendeel van de gastoudergezinnen vangt kinderen van alle leeftijden op (67%), maar er zijn ook gastouders die alleen 0-4 jarigen opvangen (21%) of juist schoolgaande kinderen (12 %). Gastouders rapporteren een aandeel van kinderen met extra zorgbehoefte in hun groepen van gemiddeld 12 procent.

Professionalisering

Ruim 35 procent van de huidige steekproef werkt als gastouder op basis van een vast contract met een gastouderorganisatie, ruim 28 procent werkt als zelfstandige (zzp’er) en ruim 21 procent werkt in een franchise constructie. Het werk als gastouder wordt in het algemeen als positief ervaren, maar een aantal scores valt lager uit dan in de andere opvangsoorten. Hoog wordt gescoord op ‘zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen, en het gevoel betrokken te zijn bij beleidsontwikkeling en besluitvorming. Maar vertrouwen in het eigen kunnen is lager dan in andere opvangsoorten. Er is enige aandacht voor professionalisering, maar de gemiddelde score ligt tussen de 1 (bijna nooit) en 2 (zelden). Het aanbod aan professionaliseringsactiviteiten voor gastouders is beperkt. Meestal wordt gekozen voor het volgen van cursussen. Pedagogisch-inhoudelijk overleg met collega-gastouders of met medewerkers van het gastouderbureau komt vrijwel nooit voor.

Stabiliteit

De gemiddelde score van 3.75 op een schaal van 1 tot 5 toont aan dat de gastouderopvang sterk stabiele groepen kent vergeleken met andere opvangsoorten. Wisselen van dagen en veranderingen in de groep komt weinig voor. De groep kinderen blijft meestal voor lange tijd bij elkaar bij dezelfde gastouder. Gastouders bieden een relatief flexibel programma aan met ruimte voor vrije activiteiten en rustmomenten. De rol die kinderen zelf spelen in de vormgeving van het pedagogisch beleid en activiteiten is niet hoog. Dat komt overeen met de andere voorschoolse opvangsoorten.

Knuffelen

De score op de schaal affectief-inclusief gedrag (knuffelen, persoonlijk troosten, een aai over de bol, stoeien en lief en zorgzaam zijn voor elkaar) is hoog. Spelbegeleiding en actieve bevordering van fantasiespel scoren wat lager dan in andere opvangsoorten. Het bevorderen van zelfregulatie scoort tamelijk hoog. Gastouders ervaren weinig opvoedstress en hebben weinig conflicten met de kinderen.

Opgroeien in een groene omgeving bevordert de breinontwikkeling

dinsdag, maart 27th, 2018

Evalueren van geheugen en onoplettendheid

Voor het onderzoek werden 253 schoolkinderen vanaf hun geboorte tot aan hun studietijd gevolgd. De onderzoekers bestudeerden vervolgens de veranderingen in het brein door middel van 3D MRI-scans. Het geheugen en onoplettendheid werden geëvalueerd met geautomatiseerde tests.

Verband groen en de hersenen

Onderzoeker Payam Dadvand stelt dat dit het eerste onderzoek is waarin een verband wordt gelegd tussen langdurige blootstelling aan groen en de hersenen. De bevindingen doen geloven dat op jonge leeftijd opgroeien in een groene omgeving kan resulteren in positieve veranderingen in de hersenen. De data-analyses lieten een positieve ontwikkeling zien in delen van de hersenen die verband hebben met hoge scores op kennistesten. Daarnaast was er een positief effect zichtbaar op het geheugen en de concentratie.

Wat zijn de voordelen van groene gebieden?

Contact met de natuur wordt als erg belangrijk gezien voor de ontwikkeling van kinderhersenen. De Biofilie-hypothese bijvoorbeeld, gaat uit van een evolutionaire band tussen mens en natuur. Groene ruimten zouden het psychologisch herstel bij kinderen bevorderen. Daarbij moedigt een groene omgeving kinderen aan om nieuwe dingen te ontdekken en risico te nemen. Bovendien hebben groene gebieden een lager niveau lucht- en geluidsvervuiling, wat de groei van de hersenen ten goede komt.

Aanvulling op bestaand bewijs

Volgens wetenschapper Michael Jarrett draagt het onderzoek bij aan het groeiende bewijs dat vroege blootstelling aan een groene omgeving blijvende positieve gevolgen heeft op onze gezondheid. Tevens bevestigt het onderzoek het belang van het transformeren van steden waarin meer ruimte is voor groen. Volgens wetenschapper Jordi Sunyer moet de toegang tot een groenere omgeving vergroot worden.

 

 

Het onderzoek verscheen in Environmental Health Perspectives.

bron: mijngezondheidsgids.nl

Raad van State stelt gastouder in haar recht

dinsdag, maart 27th, 2018

 

 

‘In een gewoon gezin groeien de kinderen op, maar ik kan twintig jaar lang wonen naast een huis met kleine kinderen.’ Het was een van de bezwaren waarmee Arie van Rosmalen zijn beklag deed tegen de gemeente Werkendam, meldt Omroep Brabant. Hij stapte naar de hoogste bestuursrechter, de Raad van State in Den Haag, om te klagen over de gastouderopvang die sinds een paar jaar naast zijn rijtjeshuis gevestigd was.

Raad van State

De Raad van State spreekt recht over besluiten van de overheid (gemeenten, provincies en het Rijk), waartegen burgers of bedrijven een beroep hebben gesteld, legt Gijs Steijsiger (De Kroon Adviseurs) uit. ‘In deze uitspraak ging het om een zaak die door de heer Arie van Rosmalen is aangespannen tegen de gemeente Werkendam. Dus niet tegen de gastouder zelf. Hij is het oneens dat de gemeente Werkendam een vergunning (LRKP-nummer) heeft afgegeven aan zijn buurvrouw. Van Rosmalen is van mening dat de gemeente Werkendam nooit zo’n vergunning had mogen afgeven, omdat de gastouderopvang in een woonwijk plaatsvond en daarmee in strijd was met het bestemmingsplan.’

Oordeel

De Raad van State oordeelde dat het College van Burgemeester en Wethouder alle relevante belangen heeft meegewogen voordat de vergunning is afgegeven en dat de zij niet in strijd heeft gehandeld met het bestemmingsplan. Het College heeft de belangen van Arie van Rosmalen meegewogen, maar hecht een zwaarder belang aan de gastouderopvang. ‘Op grond van de uitspraak kan men stellen dat gemeente Werkendam zorgvuldig is geweest bij het toekennen van een vergunning’, legt Steijsiger uit.

Nederland

Geldt zo’n uitspraak door de hoogste bestuursrechter voor heel Nederland? Steijsiger: ‘Nee, deze uitspraak geldt specifiek voor de gemeente Werkendam. Elke gemeente dient vooraf zorgvuldig te overwegen of het woonklimaat niet ernstig wordt aangetast, wanneer er een LRKP-nummer wordt afgegeven aan een gastouder.’

Huurhuis

Steijsiger vertelt dat veel gastouders wél de uitspraak vrezen van het Gerechtshof van 14 april 2015, waarin een gastouder haar opvang heeft moeten stoppen, nadat omwonenden hadden geklaagd over overlast bij de verhuurder van het huis. Omdat de woningcoöperatie geen schriftelijke toestemming had gegeven aan de gastouder om in de woning een ‘bedrijf uit te oefenen’, mocht zij haar werk niet langer uitoefenen in de woning. Steijsiger: ‘Ondanks dat de gastouderopvang in het gehuurde niet in strijd is met het gemeentelijke bestemmingsplan, vindt het Hof het privaatrechtelijke belang van de verhuurder zwaarder wegen.’

Gemeente

Bij de zaak in Werkendam ging het om een koophuis, vandaar dat de buurtbewoner procedeerde tegen de gemeente. De uitspraak van de Raad van State komt wel als mosterd na de maaltijd, stelt Omroep Brabant. De gastouder had genoeg van de bezwaren van de buurman en heeft het huis verkocht.

Directe financiering: een kijkje achter de schermen

dinsdag, maart 27th, 2018

 

 

Er werd enigszins schouderophalend gereageerd op het uitstel van de invoering van de directe financiering. ‘Misschien maar beter zo’ en ‘Prima, we hebben onze handen nu toch vol aan IKK’ waren een paar reacties uit het veld op het besluit van staatssecretaris Tamara van Ark om de invoering van de directe financiering minimaal een jaar uit te stellen. Wout Slob, die al vanaf het eerste moment namens Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) betrokken is bij dit dossier, weet dat de directe financiering voor veel ondernemers nog een ver-van-mijn-bed-show is. ‘Maar mensen die echt betrokken zijn bij deze omvangrijke operatie, hebben ook meer begrip voor het uitstel. Hoe verder we komen, hoe meer uitdagingen in de uitwerking er op ons pad komen. Het venijn zit hem wat dat betreft in de staart’, vertelt Slob.

Directe financiering

Met de directe financiering wordt overheidsbijdrage (voorheen: kinderopvangtoeslag) straks niet langer meer overgemaakt naar ouders, maar direct naar de kinderopvangorganisatie, nadat ouders de inkomensafhankelijke bijdrage hebben betaald. Alles verloopt via de Dienst Uitvoering Onderwijs  (DUO) waar ouders en kinderopvangorganisatie de betaling organiseren in een digitale portemonnee. In de oorspronkelijke planning zou de eerste groep ouders al vanaf volgend jaar op deze manier de kinderopvang moeten financieren. Maar omdat zorgvuldigheid boven alles gaat, heeft de staatssecretaris nu toch besloten om de hele operatie minimaal een jaar uit te stellen naar 1 januari 2020.

Systeem DUO testen

Slob vertelt wat er ondertussen achter de schermen gebeurt en hoe belangrijk het is dat niet alleen de Brancheorganisatie, maar ook Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK, Voor Werkende Ouders en de VGOB meedenken over de uitvoering. ‘Was er drie jaar geleden, bij de totstandkoming van het akkoord voor de directe financiering, nog veel discussie, nu staan de neuzen dezelfde kant op. We hebben gezamenlijke belangen.’ Iedere vier weken komen de partijen bij elkaar om het systeem te testen dat DUO heeft gebouwd. ‘De ontwikkeling van dit systeem gebeurt in kleine stapjes, zogenaamde sprints’, vertelt Slob. Een groep ouders en kinderopvangorganisaties test het systeem en zo ontdekken Slob en zijn collega’s soms zaken die toch ingewikkelder liggen dan werd verwacht.

Kwetsbare liquiditeitspositie kinderopvang

Slob noemt een aantal grote vraagstukken die wat hem betreft hete hangijzers zijn: Het debiteurenbeheer en de daarmee gepaarde gaande kwetsbare liquiditeitspositie van ondernemers. Hij legt uit: ‘Veel kinderopvangorganisaties zijn gewend om een factuur te sturen voor de maand erop. Omdat DUO er als partij tussen zit, kan de betaling een aantal dagen vertraging oplopen. Dat levert risico’s op die niet iedereen kan dragen. Dan moet je nadenken over wat er gebeurt als ouders onvoldoende geld op hun rekening hebben om de kinderopvang te betalen en het geïnde geld weer wordt gestorneerd. Dit is een potentiële vertraging in een toch al krappe financieringsplanning. Eerder incasseren is geen optie. De meeste organisaties kiezen bewust voor een incasso rond de 25ste van de maand omdat dan het salaris uitgekeerd wordt.’

Debiteurenbeheer en privacy

Een tweede vraagstuk is het debiteurenbeheer. Stel dat er sprake is van een betalingsachterstand, mag een kinderopvangorganisatie dan weten hoeveel geld er openstaat? Nu ouders alleen hun inkomensafhankelijke bijdrage betalen, betekent dit wel dat privacygevoelige informatie over inkomen bekend wordt. Wat mag wel en wat niet? Hierover moeten duidelijke afspraken gemaakt worden.’ Over de uitdagingen voor de gastouderopvang gaat hij nog niet eens in. ‘Want daar liggen nog veel meer vragen, vooral over de kassiersfunctie en de bemiddelingskosten van gastouderbureaus en hoe dit er na de directe financiering uit moet zien.’ Zowel de BK als VGOB (Vereniging GastOuderBranche) zitten hier bovenop. Er is een specialistengroep gastouderopvang ingesteld die uitzoekt hoe de directe financiering voor de gastouderbranche vormgegeven moet worden.

Digitaal vaardige ouders

Als insider is Slob blij met een jaar uitstel  om de implementatie zorgvuldig te kunnen doen. ‘Natuurlijk, zorgvuldigheid gaat boven alles. Dat vinden wij allemaal. Daarvoor is deze operatie ook veel te omvangrijk, maar we hoeven geen gas terug te nemen nu we meer tijd hebben. We komen steeds meer problemen te boven en zijn al in zo’n vergevorderd stadium beland dat ouders en kinderopvangorganisaties het systeem al kunnen testen.’ Daarvan leert Slob hoe belangrijk het is om ook steeds te denken aan de uitzonderingen. ‘Het grote voordeel is dat we te maken hebben met jonge, over het algemeen digitaal vaardige ouders. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Ik denk dat we alleen al voor de communicatie een jaar moeten uittrekken om dat goed neer te zetten. Niet alleen naar ouders, maar ook naar kinderopvangondernemers. Ook zij moeten rekening houden met ingrijpende veranderingen en de wetenschap dat de financiële administratie straks meer tijd zou kunnen vragen, zeker tijdens de overgangsperiode.

Belastingdienst onder vuur in toeslag-zaak

dinsdag, maart 27th, 2018

 

 

De hashtags #gedupeerdeouders en #kinderopvangtoeslag zijn populair op Twitter. Nieuwsuur bracht in een tv-item naar buiten dat de Belastingdienst zelf geen openheid van zaken heeft gegeven en documenten achterhield in een slepende zaak over kinderopvangtoeslag. Vijf jaar geleden kregen 232 gezinnen het bericht dat zij hun kinderopvangtoeslagen terug moesten betalen. Het gaat om tienduizenden euro’s. ‘Onrechtmatig’, oordeelde de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, in 2017.

Misbruik

In 2012 kreeg de Belastingdienst signalen dat er te veel toeslag was uitgekeerd en er ook misbruik van toeslagen werd gemaakt. Eén op de drie gezinnen zou teveel toeslag hebben ontvangen; bij elkaar zo’n 433 miljoen euro. In 2014 vermoedt de Belastingdienst onder meer dat een gastouderbureau in Eindhoven ‘sjoemelt met de toeslagen’. Alle toeslagen van de 232 aangesloten gezinnen worden stopgezet en ontvangen toeslagen teruggevorderd.

Gedupeerde ouders

Nieuwsuur sprak met de familie Kuiper, voor wie deze beslissing, net als voor andere gedupeerde ouders, rigoureuze gevolgen heeft. Zij moesten tienduizenden euro’s toeslag terugbetalen, die ze ontvingen voor de opvang van hun twee kinderen. Advocaat Eva Conzalez Perez vertegenwoordigt deze ouders, en nog tientallen anderen, en spant rechtszaken aan tegen de Belastingdienst. Tot aan de Raad van State toe.

Onrechtmatig

In 2017 oordeelde de Raad dat de stopzetting van de toeslagen van deze 232 gezinnen onrechtmatig was en dat de Belastingdienst onzorgvuldig heeft gehandeld jegens de ouders. Ook de Nationale Ombudsman reageert: ‘De Belastingdienst heeft buitenproportioneel hard ingegrepen bij 232 gezinnen’ en ‘Gezinnen zijn in een onmogelijke positie, grote financiële problemen en grote onzekerheid gebracht’.
Een redelijk vernietigend oordeel, vindt Guido de Bont, hoogleraar belastingrecht van de Erasmus Universiteit. ‘De Nationale Ombudsman vindt dat er hardhandig is opgetreden. Voor een bestuursorgaan lijkt me dat één van de meest verschrikkelijke kwalificaties die je kan krijgen.’

Huiverig

De politiek al jaren aan zet, maar die lijkt huiverig om de Belastingdienst aan te pakken, stelt BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma. ‘Niet alleen in deze zaak, maar bij een paar duizend gevallen over de afgelopen tien jaar is de wijze van ingrijpen van de Belastingdienst buiten alle proporties. Het terugvorderen van alle betaalde toeslag, terwijl het vaak alleen om de eigen bijdrage gaat, brengt ieder jaar een grote groep ouders in de problemen. Dat de Belastingdienst niet of te laat reageert en meteen zaken tot fraude bestempelt, is voor ons niet nieuw. Het systeem is ingewikkeld. Niet alleen ouders maar ook de Belastingdienst houdt zich niet aan haar eigen regels.’

Vernietigend oordeel

De zaak van de familie Kuipers komt ook voor bij de Raad van State. Vlak voor de uitspraak kwam Conzalez erachter dat de Belastingdienst essentieel bewijs, telefoonnotities, heeft achtergehouden. Bewijs waar de advocaat specifiek om had gevraagd en waarin belangrijke informatie staat van de gesprekken die de Belastingdienst met de ouders heeft gevoerd. Gesprekken die veelal telefonisch gevoerd worden, omdat schriftelijk overleg met de Belastingdienst niet mogelijk is.

Kamerlid

CDA-kamerlid Pieter Omtzigt reageert in de hetzelfde Nieuwsuur-item: ‘De overheid is kennelijk niet goed om bonnetjes en notities te vinden, wanneer ze die wel moet geven. De Belastingdienst is niet zomaar een procespartij voor de rechter; de Belastingdienst belast soms de helft van je inkomen weg. Ik vind dat de Belastingdienst, meer nog dan enig ander, voor de rechter alles op tafel moet leggen en volledig open kaart moet spelen.’ Hij belooft opheldering te vragen aan de staatssecretaris wat hier precies gebeurd is. ‘Maar op het moment dat je bij de Raad van State beland, wanneer je dus al meerdere rechtszaken gevoerd hebt, dient het dossier toch wel echt compleet te zijn.’

Ongehoord

‘Het is ongehoord dat een overheidsdienst documenten achterhoudt’, reageert Jellesma. ‘Dit is voor ons een van de dossiers in een lange reeks. Nu blijkt dat ondanks uitspraken van de Raad van State en de Nationale Ombudsman, de Belastingdienst nog steeds dwars blijft liggen en niet in actie komt. Wat moet je als zelfs de overheid zich niet aan de uitspraken houdt van de hoogste bestuursrechter?’

Oordeel

De Raad van State oordeelde vorige week dat de familie Kuipers aan de voorwaarden voor de toeslag voldeed en dus onterecht toeslagen terug moest betalen. De gedupeerde familie geeft toe graag kinderopvangtoeslag aan te willen vragen voor hun inmiddels derde kindje, maar doet dat niet. ‘Het vertrouwen is er op dit moment niet richting de Belastingdienst.’

Bron: NOS

Stand van zaken Personenregister Kinderopvang

dinsdag, maart 20th, 2018
Het systeem liep, zoals velen hebben gemerkt, de eerste dag vast vanwege piekdrukte. Er worden nog altijd problemen ervaren vanwege afgekeurde VOG’s. Dat is de stand van zaken van het Personen Register Kinderopvang, een kleine twee weken nadat kinderopvangprofessionals zich in het systeem konden inschrijven. De informatie is door DUO zelf naar buiten gebracht in een nieuwsbericht.

 

Storingen Internet Explorer

Na de livegang kwamen er ook bij Kinderopvangtotaal redelijk veel klachten binnen over dat het systeem vast zou lopen en dat koppelingen niet konden worden gemaakt. Volgens DUO was er inderdaad sprake van een piekdrukte de eerste dag waardoor sommige mensen problemen hadden met inloggen, vooral als ze met Internet Explorer 11 werkten. Volgens DUO konden veruit de meeste mensen zich snel en probleemloos inschrijven en zijn de problemen inmiddels verholpen.

 

 

VOG aanvragen

Nog altijd zijn er mensen die problemen ervaren bij het inschrijven omdat hun Verklaring Omtrent Gedrag wordt afgekeurd. DUO ziet dat veel mensen echter niet weten dat ze eigenlijk een nieuwe VOG moeten aanvragen.  De reden waarom, is best ingewikkeld. DUO legt het uit:

 

 

‘Om de medewerkers in de kinderopvang in beeld te krijgen voor de continue screening, werd sinds 1 maart 2013 gebruik gemaakt van bestandsopbouw. Omdat de continue screening op basis van bestandsopbouw niet volledig was, vielen bepaalde medewerkers buiten de bestandsopbouw. Dit geldt bijvoorbeeld voor een deel van de bestuurders. Maar ook voor medewerkers die niet op de loonlijst staan van voorziening van een houder die in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) staat. Gegevens van medewerkers die op de loonlijst staan van organisatie entiteiten die niet in het LRK staan, waren niet beschikbaar. Deze medewerkers vielen daardoor buiten de continue screening. De onvolledigheid van de continue screening is dan ook de reden waarom het personenregister is ingevoerd. Voor de mensen die nog niet in de bestandsopbouw zaten, geldt dat zij sinds de afgifte van hun VOG niet meer zijn gescreend op strafbare feiten. Daarom moeten zij alsnog eenmalig een nieuwe VOG aanvragen en zich zo spoedig mogelijk inschrijven en laten koppelen in het personenregister.’

 

 

Voorkom boetes

 

 

DUO roept iedereen die zich nog niet heeft ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang, dit snel te doen. De regel was: op 1 maart of direct daarna. DUO ziet dat nog niet iedereen zich heeft ingeschreven en waarschuwt voor boetes als inschrijving nog langer op zich laat wachten. Deze oproep geldt vooral voor stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers, zelfstandigen en structureel aanwezigen. Medewerkers die voor 1 maart 2018 al continu gescreend werden, hebben nog tot 1 juli 2018 de tijd om zich in te schrijven. Ook voor deze groep raadt DUO aan om snel te handelen zodat er bij eventuele fouten nog tijd is om bijvoorbeeld een nieuwe VOG aan te vragen.

Gerechtshof maakt einde aan discussie ondernemerschap gastouder

dinsdag, maart 20th, 2018

De onrust onder gastouders ontstond, toen het Hof Arnhem-Leeuwarden in 2016 oordeelde dat de betreffende gastouder geen ondernemer was. Zij moest een flink bedrag aan belastingen ophoesten. Er volgden meerdere uitspraken door rechtbanken en gerechtshoven, veelal juist in het voordeel van de ondernemende gastouders. Toch bleef de spanning. Het wachten was op een uitspraak die definitief een einde zou maken een de discussie.

 

 

Strijd

De uitspraak van 13 maart door het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft wat Gijs Steijsiger (De Kroon Adviseurs) betreft de strijd met de belastingdienst beslist. Het Hof gaat in tegen zijn oordeel dat het in 2016 uitsprak. De Belastingdienst gebruikte dit als argument en nam de uitspraak over van het Gerechtshof van Den Haag van 27 juni 2017. Daarbij werd een gastouder ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt. Steijsiger: ‘De beslissende uitspraak liet lang op zich wachten. Eigenlijk keren we nu terug naar de situatie zoals die altijd is geweest. De gastouders worden niet meer als groep uitgesloten van ondernemerschap. Per gastouder wordt nu weer beoordeeld (zoals voorheen) of zij voldoet aan de door de Hoge Raad gestelde ondernemerscriteria.’

 

 

Argumenten

Op basis van de door De Kroon Adviseurs ingebrachte stellingen, argumenten en feiten is het Hof tot het oordeel gekomen dat de gastouder dient te worden aangemerkt als ondernemer.

Het Hof oordeelde dat:

  1. De vraagouders de opdrachtgevers zijn van de gastouder
  2. De gastouder wel degelijk ondernemersrisico loopt
  3. Het gastouderbureau geen toezicht- en handhavende taak heeft, doch slechts een signalerende
  4. Het gastouderbureau slechts bemiddelende, begeleidende en ondersteunende werkzaamheden verricht ten behoeve van de gastouder
  5. De wet- en regelgeving van de Wet Kinderopvang niet de zelfstandigheid van de gastouder als ondernemer aantast.

 

 

Opluchting

Steijsiger, die tientallen rechtszaken van gastouders vertegenwoordigt, waaronder deze, is opgelucht: ‘Het enige verweer van de belastingdienst in de procedures was namelijk altijd de verwijzing naar de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2016. Dit verweer valt nu dus weg. Dus wat blijft er nog over?’ Volgens hem niets meer. ‘Dit blijkt ook uit het feit, dat de belastingdienst in andere Hofuitspraken niet in hoger beroep is gegaan. En daarmee lijkt een einde te komen aan de lange, en onnodige, onzekerheid die is geweest over het ondernemerschap van de gastouder.’

Verplichting personenregister per 1 maart onhaalbaar

dinsdag, maart 6th, 2018

Voor vaste en tijdelijke medewerkers die al in de continue screening zitten geldt een overgangsperiode van vier maanden. Volgens de BK is dat al een enorme klus. Het grootste probleem zit vooral bij stagiaires, vrijwilligers en andere mensen die structureel aanwezig zijn tijdens opvanguren. Het register gaat op 1 maart open en in één dag moeten die dag al die duizenden mensen zowel ingeschreven als gekoppeld worden aan de opvangorganisatie.

 

 

Grote gastouderbureaus

Saskia Speelman, woordvoerder van de BK: ‘Vooral bij grote gastouderbureaus gaat dit een heel groot probleem worden. Iedereen die structureel aanwezig is bij de gastouder, dat wil zeggen een half uur per drie maanden, moet worden ingeschreven in het Personenregister. Dan heb je het over de werkster, over oma die regelmatig langskomt, de partner van volwassen kinderen. Zij moeten zich allemaal op 1 maart inschrijven, de beschikking hebben over een VOG die niet ouder is dan twee maanden en vervolgens moet de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau ze nog koppelen. Dat is een enorme puzzel.’

 

 

Coulance

De Brancheorganisatie heeft bij het ministerie dan ook gepleit voor een overgangsperiode om deze monsterklus geklaard te krijgen maar het ministerie heeft hier geen gehoor aan gegeven. Tegenover Radio1 is verklaard dat de maatregel al lang bekend is en dat deze niet zal worden uitgesteld. Saskia Speelman: ‘Natuurlijk weten we al een tijd dat deze maatregel er aan komt, maar het probleem zit hem in het feit dat al die duizenden mensen op één dag geregistreerd en gekoppeld moeten worden. Dat is gewoon niet haalbaar.’ Volgens Speelman trekt de BK niet nu pas aan de bel. ‘We zijn al lang met het ministerie in overleg maar dat heeft niets opgeleverd. Met deze noodkreet hopen we dat de toezichthouders enige coulance betrachten en niet meteen op 1 maart hierop gaan controleren en gemeentes gaan handhaven.’

 

 

Luister hier het fragment terug van Radio 1 >>

 

 

Inschrijving Personenregister werkt nog niet overal goed

dinsdag, maart 6th, 2018

Inlogproblemen via Internet Explorer, niet gevonden pagina’s of goede VOG’s die toch worden afgewezen; uit een aantal reacties op Twitter en Facebook blijkt dat het systeem niet altijd en overal werkt.

 

 

 

 

 

En op Facebook:

  • Esther Korkmaz-Kok: ‘Nou het kostte wat tijd. De site is traag en kreeg regelmatig dat de pagina niet bestaat in mijn beeldscherm.’
  • Katiche Klinkenberg: ‘Site hangt vast en goede vog’s worden afgekeurd. Gaat dus nog wel even duren…’
  • Unieke Haven Kinderdagverblijf: ‘Helaas, zowel voor mij (houdster en pm’er) als mijn man is het niet gelukt. Ik kreeg een foutmelding.’
  • Ragnild Zonneveld-Bijkerk: ‘Het koppelen lukt niet. De redenen die worden opgegeven zijn niet van toepassing. Dus ik wacht op reactie van de helpdesk…’

 

 

Mum van tijd

Sommige gastouders zijn een uur bezig geweest om twee mensen in te schrijven en een verzoek in te dienen tot koppeling bij het juiste gastouderbureau. Maar er zijn ook positieve verhalen waar de registratie en koppeling in een mum van tijd geregeld was. Sommige professionals delen met trots hun registratie met volgers en laten weten achter het Personenregister te staan ‘Dit register draagt bij aan de veilige omgeving waarin we werken aan de ontwikkeling van kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Ben nu in vaktermen gekoppeld en wordt continu gescreend’, aldus Robert Sänger, directeur-bestuurder van Sinne Kinderopvang op Twitter.

 

 

 

Het inschrijven van uitzendkrachten, stagiaires, vrijwilligers, zelfstandigen en structureel aanwezigen dient op of direct na 1 maart afgerond te zijn. Voor medewerkers die al continu gescreend worden en bestuurders en eigenaren geldt een overgangstermijn tot en met 30 juni.

 

 

Onhaalbaar

Of het organisaties lukt om op of direct na 1 maart alle overige mensen te registreren in het systeem is maar de vraag. Brancheorganisatie Kinderopvang trok eerder deze week aan de bel omdat zij het een onhaalbare planning vinden. ‘Vooral bij grote gastouderbureaus gaat dit een heel groot probleem worden. Iedereen die structureel aanwezig is bij de gastouder, dat wil zeggen een half uur per drie maanden, moet worden ingeschreven in het Personenregister. Zij moeten zich allemaal op 1 maart inschrijven, de beschikking hebben over een VOG die niet ouder is dan twee maanden en vervolgens moet de kinderopvangorganisatie of het gastouderbureau ze nog koppelen. Dat is een enorme puzzel’, aldus de woordvoerder.

 

 

 

Koppelingen

Bij gastouderbureau Gastouderland zien ze op dag 1 dat nog lang niet alle koppelingen binnenkomen. Directeur Marike Wittebol: ‘Voor ons bureau Culemborg met 350 gastouders heb ik pas 75 koppelverzoeken gehad.’ Zij vermoedt dat gastouders niet altijd al meteen met de registratie aan de slag zijn gegaan en dat ze nog niet van alle structureel aanwezigen een VOG hebben opgevraagd. Dat het systeem af en toe vastloopt, bevordert de snelheid ook niet, denkt zij.

 

 

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de uitvoerder van het Personenregister, is gevraagd om een reactie en probeert nu boven tafel te krijgen wat de status van de aanvragen is. Dit antwoord publiceren we hier zodra deze binnen is. Inschrijven voor het Personenregister kinderopvang kan hier


Het ministerie heeft nog geen gehoor gegeven aan een verzoek van de Brancheorganisatie Kinderopvang om een overgangsperiode in te stellen voor het personenregister kinderopvang. Lees meer

GASTOUDER UITGELICHT : Joyce uit IJsselstein

dinsdag, maart 6th, 2018

De kinderen kunnen bij mij indien nodig ook mee-eten ’s avonds. Of als u ’s avonds opvang nodig heeft dan kunnen wij ook samen kijken naar de mogelijkheden. Kortom, in overleg is er van alles mogelijk. Lees hier mijn hele profiel!

Rechtvaardheidsgevoel ontstaat rond zesde levensjaar

maandag, februari 26th, 2018

Dat blijkt uit onderzoek onder zowel kinderen als chimpansees. Onderzoekers stelden hen voor aan een individu dat voedsel of speelgoed met hen deelde. Ook kregen de kinderen en chimpansees te maken met individuen die dat niet deden en deze werden vervolgens gestraft. De kinderen en chimpansees konden ervoor kiezen om toe te kijken terwijl dat gebeurde, door in het geval van kinderen bijvoorbeeld stickers af te geven.

 

 

Twee conclusies

 

 

Uit het onderzoek blijkt dat de chimpansees en zesjarige kinderen – maar niet de vier- en vijfjarige kinderen – veel sterker geneigd waren om toe te kijken als het asociale individu – dat niet wilde delen – werd gestraft dan wanneer het sociale individu straf kreeg. Volgens de onderzoekers kunnen we uit deze studie twee belangrijke conclusies trekken. Allereerst blijkt het zesde levensjaar een belangrijke periode in de emotionele en cognitieve ontwikkeling te zijn. Vanaf dat moment zijn kinderen blijkbaar bereid om iets op te offeren in het belang van rechtvaardigheid.

 

 

Daarnaast kunnen we uit dit onderzoek afleiden dat ook chimpansees bereid zijn om iets op te geven om er getuige van te zijn dat het recht zegeviert. En dat suggereert weer dat deze strategie – die een eerlijke samenwerking mogelijk maakt en in stand houdt – al vroeg in onze evolutionaire geschiedenis is ontstaan.

 

 

 

Bronnen: cbs.mpg.de / scientias.nl 

 

Stresshormoon in babyhaar en moedermelk heeft voorspellende waarde

donderdag, februari 22nd, 2018

 

 

Ook volgen de concentraties stresshormoon in moedermelk het ritme van die in het bloed van de moeder. Deze nieuwe kennis kan kwetsbare pasgeborenen mogelijk helpen zich aan te passen aan de omstandigheden na de geboorte.”

