Terug naar al het laatste nieuws
Laatste nieuws

Acht vragen over Veilig Thuis

Veilig Thuis is er voor iedereen die te maken heeft met huiselijk geweld of kindermishandeling. Elke regio heeft zijn eigen Veilig Thuisorganisatie. Wat kan Veilig Thuis voor jou als medewerker in de kinderopvang betekenen? Hier vind je antwoord op al je vragen.

1. Voor wie is Veilig Thuis?

Veilig Thuis is er voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen. Zowel voor slachtoffers als plegers zelf. Daarnaast kunnen mensen uit de directe omgeving van een gezin en professionals die met een gezin te maken hebben contact opnemen met Veilig Thuis.

2. Wanneer kun je bellen?

Als je een vermoeden hebt van huiselijk geweld of kindermishandeling kun je 24/7 gratis bellen naar 0800-2000 voor advies, overleg en ondersteuning. Bijvoorbeeld omdat je eraan twijfelt of de signalen die je opvangt wel kloppen of omdat je advies wilt over hoe je je zorgen met ouders kunt bespreken. In alle stappen van de meldcode kun je contact opnemen met Veilig Thuis voor overleg en advies. Je kunt ook een melding doen bij Veilig Thuis. Dat doe je in ieder geval als je vermoedt dat er sprake is van acute onveiligheid of van structurele onveiligheid. Meestal doe je dat als pedagogisch medewerker of gastouder niet zelf, maar gebeurt dit door de aandachtsfunctionaris, bemiddelingsmedewerker of je leidinggevende.

3. Wat gebeurt er als je Veilig Thuis belt?

  1. Als je belt, krijg je een medewerker van Veilig Thuis aan de lijn.
  2. De medewerker luistert naar je verhaal, stelt vragen en beantwoordt jouw vragen.
  3. Samen bespreken jullie wat je zelf kunt doen. De medewerker adviseert en ondersteunt je daarbij.
  4. Komen jullie tot de conclusie dat de situatie te ingewikkeld is? Of dat er sprake kan zijn van acute of structurele onveiligheid? Dan kun je in hetzelfde gesprek een melding doen.
  5. De medewerker vertelt je wat er verder gaat gebeuren en wanneer je iets terughoort.

4. Kun je anoniem melden bij Veilig Thuis?

Je kunt eventueel anoniem melden bij Veilig Thuis, maar het is beter om dat niet te doen. Als gezinsleden niet weten wie de melding heeft gedaan, is de kans dat ze boos worden en niet mee willen werken groter dan wanneer je vanaf het begin open bent over je zorgen en over het doen van een melding.

5. Wat doet Veilig Thuis na een melding?

Veilig Thuis beoordeelt eerst de veiligheid van alle gezinsleden. Vervolgens besluit Veilig Thuis of de melding doorgegeven wordt aan een lokale hulpverlener. Als dat niet kan, gaat Veilig Thuis zelf in gesprek met het gezin. In deze gesprekken krijgt Veilig Thuis duidelijk wat er aan de hand is en maakt ze afspraken over wat er tenminste moet gebeuren om het voor iedereen weer veilig te maken. Daarbij werkt Veilig Thuis samen met andere instellingen en professionals die betrokken zijn bij het gezin. Als de vermoedens niet kloppen en er geen zorgen zijn over de veiligheid, dan sluit Veilig Thuis haar bemoeienis af.

6. Wanneer krijg je iets terug te horen van Veilig Thuis?

Binnen vijf werkdagen na een melding rondt Veilig Thuis de veiligheidsbeoordeling af. Dan krijg je als melder een terugkoppeling. Een tweede terugkoppeling krijg je na tien weken, als Veilig Thuis de melding verder heeft opgepakt.

7. Wat is de meerwaarde van een melding voor mij als professional?

Als kinderopvang zijn je mogelijkheden om zelf de nodige hulp te bieden of organiseren beperkt. Daarom kan een melding de volgende voordelen hebben:

✓ Je krijgt antwoord op de vraag of er eerdere meldingen zijn gedaan.

✓ Je krijgt informatie uit de eerdere meldingen voor zover je die informatie nodig hebt voor het bewerkstelligen van directe en stabiele veiligheid.

✓ Je kunt op basis van die informatie contact en samenwerking zoeken met anderen die zich zorgen maken over dit gezin.

✓ Je hoort het resultaat van de door Veilig Thuis uitgevoerde veiligheidsbeoordeling.

✓ Je krijgt een deskundig advies van Veilig Thuis over de vervolgstappen.

✓ Je kunt met Veilig Thuis samenwerken om de onveilige situatie te stoppen.

8. Wat kan ik doen na een melding?

Als er melding is gedaan en/of er hulp op gang is gebracht, blijf je alert op signalen. Je blijft het kind in de gaten houden en observeert of het beter met hem of haar gaat. Hiervan maak je notities en die bespreek je zo nodig met de aandachtsfunctionaris of je leidinggevende. Daarnaast kun je een kind natuurlijk steunen en hem of haar laten merken dat jij echt betrokken bent.

Bron: Augeo Magazine, Geschreven door Edith Geurts