Kinderen leren niet alleen van volwassenen, maar juist ook ontzettend veel van elkaar. Samen spelen, praten, overleggen, delen en zelfs af en toe ruzie maken: het zijn allemaal momenten waarop kinderen belangrijke sociale en communicatieve vaardigheden ontwikkelen. Voor gastouders ligt daar een mooie rol. Niet door ieder contact tussen kinderen direct te sturen, maar juist door een omgeving te creëren waarin kinderen elkaar kunnen vinden én door goed te kijken wanneer begeleiding wel of niet nodig is.
Waarom zijn onderlinge interacties zo belangrijk?
Contact met andere kinderen draagt bij aan de brede ontwikkeling van een kind. Kinderen oefenen met het nemen van initiatief, rekening houden met anderen, samenwerken, communiceren en het oplossen van problemen. Interessant is dat kinderen onderling soms complexere taal gebruiken dan wanneer zij met een volwassene praten. Ook heel jonge kinderen hebben al interactie met elkaar. Door bijvoorbeeld baby’s naast elkaar op een veilige speelplek of in een grondbox te leggen, krijgen ook zij de gelegenheid om elkaar te bekijken en op elkaar te reageren.
Soms is iets minder doen juist beter
Als gastouder ben je gewend om beschikbaar te zijn en kinderen te helpen. Toch hoeft dat niet te betekenen dat je steeds actief deelneemt aan hun spel. De afstand tot kinderen kan namelijk invloed hebben op hun onderlinge contact. Wanneer een volwassene heel dichtbij is, zijn jonge kinderen eerder geneigd zich tot die volwassene te richten in plaats van tot elkaar. Het kan daarom goed zijn om op sommige momenten bewust wat meer afstand te houden, terwijl je uiteraard beschikbaar en oplettend blijft. Dat geldt ook wanneer kinderen een meningsverschil hebben. Niet ieder klein conflict hoeft direct door een volwassene te worden opgelost. Kinderen kunnen al jong vaardigheden ontwikkelen om zelf tot een oplossing te komen. Eerst even observeren kan daarom waardevol zijn.
Richt de opvang zo in dat kinderen elkaar ontmoeten
De inrichting van de opvang kan helpen om onderling contact te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan kleine speelplekken waar een paar kinderen samen kunnen spelen. Zorg ervoor dat kinderen elkaar tijdens activiteiten goed kunnen zien en bied materialen aan waarmee ze samen iets kunnen bedenken of maken. Ook de groepsgrootte speelt een rol. Vooral voor jonge kinderen kunnen kleine groepjes prettig zijn om gemakkelijker met elkaar in contact te komen.
Geef ruimte voor vrij en gezamenlijk spel
Niet iedere activiteit biedt dezelfde mogelijkheden voor interactie. Activiteiten waarbij kinderen zelf keuzes kunnen maken, leiden vaker tot onderling contact dan activiteiten die volledig door een volwassene worden gestuurd. Ook open activiteiten, zoals fantasiespel of vrij knutselen, geven kinderen veel mogelijkheden om samen te praten, overleggen en ideeën uit te wisselen. Daarnaast kunnen gezamenlijke activiteiten leuk en leerzaam zijn. Denk aan samen een bouwwerk maken, een spel spelen of met elkaar werken aan één gezamenlijk resultaat. Een gevarieerd activiteitenaanbod met voldoende keuzevrijheid geeft kinderen daarmee allerlei mogelijkheden om hun sociale vaardigheden te oefenen.
Eerst kijken, daarna pas helpen
Wanneer kinderen samen spelen, is observeren vaak een goede eerste stap. Wat gebeurt er precies? Hebben de kinderen daadwerkelijk hulp nodig, of kunnen ze het zelf oplossen? Wanneer begeleiding wel nodig is, kun je kinderen helpen zonder het gesprek meteen over te nemen. Vraag bijvoorbeeld wat er is gebeurd en laat verschillende kinderen hun kant van het verhaal vertellen. Probeer je eigen oordeel eerst uit te stellen. Je kunt kinderen ook stimuleren om op elkaar te reageren, elkaar om hulp te vragen en samen naar oplossingen te zoeken. Zo blijft het contact zoveel mogelijk tussen de kinderen zelf plaatsvinden.
De gastouder als voorbeeld
Kinderen kijken voortdurend naar hoe volwassenen met anderen omgaan. Als gastouder heb je daarom ook een belangrijke voorbeeldfunctie. Door zelf respectvol te communiceren, naar anderen te luisteren en positief sociaal gedrag te laten zien, geef je kinderen een voorbeeld dat zij in hun eigen contacten kunnen gebruiken. Het begeleiden van onderlinge interacties betekent dus zeker niet dat je ieder moment moet sturen. Juist door een fijne omgeving te creëren, goed te observeren en op het juiste moment ondersteuning te bieden, geef je kinderen de ruimte om van elkaar te leren. En misschien is dat wel het mooie van gastouderopvang: in een kleine, vertrouwde omgeving ontstaan iedere dag vanzelf waardevolle momenten waarop kinderen samen ontdekken, oefenen en groeien.
Bron: Expertisecentrum Kinderopvang – Begeleiden onderlinge interacties. Gebaseerd op de door het Expertisecentrum verzamelde wetenschappelijke kennis en praktijkinformatie.