 

 

VUmc-promovenda Bibian van der Voorn onderzocht de effecten van stressgevoeligheid, geslacht en stressvolle omstandigheden in het begin van het leven op de ontwikkeling van kinderen die zeer vroeg geboren zijn. Van der Voorn: “We hebben nieuwe technieken ontwikkeld en getest om stresshormoonconcentraties te meten in babyhaar en moedermelk. Deze technieken helpen toekomstige studies om de blootstelling aan stress te meten bij zeer vroeg geborenen.”

 

 

Babyhaar

 

 

Van der Voorn onderzocht of stresshormoonconcentraties bij pasgeborenen beïnvloed zijn door de blootstelling aan stresshormonen van de moeder tijdens de zwangerschap. Zij vond hogere concentraties van het stresshormoon cortisol in het haar van baby’s als de zwangerschap langer had geduurd. Dit past bij het gegeven dat gedurende een voldragen zwangerschap de cortisolconcentraties stijgen. Ook zag zij een overeenkomst tussen de ervaren stress van de moeder tijdens de zwangerschap en de cortisolconcentraties in het haar van de baby. Van der Voorn: “Onze resultaten suggereren dat stresshormoonconcentraties gemeten in babyhaar kort na de geboorte representatief zijn voor de blootstelling in de baarmoeder en daarmee inzicht kunnen geven in het reguleren van de stresshormoonconcentraties tijdens de zwangerschap.”

 

 

Daarnaast onderzocht Van der Voorn stresshormoonconcentraties op verschillende momenten in moedermelk. Zij ontdekte in moedermelk het bestaan van een dagritme in stresshormoonconcentraties die het ritme volgen van de concentraties in het bloed van de moeder. Van der Voorn: “De stresshormonen in moedermelk zouden mogelijkerwijs kwetsbare pasgeborenen kunnen helpen zich aan te passen aan de omstandigheden na de geboorte.”

 

 

bron: vakblad vroeg

Gastouderbranche verheugd over eerste kwaliteitsmeting

dinsdag, februari 20th, 2018

Permanente educatie

 

 

Gastouders die nog kunnen verbeteren op het gebied van pedagogische, educatieve en/of de proceskwaliteit zouden gebaat zijn bij een versterkte aandacht voor de pedagogische taak van gastouders en bureaus. Hiervoor zouden de inspectiekaders heringericht moeten worden. Verder steekt het de partijen dat meerdere subsidieprogramma’s nog niet toegankelijk zijn voor gastouders. Dit zou moeten gebeuren zodat ook gastouders zich verder kunnen ontwikkelen. De partijen zouden graag zien dat wordt onderzocht of en hoe permanente educatie voor gastouders en bemiddelingsmedewerkers van meerwaarde kan zijn. Tot slot zien ze de pas ontwikkelde Kwaliteitsmonitor Gastouderopvang van het Kohnstamm instituut en NCKO als een mooie kans.

 

 

Interactie

 

 

Dat gastouders net zo goed scoren op de emotionele en educatieve kwaliteit, verheugt de partijen. De kwaliteit van interacties ligt gemiddeld zelf iets hoger. Dit bevestigt volgens hen het beeld dat de gastouderopvang waardevolle kinderopvang is met veel aandacht voor het individuele kind.

 

 

Representatief

 

 

Kritiek is er ook. Onderzoekers van Sardes en de Universiteit Utrecht concludeerden dat de onderzoeksresultaten met betrekking tot de gastouderopvang niet voldoende representatief zijn om te kunnen generaliseren naar de gehele sector. De partijen vragen zich af of dit wel zo is en of gastouderbureaus inderdaad voornamelijk ‘goede’ gastouders naar voren hebben geschoven. Om de representativiteit te verhogen gaan de partijen zich inzetten om meer respondenten uit te nodigen aan een volgende meting deel te nemen.

 

“Meer aandacht nodig voor de motorische ontwikkeling van kinderen”

vrijdag, februari 16th, 2018

 

 

16.000 basisschoolleerlingen tussen de 6 en 11 jaar de MQ-scan (Motorische Quotiënt) deden mee aan het onderzoek naar motorische ontwikkeling. Tijdens een parcours waarbij de kinderen onder andere moeten rennen, springen en gooien, is hun motoriek gemeten. Die blijkt in 23,5 procent van de gevallen onvoldoende te zijn en dat is zorgelijk, stellen de onderzoekers. “Als je iets niet goed kan, dan zul je er uiteindelijk mee stoppen”, zegt onderzoeker en voormalig topsporter Ruben Houkes aan RTL Nieuws.

 

 

Goed leren bewegen

 

 

De motorische vaardigheid wordt bepaald door een combinatie van factoren. Een kind wordt geboren met een bepaalde genetische aanleg, maar door middel van oefeningen kan de motoriek worden ontwikkeld. “Net zoals je zwemmen en fietsen hebt moeten leren, moet je ook leren bewegen”, zegt Rene Wormhoudt, fysioloog bij de KNVB en grondlegger van de MQ-test. “Het is van essentieel belang dat kinderen goed leren bewegen. Zo zullen ze minder snel geblesseerd raken en hun gezondheid profiteert ervan”, vult Houkes aan. “Als kinderen beter bewegen, doen ze dat ook met meer plezier.”

 

 

Urgent probleem

 

 

Dat de motorische vaardigheid van kinderen in het algemeen achteruit gaat, is op zich geen nieuws. “We weten in de wetenschap dat de motorische vaardigheid de afgelopen twintig jaar aan het instorten is”, zegt onderzoeker en mede-ontwikkelaar van de MQ-scan Joris Hoeboer. “Kinderen spelen minder buiten, zitten achter een schermpje en bewegen een stuk minder dan vroeger.”

 

 

Toch laten deze harde cijfers volgens de onderzoekers voor het eerst zien wat de urgentie van het probleem is. “Wat mij betreft moeten we ons afvragen waarom er niet op elke basisschool een professionele gymleraar staat”, zegt Hoeboer. “Zowel op regionaal als op landelijk niveau moeten we de handschoen oppakken en het sportbeleid opnieuw gaan inrichten”, vindt Houkes. “Sport moet meer gestimuleerd worden en de kwaliteit van het vak gym moet terug.” Daarbij ziet hij het digitale tijdperk waarin de jonge generatie opgroeit ook als een kans. “Er zal een koppeling gemaakt moeten worden met digitaal vermaak waarin jongeren juist worden verleid om te gaan bewegen.”

 

 

Bron: rtlnieuws.nl

Gratis e-book ‘Flessen en spenen’

woensdag, februari 14th, 2018

De afgelopen jaren zag Esther een toename van het aantal soorten flessen en flesspenen, zowel qua merken, als binnen de productielijnen per producent. Steeds vaker betrapte zij zichzelf erop dat zij het ‘even moest opzoeken’ voordat zij ouders gericht kon adviseren.

 

 

Zoektocht

 

 

Met de toename van het aantal soorten flessen en spenen is de zoektocht (en keuzestress) voor ouders ook toegenomen: Waarom die verschillende vormen flessen en spenen? Welke fles en welke speen is het beste voor een (mijn) baby?

 

 

Vragen over flesvoeden

 

 

De volgende vragen worden in het boek beantwoord:

 

 

  • Hoe lang kan een baby het beste over een fles doen?
  • Hoe kun je een baby tijdens de voeding leren pauzeren?
  • Wat is voeden op verzoek en hoe doe je dat?
  • Hoeveel voeding geef je je baby per fles?
  • Waarom is een goede voedingshouding belangrijk?
  • Hoe zit het met het vacuüm van een fles?
  • Wat zijn de verschillen tussen de flessen en spenen van Avent, Dr. Brown’s en Difrax?
  • Welke vorm speen en welke speen voor welke leeftijd?
  • Hoe flessen schoonmaken en hoe vaak een speen vervangen?

 

Gratis download

 

 

Het e-book bestaat uit 20 A4’tjes, is gemakkelijk en snel te lezen en bovendien: gratis!
Esther wil door middel van dit e-book namelijk zoveel mogelijk ouders informeren en hen helpen om de juiste fles en flesspeen voor hun baby te kiezen. Het boek is via babyverpleegkundige.nl te downloaden.

 

 

Bronnen: vakbladvroeg.nl/ babyverpleegkundige.nl

Kwart van de Nederlandse kinderen bezoekt geen tandarts

woensdag, februari 14th, 2018

 

 

“Soms zien we kinderen van vier jaar oud, bij wie alle tanden getrokken moeten worden. Die compleet rotte gebitten houden verband met gezondheidsproblemen op latere leeftijd. Slechte mondhygiëne wordt bijvoorbeeld gelinkt aan ziektes als diabetes”, vertelt Raoul Trentelman van stichting JeugdTandVerzorging.

 

 

Vaak weten ouders van kinderen in arme wijken niet dat de tandzorg voor hun kind wordt vergoed door de zorgverzekeraar. Stichting JeugdTandVerzorging verstuurt daarom informatiepakketten naar gemeenten zodat zij ouders hierover kunnen informeren. De pakketten helpen, maar niet alle gemeenten willen de pakketten naar inwoners versturen uit privacyoverwegingen.

 

Het aantal jonge kinderen met melkgebitten vol gaatjes en zelfs ontstekingen blijft groeien. Ouders geven hun kind een flesje mee in bed. Een vorm van verwaarlozing? Er is al vaker voor gewaarschuwd en tandartsen en consultatiebureaus doen er al wat meer tegen. ,,Toch zien we sinds deze zomer weer aanzienlijk meer kinderen tussen de 2 en 5 jaar met ernstig aangetaste gebitten, die naar ons worden doorverwezen door gewone tandartsen’’, zegt kindertandarts Frederik Parrée van het UMCG. ,,Vaak hebben we geen andere keus dan nagenoeg het hele gebit te trekken.’’

 

Drie vragen over tandbederf

 

 

Hoe komt het?

Het is volgens tandartsen een combinatie van ‘s nachts jonge kinderen een flesje meegeven naar bed, het toegenomen aanbod aan snoep en ander gemaksvoedsel voor kinderen en een minder strenge opvoedstijl bij sommige ouders. ,,Het komt in alle lagen van de bevolking voor’’, zegt Parrée. ,,Ouders helpen hun jonge kinderen niet altijd bij het poetsen. Er zijn zelfs ouders die het kind de baas laten zijn. ‘Hij wil maar een keer per week poetsen’, hoor ik dan.

 

 

Wat is er aan te doen?

Na het doorbreken van de eerste tand zouden kinderen al voor voorlichting naar de tandarts moeten, vinden de tandartsen. Maar als het een keer mis is, en vullen niet meer lukt, is een stap verder het aanbrengen van een metalen kinderkroon. De volgende stap is het trekken van tanden of kiezen. Bij zeer jonge kinderen moet dat vaak onder narcose.

 

 

Hoe is het te voorkomen?

De tandarts wordt voor kinderen vergoed uit de verplichte basisverzekering. Toch gaan niet alle ouders met hun kind naar de tandarts. Er zijn in diverse plaatsen wel projecten zoals Giga Gaaf waarbij ouders op het consultatiebureau worden verwezen naar de tandarts.

 

 

Bronnen: Nationale Zorggids / AD / Leeuwarder Courant

Vermindering van allergie, minder kans op een bril en nog meer redenen waarom buitenspelen goed is!

woensdag, februari 14th, 2018

Ieder uur extra in de buitenlucht per week verkleint de kans op slechte ogen met 2 procent, meldt faqt.nl naar aanleiding van onderzoek aan het Centre for Eye Research in Australië. Het scherpstellen op objecten op verschillende afstanden kan daartoe bijdragen. Maar ook de hoeveelheid licht die op het oog valt kan een rol spelen.

 

 

De meeste brildragers krijgen slechtere ogen tussen de 5 en 10 jaar. Daar kan een genetische reden voor zijn, bijziendheid zit in sommige families. Maar ook het langdurig kijken naar dichtbij zijnde objecten, bijvoorbeeld een scherm, kan bijziendheid ontstaan. Buitenlucht kan daar juist tegen helpen.

 

 

ADHD

Goed zien is niet het enige positieve punt van buitenspelen. Kinderen met ADHD worden rustiger als ze in een groene omgeving zijn. Tot die opmerkelijke conclusie komen onderzoekers van de University of Illinois (VS). Het geeft niet of het een trapveldje, achtertuin of bosje is, de hyperactiviteit van kinderen neemt af zodra ze ook maar een flintertje natuur zien.

 

 

Allergie

Uit Deense onderzoek blijkt dat zelfs allergie komt minder voor bij kinderen die veel tijd buiten op klimrekken en zandbakken vertoeven. Als het lichaam tijdens de kindertijd te maken krijgt met flink veel verschillende ziekteverwekkers, dan kan het flink ‘oefenen’ en is het beter toegerust om later ook gezond te blijven. Vooral de eerste zes jaar van het leven moeten er veel zandtaartjes worden gebakken.

 

 

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen die de zandbak frequenteerden bijvoorbeeld minder last kregen van astma en allerlei allergieën. Ze hadden meer bacteriën in hun darmen waarop ze hadden kunnen oefenen, bleek uit tests.

 

 

Bron: faqt.nl

GGD-video over melden van infectieziekten

maandag, februari 12th, 2018

De Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) heeft op YouTube een filmpje geupload, waarin helder wordt uitgelegd hoe de afdeling Infectieziektebestrijding werkt, wat zij kunnen doen en wanneer je als pm’er of manager contact opneemt. De medewerkers van de afdeling geven antwoord op vragen als: Gaat het om een besmettelijke ziekte? Loopt mijn zwangere collega risico? Of het kan gebeuren dat ouders vragen hebben over hun zieke kind. ‘We kijken samen met het kinderdagverblijf wat er speelt en hebben dus geen inspecterende rol, maar zijn samen aan zet om een uitbraak te voorkomen’, vertelt Lisa de Raadt (GGD) in de video.

 

 

Meldingen

 

 

‘Wij krijgen de meldingen binnen en registreren dat in ons systeem, wat verder niet gedeeld wordt met andere afdelingen. Kinderdagverblijven weten vaak heel goed wat ze moeten doen, maar het is voor ons juist belangrijk om zicht te krijgen in de regio van wat er speelt. Aarzel niet om te bellen, want elk telefoontje is waardevol’, besluit De Raadt.

 

 

In de KIDDI-app (mede ontwikkeld door het RIVM) staat informatie over infectieziekten en hygiënerichtlijnen voor de kinderopvang. De app is gratis te downloaden in de Apple Store (Apple) en Play Store (Android).

 

 

Bekijk de video van de GGD hier >>>


Zijn waterpokken nu wel of niet besmettelijk? Mag een kind met mazelen naar de opvang? En wanneer meld je een uitbraak bij de GGD? Antwoord op deze en vele andere vragen vind je vanaf nu terug in de praktische KIDDI-app, mede-ontwikkeld door het RIVM. Lees meer

Personenregister: de feiten over structurele aanwezigheid

donderdag, februari 8th, 2018

 

 

Als gastouder wordt u nu al continu gescreend. Dat geldt ook voor uw volwassen huisgenoten. Wat met de komst van het personenregister voor u verandert, is dat u en uw huisgenoten zich moeten inschrijven in het register. U kunt zich inschrijven met uw bestaande Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), als deze is afgegeven na 1 maart 2013. U heeft tot 1 juli de tijd om u in te schrijven en gekoppeld te worden door uw gastouderbureau. Dit is een voorwaarde om te mogen werken in de kinderopvang.

 

 

Structurele aanwezigen: inschrijven op 1 maart of direct daarna

 

 

Wat nieuw is, is dat andere personen die structureel aanwezig zijn op uw opvanglocatie, ook een VOG nodig hebben en zich moeten inschrijven in het personenregister. Als richtlijn geldt dat iemand structureel aanwezig is, als deze persoon minstens 1 keer in de 3 maanden een halfuur tijdens opvanguren op de opvanglocatie is. Voorbeelden hiervan zijn een schoonmaakster of een buurvrouw die regelmatig tijdens opvanguren op bezoek komt. Meer informatie hierover leest u in de factsheet Personenregister op rijksoverheid.nl. Omdat structurele aanwezigen nog niet continu gescreend worden, moeten zij zich op 1 maart of direct daarna inschrijven. Hun VOG mag op het moment van inschrijven niet ouder zijn dan 2 maanden.

 

 

Wat moet u doen?

 

 

Zijn er tijdens opvanguren andere personen structureel aanwezig op uw opvanglocatie? Dan moet u hen informeren dat zij zich moeten inschrijven in het personenregister. Ook moet u uw gastouderbureau zo snel mogelijk hiervan op de hoogte stellen. Voor deze personen moet namelijk vóór 1 maart een VOG worden aangevraagd. Na inschrijving moet het gastouderbureau deze personen direct koppelen aan de organisatie.

 

 

Meest gestelde vragen over structurele aanwezigheid

 

 

Wat wordt in de richtlijn bedoeld met ‘minimaal een half uur per 3 maanden’? Gaat het om een totale aanwezigheid van een half uur of een half uur aaneengesloten per 3 maanden?
De richtlijn geldt voor aaneengesloten aanwezigheid van minimaal een half uur per 3 maanden.

 

 

Als ouders bij het brengen en halen wat langer blijven, moeten zij zich dan ook inschrijven in het register?
Ouders die kinderen komen brengen of halen hoeven zich niet in te schrijven in het register. Ook niet wanneer zij wat langer blijven om bijvoorbeeld een kopje koffie te drinken. Dit geldt ook voor personen die kinderen komen brengen en halen in plaats van de ouders. Dat is de verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers.

 

 

Moeten personen zoals een tuinman, aannemer of klusjesman zich ook inschrijven? 
Een klusjesman die met regelmaat op de locatie aanwezig is om allerlei werkzaamheden te verrichten, moet zich inschrijven in het register. Uitgangspunt is hierbij de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur. Komt hij echter voordat de opvang aanvangt of na sluitingstijd, dan is inschrijving niet nodig.
Ook is er geen inschrijving nodig in het register in geval van een eenmalige kortdurende klus die niet langer duurt dan een aangesloten periode van twee weken, waarbij er geen directe betrokkenheid bij en/of verantwoordelijkheid voor de kinderen is.

 

Wie moet zich inschrijven wanneer de opvang bij de vraagouder thuis plaatsvindt?
Als de opvang op het adres van de ouders plaatsvindt, dan hoeft alleen de gastouder zich in te schrijven in het personenregister. 

 

De inwonende huisgenoot (18+) van de gastouder, neemt regelmatig een vriend(in) mee naar huis. Moet deze vriend(in) zich ook inschrijven?
Dat ligt aan de specifieke situatie:  Als tijdens opvanguren structureel dezelfde vriend/vriendin aanwezig is, dan zal deze persoon zich in moeten schrijven in het personenregister. Uitgangspunt voor structurele aanwezigheid is de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur.

 

Moeten uit huis wonende studerende kinderen zich ook inschrijven als ze tijdens de vakanties thuis zijn?
Ook hier geldt dat als zij tijdens opvanguren structureel aanwezig zijn, zij zich moeten inschrijven in het personenregister. Uitgangspunt voor structurele aanwezigheid is de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur.

 

 

Als familie van een gastouder uit het buitenland voor een aantal weken naar Nederland komt, moeten zij zich dan ook inschrijven? Zo ja, hoe krijgen zij dan een Nederlandse VOG? 
Een aantal weken aanwezigheid in de woning van een gastouder zou kunnen leiden tot structurele aanwezigheid tijdens opvanguren. De richtlijn hiervoor is: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur. Als deze personen in het buitenland wonen, maar de Nederlandse nationaliteit hebben, kunnen zij een VOG aanvragen bij Dienst Justis. Met deze VOG kunnen zij zich inschrijven in het register. Als zij geen Nederlandse nationaliteit hebben én hier ook niet wonen en/of werken, dan kunnen zij geen VOG aanvragen in Nederland en zich ook niet inschrijven in het register. Deze situatie vraagt wellicht om maatwerk. U kunt hiervoor het beste contact opnemen met de lokale GGD om deze situatie te bespreken met de toezichthouder.

 

 

Moet een achterwacht van een gastouder zich ook inschrijven?
In de huidige situatie hoeft de achterwacht niet te beschikken over een VOG. Deze situatie blijft met de invoering van het personenregister vooralsnog ongewijzigd.
Dit betekent dat de achterwacht zich niet in hoeft te schrijven in het register. Dit geldt alleen wanneer de achterwacht incidenteel aanwezig is,  om in te vallen bij een calamiteit. Wanneer de achterwacht minimaal een keer per drie maanden minstens een half uur aanwezig is, is er sprake van structurele aanwezigheid en moet deze persoon zich inschrijven in het register.

 

 

 

 

Meer informatie

 

 

U leest meer informatie over het personenregister op duo.nl/personenregisterkinderopvang.
Wilt u meer weten over structurele aanwezigheid? Bekijk dan de factsheet Personenregister op rijksoverheid.nl.

 

 

 

Directe financiering minimaal een jaar uitgesteld

donderdag, februari 8th, 2018

Met de directe financiering gaat de kinderopvangtoeslag niet meer direct naar de ouders. Dit geld gaat via DUO naar kinderopvangorganisaties. Ouders hoeven dan alleen nog maar de eigen bijdrage te betalen. Ook dit kunnen zij regelen via een digitale portemonnee in een DUO-omgeving.

 

 

Planning

 

 

Het plan was dat alle ouders vanaf 2020 met de directe financiering te maken zouden krijgen. Vanaf 2019 zou dit geleidelijk worden ingevoerd. Maar deze planning schuift nu ‘in elk geval een jaar op’, aldus Van Ark. Ze noemt hierbij niet in welk jaar de directe financiering dan wel ingaat. Het lijkt erop dat ze hier nog geen uitspraak over wil doen.

 

 

Kansrijk

 

 

Het plan om de financiering van de kinderopvang te veranderen, noemt de staatssecretaris kansrijk, maar wel een richting die zorgvuldigheid vereist vanwege de impact van de wijzigingen. Na overleg met de minister van Onderwijs en de staatssecretaris van Financiën heeft ze besloten extra tijd te nemen voor de uitwerking en voorbereiding.

 

 

In het voorjaar van 2018 wordt de Kamer geïnformeerd over hoe het nu verder gaat met de directe financiering

 

 

GEZOCHT: Enthousiaste leden voor de oudercommissie!

donderdag, februari 8th, 2018

 

 

De Wet Kinderopvang verplicht het gastouderbureau een oudercommissie in te stellen. Deze wet geeft oudercommissies adviesrechten over bijvoorbeeld onderwerpen als kwaliteit van de opvang, openingstijden en prijs van de opvang.

 

 

Onze oudercommissie vergadert 2 keer per jaar met en 1 keer per jaar zonder de directie van Gastouderbureau Krokodilletje. Deze data liggen vast in de agenda. Het zijn altijd leuke en gezellige bijeenkomsten die doorgaans een uurtje in beslag nemen. Tijdens deze bijeenkomsten staan verschillende punten op de agenda, bijvoorbeeld: Tevredenheid, Pedagogisch beleid en Veiligheid en gezondheid.

 

 

Wij vernemen het graag van u wanneer u meer informatie wil ontvangen of wanneer u in de oudercommissie plaats wil nemen.

GASTOUDER UITGELICHT : Harma uit Appingedam

maandag, januari 29th, 2018

‘Als ik huil, krijg ik van mama een lolly’

maandag, januari 29th, 2018

 

Vraag pm’er Chantal

 

 

‘Een meisje bij ons op de bso huilt altijd als ze gebracht wordt op de voorschoolse opvang. Als ik dit op een middag met haar bespreek zegt ze: “Als ik ’s morgens huil, krijg ik ’s middags een lolly van mijn moeder.” Moet ik dit met haar moeder bespreken?’

 

 

Antwoord Annemiek Waage

 

 

‘Wat een slim meisje, goed bedacht van haar. Maar ik snap ook dat het een lastige is voor jou. Waarom wil je het met moeder bespreken? Omdat het een lolly is? Wat als zij iedere keer als zij huilt een mandarijntje zou krijgen? Of zit het erin dat je wil dat moeder weet waarom haar dochter steeds huilt? Wil je duidelijk maken dat dit geen fijne manier is? Of wil je moeder geruststellen? En is dat nodig?

 

 

‘MIJN ADVIES IS OM EERST MET DIT MEISJE TE PRATEN’

 

Wanneer je het met moeder bespreekt, val je feitelijk het kind af. Je respecteert haar autonomie dan niet en verliest misschien zelfs haar vertrouwen.

 

 

Mijn advies is om eerst met dit meisje te praten. Benoem hoe slim ze dit bedacht heeft en ga op zoek naar de werkelijke reden van dit gedrag. Hierbij kan je ook bespreken of en zo ja, wie moeder erbij gaat betrekken. Ga dus nooit achter dit meisje haar rug om naar moeder toe!’

Engels onderwijs aan kleuters stimuleert de moedertaal

dinsdag, januari 23rd, 2018

 

 

In opdracht van het ministerie van onderwijs onderzocht Expertisecentrum Nederlands de effecten van Engels onderwijs bij jonge kinderen, meldt Trouw. Dit naar aanleiding van de wetswijziging (1 januari 2016) waarmee scholen maximaal vijftien procent van hun onderwijstijd in het Engels, Duits of Frans mogen aanbieden. Enkele moties vroegen om verder onderzoek naar de effecten van deze wetswijziging.

 

 

Engels onderwijs

Steeds vaker leren kinderen al vanaf de kleuterklassen Engels. In 2003 gold dat voor dertig Nederlandse scholen, nu zijn er het zo’n 1.400. Kleuters krijgen daar van een half uur tot een uur per week onderwijs in de Engelse taal. ‘Het leren van een vreemde taal stimuleert de moedertaal, weten we ook uit andere onderzoeken’, zegt Evelien Krikhaar die als taalwetenschapper bij het onderzoek betrokken was. ‘Hoe dat komt weten we niet precies, vermoedelijk doordat de focus op taalconcepten en woordenschat bij het leren van een vreemde taal de hele taalverwerving stimuleert.’

 

 

Onderzoeksrapport

Het onderzoeksrapport Zicht op vroeg vreemdetalenonderwijs geeft een helder beeld van hoe vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) in Nederland wordt gegeven, maar ook waar de uitdagingen in de komende jaren nog liggen.

 

 

Bron: Trouw / Vakblad Vroeg

Kwaliteitsmonitor: Kwaliteit kinderopvang is op orde

dinsdag, januari 23rd, 2018

Dit blijkt uit de eerste meting van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK), uitgevoerd door een consortium van de Universiteit Utrecht en Sardes.

 

 

Het is voor het eerst in Nederland dat gelijktijdig in alle kinderopvangtypen de kwaliteit op zo’n grote schaal zal worden gemeten. Bovendien is voor het eerst de kwaliteit gemeten in de gastouderopvang. Dat melden Universiteit Utrecht en Sardes, naar aanleiding van het rapport Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang.

 

 

Emotionele kwaliteit
Uit de eerste meting van de LKK (uitgevoerd medio 2017) blijkt dat in alle kinderopvangtypen de emotionele kwaliteit, verwijzend naar warme relaties, emotionele veiligheid en bevordering van de autonomie, gemiddeld voldoende tot goed is. In de gastouderopvang zijn de verschillen in emotionele kwaliteit tussen individuele gastouders groter, met uitschieters naar beneden.

 

 

Competentieontwikkeling
De educatieve kwaliteit, verwijzend naar stimulering van de competentieontwikkeling, is in alle kinderopvangtypen gemiddeld matig tot net voldoende, opnieuw met uitschieters naar beneden in de gastouderopvang. De peuteropvang biedt de hoogste educatieve kwaliteit.

 

 

Verticale groepen
Er zijn eerste aanwijzingen dat verticale groepen (0 tot 4 jaar) voor zowel peuters als baby’s minder gunstig zijn dan horizontale groepen (0 tot 2 en 2 tot 4 jaar). In de buitenschoolse opvang is er meer aandacht voor kinderparticipatie dan in de kinderdagopvang, peuteropvang en gastouderopvang. In de gastouderopvang bestaat voor de professionalisering de minste aandacht.

 

 

Stabiel
De kwaliteit van de kinderopvang komt in grote lijnen overeen met de kwaliteit van de voorgaande kwaliteitsmetingen en toont een stabiel beeld over de jaren heen. Voor de buitenschoolse opvang laten de huidige resultaten een iets lagere kwaliteit zien in vergelijking met voorgaande metingen in 2012. De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang steekt overwegend gunstig af bij die in andere landen.

 

 

Kwaliteitsverbetering
Het consortium LKK, bestaande uit de Universiteit Utrecht en Sardes, heeft het stokje overgenomen van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) en zal de komende jaren in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de kwaliteit in de kinderopvang monitoren. De LKK meet van 2017 t/m 2020 (en mogelijk t/m 2025) jaarlijks de kwaliteit in alle vormen van kinderopvang: kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang.

 

 

Lees hier het volledige rapport >>>

‘Ssst! De tijger slaapt’ verkozen tot Prentenboek van het Jaar 2018

maandag, januari 22nd, 2018

Het prentenboek zal centraal staan tijdens De Nationale Voorleesdagen, die in de ochtend van woensdag 24 januari 2018 landelijk worden gestart met het Nationaal Voorleesontbijt. Naast dit boek hebben Nederlandse jeugdbibliothecarissen negen andere prentenboeken gekozen uit het aanbod van 2016, die de Prentenboek TopTien compleet maken. Tijdens De Nationale Voorleesdagen 2018, die worden gehouden tot zaterdag 3 februari 2018, krijgen deze tien boeken extra aandacht. Speciaal voor De Nationale Voorleesdagen komt het Prentenboek van het Jaar uit in een mini-editie voor € 4,95 inclusief app.

 

 

Britta Teckentrup
Britta is een bekroond en beroemd Duitse illustratrice, auteur en beeldend kunstenaar en wordt in Nederland door Uitgeverij Gottmer uitgegeven. Ze heeft meer dan 70 kinderboeken geschreven en geïllustreerd en die zijn in meer dan 20 verschillende landen gepubliceerd. Haar werk won vele Awards. Vooral in het buitenland heeft ze vele onderscheidingen gekregen. Deze zijn terug te vinden op haar website.

 

 

Lees meer over het Prentenboek van het Jaar 2018 >

Het doel van De Nationale Voorleesdagen is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. De campagne is een initiatief van Stichting Lezen en vindt voor de 15de keer plaats.

Voorlezen kan niet vroeg genoeg beginnen

maandag, januari 22nd, 2018

“Voorlezen betekent gerichte aandacht voor het kind”, vertelt Els Bouthoorn, specialist Jeugd en Educatie van de bibliotheek Rijn en Venen, in het decembernummer van vakblad Kinderopvang. Het is gezellig, kinderen luisteren graag naar je stem, ze worden rustig. Het stimuleert bovendien de taalontwikkeling en woordenschat. Uit onderzoek blijkt dat baby’s die worden voorgelezen op vijftien maanden een voorsprong hebben in hun taalontwikkeling.”

 

 

Voordelen

 

 

Pedagogisch medewerker Renate Wolswijk van kinderopvangorganisatie Junis Kinderopvang ziet verschillende voordelen van het voorlezen aan nul- tot vierjarigen. “Je creëert een omgeving waarin kinderen zich veilig voelen en de ruimte hebben om zicht te ontwikkelen op alle gebieden.” Ook zij ziet hoe dat de taalontwikkeling stimuleert. “Kinderen vinden het leuk als je boekjes herhaalt, ze doen je na, kennen de woorden. Vooral voor taalzwakkere kinderen is dat heel belangrijk.”

 

 

Tips voor het voorlezen zijn:

 

 

  • Lees voor aan kleine groepjes. Hoe jonger de kinderen, hoe kleiner de groep
  • Sluit aan bij de beleving van het kind
  • Lees interactief voor
  • Geef een kind de tijd
  • Sluit activiteiten aan op het leesthema

 

Nationale Voorleesdagen

 

 

Het Nationale Voorleesontbijt 2018 op woensdag 24 januari 2018 vormt de aftrap van de Nationale Voorleesdage. Die dag lezen weer talloze bekende én onbekende Nederlanders voor aan peuters en kleuters om zo het voorlezen, aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, te stimuleren. Met deze honderden Voorleesontbijten op kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, bibliotheken en scholen in het gehele land ging de 15de editie van De Nationale Voorleesdagen van start. Lees verder >

 

 

Klik hier voor meer informatie over de Nationale Voorleesdagen >>>

Bron: kinderopvangtotaal.nlDit is een samenvatting uit het artikel BoekStart ‘Zelfs baby’s genieten van voorlezen’ uit het decembernummer van vakblad Kinderopvang.

Agrarische kinderopvang: iedere gemeente heeft andere regels

maandag, januari 22nd, 2018

 

 

In de gemeente Lingewaard hoorde geitenhouder Leeke Bouwens uit Gendt dat op zijn locatie toch geen gastouderopvang mag plaatsvinden. Mag dit?

