EDE – Gastouders in de gemeente Ede mogen geen kinderen opvangen, omdat de lucht te slecht zou zijn door omliggende veehouderijen. Hoe zit dat nou precies met die luchtkwaliteit? Vier vragen en antwoorden op een rijtje.
Is het slecht voor kinderen om in de buurt van een boerderij te leven?
Professor Bart Lambrecht, longarts bij het universitair ziekenhuis in Gent, is gespecialiseerd in astma en allergieën. Voor het Longfonds heeft hij onlangs een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd, waaruit blijkt dat het juist gezond is voor kinderen om op een boerderij op te groeien. Deze kinderen zouden minder last hebben van astma en allergieën.
Maar volgens hem bestaat er een belangrijk verschil tussen het type boerderijen: “Wij hebben stof gemeten die vrijkomt in een traditionele boerderij. Dus denk aan een stal met hooibalen en een paar koeien. Maar als je kijkt naar industriële veehouderijen, en dan met name varkens en pluimvee, dan komt daar fijnstof vrij. En fijnstof is wel degelijk schadelijk voor de gezondheid.”
Hoe kan het dat je in deze gebieden wel mag wonen, maar er geen opvang wordt toegestaan?
De GGD stelt in principe dezelfde eisen voor wonen als voor kinderopvang, alleen maakt de gemeente daarin een andere afweging.
Zo legt de adviseur milieu en gezondheid van de GGD uit: “Ook bij nieuwbouwlocaties voor huizen beoordelen we de luchtkwaliteit vanuit het oogpunt van gezondheid en geven we daar advies over aan de gemeente. De gemeente neemt in haar besluit ons gezondheidsadvies mee, en weegt dat af tegen andere maatschappelijke belangen. Zo kan het dus zijn dat zij woningbouw wel toestaan, ook al is het qua luchtkwaliteit een ongezonde plek.”
Bram van der Beek, wethouder in Ede, bevestigt dit: “We maken voor wonen een andere afweging dan voor kinderopvang. Dit in verband met de enorme woningbouwopgave. En omdat we zien dat er in principe genoeg gezonde plekken voor kinder- en gastouderopvang in de gemeente Ede zijn, hebben we geen reden om op dat vlak van het GGD-advies af te wijken.”
Hoe zit het precies met die richtlijnen van de GGD?
Voor het totaal aan vervuilende stoffen in de lucht geldt: hoe verder van de bron, hoe schoner de lucht. De wettelijke normen beschermen de gezondheid niet voldoende, veel mensen worden ook ziek als aan die wettelijke normen wordt voldaan. Daarom werkt de GGD met afstandsadviezen in plaats van normen. Zo geven ze in principe een negatief advies af indien de nieuwe locatie zich binnen 250 meter van een varkens- en pluim veehouderij bevindt (rundvee wordt hier niet in meegenomen).
Hoewel er geen veilige ondergrens voor luchtkwaliteit bestaat waarbij er geen gezondheidsrisico’s optreden, streeft de WGO naar een advieswaarde van maximaal 5 microgram fijnstof (PM2,5) per kubieke meter lucht per jaar. “Dat is voor ons een droom dat we daaraan gaan voldoen,” zegt de GGD adviseur. “In Gelderland is de gemiddelde PM2,5 fijnstof concentratie nu 9 – 10 microgram, variërend tussen de 7 en 14 microgram.”
Volgens Maarten Krol, hoogleraar luchtkwaliteit en atmosferische chemie aan de Wageningen Universiteit, moet er in Nederland nog veel gebeuren om overal die aan die 5 microgram fijnstof te voldoen: “Zodra er een veehouderij, bedrijf, snelweg of stad in de buurt is, ga je al snel over die grens heen. De schoonste plekken vind je op de Waddeneilanden.”
Is de strenge werkwijze van de GGD echt nodig?
“Ik heb een redelijke twijfel of deze strenge werkwijze echt nodig is,” aldus Maarten Krol. “Aan de ene kant weten we dat de effecten van luchtkwaliteit op de gezondheid van jonge kinderen zorgwekkend is. Aan de andere kant is de luchtkwaliteit een stuk beter dan in de jaren ’70 toen er nog lood in de benzine zat. En volgens mij zijn er belangrijkere dingen voor de gezondheid van een kind, zoals buitenspelen en bewegen.”
Ook professor Bart Lambrecht zegt dat er moet worden uitgekeken voor ‘paniekvoetbal’: “Vanuit vroeger groeide de mens op met dieren om zich heen. En ons afweersysteem is ook geworden wat het is door met dieren samen te leven.” Hij noemt de situatie in Gelderland complex: “Hoe vervuild de lucht is hangt samen met de hoeveelheid varkens en kippen, of je met dichte of open stallen te maken hebt en hoe de windrichting staat.
Een besluit voor het wel of niet toestaan van kinderopvang zou volgens de deskundigen daarom niet moeten afhangen van richtlijnen: “Om een duidelijk beeld te krijgen van de luchtkwaliteit moet je iedere locatie individueel beoordelen, en werken met luchtmetingen die je vier keer per jaar uitvoert. Dus een maand lang meten in de lente, zomer, herfst en winter. Alleen dan krijg je een eerlijke beoordeling van hoe vervuild de lucht daadwerkelijk is,” aldus professor Bart Lambrecht.
Bron : omroepgelderland




