Terug naar al het laatste nieuws
Laatste nieuws

Naar de bso en nog niet zindelijk

Kinderen worden soms een jaar later zindelijk dan dertig jaar geleden. Het gebeurt dat kinderen vanaf 4 jaar nog niet zindelijk zijn, ook op de buitenschoolse opvang. Hoe ga je daar als pm’er goed mee om? ‘Probeer een kind gerust te stellen, het is oké.’

In elke kleuterklas zit gemiddeld één kind dat nog niet zindelijk is. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn kinderen zeven tot twaalf maanden later zindelijk. Uit onderzoek in 2017 onder alle zesduizend basisscholen in Nederland, bleek 4 procent van de kinderen die naar groep 1 gaan niet zindelijk.

Schaamte

Voor ouders resulteert dat vaak in schaamte, voor scholen vormt het een probleem omdat leerkrachten geen tijd hebben om een luier te verschonen. Volgens het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid plast ongeveer 7 procent van de 4- tot 7-jarigen wel eens in de broek.

Buitenschoolse opvang

Dit betekent dat ook medewerkers op de buitenschoolse opvang kinderen in de groep hebben die nog niet (volledig) zindelijk zijn. Hoe gaan zij daarmee om? Kinderopvangondernemer Ramona Overmars van kinderopvang High Five! in Almelo maakt het wel eens mee dat een kind nat aankomt op de buitenschoolse opvang. ‘Vaak heeft dat te maken met dat de kinderen de wc’s op school zo vies vinden, dat zij het ophouden. Rondom de wisseling van school naar de bso gaat het dan wel eens mis. We vragen kinderen soms uit school, voor we met de bakfiets naar de bso gaan, nog even te gaan plassen. Dat helpt wel.’

Hygiëne

Volgens Ramona is het soms een ‘smeerboel’ op school. ‘Wanneer we van kinderen horen dat zij daar niet naar de wc willen vanwege de hygiëne, bespreken we dat met de school. Vaak krijgen we dan de reactie dat juist die dag de wc’s erg vies waren. Of de leerkracht vraagt: “Wat moeten wij dan? We kunnen er niks aan doen.”’

Troosten

Hoe gaan de pedagogisch medewerkers om met een kind dat met een natte broek aankomt op de bso? Ramona: ‘Wij troosten en begeleiden het kind. Als het een structureel probleem is, spreken we af om een schoon setje kleding neer te leggen zodat het kind zich kan omkleden. Het kind leert dan zelf wat hij of zij kan doen wanneer het mis gaat. Tegenover ouders zijn we heel open. Wat hebben we gezien? Wat hebben we gemerkt? Wat hebben we wel en niet aangekaart? Soms willen ouders dan ook met school in gesprek.’

‘Hoge verwachtingen’

Ramona vindt vooral dat het probleem niet te groot moet worden gemaakt. ‘Niet alle kinderen zijn met 4 jaar volledig zindelijk, daar hebben we hele hoge verwachtingen van vind ik. Kinderen maken een behoorlijke wissel door, van kinderopvang naar school. Dat kan ook invloed hebben op het emotioneel welbevinden van kinderen. En soms uit zich dat in de blaas. Af en toe gaat het eens mis, dat is oké. Tenzij het medisch is, groeien kinderen er vaak snel overheen.’

Opvoedcoach

Kinder- en opvoedcoach Tania Arkema van Picasso coaching werkte jarenlang in de kinderopvang. Ook zij kwam daar kinderen tegen die niet zindelijk waren op 4-jarige leeftijd. Tania: ‘Soms kwamen kinderen na school bevuild op de bso. In een heel enkel geval zelfs oudere kinderen. De leerkracht had geen tijd en ouders konden niet altijd komen om het kind te verschonen. In de meeste gevallen speelde er iets op het sociaal-emotionele vlak. En dat vraagt juist de aandacht. School en kinderopvang kunnen signaleren en in gesprek gaan met de ouder. Maar uiteindelijk is het de ouder die het kind begeleidt en verantwoordelijk is voor de opvoeding.’

GGD

GGD Brabant-Zuidoost noemt verschillende redenen waarom een kind nog niet altijd zindelijk is vanaf 4-jarige leeftijd (bron: ggdbzo.nl):

  • Uitstellen van plassen en/of poepen of negeren van het aandranggevoel. Kinderen willen vaak alles meemaken in een klas of groep of durven niet naar de wc te gaan omdat ze denken dat de leerkracht het niet goed vindt. Sommige kinderen gaan zo op in hun spel dat ze het aandranggevoel niet bewust waarnemen en er niet op reageren.
  • Een kind dat net start op de basisschool heeft vaak veel te verwerken en is daardoor sneller moe, waardoor het (tijdelijk) minder goed het aandranggevoel opmerkt. Dit kan bij kinderen met problemen in de informatieverwerking (o.a. drukke kinderen) extra moeilijk zijn.
  • Te weinig tijd nemen rustig te plassen en/of te poepen.
  • Angst voor een (vreemde) wc.
  • Het kind gaat niet naar de wc omdat het de wc vies vindt en gaat de poep en/of plas ophouden tijdens schooltijden.
  • Medische oorzaken.
  • Combinatie van bovenstaande punten.

Tips en adviezen

Om het kind goed te begeleiden is het belangrijk dat ouders, leerkracht en pedagogische medewerkers met elkaar één plan maken. De GGD kan daarbij adviseren.

  • Het is belangrijk dat het kind voldoende tijd krijgt om rustig te plassen of te poepen. Creëer een rustig moment. Gebruik eventueel een wekkertje om hem of haar te stimuleren om nog even te blijven zitten. Minimaal 50 tellen, voor plassen. Bij poepen 5 minuten.
  • Maak gebruik van een beloningssysteem. Dit zorgt voor een positieve benadering en kan helpen als een extra stimulans. Belangrijk is dat het kind de beloning echt kan verdienen. Begin dus niet meteen met het belonen van een droge broek maar bijvoorbeeld als hij of zij zich houdt aan de vaste tijden of helpt met verschonen.
  • Zorg voor een goede toilethouding. Een goede toilethouding is heel belangrijk om goed uit te kunnen plassen. Zowel jongens als meisjes moeten zittend plassen met de voeten ondersteund (eventueel door een krukje).
  • Spreid het drinken gelijkmatig over de dag en geef voldoende tijd om te drinken.
  • Bij broekplassen: hanteer een vast toiletschema, ongeveer om de 2 tot 2,5 uur. Koppel de tijden aan voor het kind herkenbare momenten zoals een pauze of eetmoment.