 

 

Het plan van Bouwens was, zo blijkt uit een artikel in De Gelderlander, om een kleinschalige opvang te starten voor kinderen van 0 tot 13 jaar. De GGD besloot hier uiteindelijk voor te gaan liggen en adviseerde de gemeente geen licentie te verstrekken. Reden: de nabijheid van geiten zou de kans op longontsteking bij jonge kinderen vergroten. De gemeente volgde het advies van de GGD op.

 

 

Andere opvang

 

 

In de gemeente Lingewaard is het advies om niet binnen een straal van 250 meter van een geitenhouderij kinderopvang te beginnen. Toch bevinden zich binnen die straal wel andere opvangbedrijven. De Kleine Kroon bijvoorbeeld die een locatie 110 meter buiten het bedrijf heeft. ‘We hebben wel meer opvangen die vlakbij boerderijen zitten en krijgen vaker de vraag of onze locatie in hartje Amsterdam wel gezond is’, aldus een woordvoerder van het bedrijf. 360 meter verderop bevindt zich nóg een opvang die niet eens op de hoogte was van het agrarische bedrijf in de buurt.

 

 

Industrieterrein

 

 

Navraag bij GGD GHOR maakt duidelijk dat er geen landelijke regels zijn over wat toelaatbaar is bij of in de buurt van een agrarisch bedrijf en wat niet. Beleidsregels over huisvesting verschillen per gemeente. De gemeente Almelo zegt bijvoorbeeld niet iets specifieks over kinderopvang op of bij een agrarisch bedrijf, maar noemt het vestigen van een kinderopvang op een industrieterrein in principe wel ongewenst vanwege de aanwezige milieucontouren en/of de aanwezigheid van risicovolle bedrijven. Verder wordt er niks gezegd over de uitstoot van schadelijke stoffen door agrarische bedrijven. Wel van chemische producten zoals vuurwerk, brandstoffen enzovoort.

 

 

Voordelen

 

 

GGD Hart voor Brabant heeft eerder beleidsadvies naar buiten gebracht over agrarische kinderopvang en het effect ervan op de gezondheid. Zij noemen hierin niet alleen de nadelige effecten van kinderopvang bij een agrarisch bedrijf, maar ook de voordelen (sociale interactie, meer buiten en in beweging zijn en weten waar voedingsmiddelen vandaan komen). Verder is, adviseert ook de Brabantse afdeling van GGD GHOR, het een afweging die per gemeente kan verschillen.

 

 

Snelweg

 

 

Bepalend daarin zijn wat de structuurvisie en het bestemmingsplan is en wat de ambities zijn die een gemeente met een gebied heeft. Wat is de mate van uitstoot van geur, fijnstof en edotoxinen? Daarbij moet er wat de Brabantse GGD verder gekeken worden dan alleen de risico’s van agrarische bedrijven. Kinderopvang binnen een straal van 300 meter van de snelweg raden zij bijvoorbeeld ook af.

 

 

Maatregelen

 

 

Bedrijven kunnen zelf ook maatregelen nemen. Bijvoorbeeld door kinderen bewust niet in de stallen te laten komen en door een bedrijfshygiëne- en bedrijfgezondheidsplan in samenwerking met de dierenarts op te stellen waarin onder andere is opgenomen welke vaccinaties er gegeven worden en hoe dierziekten gesignaleerd worden. Andere adviezen zijn: een aparte ingang voor de kinderopvang en het aanschaffen van een luchtwasser om de uitstoot van fijnstof en geur te verminderen.

 

 

Second opinion

 

 

Terug naar Gelderland. Leeke Bouwens gaat niet akkoord met het besluit van de gemeente Lingewaard. Hij stapte naar een onafhankelijke bezwarencommissie. Die onderzoekt nu of de gemeente juist heeft gehandeld of niet.

 

 

Lees het artikel in de Gelderlander

Bekijk de brochure over agrarische kinderopvang van GGD Hart voor Brabant

Kinderartsen waarschuwen opnieuw voor gevaar knoopcelbatterij

zaterdag, januari 20th, 2018

 

 

Sinds 2008 zijn al minstens zestien kinderen in Nederland die zogenoemde knoopcelbatterijen hadden ingeslikt ernstig gehandicapt geraakt en twee van hen zijn overleden. Dat bevestigt een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) na een bericht in het AD.

 

 

De vereniging slaat alarm over de ronde, platte batterijen, die een bijtend zuur kunnen lekken dat al binnen een uur een gat in de slokdarm kan branden. Het daadwerkelijke aantal slachtoffers ligt vermoedelijk veel hoger, denkt de vereniging, die hier een onderzoek naar is begonnen.

 

 

Volgens kinderarts in het AMC Angelika Kindermann, die ook voor het NVK het onderzoek leidt, maken de batterijen schade op drie manieren. “Ze drukken op de slokdarm. Dan lekken ze een chemisch, erg etsend, stofje. En ze zijn elektrisch geladen, wat elektrische schade geeft aan de slokdarm. Dit alles kan ervoor zorgen dat er een gat in de slokdarm ontstaat, wat altijd tot een ontsteking zal leiden, zegt ze. “En het kan verder doorbranden naar de luchtpijp en de hoofdslagader.” Zo is afgelopen jaar volgens haar ook een kind overleden: bij het kind brandde het inderdaad door naar de hoofdslagader, waardoor het slachtoffer doodbloedde.

 

 

De NVK heeft alle kinderartsen in Nederland opgeroepen elk incident met ingeslikte batterijen te melden. Artsen wordt ook verzocht elk kwartaal een update te geven over het letsel van hun patiënt. De vereniging hoopt hiermee een beter beeld te krijgen van de omvang van het probleem en de complicaties.

 

 

Realisatie

 

 

In 2014 waarschuwde de NVK ook al voor de batterij. Volgens de NVK realiseren ouders en hulpverleners vaak niet hoeveel gevaar het kind loopt. Als een kind een knoopcelbatterij inslikt, moet het direct naar het ziekenhuis worden gebracht. Het is het streven om de batterij het liefst binnen een uur na inslikken te verwijderen.

 

 

De vereniging vermoedt dat kinderen steeds vaker spelen met spullen die niet als speelgoed zijn bedoeld, zoals rekenmachines, fototoestellen of fietslampjes. Dergelijke apparaten hebben geen kindveilige sluitingen, waardoor de batterijtjes er makkelijk uitvallen. Kinderen stoppen zo’n glimmende knoopcelbatterij graag in hun mond.

Ouders: ‘Maak eetomgeving gezonder voor kinderen’

woensdag, januari 17th, 2018

Het Voedingscentrum deed onderzoek onder ruim 1.000 ouders. 93 procent van de ouders vindt het belangrijk dat hun kind voedselvaardig is en de meeste ouders (82 procent) zien het vooral als hun eigen taak om hun kind voedselvaardig te maken. ‘Voedselvaardigheid’ staat voor de kennis en vaardigheden die kinderen moeten leren om gezond te kunnen eten. Professionele opvoeders kunnen daarbij helpen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat voedselonderwijs kan helpen bij de ontwikkeling van een gezond en duurzaam voedingspatroon.

 

 

Les over eten

 

 

Kinderen die les over eten hebben gehad (herkomst, productiewijze, samenstelling) en geoefend hebben met praktische vaardigheden (koken, samen eten, groente verbouwen) weten meer over voedsel en hebben meer zelfvertrouwen in de eigen kookvaardigheden.

 

 

Straatbeeld

 

 

Ouders vinden het belangrijk dat het straatbeeld verandert en gezond eten goedkoper wordt. Daarnaast vindt ruim de helft dat supermarkten zo moeten worden ingericht, dat ze kinderen minder verleiden om ongezonde keuzes te maken. Maar liefst 86 procent van de ouders vindt dat het goedkoper maken van gezond eten een goede maatregel zou zijn om het kind gezonder te laten eten.

 

 

Bron: Voedingscentrum

Gezonde keuze

 

 

Twee op de drie ouders vinden dat school- en sportkantines zo moeten worden ingericht dat hun kind minder verleid wordt en makkelijker een gezonde keuze maakt. 71 procent van de ouders is het eens met de regels rondom gezond trakteren. Ruim de helft van de ouders geeft aan afspraken te hebben met hun kind over snoepen. Bij 67 procent van deze groep moeten kinderen vragen of hij/zij snoep, snacks of suikerhoudende dranken mag pakken. Ruim driekwart van de ouders vindt dat het een taak is van ouders om kinderen te leren over gezonde voeding.

 

 

Klik hier voor de Quickscan Voedselvaardigheid met alle resultaten uit het onderzoek >>>

Positieve invloed van media op kinderen

woensdag, januari 17th, 2018

 

 

Maar hebben media en mediagebruik ook positieve invloed op kinderen?

 

 

Jawel, schrijft Justine Pardoen op de website van Bureau Jeugd & Media. Media kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen, als ze gebruikt worden samen met volwassenen en de mediaproducten bewust gekozen zijn, passend bij de leeftijd en de interesse.

 

 

Wat kunnen kinderen leren van media?

 

 

  • talige kennis, geletterdheid en gecijferdheid – zoals woordenschat, verhaalstructuur, oefenen met letters en cijfers, getalbegrip;

 

  • concepten en tegenstellingen– zoals groot-klein, meer-minder enz.;

 

  • kennis van de wereld– vooral in verhalen, maar ook in filmpjes waarin dingen uitgelegd worden, hoe dingen werken (denk aan alles wat ze zichzelf kunnen leren door naar YouTube-filmpje te kijken), omgaan met nieuws;

 

  • omgaan met emoties, empathie(je kunnen inleven in iemand anders);

 

  • communicerenop afstand (met alle beperking als je elkaar niet ziet) en de problemen oplossen die daaruit voorkomen;

 

  • handigheid(met je vingers), snelheid en oog-hand-coördinatie;

 

  • het selecterenvan belangrijke informatie, situaties analyseren;

 

  • problemen oplossen en hoe je daarbij kunt samenwerken met anderen (in games bijvoorbeeld), met geduld en doorzettingsvermogen.

 

 

 

Hoe kies je goede mediaproducten?

 

 

Het kiezen van een goede app, film of boek, is best lastig. Hieronder enkele tips:

 

 

  1. Luister naar de vragen die het kind stelt – zo kom je erachter waar zijn of haar interesses liggen. Zoek naar een film of app is die daarop aansluit.

 

  1. Er zijn sites waar je kunt zoeken op thema (zoals vriendschap, oorlog, discriminatie). Voor tieners tippen we de zoekmachine van moviesthatmatter.nl

 

  1. Voor jonge kinderen is er mediasmarties.nl (tot 12 jaar maar nadruk ligt op jongere kinderen).

 

  1. Houd in de gaten welke mediaproducties prijzen winnen. Zo reikt Cinekid elk jaar de Media Awards uit. Goede suggesties vind je bij de nominaties. Zie bijv. cinekid.nl/festival/awards.

 

  1. Voor boeken heb je natuurlijk de kinderboekenweek. Maar kinderen kunnen gratis naar de bibliotheek. Ga er samen heen. Daar helpen ze je ook met zoeken op thema (interesse) en leeftijd. Zie ook: leesplein.nl

 

  1. Vraag ook tips bij andere ouders, bijvoorbeeld op school, maar ook op het forum van Ouders Online (ouders.nl)

 

 

 

Bron: Bureau Jeugd & Media

‘Ouders wees voorzichtig met delen foto’s kinderen’

woensdag, januari 17th, 2018

 

 

Minister de Jonge van Volksgezondheid waarschuwt ouders om voorzichtiger te zijn bij het plaatsen van foto’s van kinderen op internet.

 

 

Zijn waarschuwing komt nadat onderzoekers op een Russische website zijn gestuit waar foto’s van (Nederlandse) kinderen worden verzameld en uitgewisseld door pedofielen. Op de website van RTL Nieuws zegt beveiligingsonderzoeker Sijmen Ruwhof: ‘Het is zo toegankelijk dat ik daar heel erg van schrik.’

 

 

Vakantiekiekjes

 

 

De foto’s van de kinderen zijn vaak heel onschuldig, bijvoorbeeld vakantiekiekjes van kinderen in het zwembad of op het strand. Maar de titels en commentaren erbij zijn zeer ernstig. De pedofielen wisselen de foto’s onderling uit en zoeken online naar steeds meer foto’s. De Russische website is openbaar, maar het bekijken van de foto’s valt onder de noemer kinderporno. Er zijn over de hele wereld al mensen opgepakt die de foto’s gebruiken, maar volgens de politie is het heel lastig om pedofielen te veroordelen.

 

 

Afgeschermde omgeving

 

 

Minister de Jonge zijn waarschuwing is vooral tegen ouders gericht. Bij verschillende organisaties zoals kinderopvangcentra en sportclubs zijn al regels opgesteld voor het delen van foto’s. Hiervoor wordt vaak gebruik gemaakt van een afgeschermde digitale omgeving. Maar ouders verspreiden foto’s vaak gewoon op het internet, weet hij. De Tweede Kamer wil dat de website wordt aangepakt. De Belgische politiek is inmiddels een onderzoek gestart wat ze tegen de site kunnen doen. Er staan ook veel Belgische kinderen op de site.

 

Voorleestips voor baby’s en peuters

woensdag, januari 10th, 2018
Voorlezen is leuk en leerzaam, óók voor baby’s. In dit artikel geven we informatie en tips voor het voorlezen aan baby’s en peuters. In het decembernummer van vakblad Kinderopvang vertelt Els Bouthoorn, specialist Jeugd en Educatie van de bibliotheek Rijn en Venen, over het belang van voorlezen. ‘Voorlezen betekent gerichte aandacht voor het kind. Het is gezellig, kinderen luisteren graag naar je stem, ze worden rustig. Het stimuleert bovendien de taalontwikkeling en woordenschat.’

Baby’s

 

 

Zij benadrukt dat ook het voorlezen aan baby’s niet zinloos is. ‘Uit onderzoek blijkt dat baby’s die worden voorgelezen op vijftien maanden een voorsprong hebben in hun taalontwikkeling.’
Pedagogisch medewerker Renate Wolswijk van kinderopvangorganisatie Junis Kinderopvang ziet verschillende voordelen van het voorlezen aan nul- tot vierjarigen. ‘Je creëert een omgeving waarin kinderen zich veilig voelen en de ruimte hebben om zicht te ontwikkelen op alle gebieden.’ Ook zij ziet hoe dat de taalontwikkeling stimuleert. ‘Kinderen vinden het leuk als je boekjes herhaalt, ze doen je na, kennen de woorden. Vooral voor taalzwakkere kinderen is dat heel belangrijk.’

 

 

Voorleesroutine

 

 

Voorlezen is verankerd in de dagelijkse routine. Renate: ‘We lezen niet alleen voor in de voorleeshoek. We beginnen al tijdens het fruit eten ’s morgens, tussendoor lezen we met kleine clubjes in de hoek en we hebben een-op-een voorleesmomenten met de baby’s en jonge peuters op school. Voor baby’s gebruik ik contrastboekjes zonder tekst. Je ziet dan dat kinderen vanaf drie maanden al hun ogen opendoen en naar de boekjes kijken.’

 

 

Tips voor het voorlezen:

  • Lees voor aan kleine groepjes. Hoe jonger de kinderen, hoe kleiner de groep
  • Sluit aan bij de beleving van het kind
  • Lees interactief voor
  • Geef een kind de tijd
  • Sluit activiteiten aan op het leesthema

 

Tips voor boeken:

  • Mama Kwijt (Chris Haughton) over een uiltje dat uit het nest valt en zijn moeder kwijt is
  • Poesje Mauw (Mies van Hout) met veel traditionele versjes
  • Piep wil oversteken (Fleur van der Weel) over een muis in het verkeer
  • Boer Bons gaat naar zee (Ted van Lieshout, Philip Hopman) over een boer op vakantie
  • Welterusten, kleine beer (Martin Waddell, Barbara Firth, L.M. Niskos): een klassieker!

 

Klik hier voor meer informatie over de Nationale Voorleesdagen >>>

 

 

Dit is een samenvatting uit het artikel BoekStart ‘Zelfs baby’s genieten van voorlezen’ uit het decembernummer van vakblad Kinderopvang.

GASTOUDER UITGELICHT : Shanna uit Hoorn

maandag, januari 8th, 2018

Krokodilletje heet alle gastouders van gastouderbureau GASTVRIJ van harte welkom!

vrijdag, december 22nd, 2017

 

 

Gastouderbureau Krokodilletje kan u makkelijk en snel helpen, schrijf u simpelweg in op onze website als ouder of gastouder en wij nemen al uw zorgen weg. Wij bieden u tevens de kans om de urenregistraties en facturatie van de afgelopen maand  voor u te verwerken om zo uw gelden veilig te stellen.

 

 

Lees hier meer over het gedwongen ontslag van de directie van gastouderbureau Gastvrij en de wanpraktijken van gastouderbureau Gastvrij.

Lavide: directeuren Gastouderbureau Gastvrij wel ontslagen

vrijdag, december 22nd, 2017

 

 

Dat meldde de voormalig lege beurshuls in een formele persverklaring.

 

 

Daarmee spreekt het bedrijf de twee directeuren, Ingrid Ruijters en Martin van der Linden, tegen. Zij beweren dat het eerdere schorsingsbesluit en opvolgend ontslag, niet conform de statuten van het bedrijf zou zijn en gaven aan dat de bijzondere aandeelhoudersvergadering geen officieel besluit had kunnen nemen. Volgens Lavide was de beslissing echter unaniem.

 

 

Lavide en de directeuren van het overgenomen Gastvrij liggen stevig met elkaar in de clinch. Volgens Lavide-topman Vincent Poorter was er onder meer sprake van financieel wanbeleid bij Gastvrij. Ruijters en Van der Linden deden op hun beurt aangifte tegen Poorter en commissaris Annette Franken van Lavide, voor poging tot oplichting, laster en smaad en valsheid in geschrifte. Ze spreken van een bedrijfskaping.

 

 

Tegenaangifte

 

 

Franken zou daarbij, in strijd met de statuten, zijn aangesteld als extra bestuurder bij Gastvrij. Volgens Poorter heeft hij via de pers moeten vernemen dat er aangifte is gedaan. Als hij wordt geconfronteerd met een aangifte zal hij een tegenaangifte doen, zo laat hij weten. Ook wil hij kijken hoe hij de door Lavide geconstateerde financiële schade kan verhalen bij Ruijters en Van der Linden. Zij ontkennen overigens dat er sprake is van financieel wanbeleid.

 

 

Een woordvoerster van Euronext laat specifiek weten dat de situatie bij Lavide de ,,bijzondere aandacht” van de beursuitbater heeft. Verder inhoudelijk commentaar werd niet gegeven. Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) wilde evenmin inhoudelijk op vragen over Lavide ingaan.

 

Bron • ANP

Lavide en Gastouderbureau Gastvrij rollen ruziënd over straat

vrijdag, december 22nd, 2017

 

 

Eerst schorste Lavide de bestuurders van Gastvrij, nadat er ‘onregelmatigheden’ waren geconstateerd. Lavide-topman Vincent Poorter schoof vervolgens zijn vriendin en Lavide-commissaris Annette Franken naar voren als nieuwe bestuurder van het gastouderbureau. De geschorste bestuurders doen nu aangifte tegen Poorter en Franken.

 

 

Poorter en Franken worden beticht van laster, oplichting en valsheid in geschrifte. In de aangifte zeggen de geschorste bestuurders dat ze ‘bang’ zijn voor Poorter. Ze hebben daarom een camera opgehangen bij hun voordeur en een tweede hond genomen.

 

 

Betaling in aandelen

 

 

Het minifonds Lavide nam het gastouderbureau Gastvrij begin september over. Afgesproken was om een van de bestuurders, die eigenaar was van Gastvrij, de overnamesom van €145.000 te betalen met nieuwe aandelen Lavide. Of die betaling doorgaat, is nu de vraag.

 

 

Donderdag staat een bijzondere aandeelhoudersvergadering van Gastvrij op de rol. Dan wordt de schorsing omgezet in ontslag. Poorter, die zegt ‘zeer verbaasd’ te zijn dat de geschorste bestuurders zich bedreigd voelen, wil niet op de zaken vooruit lopen. Pas na de vergadering kan hij zeggen of Lavide de aandelen ook daadwerkelijk zal overdragen aan de voormalige eigenaar van Gastvrij.

 

 

Strenger toezicht

 

 

De ruzie bij Lavide komt op het moment dat de Amsterdamse beurs de regels aanscherpt voor zogeheten reverse listings. Vanaf 1 januari moeten bedrijven die via een leeg beursfonds naar het Damrak komen, aan veel strengere eisen voldoen. Reden voor de strengere eisen is dat er nog wel eens ongelukken gebeuren met reverse listings. De nieuwkomer gaat kopje onder en aandeelhouders blijven met de brokstukken zitten.

 

 

€55.000 kwijt

 

 

Volgens Lavide hebben de geschorste Gastvrij-bestuurders het bestuur en de commissarissen van Lavide ‘onjuist’ geïnformeerd en ‘instructies’ van Lavide genegeerd. Maar de zwaarste beschuldiging aan het adres van de Gastvrij-bestuurders is de ‘onvoldoende’ controle op de financiën.

 

 

Er is een bedrag van €55.000 verdwenen uit een stichting, die de betalingen van ouders doorzet aan de gastouders, aldus Poorter. Een tekort, dat ‘vorige week’ plots werd ontdekt, zegt de Lavide-topman.

 

 

‘Daar is geen enkele onderbouwing voor,’ reageert Martin van der Linden, een van de twee geschorste bestuurders. ‘Er is geen euro uit die stichting ontvreemd, laat staan €55.000.’

 

 

Déjà vu

 

 

Van der Linden moet het avontuur met Lavide als een déjà vu ervaren. In 2012 verkocht de ondernemer zijn it-bedrijfje aan een andere lege beurshuls, Vivenda Media Groep (VMG). Ook in ruil voor nieuwe aandelen.

 

 

Dat minifonds was in handen van Ron van Veldhoven, de oude baas van Poorter uit zijn aandelenlease-tijd. Ook VMG meldde, kort na de overname, ‘onregelmatigheden’ op het spoor te zijn gekomen. Van der Linden moest vertrekken en kreeg de aandelen VMG nooit geleverd, bevestigt Van Veldhoven.

 

 

VMG is geen forensisch onderzoek gestart en heeft geen aangifte gedaan tegen Van der Linden. Of Lavide aangifte gaat doen, is nog niet zeker. Een forensisch onderzoek komt er niet, zegt Poorter. Hij, zijn vriendin en zijn dominee – die tevens president-commissaris is bij Lavide – gaan de zaak zelf uitspitten.

Handelen Gemeente Oisterwijk is niet uit te leggen

dinsdag, december 19th, 2017

 

De problemen die de legeskosten voor gastouders teweeg brengen zijn nog veel groter dan door Dion Dankers (PGB) in de gemeenteraad werd geschetst. Ook hij is niet op de hoogte van onderstaande situatie, zo blijkt bij navraag. Dankers wil de legeskosten omlaag brengen, maar de overige partijen zagen dat afgelopen raadsvergadering niet zitten. Waarschijnlijk niet wetende dat er niet alleen exorbitante bedragen worden gevraagd voor een paar administratieve handelingen, maar dat er ook nog meerdere dezelfde onderzoeken na elkaar worden verricht. De kosten daarvan worden neergelegd bij de inwoners, die vervolgens niets anders kunnen dan stoppen met werken, of hun kinderopvang illegaal regelen. In dat laatste geval dus geen belastingen, geen verzekeringen, geen doorbetaling bij ziekte en vakantie, en misschien wel het allerbelangrijkste: geen controle op een veilige oppasomgeving.

 

 

Onderzoek

 

Wie gebruik wil maken van gastouders thuis, krijgt een onderzoek op geschiktheid van de oppasomgeving. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de GGD, en geregeld en geregistreerd via de gemeente. De ouders betalen de rekening: ‘De GGD rekent om en nabij de 200 euro voor dit bezoek. Voor deze inspectie van ons huis betaalden wij de Gemeente Oisterwijk 619 euro.’ Volgens deze berekening zou de gemeente tweemaal meer vragen aan administratiekosten, dan de uitvoerende instantie vraagt voor haar onderzoek ter plaatse. Een onderzoek van nog geen uur, dat door deze hoge kosten nu ruim 600 euro moet kosten. Een bedrag dat goed is voor alle kosten van twee dagen werken voor de gemiddelde ZZP’er; er zijn er die minder verdienen!! Tot zover het probleem zoals Dion Dankers dat in de raad heeft ingebracht, maar door de andere raadsleden in stand werd gehouden.

 

 

Daarmee is de kous niet af:

 

Ondanks dat de opvang plaats vindt in de eigen woning van de ouders, moet er telkens opnieuw een onderzoek worden verricht als de ouders een andere gastouder betrekken, soms zelfs dubbel: ‘Wij willen graag gebruik maken van twee gastouders. Dit houdt in dat wij de gemeente Oisterwijk twee keer 518,70 moeten betalen voor dezelfde inspectie van ditzelfde huis.’ Dit jaar is dat onderzoek reeds verricht, maar omdat dit ouderpaar van de vorige gastouder wil overstappen naar twee nieuwe, komt het vorige onderzoek te vervallen en worden er twee nieuwe onderzoeken opgestart. Drie keer in een jaar komt de GGD kijken naar dezelfde woning, volgt er eenzelfde verslag, en worden volgens deze ouders door de ambtenaar dezelfde administratieve handelingen verricht. Omdat de werkzaamheden drie keer hetzelfde zijn, krijgen de ouders dit ‘tegen gereduceerd tarief.’

 

 

De ouders krijgen 200 euro korting op volgens deze ouders 1236 euro aan dubbel betaalde leges, dat maakt nog steeds 1036 euro overbodige kosten. Dit komt bovenop de toch al hoge legeskosten van 619 euro, die volgens Dankers minimaal terug kunnen naar de helft. Ofwel, dit gezin heeft ruim 1300 euro meer betaald dan nodig…

Hoogleraar: Kinderen krijgen slechtere ogen door het kijken naar een scherm

zaterdag, december 16th, 2017

 

 

Nog voor het einde van het jaar komt hoogleraar Caroline Klaver met een lijst met tips voor scholen om kinderen te behoeden voor bijziendheid. Al jaren stijgt het aantal kinderen dat ver weg niet meer scherp ziet, en die bijzienden hebben later een grotere kans om slechtziend te worden. De boosdoener is duidelijk, zegt oogheelkundige Klaver van het Erasmus MC: de vele schermpjes waar kinderen naar staren, en het feit dat ze minder vaak buiten komen.

 

In Europa is de helft van alle twintigers bijziend, en dat aantal stijgt. Bijzienden hebben ovalere, langgerektere ogen door het vele kijken naar voorwerpen die zich dichtbij bevinden, zoals een smartphone. De ooglens moet zich dan inspannen om het licht scherp op het netvlies te krijgen. Staar je in de verte, de horizon in, dan kan de ooglens zich weer ontspannen. Maar kinderen komen tegenwoordig minder vaak buiten, ziet Klaver, waardoor de ooglens zich ook minder vaak kan ontspannen.

 

 

Na het twintigste jaar stopt het ovaler worden van het oog, de brilsterkte hoeft daarna niet veel meer aangepast. “In de kindertijd is dus een wereld te winnen”, zegt Klaver.

 

 

Vuistregel

 

 

Leerkrachten en ouders moeten zich volgens haar aan een simpele vuistregel houden: als kinderen twintig minuten naar een scherm hebben gekeken, dienen ze twintig seconden pauze te houden. En ze moeten minimaal twee uur per dag naar buiten. Zonder dit soort maatregelen dreigt bijziendheid de belangrijkste oorzaak van slechtziendheid te worden, zei Klaver vandaag in NRC. Lichtgevoelige oogcellen verdwijnen bij bijzienden sneller bij het ouder worden, in sommige gevallen laat het netvlies los aan de binnenzijde van het oog.

 

 

Het ontbreekt nog aan duidelijke cijfers om de problemen een gezicht te geven. Klaver volgt daarom een groep dertienjarige kinderen al hun hele leven om daar verandering in te brengen. Ze onderzoekt hun ogen, maar ook vraagt ze naar hun telefoon en game-gedrag. Hoe vaak ze buiten komen kan ze aflezen aan hun bloedwaarden: de hoeveelheid vitamine D vertelt haar hoeveel zonlicht ze zagen. “Het blijkt dat kinderen nog maar een kwart van het jaar genoeg de deur uit gaan, alleen in de zomer.” Dat is dus een aandachtspunt dat in het waarschuwingsdocument komt dat ze opstelt voor scholen.

 

 

De problemen zijn volgens haar lang ontkend. “Ga maar naar de opticien, werd dan gezegd. Alsof het een niet te voorkomen aandoening is.” Pas de laatste tien jaar beginnen oogartsen te snappen dat je gedrag wel degelijk van invloed is op bijziendheid.

 

In Oost-Azië zijn de problemen veel groter dan in Europa. Daar is in grote steden negen op de tien twintigers bijziend.

Gastouders betalen in Oisterwijk 619 euro aan leges en in Tilburg helemaal niks

vrijdag, december 15th, 2017

Behalve zijn eigen PGB ging geen enkele fractie in de raad mee met het voorstel om de leges voor gastouderopvang te halveren. Dankers stelde voor om het principe dat leges kostendekkend moeten zijn te laten varen terwille van ‘de maatschappelijke aanvaardbaarheid’. Hij wees erop dat gastouders in Oisterwijk voor registratie van hun opvang 619 euro bij de gemeente af moeten rekenen, terwijl een gemeente Tilburg helemaal niets vraagt.

 

 

Dankers stelde voor de leges te halveren, zodat Oisterwijk bijvoorbeeld in de buurt van Loon op Zand (342 euro) zou komen. Overigens zijn de gastouderleges in de gemeente Haaren, waarvan het dorp Haaren na gemeentelijke herindeling naar Oisterwijk komt, nog hoger dan in Oisterwijk: 653 euro. Opvallend was dat oppositiegenoot PrO de motie van de PGB als verkiezingsretoriek wegzette. ,,Dit is voor de bühne”, meende Ruud van der Star (PrO).

 

 

Kinderopvangorganisaties, gastouders inbegrepen, moeten zich via de gemeente inschrijven in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). De gemeente laat de GGD een inspectie uitvoeren op de locatie van de opvang. De kosten daarvan worden via de leges bij de aanvrager in rekening gebracht.

Tips: Zo betrek je ouders bij belang sport en bewegen kinderen

woensdag, december 13th, 2017
Wil je ouders meer betrekken bij de keuzes die jullie maken in de kinderopvang als het om beweging gaat? Deze tips helpen je op weg.

Het Kenniscentrum Sport stelde drie opeenvolgende stappen op als het gaat om het creëren van betrokkenheid bij ouders:

 

 

  • Ouders bereiken en vinden
  • Ouders bewust maken
  • Ouders ondersteunen

 

Belangrijk is om aan te sluiten bij de stap waar de ouder is. Klik hier voor meer informatie over de drie stappen en tips om daarmee aan de slag te gaan.

 

 

Argumentenkaartjes

 

 

Het Kenniscentrum Sport ontwikkelde Argumentenkaartjes, die helpen inzicht te krijgen in wat ouders belangrijk vinden voor hun kind. Hierdoor start je bij het perspectief van de ouder, in plaats van wat je zelf belangrijk vindt. Hierdoor kun je het gesprek aangaan met de ouder. Daarna bekijk je als professional welke bijdrage sport en bewegen kunnen leveren aan de wensen en behoeften van de ouder.

 

 

Bewustwording

 

 

Dan volgt de tweede stap, het werken aan bewustwording van ouders. Je kunt ouders niet helpen hun kinderen te stimuleren tot meer sport en bewegen als ze daar zelf niet achter staan. Hoe maak je ouders dan bewust van het belang van bewegen voor hun kind en hoe vergroot je de intentie om hun kinderen te stimuleren te sporten en bewegen? Dat doe je door met jouw boodschap in te spelen op dat wat zij belangrijk vinden. Met behulp van de Argumentenkaartjes kun je het gesprek met ouders aangaan en kom je er achter wat de ouder drijft, motiveert en belangrijk vindt. Daar speel je vervolgens op in met jouw aanpak of advies tot meer sport en bewegen.

 

 

Hulpmiddel

 

 

Je kunt de kaartjes inzetten tijdens één op één contacten met ouders, maar ook in groepsverband. Bijvoorbeeld bij een ouderbijeenkomst, ouderactiviteit, een voortgangsgesprek of een tien- minuten- gesprek. ‘De Argumentenkaartjes zijn voor mij een goed hulpmiddel bij onderzoek onder laagopgeleide ouders. Ik heb ze ingezet tijdens groepsinterviews. Ouders vonden het leuk om ermee te werken en begrepen de thema’s op de kaartjes vanwege de duidelijke afbeeldingen.  We ontdekten dat de groep ouders ‘zelfvertrouwen’ en ‘gezondheid’ het belangrijkst vinden in de opvoeding. We konden vervolgens dieper ingaan op deze thema’s en verkenden met hen de betekenis ervan. Dat leverde heel veel nieuwe inzichten op’, vertelt Marjolein Keij- Senior projectleider bij Pharos.

 

 

Wil je de Argumentenkaartjes inzetten bij jouw gesprekken met ouders? Op allesoversport.nl kun je een account aanmaken en de kaartjes downloaden.

 

 

Bron: allesoversport.nl

Signaleer kindermishandeling bij het jonge kind

woensdag, december 13th, 2017
Als pedagogisch medewerker of gastouder ben je een ontzettend belangrijke schakel om kindermishandeling te signaleren en zo erger te voorkomen. Maar hoe doe pak je dat aan? Stichting Augeo geeft advies.

Als werker in de kinderopvang raak je, na de kraamzorg en het consultatiebureau, als een van de eerste professionals betrokken in het leven van jonge ouders en hun baby. De eerste levensjaren van kinderen zijn ontzettend belangrijk voor hun verdere ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit goed. Maar er zijn ook kinderen wiens ontwikkeling beschadigd raakt omdat ze opgroeien in gezinnen waar te weinig aandacht of zorg voor ze is of waar ze geweld meemaken. Voor pedagogisch medewerkers en gastouders is het daarom belangrijk dat ze de vaardigheden hebben om zorgen te signaleren en ze te bespreken binnen de organisatie en met de ouders.

 

 

Om schade te voorkomen, is het van belang dat dit signaleren en actie ondernemen tijdig en zorgvuldig gebeurt. Het gebruik van de meldcode bij signalen van kindermishandeling of huiselijk geweld is sinds 2013 daarom wettelijk verplicht voor professionals in onder andere de zorg, het onderwijs en de kinderopvang. De stappen van de meldcode doorloopt een professional nooit alleen. Niet voor niets is er stap 2 in de meldcode waarin de professional eerst advies vraagt en iemand met zijn of haar waarnemingen mee laat kijken. Bespreek je zorgen dus altijd met een collega en je leidinggevende of gastouderbureau. Vraag zo nodig advies bij Veilig Thuis.

 

 

Signaleren bij baby’s en peuters

 

 

De eerste jaren staat de hechting van een kind aan zijn ouders centraal in zijn of haar ontwikkeling. Deze relatie vormt een blauwdruk voor de relaties die zullen volgen. Voor sommige ouders is deze eerste kwetsbare periode erg zwaar en zij hebben extra steun nodig. Hier kunnen meerdere oorzaken voor zijn.

 

 

Huilbaby

 

 

Een van die oorzaken kan zijn dat een baby extreem veel huilt en dat troosten niet helpt. Ouders kunnen hierdoor aan zichzelf gaan twijfelen en zich onmachtig voelen. Het zorgt voor stress en vermoeidheid en ouders ervaren een huilbaby vaak als falen; ik ben geen goede ouder, ik begrijp mijn kind niet etc. Als ouder en kind niet goed op elkaar ingespeeld raken, kan dit van invloed zijn op de hechtingsrelatie. Bovendien kan de frustratie leiden tot geweld.


In Nederland geeft 1 op de 20 ouders aan zijn baby wel eens te slaan, schudden of smoren in reactie op huilen. Naar schatting komen er jaarlijks 25 tot 40 kinderen naar het ziekenhuis met ernstig letsel als gevolg van schudden en overlijden er jaarlijks 3 à 4 kinderen aan de gevolgen hiervan. Aarzel als professional dus niet om signalen bespreekbaar te maken, ouders te ondersteunen en hen zo nodig te verwijzen naar passende hulp. In dit gratis korte online leerbericht leer je meer over hoe jij ouders van een huilbaby kunt steunen.


Oudersignalen

 

 

Ook andere oorzaken kunnen maken dat de babytijd stressvol is voor sommige ouders. Het risico op mishandeling en verwaarlozing hangt vooral samen met ouderfactoren als zelf als kind mishandeld zijn, psychische ziekte, verslaving, verstandelijke beperking of ernstige financiële- of relatieproblemen. Ook eigen ervaringen van ouders kunnen een rol spelen. Als je zelf als kind nooit gekoesterd bent of zelf te veel problemen hebt, kan het moeilijk zijn open te staan en aan te voelen wat je kind nodig heeft en hierop in te spelen. Een risico dus voor een veilige hechtingsrelatie.

 

 

Manon van der Hidde, gezinsadviseur bij Veldhuizen Stichting Kinderopvang Plus: ‘Wij zien veel ouders die zelf ook geen goed voorbeeld hebben gehad en nu emotioneel niet beschikbaar kunnen zijn voor hun kinderen. Of je het aan het kind merkt is heel verschillend. Een signaal kan zijn dat een kind uren rustig in de box ligt, niet lacht en niet huilt en ook niet speelt. Of een kind dat op iedereen afloopt en geen voorkeur daarin heeft. Maar vaak heb je vooral zorgen door het gedrag van ouders of de interactie met het kind. Juist omdat we vroeg willen signaleren, zorgen we dat onze medewerkers goed geschoold zijn in de stappen van de meldcode.’

 

 

Dit betekent voor het signaleren, zeker bij jonge kinderen, dat juist de signalen in het gedrag van ouders en in de interactie tussen ouder en kind van belang zijn. Denk bijvoorbeeld aan een ouder die weinig of geen contact maakt met een baby, een ouder die ’s middags al naar alcohol ruikt of een ouder die zich niet in een peuter kan verplaatsen en peuterdwarsigheid ervaart als pesten. Ook als het met het kind ogenschijnlijk nog goed gaat, kunnen deze oudersignalen voldoende aanleiding zijn om in actie te komen door de stappen van de meldcode te volgen. Dat dit juist bij jonge kinderen van groot belang is, is duidelijk. Wacht niet op (meer) kindsignalen, want dan ben je vaak te laat. Ouderproblemen zijn, zeker in deze fase, kindproblemen.

 

 

Bespreken met ouders

 

 

Deze ouders hebben vaak extra steun en hulp nodig. Door dit al in de babytijd te signaleren en samen met ouders op te pakken kun je als professionele gastouder veel voor deze gezinnen betekenen. Veel professionals in de kinderopvang vinden het lastig om zorgelijke signalen met ouders te bespreken. Bij een inventarisatie onder kinderdagverblijven in Amsterdam naar het gebruik van de meldcode bleek dat bij ongeveer de helft van de leidinggevenden en een derde van de pedagogisch medewerkers de angst om ouders vals te beschuldigen meespeelde[1].

 

 


Meer tips voor een gesprek met ouders:

  • Bespreek het gesprek vooraf met een collega, leidinggevende bemiddelingsmedewerker of Veilig Thuis
  • Benoem je waarnemingen zo transparant en zo vroeg mogelijk en leg uit waarom je daar zorgen over hebt.
  • Formuleer zorgvuldig wat je opvalt en vraag of ouders dit herkennen.
  • Sta open voor het verhaal van ouders, luister naar wat ouders je vertellen, gebruik hun deskundigheid als ouder en vraag wat ze nodig hebben. Neem ouders serieus.
  • Benoem onmacht die je ziet zonder dit te veroordelen.
  • Bedenk: hoe langer je een gesprek met ouders uitstelt hoe moeilijker de boodschap voor de ouder vaak wordt om te verteren.
  • Dit alles neemt niet weg dat een ouder zich wel beschuldigd kan voelen. Maak ook dit is bespreekbaar.

 

 

Dit artikel is geschreven door Roely Drijfhout van Stichting Augeo. Augeo is een stichting zonder winstoogmerk die ervoor wil zorgen dat kinderen veilig en gezond opgroeien en wil dat iedereen die met ouders en kinderen werkt, stressvolle opgroeisituaties signaleert en aanpakt. Voor meer informatie: www.augeo.nl/kinderopvang

 

 

[1] Durven signaleren : naar een effectiever gebruik van de meldcode kindermishandeling in de kinderopvang / E.A. Leyen, M. Isaac / GGD Amsterdam. Infectieziekten. Hygiëne & Inspectie, 2016

Aanraken en strelen baby verandert werking DNA

woensdag, december 13th, 2017

 

 

Pasgeboren kinderen zijn volledig afhankelijk van de zorg van hun ouders. Steeds meer onderzoek wijst erop dat liefdevol fysiek contact met baby’s in deze fase allerlei positieve effecten heeft, die hun hele leven door kunnen werken. Het verklaart de groeiende populariteit van babymassage.

 

 

Verschillen

 

 

In een nieuw onderzoek, waarvan dekennisvannu.nl melding maakt, is nu een epigenetisch effect gevonden van het zorgzaam aanraken van zuigelingen. Met epigenetica wordt het mechanisme bedoeld waarmee genen door het lichaam aan en uit worden gezet. Dit beïnvloedt de werking van genen, zonder ze zelf aan te passen. Onderzoekers vonden dat baby’s die veel werden aangeraakt door hun ouders, vier jaar later meetbare epigenetische verschillen hadden, vergeleken met baby’s met weinig lichaamscontact. Wat de gevonden verschillen betekenen voor de ontwikkeling van de kinderen was echter nog niet duidelijk.

 

 

Dagboekjes

 

 

De onderzoekers contacteerden ruim driehonderd moeders die eerder hadden meegedaan aan een onderzoek over fysiek contact. Ze hadden hierbij in de eerste weken na de geboorte van hun kind in een dagboekje nauwkeurig het contact met hun baby bijgehouden. De moeders die heel veel of juist heel weinig fysiek contact hadden gehad, werd vier tot vijf jaar later gevraagd of een DNA-sample bij hun kind mocht worden afgenomen uit de wang. Dit leverde genetisch materiaal van 94 kinderen op.

 

 

De wetenschappers zochten naar epigenetische aanpassingen bij enkele genen die bekend stonden om hun rol bij aanrakingen, maar vonden hier geen verschillen. Vervolgens testten ze het DNA op verdere aanpassingen, en vonden dat er op vijf plaatsen wel een duidelijk verschil was tussen de twee groepen kinderen. Het ging hier onder meer om genen die betrokken waren bij het immuunsysteem en de stofwisseling, al was het effect van de epigenetische verschillen onbekend.

 

 

Epigenetische klok

 

 

Het onderzoek richtte zich ook op iets dat de epigenetische klok wordt genoemd. De hoeveelheid epigenetische aanpassingen in het DNA verandert in de loop van een leven, en geeft vrij precies iemands leeftijd aan. Mensen waarbij die epigenetische klok “voorloopt” op hun leeftijd, gaan vroeger dood, en de klok lijkt dan ook een algemeen verouderingsproces te weerspiegelen.

 

 

Bij het DNA van de kinderen werd een interessante vondst gedaan, die leek te wijzen op het tegenovergestelde. Kinderen die als baby weinig lichamelijk contact hadden gehad, en ook veel hadden gehuild of onrustig waren, hadden een epigenetische klok die langzaam liep. Over de epigenetische klok in kinderen is nog niet veel bekend, maar het deed de wetenschappers vermoeden dat het bij kinderen juist een teken van voorspoedige ontwikkeling is als de epigenetische klok snel loopt. Bij veel huilen en weinig lichamelijk contact is namelijk de verwachting dat dit niet goed is voor de ontwikkeling van het kind.

 

 

Bron: dekennisvannu.nl

GGD inspectie 2017 Gastouderbureau Krokodilletje wederom uitmuntend!

donderdag, december 7th, 2017

‘5 dagen naar de opvang, dat is toch zielig?’

donderdag, december 7th, 2017

 

 

Vraag Deborah

 

 

‘Ik vind het zo zielig als kinderen vijf dagen naar de bso moeten. Als je kinderen neemt moet je daar toch ook tijd voor nemen? Ouders hebben het maar druk, druk, druk…’

 

 

Antwoord Marieke Grijpink

 

 

‘Ik moet denken aan de bakker, die verwacht alle dagen klanten. Sommigen doen één keer per week boodschappen, anderen komen elke dag even aan. De bakker geeft iedereen de service die hij verdient. Als het goed is heeft hij geen oordeel. Jij biedt vijf dagen per week een dienst aan kinderen en ouders. Ouders kiezen hoeveel dagen zij van deze dienst gebruik maken, al naar gelang hun wensen en omstandigheden. Aan jou en al je collega’s de eer om de kinderen een waardvolle tijd te geven. En dat doe jij vast!

 

 

Wist je dat in de Scandinavische landen alle kinderen vanaf één jaar fulltime naar de opvang gaan? Daar is dat de gewoonste zaak van de wereld. Natuurlijk kun jij andere ideeën hebben, maar probeer niet te oordelen. We staan voor ons werk en bieden kinderen een schat aan ervaringen. In de vakantie zijn er bijzondere uitstapjes waardoor ze veel leren en plezier hebben. Een kind schiet er niets mee op wanneer het zielig gevonden wordt. Kijk naar je kinderen, jij weet wat ze nodig hebben: even niets, wat extra aandacht, een gezellig spel, een technische uitdaging, ga zo maar door. Dat geldt overigens voor elk kind, of het nu een middag of de hele week komt.’

Personenregister: ‘We moeten oppassen dat we niet doorschieten’

donderdag, december 7th, 2017

 

 

Het vriendinnetje van je volwassen zoon om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) vragen, of de vaste klanten van je partner die een bedrijf aan huis heeft. Het klinkt misschien wat overdreven, maar toch wordt dit de realiteit voor gastouders wanneer het personenregister op 1 maart 2018 ingaat. ‘We moeten oppassen dat we niet doorschieten’, stelt Dekkers. ‘We zijn het er allemaal over eens dat veiligheid in de kinderopvang heel belangrijks is. Maar sociale controle bij de gastouder zorgt ook voor veiligheid. En als we zo rigide VOG’s gaan verlangen van bezoekers, kan dat ertoe leiden dat de gastouder geïsoleerd raakt en daarmee de sociale controle afneemt. Dat is onwenselijk.’

 

 

Continue screening

 

 

Het doel van het personenregister is om álle personen die structureel (minstens een half uur per drie maanden) in contact komen met kinderen tijdens de alle vormen van kinderopvang in Nederland continu gescreend worden. Gastouder Tamara Badre, van Tamara’s Bengeltjes, is blij met de maatregel. ‘Ik vind sowieso dat de gastouderopvang een stuk professioneler mag’, stelt zij. ‘Als je als professional gezien wilt worden, moet je je ook zo opstellen.’

 

 

Logisch

 

 

Tamara vindt het niet meer dan logisch dat mensen die met regelmaat over de vloer komen bij een gastouder gescreend moeten worden. ‘Als jij regelmatig mensen over de vloer krijgt, die niks met jouw werk hebben te maken, dan is het toch niet meer dan logisch dat zij een VOG aanvragen? Als we daarmee alleen al een handje vol kinderen beschermen tegen mishandeling of misbruik, dan is deze regel wat mij betreft een kleine moeite.’ Zelf is zij duidelijk naar familie en vrienden toe: als ze aan het werk is, is er geen ruimte voor bezoek. ‘Ik heb wel eens een vriendin gehad, die ongevraagd langskwam. Die zag zelf ook al dat het niet ging; als je aan het werk bent met kleine kinderen, is het niet haalbaar om je aandacht te verdelen tussen hen en een vriendin. Ja, ik werk vanuit huis. Maar dat betekent niet dat ik dan ook beschikbaar ben voor iedereen die zin heeft in een kop koffie.’

 

 

Huiselijk

 

 

Hoewel Dekkers het eens is met Tamara wat betreft de professionaliteit, vindt hij wel dat de gastouderopvang een huiselijke vorm van opvang moet blijven. ‘Dat je zulke regels stelt bij een groot dagverblijf waar honderden mensen per dag in en uit lopen en het overzicht ontbreekt, snap ik. Maar gastouderopvang is heel overzichtelijk: één woning, één gastouder, maximaal zes kinderen. Misschien zouden we er op termijn naar toe moeten dat bij gastouderopvang wekelijkse bezoekers een VOG moeten overleggen en voor het overige de gastouder de ouders verplicht informeert wie zij over de vloer krijgt.’

 

 

GGD

 

 

Dekkers is benieuwd hoe de GGD toezicht gaat houden op de uitvoering van het personenregister. ‘Het is goed dat er een duidelijke regel is, maar dan moet je hem ook handhaven. De regelgeving is nu zo alomvattend, dat dat nog een pittige klus wordt.’

Binnenkort nieuwe hulpmiddelen voor vroegsignalering autisme

donderdag, december 7th, 2017

Autisme wordt vaak laat gediagnosticeerd, gemiddeld drie jaar na het eerste contact met een hulpverlener. Dat moet anders, vertelt Servatius aan Vakblad Vroeg.
‘Er zijn inmiddels meerdere interventies beschikbaar om goede resultaten op jonge leeftijd te behalen.’

 

 

Vroege signalen

 

 

Een nieuwe hulpmiddel dat binnenkort beschikbaar komt is een website waarop informatie wordt gegeven over vroege signalen van autisme, gericht op de leeftijd 0-6 jaar. Servatius: ‘Ook staat daar een checklist met kenmerken op om te gebruiken als middel. Dat geeft inzicht of bepaald gedrag wel of niet zichtbaar is.’

 

 

E-learning

 

 

Over enkele maanden komt er een live-online-learning module uit. ‘Dit hulpmiddel biedt professionals de mogelijkheid om online hun ervaringen te bespreken en zich op deze manier verder te verdiepen in het onderwerp.’ Servatius hoopt dat met deze hulpmiddelen kinderen bij wie er een vermoeden is van autisme, op tijd de juiste zorg krijgen. ‘Als dat lukt, heeft het kind het beste perspectief op een goede ontwikkeling. Het is belangrijk dat herkenning van autisme op jonge leeftijd vroege interventie mogelijk maakt. Door specifieke inzet worden ontwikkelingsmogelijkheden beter benut en vermindert de kans op secundaire gedragsproblemen.’

 

 

Lezing

 

 

Iris Servatius zal tijdens het Congres Vroegsignalering en Vroeghulp een lezing geven over vroege signalen van autisme. ‘Ik zal dan ingaan op wat dit kan opleveren, onder meer aan de hand van filmopnames en illustraties van behandelingen. Uiteraard geef ik dan tips hoe men in de praktijk van alledag autisme bij het jonge kind beter kan signaleren. Ook zal ik informatie geven over welke interventies er zijn en waar men daarvoor terecht kan.’

 

 

Bron: Vakblad Vroeg

Nieuwe aanpak voor samenwerking met laaggeletterde ouders

donderdag, december 7th, 2017

De aanpak werd op zes Rotterdamse scholen beproefd. Scholen herkennen taalarmoede in gezinnen en laaggeletterdheid bij ouders nog onvoldoende. Juist deze problematiek leidt echter tot knelpunten in de samenwerking tussen leerkrachten en ouders. Ouders komen bijvoorbeeld niet naar bijeenkomsten of doen de gevraagde opdrachten niet met hun kind. Dat geldt ook voor het voorlezen aan hun kind.

 

 

Taal beperkt

 

 

Niet alleen de taal van deze kinderen is beperkt, ook beschikken zij vaak over minimale ervaringen op basis waarvan zij woorden kunnen begrijpen die voor anderen zo vanzelfsprekend zijn. Denk aan een greppel, een kraai, een koe of de zee. Veel kinderen en ouders leven in een kleine wereld, missen ervaringen, waardoor deze woorden geen betekenis hebben.

 

 

Actief taalcontact

 

 

Dat het actieve, mondelinge taalcontact tussen ouders en hun kinderen de basis is voor de vroege taalontwikkeling, is een belangrijke reden om juist in de onderbouw de samenwerking met deze ouders voorrang te geven. Maar over de wijze waarop dat op een effectieve manier kan, bestaan nog veel vragen.

 

 

Initiatief

 

 

Leerkrachten die werken met Thuis in Taal nemen het initiatief om de samenwerking met ouders vorm te geven ongeacht de achtergrond van ouders en de afstand die zij ervaren. Deze rol is relatief nieuw voor leerkrachten. ‘Samen­werken met ouders levert me zo veel op’, is een terugkerend antwoord van deze leerkrachten op de vraag naar hun ervaring met deze samenwer­king met ouders. Leerkrachten ervaren dat ze er niet alleen voor staan, meer plezier hebben in hun werk en dat ze het kind beter kunnen ondersteunen. De activiteiten kosten relatief weinig tijd en leveren veel op.

 

 

Positieve toon

 

 

Alles staat of valt met de positieve toon van de leerkracht. Die nodigt ouders en kinderen uit om mee te doen. Hoewel het voor de hand ligt om veel aanwijzingen te geven, is gebleken dat het het meest effectief is als de leerkracht model­leert. Alleen praten over de taalontwikkeling is voor laaggeletterde ouders vaak wat abstract. Veel ouders weten bovendien niet wat taalstimu­lering is en zijn onzeker over hun rol om taal te stimuleren. Het werkt beter om ouders samen met hun kind hun rol te laten ervaren met voorbeelden van de leerkracht en andere ouders. Voor ouders die de Neder­landse taal onvoldoende machtig zijn, kan het drempelverlagend zijn als zij met hun kind kunnen praten in de taal die zij het beste beheer­sen (en die zij ook thuis met hun kind spreken).

 

 

Spelvorm

 

 

Om ouders effectief te ondersteunen om de taal van hun kind te stimuleren, zijn slechts kleine aanpassingen nodig die helpen om korte gesprekjes en veel interactie uit te lokken. Een eenvoudige spelvorm kan helpen om de benodigde beurtenwisselingen te stimuleren. Denk aan het spel Wie ben ik?, waarbij ouder en kind elkaar vragen stellen en hints geven om het juiste antwoord te raden. Ook kan de leerkracht een gesprek stimuleren door het kind een opdracht mee te geven, bijvoorbeeld: bespreek met mama of papa welke feesten jullie allemaal kennen en welke je het leukste vindt. Ter ondersteuning van het gesprek kunnen kind en ouder samen een tekening maken. Omdat de ouders mogelijk leesproblemen hebben, is het raadzaam om, zeker in het begin, leesopdrachten te vermijden.

 

 

Impuls

 

 

Hoewel dit soort ouder-kind activiteiten maar 20-30 minuten in beslag nemen, geven de wekelijkse terugkeer en de opbouw ervan een belangrijke impuls aan het gesprek. Deze opbouw bestaat uit drie stappen: 1) rolstimulering van de ouder, 2) ouders helpen taal prioriteit te geven (en niet het eindresultaat) en 3) het taalgebruik uitbreiden: meer woorden en meer abstractie.

 

 

N.B. Dit is een samenvatting van het artikel in de nieuwe Sardes Special ‘De Stem van ouders voor succesvolle samenwerking’. Het volledige artikel en de lijst met andere artikelen uit de special zijn hier te vinden.

Platform Gastouderopvang ziet leges dalen

donderdag, december 7th, 2017

Het liefst zouden ze bij Platform Gastouderopvang zien dat leges voor gastouders helemaal verdwijnen. In een brief die het platform naar gemeenten stuurt wordt opgeroepen om de leges in ieder geval te matigen tot maximaal 150 euro.

 

 

2017

 

 

De gemeente Vianen heeft de leges in 2017 helemaal afgeschaft met een terugwerkende kracht naar 1 januari 2017. Het legesbedrag was voor gastouders eerst nog 872 euro. Ook de gemeente Son en Breugel heeft de leges van 513 euro afgeschaft en staat nu op 0 euro.

 

 

2016

 

 

In 2016 zakten vier gemeenten met hun leges: Bodegraven ging van 600 euro naar 15 euro, Ermelo zakte van 580 naar 290 euro, Hardinxveld Giessendam ging van 510 naar 150 euro en Lansingerland zakte iets, van 693 naar ruim 462 euro. Hoewel dit veelal nog te hoge bedragen zijn, zien ze bij Platform Gastouderopvang wel eindelijk wat beweging. De organisatie blijft zich inzetten voor een landelijke verlaging of afschaffing van leges voor gastouders en hoopt dat andere gemeenten het voorbeeld van hun collega’s gaan volgen.

Vertrouwde gezichten kinderopvang en gastouders registreren: waar ligt de grens?

woensdag, november 29th, 2017

 

En wanneer moet je als gastouder of medewerker bij een kinderopvang iemand aanmelden voor het register? Daarover sprak Sven Kockelmann vandaag met staatssecretaris Van Ark.

 

Het personenregister is een nieuwe maatregel van de overheid om de veiligheid van kinderen in de opvang te waarborgen. Als je eenmaal in dit register staat, word je voortdurend gecontroleerd op strafbare feiten. Dat geldt ook voor mensen die zelf geen kinderen opvangen, maar wel geregeld op een opvanglocatie zijn, zoals bouwvakkers of bijvoorbeeld buren.

 

Wanneer is aanmelding nodig?

 

 

Als je als gastouder een hele aardige buurman of vrouw hebt die iedere dag even langskomt, moet je diegene dan aanmelden? En als iemand twee maanden aan het klussen is bij een kinderopvang? Sharon Gesthuizen, voorzitter van de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang steunt het plan van de staatssecretaris wel, maar kan zich voorstellen dat het voor veel mensen niet precies duidelijk is.

 

Bij het voorbeeld van de aardige buurman is registratie wel nodig, maar bij het tweede voorbeeld weer niet. Het ministerie hanteert de volgende richtlijn: iedereen die minimaal één keer in de drie maanden een half uur aanwezig is op de locatie waar kinderen worden opgevangen, moet zich inschrijven. Ouders hoeven zich dus niet te registreren omdat die er geen half uur per keer zijn, maar mochten ze regelmatig langskomen omdat ze bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen, dan is een registratie wel nodig.

 

Niet 100% waterdicht

 

 

Volgens staatssecretaris Van Ark gaat het uiteindelijk om de veiligheid van de kinderen. “Geen enkel systeem is 100% waterdicht, dit systeem dus ook niet. Maar laten we wel met elkaar een afspraak maken, zodat we een norm kunnen vaststellen.”

 

En als je als buurman of vrouw dan liever niet geregistreerd wil worden als je bij een gastouder op de koffie komt dan moet je volgens de staatssecretaris dan maar een uurtje of dagje later komen, als de kinderen er niet zijn.

 

bron : KRO-NCRV

Continue screening Personenregister kinderopvang van start

woensdag, november 29th, 2017

 

Met het personenregister worden medewerkers continu gescreend op strafbare feiten die belemmerend of bezwaarlijk zijn bij het werken met kinderen. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is uitvoerder.

 

 

Het register draagt in combinatie met maatregelen als het vierogenprincipe voor kinderdagverblijven bij aan meer veiligheid in de kinderopvang.  Vaste medewerkers, gastouders en hun huisgenoten worden al sinds 2013 continu gescreend. Met de komst van het register zullen ook tijdelijke medewerkers zoals stagiairs, uitzendkrachten en vrijwilligers onder de continue screening vallen. Deze groep moet op 1 maart 2018 ingeschreven staan in het register.

 

 

Staatssecretaris Tamara van Ark: ‘’Kinderen zijn kwetsbaar, daarom is het belangrijk dat wij continu kijken naar hun veiligheid. Het register helpt om iedereen in beeld te krijgen die in de opvang met  kinderen werkt.’’

 

 

Naast een toename van de veiligheid in de kinderopvang levert het personenregister administratieve voordelen op. Zo is er geen nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) nodig bij wisseling van werkgever. Medewerkers hebben alleen bij inschrijving in het personenregister een geldige VOG nodig, daarna niet meer. De werkgever hoeft de VOG niet meer zelf te controleren omdat het register hierin voorziet.

 

 

Extra informatie en uitleg is te vinden in de Factsheet Personenregister kinderopvang (zie hieronder), opgesteld door SZW en GGD GHOR Nederland.

 

 

Documenten

 

Mediagebruik ouders bepalend voor mediagedrag kind

dinsdag, november 28th, 2017
Onderzoekers van Mediawijzer.net en Peter Nikken, lector Jeugd en Media van Windesheim, adviseren beroepskrachten dan ook om bij mediagebruik breder te kijken dan alleen het kind. ‘Van een ouder die zelf vijf uur per dag online is, is geen strakke regie te verwachten.’

 

 

Mediagebruik bij jonge kinderen blijft een punt van discussie. Hoewel de meeste deskundigen zien dat media-apparaten bij de moderne samenleving horen, mag mediagebruik niet ten koste gaan van andere activiteiten, vinden zij. Peter Nikken constateert duidelijke paralellen tussen het gedrag van ouders en dat van hun kinderen. ‘Kinderen van ouders die veel tijd besteden aan televisie kijken, computers, tablets en smartphones, zijn zelf ook uren in de weer met die media. In een gezin waar veel televisie wordt gekeken is het bijvoorbeeld normaal dat een kind ook een eigen tv heeft op zijn slaapkamer. Het gaat daarbij om jonge kinderen, tot een jaar of 6, maar ook om gezinnen waar ouders zeggen meer moeite te hebben met de opvoeding en begeleiding van het mediagebruik.’

Richtlijn

 

 

Uit het onderzoek dat Nikken samen met Mediawijzer.net uitvoerde, bleek dat het mediagebruik in Nederlandse gezinnen zeer divers is: soms maximaal anderhalf uur per dag, maar soms zelfs meer dan zes uur per dag. ’Bij kinderen tot 5 jaar wordt één uur per dag als goede richtlijn gezien door kinderartsen’, vertelt Nikken. ‘Daarvoor is een strakke regie nodig van de ouders. Van een vader of moeder die zelf vijf uur per dag thuis online is, is dat niet te verwachten.’

Mediagebruik gezin

 

 

Dit onderzoek levert ook iets op voor beroepskrachten die met jonge kinderen werken. Nikken: ‘Wij adviseren professionals dat zij zich niet alleen op ouders of alleen op kinderen richten, maar op het gezin als geheel. Als het beeldscherm een te prominente plaats heeft binnen een gezin, zullen vooral de ouders bereid moeten zijn om kritisch naar hun eigen mediagedrag te kijken.’ Het gebruik van beeldschermen door jonge kinderen hoeft volgens de lector op zich geen probleem te zijn. De genoemde apparaten hebben volgens hem op sociaal en educatief vlak veel moois te bieden, zolang ouders apps of programma’s kiezen die passen bij het kind. ‘Het gaat pas fout als mediagebruik ten koste gaat van activiteiten als buitenspelen, lezen en slapen.’

 

 

Bekijk hier een filmpje waarin onderzoeker peter Nikken over het onderzoek vertelt

Voortaan ook strenge controles op stagiairs en vrijwilligers in kinderopvang

dinsdag, november 28th, 2017

Na de Amsterdamse zedenzaak werd in 2013 al een personenregister ingevoerd voor mensen die werken in de kinderopvang. Die continue screening gold alleen voor vast personeel.

Beleid aangescherpt

 

Volgend jaar wordt het beleid flink aangescherpt. Dan moeten ook stagiairs, oproepkrachten en vrijwilligers zich inschrijven in het personenregister en daarbij een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggen. Er wordt vervolgens continu gecheckt op relevante strafbare feiten. Als er iets strafbaars aan het licht komt, wordt de kinderopvang geïnformeerd. Als de veiligheid van een kind in gevaar is gebracht, kan diegene zelfs zijn baan verliezen.

Kwetsbaar

 

Staatssecretaris Tamara van Ark (VVD) licht toe: “Kinderen zijn kwetsbaar, daarom is het belangrijk dat wij continu kijken naar hun veiligheid. Het register helpt om iedereen in beeld te krijgen die in de opvang met kinderen werkt.”

 

In de afgelopen vier jaar heeft de overheid 225 meldingen binnengekregen van mensen die werken in de kinderopvang. Gemiddeld gezien gaat het om zo’n vijf meldingen per maand. 70 procent van die meldingen had betrekking op de gastouderopvang.

 

bron : Rtl nieuws

Rugligging draagt bij aan vermindering wiegendood

vrijdag, november 24th, 2017

 

Dat blijkt uit cijfers van het CBS waarover het NCJ bericht. blijkt dat. Het CBS maakt in eerste instantie gebruik van de cijfers in de categorie SIDS (Sudden Infant Death Syndrome). Sinds een aantal jaar is het gebruikelijk om niet alleen naar SIDS-cijfers te kijken, maar naar een wat bredere categorie van doodsoorzaken. Deze wordt SUDI (Sudden Unexpected Death in Infancy) genoemd. De reden hiervoor is om te voorkomen dat wisseling in wijze van registreren kan worden gezien als een reële stijging of daling.

 

 

Adviezen veilig slapen

 

 

Om ook in de toekomst de incidentie van plotseling overlijden bij baby’s laag te houden, is het noodzakelijk om als JGZ-professional aandacht te blijven geven aan de adviezen voor veilig slapen. Samengevat luiden dezer als volgt:

 

 

1. Leg de baby altijd op de rug te slapen.
2. Voorkom dat de baby te warm ligt.
3. Zorg voor veiligheid in wieg of bed.
4. Blijf bij de baby in de buurt.
5. Houd uw baby rookvrij.
6. Geef bij voorkeur borstvoeding, houd een fopspeen achter de hand.
7. Gebruik geen geneesmiddelen met slaapverwekkende bijwerking.
8. Let op rust en regelmaat.

 

 

De website van het NCJ geeft uitgebreide informatie over de adviezen voor veilig slapen.

 

 

Bron NCJ en VakbladVroeg

Kindermishandeling: Je gaat het pas zien als je het door hebt!

woensdag, november 22nd, 2017

 

 

Met als gevolg dat de focus te weinig gericht is op de kleintjes en we het vaak niet zien. Er zit een gat tussen wat we weten uit de literatuur over hoe vaak kinderen slachtoffer worden en hoe vaak we het daadwerkelijk signaleren. Een factor die hierin een grote rol speelt is de onbewuste aanname dat dit niet gebeurt bij baby’s en jonge kinderen: we kúnnen en willen het niet geloven.

 

 

Schade beperken

 

 

Een belangrijke reden om véél meer aandacht te besteden aan vroege signalering van mishandeling en seksueel misbruik is dat het niet zomaar stopt. Plus dat je er snel bij moet zijn om de schade zoveel mogelijk te beperken. We weten immers dat langdurige mishandeling en verwaarlozing leidt tot schade in het neurologisch systeem. Daar komt bij dat jonge hersentjes nog plastisch zijn en zich relatief snel kunnen herstellen, een reden te meer om snel tot handelen over te gaan.

 

 

Durven opstaan

 

 

Struikelblok bij het vroegtijdig herkennen van mishandeling en misbruik is dat heel kleine kinderen het niet zelf kunnen vertellen. De vraag is dus hoe je er wél achter komt. Zorgprofessionals zijn over het algemeen geneigd voornamelijk te letten op signalen bij het kind. Denk aan extreem blauwe plekken of verwondingen.

 

 

Breder kijken, bijvoorbeeld naar de ouder en signalen vanuit de omgeving, is echter van belang. Het signaleren van seksueel misbruik en kindermishandeling vraagt bovendien om lef, zowel van individuele medewerkers als van organisaties. Iedereen die binnen de zorg werkt, moet durven opstaan voor een kind. Te vaak komt het voor dat men eerst heel zeker wil weten voordat tot melden wordt overgegaan. Als dát het uitgangspunt is, kan het lang duren voordat kinderen hulp krijgen. Misbruik en mishandeling spelen zich namelijk vrijwel altijd in het verborgene af.

 

 

bron: VakbladVroeg

‘Aanpak kindermishandeling topprioriteit voor Rutte III’

dinsdag, november 21st, 2017

 

De burger speelt daarbij een belangrijke rol, meent De Jonge. ,,We kunnen van mensen niet vragen om kindermishandeling op te lossen, maar wel de mishandeling van één kind. Er is maar één iemand nodig om de cirkel van geweld te doorbreken. Elke Nederlander kan die ene zijn. Die ene leraar, die ene buurman, die ene huisarts. We mogen niet wegkijken”.

 

 

,Kindermishandeling is vreselijk. Voor tienduizenden kinderen in Nederland is het de dagelijkse realiteit”, zei De Jonge in het Theater Diligentia in Den Haag. Kindermishandeling is volgens hem, samen met andere vormen van huiselijk geweld, het grootste geweldsprobleem van onze samenleving. Daarom komt De Jonge dit voorjaar met een actieplan, waarbij naast voorkomen ook het beter en eerder in kaart brengen van de problematiek centraal staat.

 

 

De burger speelt daarbij een belangrijke rol, meent De Jonge. ,,We kunnen van mensen niet vragen om kindermishandeling op te lossen, maar wel de mishandeling van één kind. Er is maar één iemand nodig om de cirkel van geweld te doorbreken. Elke Nederlander kan die ene zijn. Die ene leraar, die ene buurman, die ene huisarts. We mogen niet wegkijken”.

 

 

Kindermishandeling

Kindermishandeling komt in Nederland naar schatting 119.000 keer per jaar voor, laat De Jonge weten in een verklaring. Dat betekent dat gemiddeld in iedere schoolklas van 30 leerlingen 1 kind zit dat wordt mishandeld. Geschat wordt dat de mishandelingen leiden tot 50 doden per jaar.

 

 

De Week tegen Kindermishandeling wordt georganiseerd door Movisie en het Nederlands Jeugdinstituut en wordt sinds 2013 georganiseerd. Betrokken partijen organiseren door heel Nederland activiteiten om mensen te informeren en het thema bespreekbaar te maken.

Opnieuw gastouder zelfstandig verklaard door rechtbank

maandag, november 20th, 2017

Opvallend in deze zaak is dat het arrondissement Noord-Nederland onder het werkgebied van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden valt, legt Gijs Steijsiger uit, adviseur bij De Kroon Adviseurs. Hij begeleidt verschillende gastouders die door de Belastingdienst voor het gerecht worden gedaagd. ‘De rechtbank volgde in dit geval de lijn die is uitgezet door het Gerechtshof in Den Haag, dat afgelopen juni een gastouder aanmerkte als zelfstandig ondernemer.’

 

Verweer

Beide Gerechtshoven oordelen dus anders. ‘Waarschijnlijk ligt dat aan het verweer van de zaak voor het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden. Ik vrees dat dat onvoldoende was, doordat de fiscalist die de gastouder bijstond niet goed op de hoogte was van de Wet Kinderopvang en geen verweer gaf omtrent het begrip zelfstandigheid. Die wet is duidelijk en bewijst de zelfstandigheid van gastouders.’ De betreffende gastouder nam te laat contact op met Steijsiger, een week nadat de termijn voor hoger beroep was verlopen. Steijsiger: ‘Als verweer stelt de Belastingdienst dat gastouders onvoldoende zelfstandig zijn omdat zij via het gastouderbureau werken én er wordt verwezen naar de uitspraak van vorig jaar door het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden.’

 

In gesprek

Na de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden in 2016 is onder andere Platform Gastouderopvang, waar acht grote gastouderbureaus bij zijn aangesloten, in gesprek geweest met het ministerie van SZW en de Belastingdienst. Daarbij hebben zij toegelicht waarom gastouders wel degelijk als zelfstandig ondernemers aangemerkt kunnen worden. Voor lopende zaken moet nog wel procedure gevoerd worden. Daarnaast geeft Hubèr Agterberg, directeur van gastouderbureau ViaViela, aan dat ook niet alle gastouders zelfstandig zijn en individuele zaken soms wel onder de loep worden genomen door de Belastingdienst. ‘Maar de druk is van de ketel.’

 

Zelfstandigheid

Waaruit wordt de zelfstandigheid van gastouders precies duidelijk? Steijsiger noemt als voorbeeld de genoemde argumenten waarmee de Groningse gastouder vorige week zelfstandig werd bevonden: ‘De gastouder verricht haar activiteiten sinds 2008 als gastouder en verricht haar activiteiten op meerdere dagen per week. De rechtbank oordeelde dat de gastouder debiteurenrisico loopt. Het staat vast dat wanneer de vraagouders niet zou betalen, de gastouder geen betaling voor de door haar verrichte werkzaamheden ontvangt. De gastouder loopt voorts een inkomensrisico doordat zij bij ziekte, vakanties en afwezigheid geen inkomsten heeft. Ook loopt de gastouder risico op omzetverlies wanneer vraagouders de overeenkomst opzeggen en zij zelf, al dan niet met behulp van het gastouderbureau, nieuwe vraagouders moet zoeken. Ten slotte acht de rechtbank ook dat de gastouder aansprakelijk is voor eventuele schade, ontstaan tijdens de door haar verzorgde opvang. De zogenoemde aansprakelijkheidsrisico. Dat deze risico’s zich niet hebben voorgedaan is, naar oordeel van de rechtbank, niet van belang.’

Lees binnenkort het volledige artikel over dit onderwerp in het januari-nummer Management Kinderopvang.

21 bespreektips voor een gesprek over kindermishandeling

maandag, november 20th, 2017
Kun je geen bijeenkomst bijwonen? Deze 21 tips ondersteunen het gesprek met collega’s over dit onderwerp. In 12 provincies wordt vandaag tegelijkertijd 21 minuten gepraat over het onderwerp kindermishandeling. Het doel is dat professionals met elkaar in gesprek gaan over hoe zij samen kunnen werken in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling.

 

Olievlek

Ted Kloosterboer van Stichting Praat en Naomi Dessaur van Dessaur Trainingen hopen met 21 bespreektips een olievlek te verspreiden, waarin professionals overal in het land 21 minuten met elkaar praten over kinderen die thuis onveilig zijn en steun en/of hulp nodig hebben. Maar dat valt vaak niet mee, want waar begin je?

 

Bespreektips

In de 21 bespreektips, die zij opstelden, komen onder meer deze vragen aan bod: ‘Wat betekent het voor jou, ‘er voor een kind zijn’?’, ‘Kan je een kind steunen en tegelijkertijd de stappen van de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld volgen?’, ‘Hoe zie je eigenlijk of een kind onveilig is thuis?’ en ‘Hoe kun je iets voor ouders doen en zo het kind steunen?’.

 

 

Naomi vraagt af te sluiten met de vraag: ‘Wat ga je, wanneer je zorgen hebt over een kind, na vandaag anders doen dan gisteren?’ Naomi: ‘Het zou mooi zijn wanneer jij en je collega’s hier vervolgens over kunnen twitteren (#21minuten2017) of een boodschap achterlaten op onze Facebook pagina. Laten we gaan voor de olievlek!’

 

 

Bekijk hier de 21 bespreektips >>>

‘Vrij spel is een ondergeschoven kindje’

donderdag, november 16th, 2017

Juist bij vrij spel leren kinderen vaardigheden die ze zo hard nodig hebben in de huidige maatschappij. Wilna van den Heuvel (Hogeschool Utrecht) vraagt daarom aandacht voor het belang van vrij spel.

 

Er is veel aandacht voor het stimuleren van executieve functies bij kinderen. Dit zijn hogere cognitieve processen die nodig zijn om activiteiten te plannen en te sturen. Denk aan het kunnen reguleren van emoties, organiseren, het kunnen plannen en in staat zijn om af en toe een stapje terug te doen om een situatie te overzien voor er een beslissing genomen wordt. Kinderen die deze vaardigheden beheersen, zouden later beter kunnen functioneren in de maatschappij, zo is te lezen in veel binnenlands en buitenlands onderzoek. Kinderen die nu worden opgeleid, komen in een maatschappij terecht waarin multitasken en voor jezelf opkomen geen uitzondering maar regel is. Zij hebben dan ook behoefte aan meer scholing dan de traditionele vakken rekenen, taal en biologie. Veel basisscholen, maar ook steeds meer kinderopvangorganisaties vertalen dit in activiteiten waarin kinderen kunnen werken aan hun “21st century skills”. Dit zijn vaardigheden zoals samenwerken, creatief en kritisch kunnen denken en probleemoplossend kunnen werken.

 

 

Hype

Wilna van den Heuvel vindt de aandacht voor executieve functies en 21st century skills goed, maar ziet dat leerkrachten en pedagogisch medewerkers vaak te krampachtig aan de slag gaan met dit thema. ‘Het is een beetje een hype geworden. Speelgoedfabrikanten spelen erop in. Professionele opvoeders gaan op zoek naar activiteiten die de executieve functies stimuleren. Maar dit gaat vaak ten koste van de activiteit die wat mij betreft wél het verschil maakt: vrij spel.’ Elk kind dat in een rijke speelomgeving vrij kan spelen, alleen of samen, ontwikkelt de vaardigheden die in de huidige tijd nodig zijn vanzelf. In een rollenspel leert een kind organiseren, overleggen, omgaan met emoties en plannen. Het komt voor de vragen te staan: Wat wil ik spelen, met wie, waar, wat heb ik nodig en hoeveel tijd heb ik? Moet ik me voegen naar de wensen van de ander of kom ik voor mezelf op? Wat zal ik nu verzinnen? Het creatief denken komt dus ook op gang. Van den Heuvel, programmaleider, supervisor en docent aan de opleidingen Spelagogiek en Speltherapie (Hogeschool Utrecht) spreekt tijdens het Speelforum op 23 november over dit onderwerp. Haar lezing wordt een groot pleidooi voor ‘vrij spel’ waar tot haar verdriet zowel op scholen als in de kinderopvang steeds minder ruimte voor lijkt te zijn. ‘Vrij spel is een ondergeschoven kindje.’

 

 

Spontaan spel

‘Ook in de kinderopvang ligt de nadruk veelal op cognitieve vaardigheden. Wat kunnen kinderen al? Hoe sociaal vaardig zijn ze? Zelden wordt gevraagd of kinderen goed kunnen spelen. Terwijl het spelgedrag veel zegt over hoe het met een kind gaat en hoe het zich ontwikkelt.’ Voor vrij spel is weinig nodig, weet van den Heuvel. ’Het belangrijkst is het bieden van veiligheid zodat kinderen echt toekomen aan vrij of spontaan (fantasie)spel.’ Een paar jaar geleden is door ontwikkelingspsycholoog Elly Singer het werkwoord ‘singeren’ in het leven geroepen. Daar refereert Van den Heuvel ook vaak aan. ‘Als pedagogisch medewerker kun je het spel van kinderen het beste van een afstandje observeren. Kinderen moeten jou altijd weten te vinden. Je moet letterlijk beschikbaar voor ze zijn door op een vaste plek plaats te nemen, het liefst zittend op de grond zodat je op ooghoogte bent. Door goed naar spelende kinderen te kijken, kun je beter inschatten of je kinderen met rust moet laten of dat spelbegeleiding wel van meerwaarde is.’

 

 

Groepsactiviteit

Bij een werkbezoek in de kinderopvang zag Van den Heuvel peuters die 20 minuten lang in een kring meededen aan een groepsactiviteit. Een andere keer hoorde ze pm’ers zeggen dat er elke dag tussen 14 tot 14.30 uur tijd was voor vrij spelen. ‘Daar schrok ik toch wel van. Vrij spel hoef je niet in te plannen. Het zou je basis moeten zijn. En 20 minuten stilzitten, is niet echt natuurlijk voor een tweejarige.’ Waarbij er niks mis is met af en toe een geplande groepsactiviteit, benadrukt ze. ‘Ik heb begrip voor de dagelijkse realiteit van pedagogisch medewerkers: met vaste activiteiten zoals de overdracht naar ouders, het eten, drinken en slapen of het bijwerken van het digitale schriftje is een dag snel gevuld. Een groepsactiviteit kan van grote waarde zijn, zolang kinderen de gelegenheid krijgen om op hun eigen niveau mee te doen.’

 

 

Expertise

Wat meespeelt is de beperkte aandacht voor spelen en spelbegeleiding in de beroepsopleidingen, zowel in de opleiding Pedagogisch Werk als de PABO. In de posthbo-opleidingen Spelagogiek en Speltherapie merkt ze dat er voor studenten een wereld opengaat als ze zich echt gaan verdiepen in het spelniveau van kinderen. De opleiding is toegankelijk voor studenten met een hbo-diploma op zak, maar ook mbo4-studenten of pm’ers met een ruime werkervaring kunnen in aanmerking komen voor de opleiding Spelagogiek. Van den Heuvel zou graag zien dat pedagogisch medewerkers de kans krijgen zich verder te verdiepen in spelen en speelgedrag. Maar ook dat de kennis van spelagogen en –therapeuten vaker wordt ingezet. ‘Het echt goed observeren van spel en het op een juiste manier begeleiden als dat nodig is, is een vak. Ik durf te stellen dat pedagogisch medewerkers met hun huidige opleiding onvoldoende onderlegd zijn om kinderen hierin te begeleiden. Het zou krachtig zijn als zij, maar ook leerkrachten, de gelegenheid krijgen om af en toe te zeggen: dit is niet mijn expertise. Ik schakel liever externe hulp in. Maar dat is helaas nog niet gebruikelijk.’

 

 

Speelforum

Het Speelforum is een initiatief van Platform Ruimte voor de Jeugd, de Nederlandse branche van IPA, (International Play Association). Dé plek waar – los van belangen van organisaties – met elkaar gedebatteerd wordt over het belang van spelen. Het Speelforum verbindt actoren, stimuleert de discussie, agendeert het belang van spel en helpt met de uitwisseling van actuele kennis tussen onderzoekers, professionals, vrijwilligers, overheden en ouders. Wilna van den Heuvel is één van de sprekers tijdens het Speelforum ‘Het speelse brein’ dat op 23 november plaatsvindt in Utrecht. Lees meer over het Speelforum

GASTOUDER UITGELICHT : Gastouder Bianca uit Rotterdam

woensdag, november 15th, 2017

Hiervoor ben ik werkzaam geweest als pedagogisch medewerker bij een kinderdagverblijf. Ik vind het belangrijk dat de kinderen zich bij mij thuis voelen, dus ik probeer een thuis situatie te  creëren.Ik ben gastouder Bianca uit Rotterdam. Ik ben begonnen met gastouderopvang sinds maart 2017. Hiervoor ben ik werkzaam geweest als pedagogisch medewerker bij een kinderdagverblijf. Ik vind het belangrijk dat de kinderen zich bij mij thuis voelen, dus ik probeer een thuis situatie te  creëren. Klik hier om mijn hele profiel te lezen!

Peutermelk helpt tekort aan vitamine D en ijzer te voorkomen

woensdag, november 15th, 2017

Dat is een van de conclusies van het promotieonderzoek van kinderarts in opleiding drs. Marjolijn Akkermans. Zij promoveerde op 27 oktober aan de Universiteit van Amsterdam op uitgebreid onderzoek naar ijzer- en vitaminedeficiënties bij jonge kinderen en de mogelijke oplossingen. Eerder haalde Akkermans de publiciteit met de uitkomsten van de IDea-studie. Deze studie vormt een belangrijk onderdeel van haar promotieonderzoek. In de IDea-studie werd aangetoond dat Groeimelk de kans op tekorten aan ijzer en vitamine D verkleint en zo, als onderdeel van een gezond voedingspatroon, een bijdrage kan leveren aan een gebalanceerde voeding voor peuters.

IDea studie

De IDea studie is een gerandomiseerde dubbelblinde gecontroleerde studie, uitgevoerd bij 318 kinderen tussen 12 en 36 maanden uit Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Al voor aanvang van de studie bleek er een sterke relatie te zijn tussen een lagere prevalentie van ijzer- en vitamine D-deficiëntie en het gebruik van Groeimelk. Gedurende 20 weken interventie kregen de kinderen Groeimelk of koemelk. Groeimelk bleek daarbij de vitamine D-status te verbeteren en de ijzerstatus, die normaliter afneemt tijdens de groei, te behouden. Bovendien verkleinde Groeimelk de kans op een tekort aan ijzer met 58% en de kans op een tekort aan vitamine D met 78%.

Het proefschrift van Akkermans beschrijft het complete IDea-onderzoek. Maar het behelst meer. Akkermans deed namelijk ook onderzoek naar geschikte diagnostische tests voor het vaststellen van de ijzerstatus bij jonge kinderen. Bovendien voerde zij epidemiologisch onderzoek uit naar prevalentie van en risicofactoren voor ijzerdeficiënties. Daarbij werd specifiek gekeken naar drie verschillende patiëntgroepen: matig prematuur geboren zuigelingen, kinderen met ‘inflammatory bowel disease’ en kinderen met diabetes mellitus type 1.

Iron and vitamin D deficiency in children living in Western-Europe: diagnostic tests, epidemiological aspects, and prevention

Bron: nutriciavoorprofessionals.nl

‘Hoe help ik een dreumes zelfstandig eten?’

maandag, november 13th, 2017

Maar soms leiden deze goede bedoelingen onbedoeld tot een strijd om wie de lepel vast mag houden. Hoe doe je dat eigenlijk: loslaten en er toch voor zorgen dat kinderen genoeg binnen krijgen?

 

Vraag Annejet

‘Ik werk in een babygroep met kinderen van 3 tot 18 maanden. Wij eten ’s middags warm met de kinderen. Om al een beetje te werken aan zelfstandigheid wilden mijn collega en ik de kinderen die dat al kunnen zelf laten eten. Maar laatst gebeurde dit: ik gaf een meisje (van bijna anderhalf) een lepel waarmee zij zelf kon eten. Dat leek mij goed. Maar het ging nog niet zo makkelijk dus ik wilde haar helpen. Ik probeerde de lepel te pakken zodat ik haar ook een hapje kon geven. Ze moet toch wel iets binnenkrijgen. Zij wilde de lepel echter niet afstaan en hield hem heel stevig in haar knuistje vast. Ik moest hem echt uit haar handen trekken. Het werd een strijd en de gezelligheid was weg. Wat kan ik nu het beste doen?’

 

Antwoord Annemiek Waage

‘De oplossing is soms heel eenvoudig. Het is altijd goed om kinderen te betrekken in dit soort zaken. Betrekken is echter iets anders dan helemaal zelf laten doen en als het dan niet gaat het weer overnemen. Zij wil de lepel niet afstaan, deze is immers van haar. Een makkelijke en voor iedereen heel respectvolle oplossing is om twee lepels te gebruiken. Eentje voor het kind en eentje voor jou. Zo kun jij haar voeren als het nodig is en als zij dit toestaat. En zij kan zelf ook oefenen met het hanteren van de lepel. Zij ervaart op deze manier de autonomie die jij haar gunt. Zij voelt zich betrokken en wordt zo uitgenodigd om mee te doen!’

 

Annemiek Waage

Week tegen Kindermishandeling gaat over samenwerken en betekenisvol verbinden

zaterdag, november 11th, 2017

 

 

Volgens Marianne Volaart, projectleider van de Week tegen Kindermishandeling, helpt de Week hierbij. ‘De Week is een middel, het doel is dat we de overige 51 weken óók van elkaar leren en écht verbinden voor het kind.’ In de ruim 12 jaar dat Marianne Volaart werkzaam is in de jeugdsector, heeft ze zich op verschillende manieren ingezet voor de aanpak van kindermishandeling. Als ontwikkelingspsychologe organiseerde ze groepspreventie programma’s voor kinderen die getuige waren van huiselijk geweld ‘Het heeft indruk gemaakt dat er zoveel kinderen in aanmerking kwamen voor de groepen. We ontdekten ook dat er meer nodig was, in de samenwerking tussen de professionals maar ook in de hulp voor de gezinnen en kinderen zelf’. Het bevorderen van samenwerking en samenhang is nog steeds een belangrijke pijler in haar werk.

 

In actie komen
Bij kindermishandeling denken mensen vaak aan fysiek geweld maar het gaat ook om kinderen die verwaarloosd worden, getuige zijn van geweld of kinderen die voortdurende stress ervaren doordat hun ouders ernstige problemen hebben. Bij lang niet al deze kinderen zie je signalen die erop wijzen dat er sprake is van kindermishandeling maar dat neemt niet weg dat de gevolgen ervan op de korte maar ook de langere termijn groot zijn. We weten dat het stresssysteem van deze kinderen ernstig ontregeld raakt en dat heeft gevolgen voor hun toekomst. Het is dan ook belangrijk dat we niet wachten maar in actie komen en samen de veilige ontwikkeling van kinderen versterken. Jongeren en ouders die zelf slachtoffer zijn (geweest) van mishandeling vertellen steeds vaker over hun ervaringen. ‘We kunnen als professionals veel van hen leren, ik ben heel blij dat in de Week tegen Kindermishandeling extra aandacht aan hun verhaal besteden.’

 

Meters maken
Volgens Volaart heeft iedereen een verantwoordelijkheid in de aanpak van kindermishandeling. ‘Als we ons realiseren dat we allemaal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan veiligheid en herstel én dat we elkaars expertise nodig hebben dan komen we verder. Haar drijfveer: ‘Elk kind heeft het recht om gezond en veilig op te groeien.’ Volaart wil samen met professionals meters maken: ‘Het is belangrijk dat we meer krachten bundelen, dat begint bij het bespreekbaar maken en samen met ouders en professionals bouwen aan duurzame veiligheid. Kindermishandeling is niet een eenmalige of op zichzelf staande gebeurtenis het vraagt om duurzame oplossingen en bij sommige gezinnen om meer inzet. Dat betekent niet dat we voor gezinnen oplossingen bedenken of aanbod op aanbod stapelen maar dat we mét gezinnen meer gaan doen wat nodig is. Lichte hulp als dat volstaat, maar ook zo zwaar als nodig, écht maatwerk’.

 

Elkaar opzoeken
‘In de Week doen we een beroep op de 1,2 miljoen professionals die een belangrijke rol hebben in het voorkomen en aanpakken van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij maken het verschil door in actie te komen als ze zich zorgen maken. Zorgen bespreken maar ook elkaar opzoeken, advies vragen: dat gesprek mag veel vaker gevoerd worden. Kortom: werk samen én in samenhang en, benut elkaars expertise en maak gebruik van de kennis en ervaring die er is, leer van elkaar’. De Week helpt daar een handje bij door professionals te verbinden en inspirerende voorbeelden te delen. ‘In de activiteiten van de week komen verbindingen tot stand doordat mensen elkaar ontmoeten en ervaring en expertise uitwisselen. Op die manier bouwen we samen verder aan de sterkste aanpak van kindermishandeling.’

 

kijk voor meer informatie over de week tegen kindermishandeling op: http://www.weektegenkindermishandeling.nl/home

Impact taalontwikkelingsstoornis vaak onderschat

zaterdag, november 11th, 2017

Daarom vraagt de beroepsvereniging voor logopedisten NVLF – aandacht voor dit maatschappelijke probleem. ADHD, dyslexie, autisme. In dit rijtje van stoornissen hoort TOS ook thuis. Maar liefst 7% van de kinderen op de basisschool heeft het, in meer of mindere mate. Bij jongens komt TOS vaker voor dan bij meisjes. TOS is een erfelijke neurobiologische ontwikkelingsstoornis. De precieze oorzaak is nog niet bekend.

 

Onzichtbare handicap
Volgens prof. dr. Ellen Gerrits, hoogleraar logopediewetenschap, is TOS een onzichtbare handicap met grote impact. “Kinderen met TOS hebben moeite met taal. Op het eerste gezicht lijkt er niets met ze aan de hand. Hun intelligentie, gehoor en algemene ontwikkeling is normaal. Maar door de stoornis hebben deze kinderen vaak sociale, emotionele en gedragsproblemen. Ze worden bijvoorbeeld vaker gepest. Dit komt omdat ze hun leeftijdsgenootjes niet altijd goed begrijpen. Hierdoor hebben ze meer moeite om vriendschappen aan te gaan of te onderhouden.”

 

Veel spanning thuis
Omdat een kind met TOS zich niet altijd begrepen voelt, kan het heel stil worden of juist agressief. Ook de communicatie met ouders of broertjes en zusjes verloopt soms stroef. Dit leidt dan weer tot veel spanning thuis. Sommige kinderen houden hun hele leven last van de gevolgen van hun taalstoornis. Op latere leeftijd kunnen ze problemen krijgen met het kiezen van een studie of het vinden van een baan. Gerrits: ‘Door de taal- en leerproblemen zijn kinderen met TOS minder succesvol op school. Jongvolwassenen hebben door miscommunicatie en zwakke taalvaardigheden minder kansen op de arbeidsmarkt. Ook lopen ze eerder het risico hun werk te verliezen.’

 

Niet zo slim
Gerrits beaamt dat er in de samenleving nog te weinig bekend is over TOS. ‘Er wordt snel gedacht dat deze kinderen gewoon niet zo slim zijn. De stoornis is ook niet altijd even makkelijk te herkennen. Ieder kind heeft weer andere symptomen. En die veranderen weer naarmate kinderen ouder worden. Als het kind nog heel jong is, zie je soms dat het weinig praat of moeite heeft met het begrijpen van taal. Bij oudere kinderen, die wel al praten, zie je dat ze moeite hebben met het uitspreken van klanken en woorden met meer lettergrepen. Hierdoor zijn ze minder goed verstaanbaar dan leeftijdsgenootjes. Het komt ook voor dat kinderen met TOS in korte onlogische zinnen praten.’

 

Minder criminaliteit
De logopedist is de aangewezen persoon voor de behandeling van TOS. Hoe eerder die behandeling start, hoe groter de kans op herstel. Volgens onderzoek van SEO (2012) levert logopedie bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis de samenleving jaarlijks een besparing van 38 tot 115 miljoen euro op. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een besparing op de kosten voor het speciaal basisonderwijs. Tijdige signalering en behandeling van een taalstoornis leidt tot een daling van 30% van het aantal kinderen op het speciaal onderwijs. Ook zorgt logopedie voor een betere sociale ontwikkeling van kinderen, kunnen ouders beter omgaan met de stoornis en zorgt logopedie voor minder criminaliteit. Op latere leeftijd zorgt het ervoor dat kinderen met TOS betere kansen op de arbeidsmarkt hebben, aldus het rapport.

 

Hoe herken je een TOS?
het kind spreekt in korte, onlogische zinnen
het kind is slecht verstaanbaar
het kind is stil en praat weinig
het kind kan zich slecht concentreren
het kind begrijpt anderen vaak niet
het kind lijkt soms niet te luisteren
Kijk voor meer informatie ook op de NVLF-website.

 

Over de NVLF
De Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF) is de beroepsvereniging van ruim 6.000 (aankomend) logopedisten in Nederland. Op 13 oktober 2017 vieren we ons 90-jarig bestaan. De NVLF behartigt de belangen van leden en bewaakt de kwaliteit van het vakgebied. Dit doen we onder andere door het opstellen van richtlijnen voor logopedische behandelingen. Zo hebben we onlangs de richtlijn TOS ontwikkeld. Deze wordt op het NVLF Jubileumcongres op 13 oktober gepresenteerd. De richtlijn geeft logopedisten in ieder werkveld houvast bij het opstellen van een diagnose, het formuleren van behandeldoelen en het kiezen van een behandelstrategie.

 

Bron: Vakblad Vroeg

Huilende baby activeert alleen vrouwenbrein

zaterdag, november 11th, 2017

 

 

De wetenschappers analyseerden het gedrag en de hersenactiviteit van moeders uit elf verschillende landen: Argentinië, België, Brazilië, Kameroen, Frankrijk, Italië, Japan, Kenia, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Ze maakten opnames van hoe de moeders thuis omgingen met hun baby en bekeken die achteraf.

 

Vrouwenbrein
De vraag was: hoe reageert een moeder op een huilende baby? De opties: Met affectie, afleiding, oppakken en vasthouden, praten of eten geven. Ongeacht van waar de moeder kwam, meestal pakte ze haar huilende baby op of ze sprak ertegen. Toen het team hersenscans van de moeders bekeek, zagen ze dat bij nieuwe en ervaren moeders dezelfde hersengebieden actief worden als hun baby huilt. Het gaat over de supplementaire motorische schors (die gelinkt is aan de intentie om te bewegen en te praten), de onderste voorhoofdswinding (betrokken bij de spraak) en de bovenste slaapwinding (actief in het verwerken van geluiden). De bevindingen duiden erop dat de reactie van een moeder op haar huilende baby ingebouwd en universeel is.

 

Mannenbrein
Hetzelfde team vergeleek in een eerder onderzoek de reactie van vrouwen met die van mannen. Tijdens het experiment lieten ze de proefpersonen ruis horen, waar af en toe een huilende baby tussen klonk. De hersenscans toonden dat de vrouwen meteen aandachtig waren als de baby huilde, terwijl de hersenen van de mannen in rust bleven.

 

Neurobiology of culturally common maternal responses to infant cry (nieuw onderzoek)
Women’s, Men’s brains respond differently to hungry infant’s cries (eerdere onderzoek)

 

Bron: eoswetenschap.eu

Aanmeldactie! Ontvang €35,- voor ieder nieuw gezin dat u aanmeld!

dinsdag, oktober 31st, 2017

 

Actievoorwaarden :
*Deze actie is enkel geldig wanneer u als reeds gekoppelde Gastouder bij Gastouderbureau Krokodilletje nieuwe gezinnen aangemeld tussen 1-11-2017 en 31-12-2017, het maakt niet uit wanneer de opvang van start gaat.
*U ontvangt het bedrag van €35,- per aangemeld gezin op uw rekening als de eerste maand opvang met het betreffende gezin heeft plaatsgevonden en de factuur volledig door ouders is voldaan.
*De vraagouders dienen nog niet bekend te zijn bij Gastouderbureau Krokodilletje.

1 maand bureaukosten van €35,- gratis! Doe nu mee aan de “Nieuwsjaars Voordeelactie”

dinsdag, oktober 31st, 2017

Het jaar gaat in op 01-01-2018 en eindigt op 31-12-2018. De bureaukosten van de maand december 2018 ontvangt u vervolgens gratis waarna de bureaukosten vanaf januari 2019 zoals gewoonlijk weer maandelijks in rekening worden gebracht.

 

Wilt u €35,- besparen? Vul dan hier het aanmeldformulier in, retourneer deze naar ons en maak het volledige bedrag van €385,- over vóór 31-12-2017 op IBAN nummer : NL17RABO0103111816 t.n.v. Krokodilletje B.V. o.v.v. uw naam, woonplaats, en als kenmerk : deelname “Nieuwjaars Voordeelactie”

 

Geen geld voor extra controles gastouders

maandag, oktober 30th, 2017

De uitzending van De Monitor (september 2017) over gastouderschap deed veel stof opwaaien. De redactie van De Monitor werd getipt over de onduidelijke rol die gastouderbureaus spelen en vooral over het gebrek aan zicht dat zij hebben op de daadwerkelijke kwaliteit van gastouders. Waar het ene bureau meerdere keren per jaar onaangekondigd gastouders bezoekt, komt een ander bureau alleen op afspraak en hooguit twee keer per jaar. De Monitor constateerde dat als er een incident gebeurt of een melding wordt gedaan, de acties vanuit bureaus en de GGD beperkt zijn.

Kwaliteit

Vorig jaar is Asscher in gesprek geweest met het werkveld en deze is het er ‘unaniem over eens dat de kwaliteit van gastouderopvang verbeterd moet worden.’ Ook over een verbeterde rol van het gastouderbureau bij de kwaliteitsbeoordeling  is gesproken. Nu heeft hij antwoord gegeven op vragen van Tweede Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks).

Bekijk hier de volledige reactie van Asscher >>>

Onvoldoende toezicht

Op de vraag ‘Deelt u de conclusie van de makers van het programma dat er onvoldoende toezicht is op de gastouderopvang?’ reageert Asscher (samengevat): ‘Gastouderopvang is een vorm van kinderopvang waarbij ouders kiezen voor een individuele gastouder waar ze vertrouwen in hebben. Het toezicht en de handhaving op gastouderopvang liggen -net als bij de groepsopvang- bij gemeenten en GGD-en. In de Wet kinderopvang is opgenomen, dat gastouders steekproefsgewijs worden bezocht. In vergelijking tot de reguliere groepsopvang is er minder zicht op de kwaliteit van gastouderopvang. Om het toezicht te kunnen verbeteren moet eerst bekeken worden wat passend en effectief toezicht op de gastouderopvang met een efficiënte methode is. Het is aan mijn opvolger om dit verder op te pakken.’ De Universiteit Utrecht meet momenteel de kwaliteit in de kinderopvang, en dus ook de gastouderopvang. ‘De eerste resultaten van dat onderzoek verwacht ik eind dit jaar.’

Controle door GGD

Op de vraag of Asscher het voldoende vindt dat per jaar maar 5% van de gastouders gecontroleerd hoeft te worden door de GGD, reageert hij: ‘Gastouderbureaus worden jaarlijks door de GGD onderzocht. Dit jaarlijkse toezicht op de gastouderbureaus vindt risico gericht plaats. Op basis van de kwaliteit van het gastouderbureau en inzicht in het bestand van gastouders kan een gemeente zelf de steekproef voor de voorzieningen voor gastouderopvang vormgeven. De jaarlijkse steekproef kan per gemeente verschillen van minimaal 5% tot 30% van de locaties. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om meer te inspecteren. Dat is gemeentelijke vrijheid. Er zijn gemeenten die meer dan 30% inspecteren. Zie ook het antwoord op vraag 5. Uit de jaarverslagen van de gemeenten volgt dat in 2016 tien procent van het lopende gastouderbestand door de GGD-en, in opdracht van de gemeenten is geïnspecteerd.’

Commerciële organisaties

Of Asscher de mening deelt dat toezicht op gastouders niet kan worden uitgevoerd door gastouderbureaus, omdat zij commerciële organisaties zijn, reageert hij (samengevat): ‘ Het toezicht en de handhaving op de kinderopvang – en dus ook voor de gastouderopvang – ligt bij de gemeenten en de GGD. De gemeente kan waar nodig handhavend optreden richting gastouders en gastouderbureaus. Gastouderbureaus zijn op grond van de wet mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van de opvang van de gastouders die bij hen staan ingeschreven. Zij hebben daarnaast op grond van de wet een bemiddelingsrol en een kassiersfunctie. Toezicht en handhaving moet altijd op orde zijn of het nou bij een publieke of een commerciële organisatie ligt. In de kinderopvang zijn veel voorbeelden van commerciële organisaties die goede kwaliteit leveren en ouders en kinderen goed bedienen.’

Meer geld voor controle

Asscher deelt de conclusie van de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht nog niet, die stellen dat er extra geld moet komen voor meer en betere controles bij gastouders in plaats van gastouderbureaus. ‘Ik vind het belangrijk om meer zicht te krijgen op de kwaliteit van gastouderopvang. Om het toezicht te kunnen verbeteren, moet eerst bekeken worden wat passend en effectief toezicht op de gastouderopvang is en pas dan moet bekeken worden of, en mogelijk hoeveel, extra geld dit kost. Het is aan mijn opvolger om dit verder op te pakken.’

Onderzoek: ‘Twee jaar voorschoolse educatie loont’

dinsdag, oktober 17th, 2017

Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek. In dit onderzoek werd een steekproef gehouden onder kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, die deelnamen aan de vve. De resultaten laten zien dat het gunstig is om peuters uit gezinnen met lage inkomens twee jaar een voorschools programma te laten volgen, in plaats van een jaar.

Twee groepen

De onderzoekers vergeleken twee groepen met elkaar: kinderen die voor een jaar vve volgden en kinderen die twee jaar vve volgden, voordat zij startten met de basisschool. Vervolgens werd gekeken wat het effect daarvan was in groep 1 en 2 van de basisschool.

Woordenschat

Wat de academische vaardigheden betreft, scoorden de kinderen in de tweejarige groep hoger op woordenschat en rekenvaardigheden. Wat betreft de executieve functies (de hogere controlefuncties van de hersenen) scoorden kinderen in deze groep hoger op werkgeheugentaken. Ook pasten zij zich beter aan op de basisschool. Ze maakten minder gebruik van extra begeleiding.

Voordeel

Wanneer kinderen van lage inkomensgezinnen de kans krijgen om twee jaar jaar vve te volgen, halen ze daar voordeel uit wanneer ze naar de basisschool gaan, stellen de onderzoekers.

Fouten in continue screening vanwege softwarefout

dinsdag, oktober 17th, 2017

Dit meldt de minister van Veiligheid Stef Blok in een brief aan de Tweede Kamer. De Kamer had veel eerder van het incident op de hoogte gebracht moeten worden, in de tijd dat Ard van der Steur nog minister was. Maar dit gebeurde niet omdat de brief, opnieuw vanwege een technische fout, niet naar de Tweede Kamer werd verzonden. Ook in de taxibranche zijn er daardoor incidenten onvermeld gebleven.

VOG

Zowel in de taxibranche als de kinderopvang geldt continue screening. Dat betekent dat als een kinderopvangmedewerker in aanraking komt met justitie, dit wordt verwerkt in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). Zo’n melding kan een gevolg hebben voor het verstrekken van een VOG. Screeningsautoriteit Justis ontvangt dit signaal en geeft dit vervolgens door aan de GGD/gemeente.

Incidenten

In twee gevallen is dat dus misgegaan. Navraag bij de politie heeft, zo schrijft minister Blok in zijn brief, niet geleid tot enige indicatie dat zich door deze gang van zaken incidenten hebben voorgedaan. Nadat bleek dat er in deze twee branches iets is misgegaan, bleek dat er zich in de continue screening voor de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ook problemen hebben voorgedaan. Daar lag echter weer een andere softwarefout in het systeem aan ten grondslag.

Maatregelen

Inmiddels zijn alle drie de verantwoordelijke ministeries, waaronder het Ministerie van Sociale Zaken over de voorvallen geïnformeerd. Naar aanleiding van de technische fouten zijn er maatregelen getroffen om de software te verbeteren. DUO is hier namens de kinderopvang ook bij betrokken. Afgesproken is dat DUO en Justis elkaar nadrukkelijk informeren. Verder is afgesproken dat het Justitieel Documentatie Systeem vanaf begin 2018 vernieuwd wordt. Daarmee verwacht minister Blok dat fouten in de toekomst voorkomen, dan wel tijdig ontdekt worden.

Meer bekend over invoering personenregister

dinsdag, oktober 17th, 2017

Vanaf wanneer inschrijving in het personenregister verplicht wordt gesteld, is nog niet bekend. Dit wordt in november bekendgemaakt. In de brief staat alvast hoe het straks in zijn werk gaat. Het personenregister is een vervolg op de continue screening die nu nog geldt in de kinderopvang. Nieuw is dat niet alleen beroepskrachten, gastouders en hun huisgenoten worden gevolgd, maar ook stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers en zelfstandigen.

Strafrechtelijke feiten

Het idee is dat de kinderopvang hierdoor nog veiliger wordt. Met het personenregister wordt elke dag bekeken of medewerkers nieuwe strafrechtelijke feiten op hun naam hebben staan die belemmerend zijn in het werken met kinderen. Is dit het geval dan komt er een bericht van de GGD. De medewerker mag niet meer werken tot er een nieuwe VOG is.

Inschrijven

Zodra het personenregister in werking treedt, kunnen medewerkers zich inschrijven. Hiervoor hebben zij een DigiD nodig en een geldige VOG. Ook de eigenaar en bestuurders van de organisatie moeten zich inschrijven. Inschrijven is de eerste vier maanden gratis. Daarna kost het 12 euro. Zodra een medewerker is ingeschreven, moet de eigenaar de medewerker koppelen aan de organisatie. Hiervoor is eHerkenning nodig, een soort DigiD voor bedrijven. Ook stagiaires, uitzendkrachten, vrijwilligers en zelfstandigen kunnen zich in het personenregister inschrijven. Op het moment van inschrijven mag hun VOG maximaal twee maanden oud zijn.

Voorbereiden

In de brief staat welke voorbereidingen kinderopvangeigenaren en houders van gastouderbureaus nu al kunnen treffen. Te beginnen of het KvK-nummer dat op de brief staat klopt. Daarmee moet de eigenaar namelijk inloggen in het personenregister. Verder wordt aangeraden om te controleren of medewerkers hun VOG nog hebben. Deze VOG moet zijn afgegeven na 1 maart 2013.


De veiligheid en kwaliteit van de kinderopvang is sinds de zedenzaak vijf jaar geleden verbeterd. Dit zeggen kinderopvangprofessionals, belangenorganisaties, brancheorganisaties en andere betrokkenen bij de kinderopvang in een onderzoek van PricewaterhouseCoopers (PwC). Lees meer over dit onderzoek


Bekijk de brief via de website van Brancheorganisatie Kinderopvang

Onderzoek: ‘Laat kinderen met handen eten’

dinsdag, oktober 17th, 2017

Dat meldt Foodlog naar aanleiding van een studie door professor Ann Brown van de Swansea University. In haar nieuwe boek Why Starting Solids Matters beschrijft ze haar bevindingen van een onderzoek waarin ze het eetgedrag van driehonderd kinderen en baby’s onderzocht.

Vaste voeding

In haar boek vertelt Brown dat kinderen van zes maanden of ouder niet met een lepel gevoerd moeten worden, maar toe zijn aan vaste voeding. ‘Als kinderen zelf mogen bepalen hoeveel ze eten, zijn ze beter in staat om te stoppen wanneer ze vol zitten. Hierdoor eten ze niet meer dan ze nodig hebben. Ze hongeren zichzelf echt niet uit.’ De kinderen die zelf met hun handen mochten eten waren avontuurlijker dan leeftijdsgenootjes en durfden meer verschillende dingen te proberen, ook qua eten.

Eetgedrag

Brown analyseerde hoe baby’s tussen zes en twaalf maanden leerden eten en keek naar het eetgedrag toen dezelfde kinderen 18 tot 24 maanden oud waren. Van de kinderen die gevoerd werden door de ouders had twintig procent overgewicht. Bij de kinderen die zelf bepaalden hoeveel ze aten was dit acht procent.

Negeren van signalen

Volgens Brown komt dit verschil vooral omdat ouders bij het voeren signalen negeren dat het kind vol zit. Volgens Brown kan een kind dat prima zelf aangeven. ‘Als je toch wil voeren en ze probeert te verleiden met ‘daar komt een vliegtuig aangevlogen’ en ze klemmen hun lippen stevig op elkaar, stop dan.’

Verbinding centraal tijdens Week tegen Kindermishandeling

dinsdag, oktober 17th, 2017

Het doel van de week is om professionals bewust te maken van het belang van goede samenwerking om kindermishandeling effectief aan te pakken. ‘Samen kunnen we de sterkste aanpak tegen kindermishandeling realiseren. Iedere professional is een onmisbare schakel en kan vanuit zijn expertise bijdragen aan een veiligere situatie. Deel je zorg, betrek de ouders en het kind en werk samen’, zo staat er op de website van de Week tegen Kindermishandeling.

Activiteiten

Verschillende instanties hebben hun activiteiten aangemeld op de activiteitenpagina, maar dat kan nog steeds via deze link. Zo geeft Veilig Thuis verschillende lezingen, wordt er in Amsterdam een theatervoorstelling over huiselijke geweld gehouden en is er in Maastricht een ontbijtsessie ‘Samen tegen kindermishandeling’. In het activiteitenoverzicht kan per provincie worden weergegeven welke activiteiten er gehouden worden.

Kick off

De Week wordt afgetrapt op maandag 20 november om 9.15 uur in Theater Diligentia in Den Haag. Daar zullen verschillende professionals, waaronder Kinderombudsman Margrite Kalverboer, spreken. Tijdens deze bijeenkomst wordt het onderzoek van de Kinderombudsman naar wat gemeenten doen aan de preventie van kindermishandeling en huiselijk geweld, gepresenteerd. Deelname is gratis.

Door wie?

De Week tegen Kindermishandeling wordt sinds 2013 jaarlijks georganiseerd op initiatief van Taskforce Kindermishandeling en Seksueel Misbruik. Tot en met 2016 was de organisatie van deze week ook bij de Taskforce belegd. Met het beëindigen van de werkzaamheden van de Taskforce hebben de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Veiligheid en Justitie (VenJ) het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Movisie gevraagd om de organisatie van deze week op zich te nemen.

Logopedisten vragen aandacht voor taalontwikkelingsstoornis

dinsdag, oktober 17th, 2017

TOS is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die erfelijk kan zijn en vaker bij jongens voorkomt dan bij meisjes. De precieze oorzaak van de stoornis is nog niet bekend. ‘Er wordt snel gedacht dat deze kinderen gewoon niet zo slim zijn. De stoornis is ook niet altijd even makkelijk te herkennen. Ieder kind heeft weer andere symptomen. En die veranderen weer naarmate kinderen ouder worden’, zegt prof. Dr. Ellen Gerrits, hoogleraar logopediewetenschap.

Impact

Volgens haar is TOS een onzichtbare handicap met grote impact. ‘Door de stoornis hebben deze kinderen vaak sociale, emotionele en gedragsproblemen. Ze worden vaker gepest. Als het kind nog heel jong is, zie je soms dat het weinig praat of moeite heeft met het begrijpen van taal. Bij oudere kinderen, die wel al praten, zie je dat ze moeite hebben met het uitspreken van klanken en woorden met meer lettergrepen. Hierdoor zijn ze minder goed verstaanbaar dan leeftijdsgenootjes. Het komt ook voor dat kinderen met TOS in korte onlogische zinnen praten.’

Hoe herken je een TOS?

Als professional kun je een TOS herkennen aan verschillende signalen:

  • het kind spreekt in korte, onlogische zinnen
  • het kind is slecht verstaanbaar
  • het kind is stil en praat weinig
  • het kind kan zich slecht concentreren
  • het kind begrijpt anderen vaak niet
  • het kind lijkt soms niet te luisteren

Gezondheidsplein TV maakte dit filmpje over het herkennen van de signalen >>>

TOS kan samenhangen met andere stoornissen, zoals een spraakontwikkelingsachterstand, een algehele ontwikkelingsachterstand, een informatieverwerkingsprobleem, een auditief verwerkingsprobleem of een gehoorprobleem, meldt logopedie.nl. ‘Omdat spraak- en taalverwerving op jonge leeftijd plaatsvindt, is het belangrijk problemen daarin zo vroeg mogelijk te signaleren. Hoe eerder een TOS wordt ontdekt, hoe groter de kans op verbetering van de klachten.’ Een TOS kan gesignaleerd en behandeld worden door een logopedist.

Klik hier voor meer informatie over TOS >>>

Ruim 50.000 kinderen meer naar opvang

dinsdag, oktober 17th, 2017

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Belastingdienst en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Dat er meer kinderen naar de opvang gaan, komt vooral door de sterk groeiende economie. Daardoor hebben het afgelopen half jaar meer mensen een baan gekregen, onder wie veel vrouwen.

Vrouwen werken nu gemiddeld bijna 26 uur per week. Moeders met jonge kinderen tot en met 11 jaar nog een half uur meer, gemiddeld 26,5 uur.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: ,,Het is fantastisch om te zien dat steeds meer moeders werken en dat hun kinderen dan terecht kunnen bij kwalitatief goede en betaalbare opvang. Zij kunnen in die tijd spelenderwijs al veel leren en natuurlijk ook gezellig samen spelen met andere kinderen. Daar hebben zij later veel profijt van. Goed voor hun taal en goed voor hun ontwikkeling.’’

In het tweede kwartaal van 2017 gingen er 293.000 kinderen naar de dagopvang, 341.000 naar de buitenschoolse opvang en 121.000 kinderen naar gastouders. Sommige kinderen maken gebruik van meerdere vormen van opvang.

Het afgelopen jaar zijn er meer kinderopvanglocaties bijgekomen. 628 centra voor dagopvang. Daarvan zijn er nu 7.643. Ook het aantal locaties voor buitenschoolse opvang is het afgelopen jaar toegenomen. Er kwamen 238 bso’s bij en daarvan zijn er nu 6.733.

Er zijn nu bijna 1.400 gastouders minder dan in de zomer vorig jaar. Het aantal gastouders daalt al jaren.

Ontwikkeling taalgevoel baby start al in de buik

zaterdag, september 2nd, 2017

Dat blijkt uit het onderzoek Fetal rhythm-based language discrimination: a biomagnetometry study van de Amerikaanse linguïst Utako Minai en haar team waarvan eoswetenschap.eu melding maakt. Daarbij is de hartslag gemeten van 24 foetussen van acht maanden oud. Eerst speelden ze een opname van twee minuten in het Engels af. Daarna wachtten ze 18 minuten en speelden een nieuwe opname af. Deze was in het Engels of in het Japans, maar ingesproken door eenzelfde persoon. De hartslag van de foetussen veranderde duidelijk wanneer het tweede stukje in het Japans was en niet wanneer dit in het Engels was.

Ritmische eigenheid
Iedere taal heeft namelijk haar eigen ritmisch patroon. Het Engels heeft bijvoorbeeld een ritmische structuur die je nog het beste kunt vergelijken met morsecode. Het Japans daarentegen heeft een heel regelmatige structuur. Nu blijkt dus dat een foetus zijn oren al traint voor de ritmische eigenschappen van de taal of talen uit zijn omgeving.

Ontwikkeling hersenen
Foetussen horen uiteraard niet met hun hart – het zijn hun hersenen die hun hartslag sturen. Alle geluiden die een foetus hoort in de baarmoeder dragen bij tot de ontwikkeling van het hersendeel dat verantwoordelijk is voor het gehoor. Deze studie toont nu aan dat ook taal belangrijk is om dit stukje hersenen te ontwikkelen. Hierdoor hebben baby’s na hun geboorte al een paar blokken ter beschikking om hun taal op te bouwen.

Gastouders betalen in Oisterwijk een vermogen aan gemeente

woensdag, augustus 30th, 2017

‘Terwijl een vergunning voor gastouders in omringende of soortgelijke gemeenten zoals Boxtel en Tilburg gratis is, moeten beginnende gastouders in Oisterwijk een bedrag van maar liefst € 605,00 betalen voor registratie van de opvang.’ Volgens Marike Wittebol van Gastouderland kunnen de hoge leges die Oisterwijk heft, nieuwe gastouders afschrikken. ‘Ouders kunnen dan geen gastouder meer vinden om hun kinderen op te vangen. Het is heel jammer dat het voorzieningenniveau in Oisterwijk met deze vorm van kinderopvang afneemt, want ouders kiezen bewust voor gastouderopvang vanwege de kleine groepen, de huiselijke sfeer en de flexibiliteit. Het komt ook voor dat gastouders kinderen ‘zwart’ gaan opvangen, waardoor er geen toezicht en controle meer plaats vindt.’

Het nationale Platform Gastouderopvang heeft via een e-mailactie politieke partijen in Oisterwijk gevraagd om in de verkiezingsprogramma’s op te nemen dat de leges worden afgeschaft. ‘Oisterwijk wordt dan, net als meer dan 100 andere gemeenten, een gastoudervriendelijke gemeente.’ Marike Wittebol van Gastouderland hoopt dat er niet volgend jaar, maar nu actie wordt ondernomen. ‘Het gemeentebestuur stelt binnenkort de begroting van 2018 op waarin het afschaffen van de leges, of in ieder geval het verlagen, kan worden geregeld.’

GASTOUDER UITGELICHT : Gastouder Melanie uit Landgraaf

donderdag, augustus 24th, 2017

In principe zijn mijn openingstijden maandag tot en met vrijdag van 7:00 tot 19:00. Maar avond en weekend opvang is bespreekbaar. Vaste opvang en flexibele opvang mogelijk.Ik ben gastouder Melanie uit landgraaf. Ik vang kinderen op in de leeftijden van 0-12 jaar, dat betekent dus dagopvang en voor en naschoolse opvang. Klik hier om mijn hele profiel te lezen.

Reminder : Tijdig uren indienen, accorderen en de factuur voldoen tijdens de “Zomervakantie”

dinsdag, juli 25th, 2017

GASTOUDER UITGELICHT : GASTOUDER TJALLIE UIT DRACHTEN

maandag, juli 24th, 2017

Samen met mijn partner en kinderen woon ik in een eengezinswoning in Drachten, wijk de Swetten. De woning is kindvriendelijk ingericht, er is voldoende slaapruimte voor de kindjes en er is voldoende speelgoed voor alle leeftijden aanwezig. Klik hier om mijn hele profiel te lezen.

Verhoging uurprijzen opvang in fases

maandag, juli 24th, 2017

In de brief is te lezen dat de maximum uurprijs voor de dagopvang per 1 januari 2018 wordt verhoogd met € 0,07, en per 1 januari 2019 met € 0,25. De maximum uurprijs komt daarmee op € 7,45. Dit gebeurt gefaseerd: ter compensatie van de eisen aan het volgen van de ontwikkeling van kinderen en enkele scholingseisen (2018) en ter compensatie van de eisen aan de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers en de aanscherping van de beroepskracht-kindratio voor nuljarigen (2019).

Uurprijzen bso
De maximum uurprijs voor de bso’s wordt per 1 januari 2018 verhoogd met € 0,08 ter compensatie van de invoering van scholingseisen en de vrijwilligers die niet meer formatief mogen worden ingezet. Per 1 januari 2019 wordt de maximum uurprijs verlaagd met €0,34 in verband met de eisen aan de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers en de versoepeling van de beroepskracht-kindratio voor kinderen vanaf zeven jaar. De maximum uurprijs komt daarmee op € 6,95. Voor de gastouderopvang bedraagt de maximum uurprijs € 5,91.

Lvb of zwakbegaafdheid signaleren bij kinderen

dinsdag, juli 18th, 2017

In de Handreiking vroegsignalering van een lvb en zwakbegaafdheid, die een upgrade heeft gekregen, benadrukt het Netwerk Gewoon Meedoen (dat bestaat uit onder andere Ieder(in), MEE NL en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) dat vroegsignalering heel belangrijk is. ‘Hoe eerder een lvb/zwakbegaafdheid herkend wordt, hoe meer problemen op latere leeftijd kunnen worden voorkomen.’ Om professionals te helpen signalen van lvb en zwakbegaafdheid te herkennen, zijn in de handreiking bronnen gebundeld die informatie geven over de normalen of gemiddelde ontwikkeling van kinderen, screeningsinstrumenten beschreven die ontwikkelingsachterstanden en indirecte kenmerken in kaart brengen en instrumenten verzameld voor verdiepende diagnostiek naar een lvb en zwakbegaafdheid.

Niet zichtbaar

‘Het belangrijkste kenmerk van een lvb/zwakbegaafdheid is dat het aan het uiterlijk meestal niet te zien is. Dit maakt het lastig om een lvb/zwakbegaafdheid te herkennen. Toch zijn er signalen in het kind, jongere of (jong)volwassene die direct kunnen wijzen op een lvb/zwakbegaafdheid. Maar ook andere kenmerken, zoals probleemgedrag van een jeugdige of problemen in de gezinssituatie, kunnen indirect wijzen op een mogelijke lvb/zwakbegaafdheid in een jeugdige of (jong)volwassene’, meldt de handreiking.

Directe signalen

In de handreiking is te lezen dat er een aantal directe signalen zijn die kunnen wijzen op een lvb of zwakbegaafdheid. Voorbeelden daarvan zijn achterblijvende conceptuele vaardigheden, zoals kunnen lezen, schrijven en rekenen, achterblijvende sociale vaardigheden zoals communicatieve vaardigheden en het oplossen van sociale problemen en achterblijvende praktische vaardigheden. Daarnaast kan ook een IQ-score iets zeggen over een mogelijke lvb of zwakbegaafdheid. Een IQ tussen de 50 en zeventig duidt op een lvb, een IQ tussen de 70 en 85 duidt op zwakbegaafdheid. Maar, zo stelt het Netwerk Gewoon Meedoen, een IQ-test is geen ‘robuust gegeven’. Het is slechts een momentopname. ‘Een IQ-score zegt ook niet genoeg om te bepalen hoeveel en welke ondersteuning iemand met een LVB/zwakbegaafdheid nodig heeft. Inzicht in het sociaal aanpassingsvermogen van iemand en de (sociaal-)emotionele ontwikkeling zeggen hier wel meer over en komen mede daarom steeds meer centraal te staan in het bepalen van de ondersteuning.’

Indirecte signalen

Naast directe signalen, kunnen ook indirecte signalen wijzen op een lvb of zwakbegaafdheid. ‘Dat zijn problemen of omstandigheden die vaker geconstateerd worden bij jeugdigen/(jong)volwassenen met een lvb/zwakbegaafdheid, maar dus niet direct wijzen op een lvb/zwakbegaafdheid.’ Voorbeelden van indirecte signalen kunnen zijn dat kinderen in emotioneel opzicht jonger zijn dan leeftijdsgenootjes, dat ze moeite hebben met het geven van selectieve aandacht en dat logisch nadenken minder vanzelfsprekend voor ze is.

In de handreiking staan verschillende screeningsinstrumenten die helpen bij het vaststellen van een lvb of zwakbegaafdheid. Waaronder:

Peuter met autisme kijkt anders naar gezicht

dinsdag, juli 18th, 2017

Deze conclusie werd gedaan naar aanleiding van een onderzoek door onderzoekers van verschillende Amerikaanse universiteiten, meldt Standaard.be.

De onderzoekers volgden met een speciale camera de blik van 338 kindjes die naar video’s keken. Zo konden ze vaststellen waar de kinderen naar keken, hoe lang en in welke volgorde. Van de kinderen waren een kwart identieke tweelingen, een kwart niet-identieke tweelingen, een kwart kindjes met autisme en een kwart ‘normale’ kindjes.

Ogen en mond

Kindjes met autisme keken veel minder naar de ogen en mond, en krijgen zo minder informatie binnen over mensen en hoe die via hun gezicht emoties overbrengen. Kinderen die anders kijken naar de wereld, leren ook anders over die wereld. En hun hersenen ontwikkelen zich anders; groeiende hersenen passen zich aan aan de informatie die ze binnenkrijgen.

Genetisch

Het kijkgedrag lag duidelijk genetisch vast. Identieke tweelingen keken perfect even lang naar iemands ogen, terwijl bij niet-identieke tweelingen die overeenkomst slechts tien procent was. Dat bleek zo op de leeftijd van anderhalf jaar, en dat was een jaar later nog steeds zo.

Sociale informatie

De onderzoekers vinden dat het kwestie is om kinderen met risico op autisme de sociale informatie te geven die ze nog nodig hebben, in voeldoende hoeveelheid. Door het volgen van hun blik is volgens hen een goede manier om al heel vroeg vast te stellen welke kinderen dat zijn.

Meldcode kindermishandeling aangescherpt

woensdag, juli 12th, 2017

De aanscherping betekent een aanpassing van de vijfde stap uit de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Dat meldt het Nederlands Jeugdinstituut.

Deze stap biedt professionals nu de ruimte om een vermoeden te melden of zelf hulp te verlenen aan een gezin. In de nieuwe situatie is het een vereiste om het vermoeden van ernstige kindermishandeling of huiselijk geweld te melden bij Veilig Thuis.

 

Veilig opgroeien

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) verwacht dat door deze aanscherping van de Meldcode meer kinderen veilig zullen opgroeien. Doordat het melden bij Veilig Thuis straks minder vrijblijvend is, worden onveilige opgroeisituaties naar verwachting eerder gesignaleerd en krijgen gezinnen sneller passende hulp. Omdat Veilig Thuis de informatie over betrokkenen vastlegt, kan bij nieuwe meldingen over hetzelfde gezin de voorgeschiedenis worden meegewogen.

Augeo maakte een animatie over de aanpassing van de meldcode. Bekijk het filmpje >>

 

Kindermishandeling indammen

Een groot aantal organisaties in het Noorden bundelt de krachten om kindermishandeling zoveel mogelijk in te dammen. Dat meldt Vakblad Vroeg. Om een impuls te geven aan een regionale aanpak en kennisdeling op het gebied van kindermishandeling wordt ook een lectoraat gestart. Het doel van het initiatief is om samen te werken aan preventie en de samenwerking van de betrokken partijen te optimaliseren.  Door een betere ketensamenwerking hopen de organisaties dat kindermishandeling vaker voorkomen kan worden, of in ieder geval tijdig herkend wordt. De partners die zich hebben verbonden zijn: gemeente Groningen, Accare, GGD Groningen, Lentis, Tinten Welzijnsgroep, Jeugdbescherming Noord, Elker, Het Poortje, RIGG en de Hanzehogeschool Groningen.

 

Afwegingskader

Het NJI heeft samen met de Augeo Foundation en  Movisie een basisdocument opgesteld met daarin de beschikbare wetenschappelijke kennis en bestaande inzichten. Beroepsgroepen kunnen op grond hiervan hun eigen afwegingskader opstellen, toegesneden op de eigen werksituatie. Dit document wordt binnenkort beschikbaar gesteld door de Rijksoverheid.

De aanscherping van de Wet verplichte Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur en is per 1 januari 2019 van kracht.

Bron: NJI, Vakblad Vroeg

Update zelfstandig ondernemerschap gastouders

dinsdag, juli 11th, 2017

Toch is het nog zeker geen gelopen race. De Belastingdienst heeft bij lopende procedures het zelfstandig ondernemerschap van de gastouder nog niet erkend. “In ieder geval is de uitspraak van het Hof in Den Haag zeer positief en zal nieuwe inzichten geven bij de vervolgprocedures. Maar de toekomstige ontwikkelingen moeten we nog even afwachten”, aldus Henk Gardien, financieel adviseur voor gastouders.

 

Wat gebeurt er momenteel met de ingediende aangiften?
De aangiften van gastouders voor het jaar 2016 worden momenteel volop verwerkt. We lezen op social media en horen van gastouders dat het grootste deel van de aangiften overgenomen wordt in een voorlopige aanslag, zoals ze zijn ingediend door de boekhouder, accountant of gastouder zelf. Maar we horen ook gevallen dat gastouders meteen hun definitieve aanslag ontvangen. De berichten zijn dus heel wisselend. Waar de ene gastouder nog een bericht ontvangt dat de ingediende aangifte 2014-2015, vanwege de uitspraak in augustus 2016, wordt aangepast naar ‘Resultaat overige werkzaamheden’ (dus geen ondernemerschap), ontvangt de andere gastouder een definitieve aanslag 2016 op basis van ‘Winst uit onderneming’. Kortom: er is nog geen duidelijke lijn in te ontdekken en dus ook nog geen eenduidig beleid.

 

Hoe zat het ook al weer met die voorlopige en/of definitieve aanslag?
Henk Gardien ligt het voor u toe:
‘Een voorlopige aanslag (of teruggaaf) wordt in de regel opgelegd op basis van de ingediende aangifte. Deze aanslag kan dus nog altijd door de Belastingdienst worden gecorrigeerd. Toekomstige positieve uitspraken rondom het ondernemerschap zijn dus heel belangrijk. Het is aan te bevelen om belastinggeld te reserveren en bij een voorlopige teruggaaf het ontvangen belastinggeld even te ‘parkeren’ en de definitieve aanslag af te wachten. Zodra de aangifte definitief is, wordt deze in de regel niet meer gecorrigeerd’.

 

Of u zelf als gastouder gezien wordt als ondernemer hangt in de basis natuurlijk af van de standaardeisen voor ondernemerschap. Voldoet u niet aan de voorwaarden die de Belastingdienst heeft gesteld aan het ondernemerschap, dan zullen rechterlijke uitspraken over een gastouder die wel gezien wordt als ondernemer u niet gaan helpen.Daarom is het uitermate belangrijk dat u als gastouder (eventueel in samenwerking met uw gastouderbureau) goed op de hoogte bent van de voorwaarden die de Belastingdienst stelt aan zelfstandig ondernemerschap. Bent u hier écht goed van op de hoogte en kunt u dat ook laten zien en onderbouwen? Heeft u uw overeenkomsten gecontroleerd op clausules die van negatieve invloed zijn op uw ondernemerschap? Zorg ervoor dat u zelf beschikt over die kennis en er zeker van bent.

 

Of u zelf als gastouder gezien wordt als ondernemer hangt in de basis natuurlijk af van de standaard criteria voor ondernemerschap. Voldoet u niet aan de voorwaarden die de belastingdienst heeft gesteld aan het ondernemerschap, dan zullen rechterlijke uitspraken over een gastouder die wel gezien wordt als ondernemer u niet gaan helpen.Daarom is het uitermate belangrijk dat u als gastouder (eventueel in samenwerking met uw gastouderbureau) goed op de hoogte bent van de voorwaarden die de belastingdienst stelt aan zelfstandig ondernemerschap. Bent u hier écht goed van op de hoogte en kunt u dat ook laten zien en onderbouwen? Heeft u uw overeenkomsten gecontroleerd op clausules die van negatieve invloed zijn op uw ondernemerschap? Zorg ervoor dat u zelf beschikt over die kennis en er zeker van bent.

 

Om gastouders hierin te ondersteunen die kennis te verkrijgen heeft KNGO in samenwerking met Henk Gardien van Fagon een leermodule ontwikkeld die gastouders die basiskennis rond ondernemerschap geeft. De leermodule “De financien van een ondernemende gastouder” is nu beschikbaar op KinderWijs TV.

 

TIP: Schaft u deze leermodule voor 21 juli 2017 aan, dan kunt u tevens gebruik maken van de Summerschool aanbieding van KinderWijs TV en voor 3 euro een extra leermodule Observeren of Rouwverwerking bij kinderen te volgen tijdens de zomervakantie.

Pas op voor Berenklauw

zaterdag, juli 8th, 2017

Veilig spelen rondom water

zaterdag, juli 8th, 2017

  

Veiligheidstips

  

  1. Zorg dat je je kind altijd kan zien
  2. Blijf bij kleine kinderen (<3 jaar) zo dichtbij dat je ze kan aanraken
  3. Als er meerdere volwassen zijn, spreek dan goed af wie er op je kind let. Ga er nooit zomaar vanuit dat iemand anders wel even oplet.
  4. Laat je niet afleiden (door bijvoorbeeld je telefoon, tablet of boek)
  5. Zorg dat je kind zwembandjes om heeft (als het nog niet kan zwemmen) en op de boot een reddingsvest.
  6. Denk eraan dat aan het begin van een zomer seizoen natuurlijk zwemwater nog erg koud kan zijn. Onderkoeling is dan een risico.
  7. Let op! Doe je kind geen zwemvleugels om in zee bij aflandige wind (wind die richting de zee staat) of in open water met stroming of harde wind.

Check de veiligheid rondom water in jouw omgeving voor kinderen in de leeftijd 0-4 jaar in deze test

Check de veiligheid rondom water in jouw omgeving voor kinderen in de leeftijd 5-8 jaar in deze test

Aantal kinderen in opvang opnieuw toegenomen

vrijdag, juli 7th, 2017

Deze cijfers presenteerde de Rijksoverheid in de 1e kwartaalreportage 2017 kinderopvang.

De stijging van het aantal dagopvanglocaties hangt onder meer samen met de omvorming van peuterspeelzalen naar kinderopvanglocaties. En hoewel het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang toenam, daalde het aantal opvanguren per kind licht (van 57,3 uur naar 57,2 uur per maand). De daling in de dagopvang is opvallen: 83,7 uur naar 79,1 uur in drie jaar tijd. Dit is te verklaren door de omvorming van peuterspeelzalen naar kinderdagcentra (door het kortdurend aanbod ligt het aantal uren per kind lager).

Buitenschoolse opvang

Vooral in bso is een sterke groei te zien van het aantal kinderen: van 304.000 in 2016 naar 331.000 in 2017. Het aantal locaties nam toe met 210 (april 2016 tot april 2017). Het aantal uren dat kinderen gebruik maken van deze opvang daalde licht: van 35,9 uur naar 36,2 uur per maand. De gemiddelde uurprijs van de bso stijgt, in tegenstelling tot de andere opvangtarieven, uit boven de maximum uurprijs. De uurprijs steeg in een jaar tijd met € 0,10, en komt uit op € 6,91 per uur. Daarmee ligt het gemiddeld € 0,22 boven de maximum uurprijs. Voor de dagopvang ligt de gemiddelde uurprijs € 0,08 onder de maximum uurprijs.

Gastouderopvang

In de gastouderopvang schetsen de cijfers een ander beeld. Sinds 2013 is het aantal gastouderlocaties met ruim 13.000 gedaald, naar 33.371 locaties (april 2017) in totaal. Toch nam het aantal kinderen dat gebruik maakt van gastouderopvang toe: van 55.000 in 2014 naar 65.000 in 2017 voor 0 tot 3-jarigen, en van 51.000 naar 54.000 voor 4 tot 12-jarigen. Het gemiddeld aantal uren dat deze kinderen gebruik maken stijgt bij de jongsten (van 66,5 uur in 2014 naar 67,3 uur in 2017), en daalt bij de 4 tot 12-jarigen (van 41,7 uur naar 38,4 uur). Zij besteden ruim drie uur minder per maand op de gastouderopvang ten aanzien van drie jaar geleden.

Arbeidsparticipatie

Ook zijn er in de kwartaalrapportage tabellen opgenomen over de arbeidsparticipatie van ouders met jonge kinderen. De arbeidsparticipatie van moeders met jonge kinderen (0-11 jaar) steeg met twee procent. Opvallend is dat de arbeidsparticipatie van alleenstaande moeders met 3,8 procent steeg, en dat bij alleenstaande vaders een daling is te zien van 2,6 procent.

Zelfstandigheid gastouderschap opnieuw bevestigd

dinsdag, juli 4th, 2017

De kwestie deed veel stof opwaaien, toen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in augustus 2016 een gastouder niet aanmerkte als ondernemer. De gastouder in kwestie moest een groot bedrag aan belastinggeld terugbetalen. De discussie ontstond of een gastouder zelfstandig ondernemer is of niet.

Vooruitgang

Op 10 april jl. kwam er vooruitgang in de zaak: de Rechtbank van Breda merkte de inkomsten van een gastouder aan als winst uit onderneming. Tegen deze rechtspraak is de belastingdienst pro forma in beroep gegaan bij het Gerechtshof Den Bosch.

Heikel punt

Waarom is dit zelfstandig ondernemerschap zo’n heikel punt? Gijs Steijsiger, van De Kroon Adviseurs in Breda, maakt zich hard voor de zaak. ‘Wij hebben zo’n vijfhonderd gastouders in ons klantenbestand, en we hebben op dit moment zeventien rechtszaken lopen waarin wordt gepleit voor zelfstandigheid van de gastouder. Het gastouderschap voldoet ook aan de criterium voor zelfstandigen die de Hoge Raad stelt, daarom vinden wij het belangrijk dat gastouders ook deze erkenning krijgen.’ Een belangrijke reden hiervoor is dat het gastouderbureau geen opdrachtgever, maar een bemiddelaar is. ‘De ouders zijn de opdrachtgevers.’

Financiële belangen

Ook benadrukt Steijsiger de financiële belangen die meespelen. ‘Als gastouder loop je precies dezelfde risico’s als alle andere zelfstandigen, wanneer je onder andere kijkt naar arbeidsongeschiktheid of pensioenopbouw. Maar als je niet als ondernemer wordt aangemerkt, heb je geen recht op de fiscale regelingen, zoals starters- en andere ondernemersaftrekken. Dat scheelt zo’n 4.000 euro per jaar aan belastinggeld, dat gebruikt kan worden voor pensioensopbouw en een arbeidsongeschiktheidsverzekering.’

Ondernemerschap

Steijsiger is dan ook positief als het gaat om aankomende rechtszaken. ‘Wij hebben inmiddels 86 argumenten die wij tijdens een zitting kunnen aandragen voor het zelfstandig ondernemerschap van de gastouder. Daarnaast stimuleren wij gastouders ook bij het ondernemerschap. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij streven naar meerdere opdrachtgevers en zelf klanten werven.’

De Rechtbank Breda heeft op 10 april geoordeeld dat werkzaamheden van een gastouder wel degelijk als winst uit onderneming zijn aan te merken. ‘Gelet op het wettelijk stelsel van gereguleerde kinderopvang is belanghebbende nu eenmaal verplicht om haar werkzaamheden als gastouder door tussenkomst van een gastouderbureau te verrichten.’ Lees meer

Zelfstandigheid gastouders: de feiten op een rij

dinsdag, juli 4th, 2017

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden leidde tot onrust onder gastouders. Een gastouder in kwestie moest een flink bedrag aan belastingen betalen, toen het Hof oordeelde dat zij geen zelfstandig ondernemer was. Volgens Gijs Steijgers, eiser van de zaak in Den Haag, en Sebastiaan Dekkers van Platform Gastouderopvang werd daarbij niet goed gekeken naar de feiten.

Het Gerechtshof Den Haag woog alle voors en tegens af en kwam tot een andere uitspraak:

  • Ouders zijn opdrachtgevers
    Allereerst maakt het Hof in deze zaak duidelijk dat de ouders de opdrachtgevers van de gastouder zijn waarmee de gastouder overeenkomsten van opdracht sluit. Het Hof stelt dat de gastouder over voldoende zelfstandigheid beschikt ten opzichte van ouders waarvoor zij werkt. De gastouder bepaalt zelf hoeveel uren zij werkt en wanneer zij dit doet. Een ouder dient zelf voor vervanging te zorgen als de gastouder niet beschikbaar is. Ook bepaalt de gastouder zelfstandig haar tarief. Dat het tarief is afgestemd op het maximale uurtarief waarover ouders kinderopvangtoeslag krijgen doet daar volgens het Hof niets aan af.
  • Invloed gastouderbureau beperkt
    Het gastouderbureau heeft als wettelijke taken zorg te dragen voor het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang en het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. Het Hof acht de invloed van de gastouderbureaus dan ook beperkt en niet van invloed op de zelfstandigheid van de gastouder.
  • Toezicht door gemeente
    Het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen door de gastouder wordt uitgeoefend door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waarin de gastouder haar werkzaamheden verricht en door de bijbehorende GGD. Als de gastouder de wettelijke voorschriften onvoldoende naleeft, is de gemeente bevoegd maatregelen te nemen. Het bestaan van wettelijke voorschriften en het bijbehorende toezicht leiden evenmin tot te weinig zelfstandigheid om als ondernemer te kunnen worden aangemerkt.

Het Hof stelde meer ondernemerscriteria vast:

  • De gastouder realiseerde in een periode van negen jaar omzetten tussen de € 1.900 en € 26.000 per jaar
  • Ze ving meerdere jaren zes tot zeven kinderen op van vier verschillende ouders. Daarmee voldeed zij volgens het Hof aan de eisen van duurzaamheid, omvang en beschikbare tijd
  • De gastouder maakte volgens het Hof haar werkzaamheden voldoende bekend naar buiten. Zo maakte ze onder meer reclame via haar eigen Facebookpagina, visitekaartjes en website
  • De gastouder liep ondernemersrisico’s zoals debiteurenrisico en risico op schade ontstaan tijdens de opvang. Of deze risico’s zich daadwerkelijk manifesteren acht het Hof niet relevant. Ook het feit dat een gastouder weinig investeert acht het Hof niet relevant omdat dit inherent is aan de aard van de activiteiten

Blij met arrest

De Brancheorganisatie Kinderopvang, VGOB en het Platform Gastouderopvang zijn blij met dit arrest. ‘Het arrest onderkent hoe in de praktijk ouders, gastouders, gastouderbureaus en toezichthouders zich tot elkaar verhouden en verbindt daar de juiste consequentie aan’, stelt Sebastiaan Dekkers van het Platform Gastouderopvang.

‘Stevige overwinning’

Hoewel Dekkers de uitspraak ‘een stevige overwinning’ noemt, is het niet bindend voor andere gastouders. ‘Voor elke gastouder kunnen de omstandigheden dusdanig anders zijn, dat er steeds opnieuw moet worden gekeken naar de zelfstandigheid. Maar het positieve aan deze uitspraak is dat het ingaat tegen het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die stelde dat een gastouder per definitie niet als zelfstandig ondernemer aangemerkt kan worden.’ Het gastouderbureau zou volgens dat Hof de gastouder zijn zelfstandigheid ontnemen. ‘Nu het Hof Den Haag heeft vastgesteld dat de invloed van het gastouderbureau beperkt is, maakt dat het verschil.’

Volgens de Belastingdienst en Platform Gastouderopvang lopen er nog tien zaken, waarin de gastouder voor zelfstandig ondernemerschap pleit. ‘Wij volgen die zaken op de voet’, besluit Dekkers.

Het gastouderschap voldoet ook aan de criterium voor zelfstandigen die de Hoge Raad stelt, daarom vinden wij het belangrijk dat gastouders ook deze erkenning krijgen’, stelt Gijs Steijsiger. ‘Wij hebben inmiddels 86 argumenten die wij tijdens een zitting kunnen aandragen voor het zelfstandig ondernemerschap van de gastouder.’ Lees meer

‘Betrokken vader vermindert kans op overgewicht’

donderdag, juni 29th, 2017

Dat stellen Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Obesity. Wanneer de vader een rol speelt bij het verzorgen en opvoeden van het kind, heeft het kind volgens de onderzoekers minder kans om overgewicht te krijgen, meldt nu.nl.

Gezondheid

‘Er komt steeds meer bewijs voor het feit dat het belangrijk is dat vaders een rol spelen in het leven van hun kinderen. Onze studie laat zien dat deze inmenging van de vader zelfs gezondheidsvoordelen voor het kind kan hebben’, zegt onderzoeker Michelle Wong.

Buitenspelen

Bij kinderen van wie de vader regelmatig mee gaat met buitenspelen en beweegactiviteiten, neemt de kans op overgewicht met dertig procent af. Zelfs het aankleden en wassen van een kind door vaders zorgt volgens het onderzoek voor 33 procent minder kans op overgewicht.

Rol vader

‘In onze studie werd alleen gekeken naar de rol van de vader. In vervolgonderzoek is het van belang dat ook de rol van de moeder bij de analyse wordt betrokken’, aldus Wong. De onderzoekers hopen dat de bevindingen een aanmoediging zijn voor vaders om meer betrokken te zijn bij het opvoeden van hun kind(eren).

Lees hier het artikel met een overzicht van de resultaten >>

Bron: nu.nl

Agressie bij peuters door afwijkende werking zenuwstelsel

donderdag, juni 29th, 2017

Pedagoog Jill Suurland onderzocht de neurobiologische, emotionele en cognitieve factoren van agressief gedrag bij jonge kinderen, meldt Universiteit Leiden.

Boosheid en frustratie

Bij kinderen die moeite hebben met het reguleren van hun impulsen en emoties als boosheid en frustratie, is de coördinatie binnen het autonome zenuwstelsel verstoord. Het sympatisch en het parasympathisch zenuwstelsel werken niet goed samen. In reactie op stress verhoogt het sympathisch zenuwstelsel de ademhaling en de hartslag, en neemt de activiteit binnen het parasympathisch zenuwstelsel af. Maar bij deze kinderen werkt dat mechanisme gebrekkig; het sympathisch en parasympathisch zenuwstelsel zijn tegelijkertijd actief of juist geremd.

Problematisch gedrag

Roken, psychische problemen en veel stress bij de zwangere moeder versterken het problematische gedrag van de kinderen. ‘Dit inzicht is belangrijk voor een vroegtijdige en adequate behandeling van deze kinderen, benadrukt Suurland. Kinderen die agressief zijn in de peutertijd, kunnen vervallen in crimineel gedrag, hebben meer kans op slechte schoolprestaties en depressies. Suurland pleit voor hulp aan zwangere vrouwen met een hoog risicoprofiel via (preventieve) interventieprogramma’s.

Reminder : Tijdig uren indienen, accorderen en de factuur voldoen tijdens de “Zomervakantie”

dinsdag, juni 27th, 2017

GASTOUDER UITGELICHT : GASTOUDER TAMARA UIT SCHUILENBURG/RANDENBROEK

dinsdag, juni 27th, 2017

Hiervoor heb ik in de kinderopvang gewerkt bij verschillende werkgevers en daarnaast als vrijwilliger gewerkt bij de Wereldwinkel. In de reguliere opvang merkte ik dat de kinderen te weinig aandacht en liefde kregen. Tijdens de laatste week van mijn zwangerschapsverlof ben ik begonnen als gastouder…….Klik hier om mijn hele profiel te lezen!

Hitteplan

dinsdag, juni 27th, 2017

Hierbij alvast enkele tips om warmte-overlast te beperken:

  • Bied de kinderen vaak te drinken aan, bij voorkeur water. Het is belangrijk om te drinken vóórdat je dorst hebt. Houd daarom in de gaten of de kinderen voldoende drinken. Om de allerkleinsten genoeg te laten drinken kun je bijvoorbeeld extra water aan de melkproducten toevoegen.
  • Laat kinderen niet te lang in de zon spelen en smeer kinderen in met zonnebrandcrème. Zorg ook voor extra schaduw op het speelplein, met bijvoorbeeld schaduwdoeken of zonnezeilen en parasols.
  • Plan geen intensieve bewegingsactiviteiten, pas het spel aan. Zoek daarbij de koelste plek op, in of rond het gebouw. Soms is het binnen prettiger te vertoeven dan buiten.
  • Zoek verkoeling met waterspelletjes en zwembadjes. Plaats deze in de schaduw en zorg dat er altijd toezicht is. Ververs het water iedere dag.
  • Wees alert op insecten, vermijd plakkerige handen en gezichten. Het is beter om limonade niet buiten te schenken.
  • Laat kinderen enkel in een rompertje (met luier) onder een lakentje slapen.

Kijk voor meer tips en informatie in de Kiddi-app of klik hier voor de uitgave van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid over Binnen- en buitenmilieu in de kinderopvang.

Kabinet start onderzoek naar dalende vaccinatiegraad

dinsdag, juni 27th, 2017

Deze dalende vaccinatiegraad vergroot het risico op toekomstige uitbraken, met name van het zeer besmettelijke mazelen. De licht dalende trend geldt voor alle vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma voor zuigelingen, kleuters en schoolkinderen. Dat melden verschillende media.

Angst voor vaccinatie

‘De onderzoekers moeten zich onder andere buigen over de vraag wat de beste manier is om ongegronde angst voor vaccinaties weg te nemen’, schrijft minister Edith Schippers (Volksgezondheid) aan de Tweede Kamer. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) neemt het risico op een mazelenuitbraak toe met een dalende vaccinatiegraad. Het RIVM verwacht in Nederland geen uitbraak op korte termijn, aangezien nog steeds bijna 95 procent van de bevolking is ingeënt tegen mazelen.

Maatschappelijke trends

De terugloop in Nederland steekt nog altijd gunstig af bij veel andere Europese landen, maar er is geen verklaring voor, meldt Schippers in haar brief. Ze vraagt zich af of die samenhangt met maatschappelijke trends. Zogenoemde ‘criticasters’ die zich verzetten tegen vaccins en deze verdacht maken, roeren zich de laatste jaren steeds meer.

Norm

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) streeft naar een vaccinatiegraad van 95 procent voor de eerste en tweede mazelenvaccinatie. Die norm wordt in Nederland nu niet gehaald. De conclusies uit het onderzoek van de sociale wetenschappers worden in december verwacht.

Moeilijk eten bij peuters vaak tijdelijke fase

dinsdag, juni 27th, 2017

Hoewel aardig wat kinderen op jonge leeftijd moeilijke eters zijn, was er weinig bekend over de oorzaken, het beloop en de gevolgen van dit gedrag. In zijn promotieonderzoek ‘Trajectories of Picky Eating. From normal rite of passage to a developmental problem’ heeft Sebastian, manager en psychiater bij Lucertis in Rotterdam, onderzocht wat de oorzaken en gevolgen (kunnen) zijn van moeilijk eten bij kinderen.

Fase

Vaak wordt gezegd dat het een fase is en dat het vanzelf overgaat. Maar picky eating kan ook leiden tot een verslechterde voedingstoestand, wat kan leiden tot vertraging in lengtegroei en gewichtstoename. Wanneer is het een normale fase in de ontwikkeling en wanneer leidt het tot lichamelijke en/of psychische gezondheidsklachten bij het kind?

Vaak voorkomend probleem

Het promotieonderzoek bevestigt dat picky eating een vaak voorkomend probleem is bij jonge kinderen: 26,5% op 1,5 jaar en 27,6% op 3-jarige leeftijd.  Daarna neemt het af: 13,2% op 6-jarige leeftijd. Voor een deel van de lastige eters gaat deze fase dus vanzelf over. Professionals kunnen ouders daarover geruststellen. Een kleine groep kinderen (4%) blijft de eetproblemen houden. Deze kinderen hebben een iets verhoogde kans op pervasieve ontwikkelingsproblemen.

Toekomstig onderzoek

Door middel van toekomstig onderzoek moet gekeken worden of op jongere leeftijd risicofactoren geïdentificeerd kunnen worden die persistentie van picky eating problemen voorspellen. Ook is meer follow-up onderzoek nodig om te zien hoe het picky eating gedrag bij kinderen zich ontwikkelt in de adolescentie en volwassenheid.

Kinderen in Rotterdam

De meeste studies die Sebastian in zijn promotieonderzoek heeft betrokken, waren ingebed in Generation R, een onderzoek van het Erasmus MC dat de groei, ontwikkeling en gezondheid van opgroeiende kinderen in Rotterdam onderzoekt. Deze kinderen worden gevolgd vanaf de vroege zwangerschap met jaarlijkse meetmomenten.

Lees hier de volledige samenvatting van het onderzoek >>

Bijna 60.000 kinderen extra in de opvang

donderdag, juni 8th, 2017

De Belastingdienst keerde in 2016 voor 823 duizend kinderen kinderopvangtoeslag uit, terwijl het in 2015 nog om 764 duizend kinderen ging. De buitenschoolse opvang ving 441 duizend kinderen op, de dagopvang 437 duizend kinderen. Het gaat om formele opvang in een kindercentrum of via een geregistreerd gastouderbureau. Sinds de invoering van de Wet kinderopvang in 2005 lag het aantal toeslagontvangers niet zo hoog. Gemiddeld ontvingen zij 3 760 euro, 340 euro meer dan in 2015. De stijging van het aantal kinderen in de dagopvang wordt deels verklaard door de omvorming van peuterspeelzalen naar kinderopvanglocaties.

Een derde van de opvangkosten

Bij de invoering van de Wet kinderopvang was het uitgangspunt dat de overheid, de werkgevers en ouders elk een derde deel van de opvangkosten zouden betalen. In 2016 betaalden ouders gemiddeld 32 procent van de opvangkosten. In 2015 was dat nog 37 procent. In 2008 was de ouderbijdrage naar verhouding het laagst (19 procent van de opvangkosten).

Uren

De meeste toeslag wordt uitgekeerd voor de dagopvang. Daar brengen kinderen ook de meeste tijd door. In 2015 verbleven kinderen jaarlijks gemiddeld 730 uur in de dagopvang en 370 uur in de buitenschoolse opvang. Kinderen in de Randstad brachten de meeste tijd door in de dagopvang: in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht gemiddeld meer dan 800 uur. In de gemeenten Naarden, Amsterdam, Wassenaar, Amstelveen, Den Haag en Rotterdam was dit zelfs meer dan 1 000 uur. Kinderen in Drenthe, Overijssel, Friesland en Zeeland maakten minder intensief gebruik van de dagopvang, gemiddeld minder dan 600 uur.

Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang

donderdag, juni 8th, 2017

De kwaliteitsmeting

Op basis van een steekproeftrekking bezoeken we dit jaar 176 kinderopvanglocaties. Om goed zicht te krijgen op de kwaliteit van deze locaties, maken we gebruik van wetenschappelijk gevalideerde observatie-instrumenten, vragenlijsten, interviewleidraden en videomateriaal. Er wordt gekeken naar professionalisering, groepsprocessen, diversiteit en naar het welbevinden en de betrokkenheid van de (individuele) kinderen. We rapporteren de bevindingen aan het ministerie van SZW en aan het werkveld.

Wat verandert er?

  • Voortaan wordt de kwaliteit van de kinderopvang jaarlijks onderzocht.
  • De meting richt zich niet alleen op kinderdagverblijven (inclusief de babyopvang), peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang, maar (voor het eerst) ook op de gastouderopvang.
  • Naast het bekende instrumentarium, worden er nieuwe instrumenten gebruikt om de kwaliteit te meten.
  • Alle deelnemende locaties krijgen een rapportage van het onderzoek op de eigen locatie, met tips en tops.

 

Wij zien uit naar een vruchtbare samenwerking met een ieder die de kinderopvang in Nederland een warm hart toedraagt.

Kwaliteit kinderopvang naar een hoger niveau

woensdag, mei 31st, 2017

Daardoor kan iedereen vanaf volgend jaar terecht bij kwalitatief hoogstaande kinderopvang en peuterspeelzalen. Minister Asscher van Sociale Zaken: ,,Het moet niet uitmaken of je ouders arm of rijk zijn. Alle kinderen verdienen het om al vroeg samen te kunnen spelen en daarbij ook spelenderwijs te leren. Dat geeft ze niet alleen veel plezier, maar daarna ook een goede start op de basisschool.’’

De kwaliteit van de kinderopvang en de peuterspeelzalen gaat verder omhoog. Voor allebei gaan nu dezelfde kwaliteitseisen gelden. Daarmee maakt het voor peuters niet meer uit waar ze naartoe gaan.

De opvang van baby’s wordt beter. Er komen meer leidsters per baby. Dat wordt één leidster per drie baby’s. Nu is er nog één leidster op vier baby’s.

Er komt ook meer aandacht voor de ontwikkeling van kinderen. Zo krijgen alle kinderen een mentor. Alle medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzalen moeten goed Nederlands kunnen spreken. Voor hen komen er taaleisen.

Deze nieuwe wetten kunnen rekenen op een breed draagvlak. Daarover is vorig jaar het Akkoord Innovatie en Kwaliteit kinderopvang gesloten door minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de Brancheorganisatie Kinderopvang, Sociaal Werk Nederland (de vroegere MO-groep) en BMK, ouderorganisatie Boink, de FNV en het CNV.

De wetten treden naar verwachting per 1 januari 2018 in werking.

GASTOUDER UITGELICHT : GASTOUDER SHARON UIT ROTTERDAM

maandag, mei 29th, 2017

Ik ben zelfstandig en ik geef duidelijk aan wat ik wil. Ik ben echt een gezelligheidsmens. Ik heb graag mijn familie en vrienden om mij heen. Ik kom uit een warm gezin; mijn moeder, stiefvader en mijn tweelingbroertjes. Ik ben liefdevol en netjes opgevoed. Ik spreek goed ABN….Klik hier om mijn hele profiel te bekijken

Kinderopvang kan ouders met andere werktijden ontlasten

maandag, mei 22nd, 2017

Melissa Verhoef promoveert op 19 mei aan de Universiteit Utrecht met een onderzoek over kinderopvang, werktijden van ouders en de invloed van deze combinatie op het welzijn van ouders en kinderen. Aanleiding voor haar onderzoek is de opkomst van de 24/7 economie waarin steeds meer mensen buiten kantoortijden werken.  Hoe worden gezinnen hierdoor beïnvloed? Om dit te onderzoeken hebben meer dan 350 Nederlandse ouders een enquête ingevuld.  ‘Deze enquête ging over uiteenlopende onderwerpen, zoals het werk van ouders, hun welzijn en dat van hun kinderen, maar ook over het gebruik van kinderopvang en de relatie die ouders met de kinderopvangprofessional hebben.

Moeders met andere werktijden

Als eerste viel het Verhoef op dat ouders die buiten kantoortijden werken minder gebruikmaken van formele en informele kinderopvang. Zij zorgen dus al met al meer zelf voor hun kinderen, vooral als het de moeder is die buiten kantoortijden werkt. Verhoef: ‘Maar de kanttekening is dat als gezinnen geen kinderopvang gebruiken, moeders die buiten kantoortijden werken zich een stuk neerslachtiger voelen dan moeders die binnen kantoortijden werken. De grote vraag is: hoe kan dit? Komt de zorg van het gezin, wanneer ouders buiten kantoortijden werken, meer bij moeders te liggen en ervaren ze daar te veel druk van? Het zou interessant zijn om dit verder te onderzoeken.’

Vaders met andere werktijden

Bij vaders geeft het gebruik van kinderopvang direct verlichting, vooral als zij buiten kantoortijden werken. Uit de enquête van Verhoef bleek dat vaders meer psychologisch welzijn ervaren zodra zij avonden, nachten of weekenden werken en er gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. ‘Zo blijft er voor vaders waarschijnlijk meer qualitytime over waarin ze echt tijd kunnen besteden aan hun gezin’, vermoedt Verhoef. Toch is het voor veel ouders die buiten kantoortijden werken nog altijd niet vanzelfsprekend om kinderopvang te vinden. ‘De maatschappij is toch nog steeds vooral ingericht op kantoortijden en dat geldt ook voor kinderopvang. En dan is er nog een groep ouders dat daarnaast niet of weinig kan terugvallen op informele kinderopvang’, vertelt Verhoef. Zij ziet wat dat betreft wel kansen voor meer aanbod van kinderopvang buiten kantoortijden om deze ouders te ontlasten.

Relatie ouder/professional

Voor het onderzoek bekeek de promovenda ook wat de invloed is van een positieve relatie tussen ouder en kinderopvangprofessionals op het welzijn van kinderen. Die invloed is groot. Dat laat volgens Verhoef zien hoe belangrijk het is dat ouders in deze relatie investeren en andersom: professionals in een goede relatie met ouders. ‘Ouders waren over het algemeen zeer tevreden over hun relatie met de medewerkers van de kinderopvang. Vooral het wederzijdse respect tussen ouders en medewerkers werd positief beoordeeld, net zoals de ruimte om bezorgde gevoelens te kunnen bespreken op de opvang. ‘

Welzijn kind

Er liggen nog kansen om te investeren in een positief contact tussen ouders en kinderopvangprofessionals. Verhoef zou graag zien dat beroepsopleidingen niet alleen benadrukken dat het goed is om te investeren in een goede relatie met ouders, maar ook het verband leggen met het welzijnsgevoel van kinderen. Ten tweede kunnen kinderopvangmedewerkers meer worden gewezen op het belang van de relatie met ouders, bijvoorbeeld door middel van training. Ten derde kunnen ouders er meer bewust van gemaakt worden hoe de relatie die zij hebben met medewerkers van de kinderopvang van belang is voor het welzijn van hun kind.

In het meinummer van tijdschrift Management Kinderopvang kunnen abonnees een uitgebreid artikel lezen van Melissa Verhoef waarin zij meer ingaat op het tweede deel van haar onderzoek: het belang van een goede verstandhouding tussen kinderopvangprofessional en ouder voor het welzijn van het kind.

Lees hier de Nederlandstalige samenvatting van het promotieonderzoek van Melissa Verhoef:

‘Kleuters kunnen al echt onderzoeken’

maandag, mei 22nd, 2017

Kinderen in groep 1 en 2 kunnen een experiment zo opzetten en uitvoeren dat van de uitkomst geleerd kan worden, in plaats van dat de kleuters ‘maar wat doen’, zoals eerdere onderzoek wel concludeerden. Ook kunnen kleuters bewijzen evalueren om tot de juiste conclusie te komen, al hebben ze daar soms wel wat hulp bij nodig.

Onderzoekend leren

Joep van der Graaf deed een van de eerste systematische onderzoeken naar ‘onderzoekend leren’. Van der Graaf: ‘Dan heb je het over een vraag als: wat zorgt ervoor dat deze hoge toren niet omvalt. Bij ontwerpend leren zou je het kind vragen: maak een hoge toren.’

Knikkerbaan

Voor zijn promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit ontwierp Van der Graaf een dubbele knikkerbaan met vier variabelen waarmee kleuters verschillende vragen konden onderzoeken. Bijvoorbeeld welke knikker verder komt: een zware of een lichte. Hij spitste zijn aanpak toe op de kleuterleeftijd: de kleuters konden de knikkerbanen zelf instellen, de variabelen van de knikkerbanen werden expliciet benoemd en de kinderen mochten het materiaal vooraf bevoelen. Van der Graaf deed het onderzoek op scholen bij honderd kleuters, die elk drie keer werden getest.

Systematisch

Van der Graaf: ’Sommige kinderen gingen meteen systematisch aan het werk en begrepen kennelijk dat je de helling van de banen gelijk moet houden wil je een goede conclusie kunnen trekken. Door uitleg te geven over wat er wel of niet goed ging aan kinderen die niet vanzelf systematisch werken, kunnen ze tijdens het onderzoek leren over hoe je experimenten moet doen.’

Werkgeheugen

Van der Graaf ontdekte dat kleuters met betere zelfcontrole en een beter werkgeheugen, en kleuters met betere grammaticale vaardigheden, gemiddeld betere experimenten kunnen opzetten en beter conclusies kunnen trekken. ‘Voor woordenschat vond ik zo’n verband niet, wat op zich verrassend is omdat dat vaak als een maat voor intelligentie wordt gezien.’

Speciaal basisonderwijs

Tijdens onderzoek in het speciaal basisonderwijs vond Van der Graaf aanwijzingen dat deze moeilijk lerende kinderen óók wetenschappelijke vaardigheden ontwikkelen, alleen langzamer dan de kleuters op de ‘gewone’ basisschool.

Na het afronden van zijn promotieonderzoek is Van der Graaf nu bezig met vergelijkbaar onderzoek dat is gericht op kinderen vanaf groep 6. Hij werkt ook aan twee projecten met een digitale leeromgeving om onderzoekend te leren.

Klik hier voor de samenvatting van het onderzoek en de bijbehorende filmpjes.

‘Opvoedstijl verzorgers bepalend voor overgewicht’

dinsdag, mei 16th, 2017

Dat blijkt uit onderzoek door Roxanna Camfferman aan de Universiteit Leiden. Het doel van het proefschrift, waarmee zij op 23 mei promoveert, was om mogelijke risicofactoren voor overgewicht in de vroege kindertijd te ontdekken, die als basis kunnen worden gebruikt voor het ontwikkelen van opvoedinterventies voor het verminderen van overgewicht.

Avondmaaltijd

Tijdens het onderzoek werden observaties gedaan van de avondmaaltijd bij gezinnen thuis. Daarnaast werden vragenlijsten ingevuld over het gedrag van de kinderen en de opvoedingsstijlen van de ouders.

Gedragsproblemen

Geconcludeerd werd dat gedragsproblemen in de vroege kindertijd (1 ½ tot 3 jaar) een risico vormen voor overgewicht op latere leeftijd. Ook geven de resultaten aan dat de ideeën en gevoelens die een moeder of verzorger heeft ten opzichte van een gezonde levensstijl voor het kind van belang zijn voor de voedingsgerelateerde opvoedpraktijken. Een positieve houding ten opzichte van gezond leven hing samen met meer ongewenste opvoedpraktijken, zoals overmatig controle uitoefenen.

Behoeften kind

Ook werd aangetoond dat kinderen van 4 tot en met 6 jaar waarbij niet goed gereageerd werd op de behoeften van het kind een hoger risico hebben op overgewicht. Reacties van de omgeving tijdens de maaltijd spelen ook een rol.

Lees hier de samenvatting van het onderzoek.

Kamer wil ‘onomkeerbare stappen’ Asscher voorkomen

dinsdag, mei 16th, 2017

Dit blijkt uit het op 9 mei genomen Tweede Kamerbesluit tijdens de procedurevergadering SZW, meldt Brancheorganisatie Kinderopvang.

De Brancheorganisatie Kinderopvang maakt hieruit op dat de zorgen uit de sector serieus worden genomen door de Tweede Kamer.

Klik hier voor de besluitenlijst van de procedurevergadering op 9 mei (agendapunt 12).

Meeste meldingen continue screening uit gastouderopvang

dinsdag, mei 16th, 2017

Deze cijfers werden gemeld in het verslag van een schriftelijke overleg met daarin vragen die werden gesteld aan demissionair minister Asscher (SZW).

Een signaal betekent dat er sprake is van een bijschrijving in de justitiële documentatie van de medewerker, wat ertoe leidt dat een medewerker niet meer in aanmerking komt voor een nieuwe Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) voor een functie in de kinderopvang.

Veroordeling

Hoewel niet bekend is of de signalen hebben geleid tot een strafrechtelijke veroordeling, heeft het er in bijna alle gevallen toe geleid dat deze personen niet meer in contact staan met de opgevangen kinderen.

Huisgenoot

Hubèr Agterberg, algemeen directeur van gastouderbureau Viaviela: ‘In zo’n geval kan de opvang niet meer plaatsvinden, tenzij de huisgenoot wordt uitgeschreven op dat adres.’ Agterberg spreekt van een sluitend protocol. ‘Op het moment dat er een signaal bij justitie binnenkomt, worden de toezichthouder, het gastouderbureau en de gastouder ingelicht en worden er stappen ondernomen om veilige opvang te garanderen.’

Frequente bezoekers

Behalve huisgenoten komt er ook aandacht voor frequente bezoekers van de gastouder. ‘Het feit dat er nagedacht wordt om de veiligheid te vergroten vinden wij goed. Helemaal als deze dingen worden opgenomen in het personenregister volgend jaar’, stelt Agterberg. Hoe deze veiligheidsmaatregelen gecontroleerd gaan worden is lastig om te zeggen. ‘Controleerbaarheid is vaak een tweede. Je kunt dingen niet uitsluiten, maar wel het bewustzijn vergroten. Het personenregister gaat er zeker bij helpen om de veiligheid te vergroten.’

Hoeveel kinderen mag een gastouder eigenlijk opvangen?

donderdag, mei 11th, 2017

Vooruitgang in dossier zelfstandigheid gastouders

maandag, mei 8th, 2017

In augustus 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een gastouder niet aangemerkt als ondernemer voor de inkomstenbelasting, omdat zij onvoldoende zelfstandig zou zijn. Sindsdien is er onder gastouders die hun inkomsten aangeven als winst uit onderneming onzekerheid over de juistheid van hun belastingaangifte. Er is vooruitgang in dit dossier. Op 10 april jl. heeft de Rechtbank van Breda de inkomsten van een gastouder aangemerkt als winst uit onderneming. Daarnaast heeft de Belastingdienst de motivering van de brancheorganisaties voor het aanmerken van gastouders als zelfstandige aangemerkt als pleitbaar standpunt.

Vonnis rechtbank Breda

De Rechtbank Breda heeft op 10 april geoordeeld dat werkzaamheden van een gastouder wel degelijk als winst uit onderneming zijn aan te merken. ‘Gelet op het wettelijk stelsel van gereguleerde kinderopvang is belanghebbende nu eenmaal verplicht om haar werkzaamheden als gastouder door tussenkomst van een gastouderbureau te verrichten.’ Dat wil dan niet zeggen dat de gastouder onvoldoende zelfstandig is. Verder oordeelt de rechtbank dat de ouders de opdrachtgever van de gastouder zijn en niet het gastouderbureau. De met het gastouderbureau gesloten overeenkomst is aan te merken als een bemiddelingsovereenkomst. Het staat de gastouder vrij om deze ook met andere gastouderbureaus te sluiten of om op te zeggen, aldus de rechtbank.

Kenmerken zelfstandig ondernemer

De Rechtbank Breda oordeelt dus dat indien de taken van het gastouderbureau zich beperken tot de wettelijk verplichte taken en de gastouder verder aan alle kenmerken van een zelfstandig ondernemer voldoet, de inkomsten van de gastouder als winst uit onderneming kunnen worden aangemerkt. Het is nog niet duidelijk of de Belastingdienst in beroep gaat tegen dit vonnis.

Gesprekken Belastingdienst

De Belastingdienst beoordeelt het fiscaal ondernemerschap altijd per geval, ook bij gastouders. Daarnaast speelt jurisprudentie een rol, zoals de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Eerder dit jaar heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de Belastingdienst en de brancheorganisaties voor kinderopvang en gastouderopvang over de gevolgen van deze bewuste uitspraak. Naar aanleiding hiervan hebben de brancheorganisaties schriftelijk uiteengezet waarom gastouders ook binnen het huidige wettelijk kader voldoende zelfstandig kunnen zijn. De landelijk vaktechnisch coördinator inkomstenbelasting van de Belastingdienst heeft de motivering van de brancheorganisaties inmiddels aangemerkt als pleitbaar standpunt. Dat de motivering van de brancheorganisaties als pleitbaar standpunt wordt gezien, betekent dat een rechter mogelijk tot een ander oordeel kan komen op het punt van de invloed van de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen op de zelfstandigheid dan het Hof Arnhem-Leeuwarden.

Casus

De brancheorganisaties zoeken nu met de Belastingdienst naar een geschikte casus waarbij de zelfstandigheid van de gastouder ten opzichte van het gastouderbureau ter discussie staat. Deze casus zal vervolgens voorgelegd worden aan de rechter. Mogelijk wordt bovenstaande casus – in hoger beroep bij het gerechtshof – hiervoor geselecteerd.

Bron: VGOB en Brancheorganisatie Kinderopvang

2016 hersteljaar voor de kinderopvang

maandag, april 10th, 2017

Dit blijkt uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken van zowel het vierde kwartaal als het volledige jaar 2016. Het aantal kinderen dat naar de bso ging lag in 2016 op 314.000, de dagopvang ontving 268.000 kinderen en nog eens 116.000 kinderen gingen naar de gastouderopvang. In al deze opvangvormen was sprake van groei in 2016.

Minder uren

Daar staat tegenover dat kinderen gemiddeld wel minder uren naar de kinderopvang gaan. In 2016 was dit per kind gemiddeld 57,3 uur. Dit was het jaar ervoor (2015) nog 58,1 uur. Vooral in kinderdagverblijven nam het aantal uren af, maar dat komt doordat peuterspeelzalen werden omgevormd tot kinderdagverblijven. Daar wordt gewerkt met dagdelen opvang in plaats van hele dagopvang waardoor het gemiddeld aantal uren in de dagopvang daalde. Opvallend is dat het aantal uren per kind (0-3 jaar) in de gastouderopvang juist steeg in 2016 met een half uur per maand.

Werkende moeders

Demissionair minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher reageert enthousiast op de toename van het gebruik van kinderopvang. ‘Het is fantastisch om te zien dat er steeds meer moeders werken en dat hun kinderen het dan tegelijkertijd naar hun zin hebben op de opvang.’ Voor het kabinet is de koppeling met de arbeidsmarkt een belangrijk thema. Ook daar zijn groeicijfers te zien. Het aantal werkende ouders stijgt. Het percentage werkende vrouwen tussen de 15-75 jaar is nog niet op het niveau van voor de bezuinigingen in de kinderopvang en de economische crisis, maar stijgt wel tot 60,9 procent. In 2015 was dit nog 59,6 procent. Opvallend is ook de sterke stijging van het aantal werkende alleenstaande moeders: van 59,5 procent in 2015 naar 62,2 procent in 2016.

Werkende vaders

Het gemiddeld aantal gewerkte uren van vrouwen en moeders met jonge kinderen laat na jaren stabiliteit een lichte groei zien. Vrouwen werkend gemiddeld 25,6 uur per week. Bij mannen is de arbeidsparticipatie redelijk constant gebleven in 2016 ten opzichte van 2015. Maar het is nog niet op het niveau van 2011/2012.

Uurtarieven

Wat betreft de uurtarieven, zitten alle kinderopvangvormen boven het maximum uurtarief voor kinderopvangtoeslag. Bso’s zitten er gemiddeld 39 eurocent boven met een uurtarief van € 6,81 de dagopvang 8 eurocent met een uurtarief van € 6,97, in de gastouderopvang ligt het gemiddelde uurtarief 10-12 cent hoger dan wat er aan kinderopvangtoeslag vergoed wordt. Voor gastouderopvang voor kinderen van 0-3 jaar wordt € 5,65 gerekend en voor 4-12 jarigen is dit € 5,62. In 2016 was het verschil tussen het maximum tarief en de uurtarieven voor de dagopvang en de bso iets groter dan voorgaande jaren. Bij de gastouderopvang blijft dit stabiel.

Groei dagopvanglocaties

Natuurlijk steeg het aantal dagopvang-locaties, mede door de omvorming van peuterspeelzalen naar dagopvang in het kader van de harmonisatie. In totaal kwamen er 768 kinderdagverblijven bij in 2016. Het aantal bso’s steeg met 230 locaties. Bij de gastouderopvang blijft de daling van het aantal opvanglocaties doorzetten. In 2016 in totaal met 919 locaties waardoor het totaal aantal gastouders op 33.585 uitkomt.

Ruim 700.000 kinderen naar opvang

maandag, april 10th, 2017

In het 4e kwartaal van 2016 gingen er 277.000 naar de dagopvang en 325.000 naar de buitenschoolse opvang. 65.000 kinderen van 0 tot en met 3 jaar gingen naar een gastouder, net als 54.000 kinderen tussen de 4 en 12 jaar. Sommige kinderen maken gebruik van meerdere vormen van opvang.

Dat er meer gebruik is gemaakt van kinderopvang komt vooral door de aantrekkende economie en de hogere kinderopvangtoeslag. Steeds meer vrouwen en mannen met kinderen werken.

Vrouwen werken gemiddeld ruim 25 uur per week. Moeders met jonge kinderen tot en met 11 jaar nog iets meer.

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: ‘,Het is fantastisch om te zien dat er steeds meer moeders werken en dat hun kinderen het dan tegelijkertijd naar hun zin hebben op de opvang.’’

Over het hele jaar 2016 gingen er gemiddeld 682.000 kinderen naar de opvang. In 2015 waren dat er 639.000 en in 2014 620.000.

In 2016 zijn er 768 centra voor dagopvang bijgekomen. Er zijn er nu 7499. Dat zijn er 11,4 procent meer dan in 2015. Dat hangt onder meer samen met de omvorming van peuterspeelzalen naar kinderopvanglocaties.

Ook het aantal locaties voor buitenschoolse opvang is in 2016 met 230 toegenomen. Daar zijn er nu 6648 van.

Er zijn nu 919 minder gastouders dan begin 2016. Bij de gastouderopvang daalt het aantal plaatsen al jaren.

Lees hier het 4e kwartaalrapportage 2016 kinderopvang.

 

Kiddi App over infectieziekten

dinsdag, maart 28th, 2017

De app is ontwikkeld door GGD Gelderland-Zuid, Hogeschool Arnhem en Nijmegen en het RIVM. De informatie in de app is gebaseerd op de richtlijn voor kindercentra van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV), onderdeel van het RIVM.

De app is geschikt voor smartphones en tablets en is gratis te downloaden in de App Store en Play Store.

Voor meer informatie, zie deze flyer.

Heeft u behoefte aan een (extra) infectieziektenschema met daarop de meest voorkomende kinderziekten, vraag het bij ons aan via onderstaand mailadres. U krijgt dan het schema op stevig papier toegestuurd. Handig voor op de groep.

Heeft u vragen, neemt u dan contact op met het team infectieziektebestrijding van GGD IJsselland.

Vriendelijke groet,

Team Infectieziektebestrijding
GGD IJsselland.
T  038-4281656

infectieziekten@ggdijsselland.nl

Factsheet over Gastouder aan huis

donderdag, maart 23rd, 2017

Als gastouder aan huis ben je eigenlijk in dienst van de vraagouder. Dat is een andere  situatie dan wanneer ouders hun kinderen bij jou aan huis brengen. In het eerste geval val je onder de Regeling dienstverlening aan huis. In het tweede geval niet. De Regeling dienstverlening aan huis is bedoeld om mensen die bij anderen thuis aan het werk zijn,  rechten te geven. De dienstverlening kan bestaan uit huishoudelijke klussen, de verzorging van huisdieren, boodschappen doen en andere klussen in en om huis. Het opvangen van kinderen als gastouder valt hier ook onder. Vraagouders kunnen in een overeenkomst precies zeggen welke werkzaamheden zij van de gastouder verwachten.

Drie dagen

Als gastouder mag je in deze constructie maximaal drie dagen per week voor een vraagouder werken. Er is geen maximum van het aantal uur. Ook al werkt een gastouder maar één uur, dan telt dat toch als een hele gewerkte dag. Ouders betalen minimaal een wettelijk minimumloon aan de gastouder en vaak ook bemiddelingskosten aan het gastouderbureau. Gastouders worden niet rechtsreeks betaald. Dit gebeurt via het gastouderbureau.

Doorbetalen loon

Net als werkgevers, betalen vraagouders bij gastouderopvang aan huis een vakantietoeslag van 8 procent en wordt het wettelijk aantal vakantiedagen doorbetaald. Als een gastouder ziek wordt, moet de vraagouder het loon zes weken doorbetalen (ten minste 70 procent van het loon). Als de gastouder ziek is en er vindt geen kinderopvang plaats, vervalt het recht op kinderopvangtoeslag. Is er een vervangende gastouder, dan heeft de ouder voor die uren opvang wel recht op kinderopvangtoeslag. Maar over de kosten van de zieke gastouder wordt geen kinderopvangtoeslag betaald.

Contract afsluiten

Gastouders aan huis sluiten zelf een contract af met de vraagouder. Hierin staat de opzegtermijn, de afgesproken uurprijs, het recht op vakantietoeslag van 8 procent, loondoorbetaling van het wettelijk aantal vakantiedagen en doorbetaling bij ziekte. Volledig werkgeverschap is het niet, want er zijn verder geen administratieve verplichtingen. Zo hoeven vraagouders geen loonheffing en sociale premies in te houden op de vergoeding die aan gastouders wordt betaald. Ook hoeven zij nergens op te geven dat iemand voor hen werkt.

Veilige werkomgeving

Wel belangrijk is dat de woning van de vraagouder waar de opvang plaatsvindt, is goedgekeurd door de GGD. De werkomgeving moet niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de gastouder veilig en gezond zijn. Andere arbeidsvoorwaarden zijn dat een gastouder maximaal 12 uur per dienst mag werken. Bij een werkdag langer dan 10 uur, heeft de gastouder recht op 45 minuten pauze. Ouders moeten zich ook realiseren dat zij aansprakelijk gesteld kunnen worden voor bedrijfsongevallen en beroepsziekten.

Arbeidsovereenkomst opzeggen

Is een vraagouder niet tevreden over de gastouder, dan kan hij/zij de arbeidsovereenkomst met een gastouder opzeggen. Daarvoor hoeft een gastouder niet eerst toestemming te geven. Er moet wel een geldige reden worden gegeven voor het opzeggen van een overeenkomst. Als een gastouder niet voldoende functioneert, dan moet de vraagouder een goed dossier hebben opgebouwd en eventuele herplaatsingsmogelijkheden hebben bekeken.

Verzekering en regelingen

Voor de gastouder is het belangrijk dat ze niet verplicht is om zich te verzekeren voor werknemersverzekeringen. Dit kan wel vrijwilliger gedaan worden, zodat er aanspraak gemaakt kan worden op de Ziektewet, Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Werkloosheidswet (WW). De gastouder moet zelf inkomstenaangifte doen bij de Belastingdienst. Verder kan een gastouder aan huis in aanmerking komen voor de verlofregeling uit de Wet arbeid en zorg. Is ze zwanger, dan kan ze aanspraak maken op een speciale uitkering.

Bekijk hier de factsheet Gastouder aan huis van BOinK

Mogelijk nieuwe rechtbankprocedure gastouders

maandag, maart 20th, 2017

Vertegenwoordigers van twee brancheorganisaties de VGOB en de Brancheorganisatie Kinderopvang en Platform Gastouderopvang gingen de afgelopen week in gesprek met de landelijk vaktechnisch coördinator inkomstenbelasting. Zijn mening was: ‘iedere gastouder moet op zijn eigen merites worden beoordeeld’. Bij de Belastingdienst is dit ook gecommuniceerd richting de inspecteurs.

Onvoldoende zelfstandig

Dit betekent dat de uitspraak van afgelopen zomer over een specifieke gastouder bij het Gerechtshof van Arnhem-Leeuwarden niet direct geldt voor andere gastouders. Het Hof vond dat de vrouw geen zzp’er was omdat ze onvoldoende zelfstandig was ten opzichte van de gastouderbureaus waar zij mee werkte. De uitspraak maakte veel los in de gastouderbranche omdat het bij de belastingaangifte een hoop geld kan schelen. Als er namelijk geen sprake is van ondernemerschap, worden de inkomsten gekwalificeerd als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’.

Ondernemerscheck

De Belastingdienst raadt gastouders die twijfelen over hun eigen situatie aan om de ondernemerscheck van de Belastingdienst in te vullen. Want het is belangrijk dat gastouders aan alle voorwaarden voldoen voordat ze gekenmerkt worden als ‘zelfstandig ondernemer’. Deze check kan hier worden ingevuld

KNGO maakte bekend een petitie te starten om aandacht voor het probleem te maken. Deze petitie is inmiddels al duizenden keren ondertekend. Uiteindelijk biedt KNGO alle handtekeningen aan bij de Belastingdienst. Lees meer over deze actie

Nieuwe rechtszaak

De drie vertegenwoordigers gaan in de tussentijd samen met de Belastingdienst onderzoeken of het zinvol is om een nieuwe rechtbankprocedure te starten. Als alle partijen hierover positief zijn, gaan zij op zoek naar een geschikte gastouders wiens casus aan de rechtbank wordt voorgelegd. Zo hopen de partijen op de lange termijn duidelijkheid te krijgen over de zelfstandigheid van gastouders. Gastouders die als inspecteur niet langer meer als ondernemer worden aangemerkt op basis van de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden, kunnen zich bij de VGOB, Brancheorganisatie Kinderopvang of Platform Gastouderopvang melden.

Petitie vraagt aandacht voor gastouder als zzp’er

maandag, maart 20th, 2017

De uitspraak dateert al van augustus 2016. Toen werd uitgesproken dat de gastouder in kwestie geen zelfstandig ondernemer zou zijn. De motivatie hiervoor was dat de rol van het gastouderbureau dermate groot is, dat een gastouder onvoldoende zelfstandig zou zijn om als ondernemer gezien te worden. KNGO noemt deze uitspraak niet representatief voor de relatie tussen ouder, gastouder en gastouderbureau zoals bedoeld in de Wet Kinderopvang.

Bezwaarschriften

Maar voor de Belastingdienst is de uitspraak van het Hof wel leidend in procedures met andere gastouders. Volgens KNGO ondervinden veel gastouders hier grote hinder van. De netwerkorganisatie voor gastouders somt op wat er mis gaat. Belastingaangiften van zzp-gastouders van Winst Uit Onderneming worden steeds vaker afgewezen. Gastouders die voorheen als ondernemer werden geaccepteerd, krijgen nu ineens een brief dat ze aangifte moeten doen als Resultaat Overige Werkzaamheden. Als gastouders bezwaar aantekenen, worden deze afgewezen zonder inhoudelijk behandeld te worden. En hoewel de inspectie gastouders mondeling gelijk geven, zeggen zij niets anders te kunnen doen dan zich conformeren aan de gerechtelijke uitspraak.

Bedreiging

Cynthia van Mulekom van KennisNetwerk Gastouderopvang: ‘De werkwijze die de Belastingdienst hanteert bedreigd een hele sector in de basis en is in strijd met de essentie van de Wet Kinderopvang. KennisNetwerk GastouderOpvang vraagt middels een online petitie aandacht voor deze onterechte behandeling van een hele beroepsgroep. Naar schatting is ruim 30 procent (9.300) van de gastouders zelfstandig ondernemer.’

Belastingdienst

KNGO zal de petitie aanbieden aan de politiek en het kennisteam van de Belastingdienst. Om op deze manier aandacht te vragen voor het probleem en het gesprek met deze partijen aan te gaan. Met als doel tot een eerlijke regeling te komen die dienst doet aan de wet.

Snel na de uitspraak van het Hof liet KNGO zich kritisch uit. De organisatie kwam met meerdere argumenten waarom het Hof het met deze uitspraak bij het verkeerde eind had.

Lees meer over de petitie en teken

Gastouderbureau Krokodilletje geschilvrij in 2016

maandag, maart 20th, 2017

De geschillencommissie

De Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen bestaat in de huidige vorm sinds 1 januari 2016. Voorheen konden ouders en kinderopvangorganisaties terecht bij regionaal georganiseerde klachtencommissies of bij de grotere Stichting Klachtencommissie Kinderopvang (SKK).

FD niet enthousiast over geldinjectie kinderopvang

donderdag, maart 9th, 2017

De belofte van PvdA-voorman Lodewijk Asscher om 2 miljard euro extra uit te trekken voor kinderopvang houdt de gemoederen binnen en buiten de branche bezig. Kinderopvang is een belangrijk verkiezingsthema. En één waar Asscher zich een week voor de verkiezingen mee wil profileren.

Kostenpost

De 2 miljard euro die Asscher wil uittrekken voor kinderopvang is een verdubbeling van het bedrag dat het kabinet er nu voor vrijmaakt: 2,5 miljard euro per jaar. Met een totaalbedrag van 4,5 miljard euro, wordt de kinderopvang een serieuze kostenpost die volgens het FD duurder is dat de uitgaven van het ministerie van Wonen en Rijksdienst en die van Economische Zaken.

Arbeidsmarkt

Het FD is niet onder de indruk van de motivatie van Asscher om meer geld voor kinderopvang uit te trekken. Hij zei dat beide ouders gemakkelijker kunnen werken omdat de kinderopvang door de extra uitgaven gemiddeld 1000 euro goedkoper wordt per jaar. De krant haalt er cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bij waaruit blijkt dat weinig moeders meer uren gaan werken als kinderopvang goedkoper wordt. Andersom was de arbeidsparticipatie van moeders niet opvallend lager toen het kabinet Rutte-I het mes zette in de kinderopvangtoeslag. Ouders weken toen uit naar informele kinderopvang door familie (vaak grootouders).

Laag opgeleide gezinnen

CPB-cijfers uit 2010 laten een vergelijkbaar resultaat zien. De investeringen van het kabinet-Balkenende IV heeft volgens het CPB ‘een beperkt positief effect gehad op de arbeidsparticipatie’. Volgens het SCP is een hogere kinderopvangtoeslag wel gunstig voor kinderen van laagopgeleide ouders die zich met kinderopvang beter kunnen voorbereiden op de basisschool. Deze groep maakt nu nog weinig gebruik van kinderopvang, al zou dat volgens het FD niet alleen komen door de kosten, maar ook door een andere opvatting over werkende moeders en kinderopvang.

Personeelstekort

Tot slot haalt het FD het personeelstekort in de kinderopvang aan waar in sommige steden nu al sprake van is. ‘Dat belooft nog wat als de PvdA-wens wordt ingewilligd dat ook kinderen van niet-werkende ouders straks gesubsidieerd naar de opvang mogen.’

Bron: FD.nl

Nieuwe beroepsorganisatie voor gastouders opgericht

donderdag, maart 9th, 2017

Initiatieven genoeg als het gaat om belangenvertegenwoordiging van de gastouderopvang, zou je denken. Maar kijk je goed naar de doelstellingen van de Vereniging GastOuderBranche (VGOB), de Brancheorganisatie Kinderopvang en Platform Gastouderopvang, dan zie je dat de initiatiefnemers vooral vanuit gastouderbureaus komen. ‘Deze organisaties hebben vaak al een (stevige) positie aan tafel in politiek Den Haag. Daar zijn wij als gastouders heel blij mee en zij hebben hun sporen ook echt verdiend. Maar gastouders opereren vaak zelfstandig. Zij kennen de praktijk als geen ander. Is het dan niet raar dat er nog geen organisatie aan tafel zit die hun belangen vertegenwoordigt?’

Oprichters Nysa

Aan het woord is Gerdien Kamperman, één van de drie initiatiefnemers van Nysa en eigenaresse van kinderopvang Geertje in Houten. Op social media , maar ook in gesprekken kreeg ze van collega-gastouders vaak te horen dat ze een belangenorganisatie voor gastouders misten. Ze kwam in contact met Ottavia van den Broek van De Gastouderfabriek en Daphne Swart-Bakker van kinderopvang ’t Vlaggetje. Samen besloten ze stichting Nysa op te richten. De stichting is opgericht in oktober en operatief sinds afgelopen december.

Gastouders bereiken

‘De gastouderopvang moet professionaliseren. De overheid staat op het punt allerlei maatregelen te nemen om de kwaliteit van gastouderopvang te verbeteren. Wij praten daar als gastouders graag over mee’, vertelt Kamperman. Daarvoor is het belangrijk dat de stichting zo veel mogelijk gastouders gaat vertegenwoordigen. De organisatie heeft daarom zoveel mogelijk gastouderbureaus en gastouders aangeschreven en is actief op social media. ‘We willen heel graag groot worden, maar weten ook dat het opzetten van een goede beroepsvereniging tijd kost. We gaan niet voor een snelle groei, wel voor een kwalitatieve groei.’

Zzp’ers

De gastouders waar Nysa zich op richt zijn professionals die gastouderopvang echt als hun vak zien. Kamperman: ‘De gastouderopvang is erg versnipperd en de verschillen zijn groot. We zijn er voor de zzp’ers die kwaliteit hoog in het vaandel hebben staan. Die graag willen leren, open staan voor permanente educatie en met hun organisatie bij de Kamer van Koophandel zijn  ingeschreven.’ Volgens Kamperman is deze groep gastouders behoorlijk groot en groeit de groep nog steeds.

Vakinspiratiedagen

Als beroepsorganisatie wil stichting Nysa niet alleen meepraten over belangrijke ontwikkelingen voor de gastouderopvang, maar zich ook manifesteren als een vraagbaak voor gastouders. Om te beginnen worden er de komende maanden twee vakinspiratiedagen georganiseerd. Voor leden zijn deze bijeenkomsten gratis, niet-leden betalen een bijdrage. ‘We nodige kwaliteitssprekers uit’, zegt Kamperman. Voor de eerste vakinspiratiedag op 8 april is bijvoorbeeld Tischa Neve, kinderpsycholoog en opvoedkundige uitgenodigd. Wanneer de tweede vakinspratiedag plaatsvindt, is nog niet bekend.

Wil je meer weten over stichting Nysa? Bezoek de website stichtingnysa.nl

Petitie vraagt aandacht voor gastouder als zzp’er

donderdag, maart 9th, 2017

De uitspraak dateert al van augustus 2016. Toen werd uitgesproken dat de gastouder in kwestie geen zelfstandig ondernemer zou zijn. De motivatie hiervoor was dat de rol van het gastouderbureau dermate groot is, dat een gastouder onvoldoende zelfstandig zou zijn om als ondernemer gezien te worden. KNGO noemt deze uitspraak niet representatief voor de relatie tussen ouder, gastouder en gastouderbureau zoals bedoeld in de Wet Kinderopvang.

Bezwaarschriften

Maar voor de Belastingdienst is de uitspraak van het Hof wel leidend in procedures met andere gastouders. Volgens KNGO ondervinden veel gastouders hier grote hinder van. De netwerkorganisatie voor gastouders somt op wat er mis gaat. Belastingaangiften van zzp-gastouders van Winst Uit Onderneming worden steeds vaker afgewezen. Gastouders die voorheen als ondernemer werden geaccepteerd, krijgen nu ineens een brief dat ze aangifte moeten doen als Resultaat Overige Werkzaamheden. Als gastouders bezwaar aantekenen, worden deze afgewezen zonder inhoudelijk behandeld te worden. En hoewel de inspectie gastouders mondeling gelijk geven, zeggen zij niets anders te kunnen doen dan zich conformeren aan de gerechtelijke uitspraak.

Bedreiging

Cynthia van Mulekom van KennisNetwerk Gastouderopvang: ‘De werkwijze die de Belastingdienst hanteert bedreigd een hele sector in de basis en is in strijd met de essentie van de Wet Kinderopvang. KennisNetwerk GastouderOpvang vraagt middels een online petitie aandacht voor deze onterechte behandeling van een hele beroepsgroep. Naar schatting is ruim 30 procent (9.300) van de gastouders zelfstandig ondernemer.’

Belastingdienst

KNGO zal de petitie aanbieden aan de politiek en het kennisteam van de Belastingdienst. Om op deze manier aandacht te vragen voor het probleem en het gesprek met deze partijen aan te gaan. Met als doel tot een eerlijke regeling te komen die dienst doet aan de wet.

GASTOUDER UITGELICHT : Ali uit Warnsveld

woensdag, februari 22nd, 2017

Ik ben gastouder Ali uit Warnsveld. Ongeveer 10 jaar geleden ben ik begonnen met opvang van kinderen. Ik ben werkzaam geweest als kleuterjuf, groepsleerkracht, vakleerkracht handvaardigheid, heb ervaring in het speciaal onderwijs en heb ook gewerkt als remedial teacher. Ik heb de opleiding tot kleuterjuf gevolgd. Ik heb diverse aanvullende cursussen gevolgd in het basisonderwijs. Klik hier om mijn hele profiel te lezen!

 
Krokodilletje 9.3 /10 - 103 beoordelingen